Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC9511

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
08-04-2008
Datum publicatie
18-04-2008
Zaaknummer
08 / 1106 VV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoekster - een coöperatieve ondernemersvereniging die statutair opkomt voor de belangen van leden op alle bedrijventerreinen van Moergestel -doet dat door het sluiten van overeenkomsten ter zake van gezamenlijke ondernemersbelangen. Het bestreden besluit is een bouwvergunning voor een bedrijfsverzamelgebouw op bedrijventerrein Sonman II te Moergestel. Een dergelijk besluit treft met name de belangen van aangrenzende bedrijven, mogelijk zelfs - vanwege de toenemende parkeerdruk – alle bedrijven op bedrijventerrein De Sonman II. Maar de mate waarin de omliggende bedrijven in hun belang getroffen kunnen zijn neemt af naarmate hun bedrijfspand op grotere afstand is gesitueerd van het onderhavige perceel. Bedrijven die op het andere bedrijfsterrein van Moergestel zijn gevestigd ondervinden in het geheel geen invloed van het bouwplan en kunnen zeker niet als belanghebbenden worden aangemerkt. Daarnaast is niet gebleken van een overeenkomst van het bestuur van verzoekster met leden van de vereniging ter zake van het bezwaar maken tegen de bouwvergunning voor het bedrijfsverzamelgebouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, team bestuursrecht

procedurenummer: 08 / 1106 VV

uitspraak van de voorzieningenrechter

in de zaak van

de Coöperatieve Ondernemersvereniging Bedrijventerreinen Moergestel U.A.,

gevestigd te Moergestel, verzoekster

gemachtigde [naam gemachtigde]

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk,

verweerder.

1. Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder van 28 januari 2008 (bestreden besluit), inzake de bouwvergunning voor het oprichten van een bedrijfsverzamelgebouw op een nader aangeduid perceel op bedrijventerrein Sonman II te Moergestel.

Tevens heeft zij op 29 februari 2008 verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 3 april 2008, waarbij aanwezig waren [naam persoon] en [naam persoon] namens verzoekster en mr. [naam persoon] en [naam persoon] namens verweerder. Vergunninghoudster Orion Projectontwikkeling B.V. is gehoord bij monde van [naam persoon].

2. Beoordeling

2.1 Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt. Verder dient deze beslissing het resultaat te zijn van een belangenafweging, waarbij moet worden bezien of uitvoering van het bestreden besluit voor verzoekster een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van dat besluit te dienen belang.

Voor zover de beoordeling van dit verzoek meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

2.2 Op grond van de artikelen 8:1 en 7:1 van de Awb is de mogelijkheid om bezwaar en beroep in te stellen, en daarmee de mogelijkheid om een voorlopige voorziening te verzoeken, beperkt tot de kring van belanghebbenden.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb, wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge artikel 1:2, derde lid, van de Awb, worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

2.3 Verzoekster stelt zich blijkens artikel 2, eerste lid, van de statuten, ten doel de stoffelijke belangen van haar leden als ondernemers gevestigd op een bedrijventerrein te behartigen door met hen overeenkomsten ter zake van gezamenlijke ondernemersbelangen te sluiten in het bedrijf dat zij te dien einde ten behoeve van haar leden uitoefent of doet uitoefenen. In artikel 2, tweede lid, van de statuten, is bepaald dat zij als nevendoel ook andere maatschappelijke belangen van de leden kan behartigen. Krachtens artikel 2, derde lid, van de statuten is verzoekster bevoegd om overeenkomsten welke zij met haar leden afsluit, ook met derden af te sluiten, mits dit niet in zodanige mate geschiedt dat de overeenkomsten met de leden voor haar bedrijf van ondergeschikte betekenis zijn.

In artikel 2, vierde lid, van de statuten is aangegeven dat verzoekster dit doel tracht te bereiken langs wettige weg, en wel onder meer door:

a. het afsluiten van overeenkomsten betreffende de levering van energievoorzieningen, communicatiemiddelen en dergelijke;

b. het afsluiten van overeenkomsten betreffende beveiliging;

c. het (doen) verzorgen van het parkmanagement op de bedrijventerreinen;

d. het (doen) organiseren van kinderopvang en behartigen van overige maatschappelijke belangen van de leden;

e. het verrichten van alle handelingen welke met voornoemde middelen en/of doelstellingen in verband staan, daaruit voortvloeien of daaraan bevorderlijk kunnen zijn, alles in de meest ruime zin.

Artikel 3 van de statuten bepaalt, voor zover hier van belang, dat leden van de coöperatie zijn rechtspersonen met een bedrijf, hetwelk (feitelijk) gevestigd is op een van de bedrijventerreinen te Moergestel

2.4 De voorzieningenrechter stelt voorop dat het bij belangen van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb moet gaan om een aan de statutaire doelstelling ontleend collectief belang, dat door een besluit direct wordt of dreigt te worden aangetast, waarbij dat belang los kan worden gezien van dat van individuele leden en waarvan de behartiging de trekken dient te vertonen van behartiging van bovenindividuele belangen.

De door verzoekster gestelde belangen vertonen vorengenoemde kenmerken niet. Het bestreden besluit is een bouwvergunning voor een bedrijfsverzamelgebouw op bedrijventerrein Sonman II. Een dergelijk besluit treft met name de belangen van de aangrenzende bedrijven, mogelijk zelfs - vanwege de toenemende parkeerdruk – alle bedrijven op bedrijventerrein De Sonman II. Maar de mate waarin de omliggende bedrijven in hun belang getroffen kunnen zijn neemt af naarmate hun bedrijfspand op grotere afstand is gesitueerd van het onderhavige perceel. Bedrijven die op het andere bedrijfsterrein van Moergestel zijn gevestigd ondervinden in het geheel geen invloed van het bouwplan en kunnen zeker niet als belanghebbenden worden aangemerkt.

Daarnaast moet volgens de statuten de belangenbehartiging zijn gericht op het sluiten van overeenkomsten met de leden, maar niet is gebleken van een overeenkomst ter zake het bezwaar maken tegen de in geding zijnde bouwvergunning.

Gelet op het vorenstaande moet worden geoordeeld dat het belang van verzoekster in dit geval het individuele belang van de afzonderlijke leden niet te boven gaat.

2.5 Dit leidt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat verweerder het bezwaarschrift van verzoekster niet-ontvankelijk zal (dienen te) verklaren.

Het verzoek om voorlopige voorziening komt daarom niet voor inwilliging in aanmerking.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, en in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, in het openbaar uitgesproken op

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Afschrift verzonden op: