Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC8900

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
08-04-2008
Datum publicatie
08-04-2008
Zaaknummer
02-984823-07
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2009:BH0704, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In een door verdachte gehuurde loods te Veldhoven werden zeer grote hoeveelheden MDMA, XTC-pillen, amfetamine en hasjiesj aangetroffen. Het betreft hier één van de grootste drugsvangsten in West Brabant. Constatering van ommissie betreffende vernieting van gesprekken met geheimhouders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02-984823-07

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 april 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum e[adres]

wonende te [adres]

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Breda, Huis van Bewaring ‘De Boschpoort’

raadsman mr. B.G.J. de Rooij, advocaat te Eindhoven

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 maart 2008, waarbij de officier van justitie, mr. Robben, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

in het bezit was van 780 kilo MDMA, 3,5 miljoen XTC-tabletten en 285 kilo amfetamine;

feit 2:

MDMA en amfetamine in zijn bezit heeft gehad;

feit 3:

in het bezit was van 200 kilo hasjiesj;

feit 4:

voorbereidingshandeling heeft verricht voor de productie van MDMA en amfetamine.

3 De voorvragen

3.1 De dagvaarding is geldig.

3.2 De rechtbank is bevoegd.

3.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft ter zitting erkend dat meerdere geheimhoudersgesprekken in dit onderzoek te laat zijn vernietigd. Hij merkt op dat onder meer naar aanleiding van de uitspraak in de zaak tegen de Hells Angels hij de onderzoeksleider in dit onderzoek opdracht heeft verstrekt tot een extra zoekslag onder de opgenomen telefoongesprekken naar gesprekken met geheimhouders. De aanvankelijk niet als zodanig herkende gesprekken in de maanden maart en april 2007 zijn alsnog door het onderzoeksteam in een proces-verbaal van 7 december 2007 gerelateerd. Op grond van deze informatie heeft de officier van justitie bevelen tot vernietiging gegeven d.d. 11 december 2007 (blz. 2496 e.v. dossier). De gesprekken zijn door het onderzoeksteam daarop vernietigd.

Uit de vernietigingsbevelen gelezen in samenhang met voornoemd proces-verbaal volgt naar het oordeel van de rechtbank dat geheimhoudersgesprekken niet terstond (lees: niet tijdig) zijn vernietigd en dat daarmee is gehandeld in strijd met de geldende voorschriften. De vraag is of deze constatering, waarbij sprake is van een tijdsverloop van ruim 7 maanden tussen het opnemen en het bevel tot vernietigen van deze gesprekken, moet leiden tot een van de sancties vermeld in artikel 359a van het Wetboek van strafvordering.

De rechtbank is van oordeel dat niet gesproken kan worden van eenzelfde situatie als in het proces tegen de Hells Angels. Uit de uitspraak in die strafzaak blijkt dat er sprake was van ernstige, grootschalige en herhaaldelijke inbreuken op regelgeving ter waarborging van het verschoningsrecht, onder meer bestaande uit het zonder machtiging van de rechter-commissaris toevoegen aan het procesdossier van gesprekken die vallen onder het verschoningsrecht. Verder waren gesprekken met verschoningsgerechtigden gebruikt bij het aanvragen van een bevel tot stelselmatige observatie en verzoeken tot het afluisteren van telefoongesprekken. Van een dergelijke grove en grootschalige inbreuk op het verschoningsrecht is in deze strafzaak niet gebleken. De rechtbank gaat er in deze zaak van uit dat de te late vernietiging het gevolg is geweest van het feit dat de politie onvoldoende alert is geweest op de aanwezigheid van gesprekken met geheimhouders en dat sprake is van een omissie van geringe omvang. Hoewel het handelen in dit geval betrekking heeft op een elementair grondrecht, acht de rechtbank de geconstateerde tekortkoming, gelet op de geringe ernst van het verzuim en het ontbreken van mogelijk nadeel voor de verdachte, niet van zodanige aard dat dit moet leiden tot toepassing van de sancties genoemd in lid 1 van artikel 359a van het Wetboek van strafvordering.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat volstaan kan worden met de constatering van de beschreven omissie.

De rechtbank acht geen termen aanwezig om strafreductie toe te passen.

3.4 Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis wordt gehecht.

4.2 De bewijsoverwegingen

De verdediging heeft gepleit voor integrale vrijspraak. Verdachte huurde weliswaar gedurende de tenlastegelegde perio[adres]s aan [adres], alwaar op 22 mei 2007 MDMA en hasjiesj werden aangetroffen, maar had deze loods onderverhuurd aan[huurder]. Deze man zou de loods aanwenden om daarin machines voor de horeca en vleesindustrie te stallen. Verdachte bezocht regelmatig de loods om toezicht te houden, zodat de ruimte niet ingericht zou worden als een hennepkwekerij. Tevens zou hij werkzaamheden voor [huurder] in de loods hebben verricht, zoals het verplaatsen van kisten, het opslaan van diepvrieskisten en het regelen van rollen tape. Hij kwam er ook, soms met een vriendin, voor schoonmaakwerkzaamheden.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3, het aanwezig hebben van drugs op verscheidene tijdstippen, voert de verdediging in het bijzonder aan dat attributen, die waren bestemd voor de verwerking van synthetische drugs, waren verborgen in uitsparingen die in achterwanden van de loods waren gemaakt en in kisten die rechts achter in de loods stonden. De beelden van de camera´s die ter observatie waren geplaatst bij de loods, hadden geen zicht op de achterwand en rechterbinnenzijde van de loods. Juist op deze plaatsen werden de drugs op 22 mei 2007 aangetroffen. Op 21 mei 2007 tussen 02.14 uur en 20.20 uur was sprake van een storing van de observerende camera´s. Niet kan worden uitgesloten dat de drugs die op 22 mei 2007 zijn aangetroffen, in die tijdspanne van 18 uren door anderen in de loods waren gebracht of in kisten waren ingepakt.

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde, de voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet, merkt de verdediging op dat uit de observatieverslagen van 21 maart 2007 niet is af te leiden dat de Renault bestelbus, waarin verdachte had gereden, die dag was geladen met methanol of andere chemische stoffen. Uit geen enkel bewijsmiddel zou volgens de verdediging blijken dat verdachte chemische stoffen vervoerde, deze in de loods stalde of voorhanden had. Verdachte had evenmin het opzet om ter voorbereiding of ter bevordering van het plegen van drugsdelicten de loods aan De Run te huren of ter beschikking te stellen.

Naar het oordeel van de rechtbank is het volgende vast komen te staan.

Op 21 maart 2007 is door observanten gezien dat medeverdachten [medeverdachte 1] en [mededader 2] met een Renault bestelbus het bedrijf Caldic in Hemiksem te België bezochten. Gebleken is dat zij daar 1400 methanol hebben opgehaald. De bestelbus werd daarna geparkeerd op de parkeerplaats achter supermarkt C1000 te Oud Gastel. Vervolgens werd door medeverdachte [mededader 3] de bestelbus vanuit Oud Gastel gereden naar de parkeerplaats bij Groenen Bouwmarkt aan [adres]. Op deze parkeerplaats wisselden [mededader 3] en verdachte van auto´s. Verdachte ging met de Renault bestelbus naar een loods aan [adres] en reed met de bus de loods binnen. Bij terugkomst op de parkeerplaats bij Groenen Bouwmarkt wisselden [mededader 3] en verdachte wederom van auto´s en hadden daarbij nog contact met elkaar.

Uit de andere zaaksdossiers van het onderzoek Kimstergat is een vast patroon bekend geworden, waarbij [medeverdachte 1] en [mededader 2] telkens met een bestelbus chemicaliën ophaalden bij Caldic, deze bestelbus achterlieten op de parkeerplaats achter de C1000 te Oud Gastel, van welke plaats de bussen door tussenkomst van anderen werden vervoerd naar een drugslaboratorium of opslagplaats voor grondstoffen van synthetische drugs.

De rechtbank constateert dat dit patroon zich ook in de onderhavige zaak (zaaksdossier 3) voordoet.

Verdachte heeft bevestigd dat hij op 21 maart 2007 een bus had overgenomen bij Groenen Bouwmarkt en dat hij daarmee naar de door hem gehuurde loods aan [adres] reed. [mededader 3] heeft hierover eveneens een bekennende verklaring afgelegd. [mededader 3] verklaarde ook dat hij vaker in opdracht van een ander bestelbussen huurde, welke bussen hij op parkeerplaatsen achter moest laten om deze later weer op te halen en terug te brengen naar het autoverhuurbedrijf. Verdachte heeft pas bij de inhoudelijke behandeling van zijn zaak ter terechtzitting aangegeven dat hij in de bus een lasapparaat vervoerde dat bestemd zou zijn voor een zekere Klaas. Hij zou dit apparaat gekocht hebben van een man die inmiddels was overleden. Met uitzondering van de kleur kon hij geen specifieke gegevens over het apparaat noemen. Hij zou dit apparaat voor enkele dagen in de loods aan De Run hebben opgeslagen. [mededader 3] heeft echter niets verklaard over het ophalen van een lasapparaat.

Voorts kan worden vastgesteld dat ter observatie twee camera´s [adres]s aan [adres] zijn geïnstalleerd, die van 11 april 2007 tot en met 20 mei 2007 opnames hebben gemaakt. Uit de verslagen van de cameraopnames blijkt dat verdachte in deze tijdsperiode van 6 weken vrijwel dagelijks alleen of met een ander de loods bezocht, vaak voor langere duur. Hij gebruikte verschillende voertuigen om naar de loods te gaan. De voertuigen waren op zijn eigen naam of van zijn echtgenote gesteld. Ook leende hij een bestelauto van iemand anders en werden er bestelbussen gebruikt die waren gehuurd op naam van [mededader 3], zoals ook op 21 maart 2007.

Van de andere waargenomen personen bij de loods is slechts één vrouw door de politie herkend, die de vriendin van verdachte bleek te zijn, de anderen zijn onbekend gebleven. Verbalisanten die later [huurder] hebben gehoord, die door verdachte was aangewezen als onderhuurder van de loods, hebben op de videobeelden van de camera´s [huurder] niet teruggezien. Bij een onderzoek naar DNA-sporen in de loods is alleen celmateriaal afkomstig van verdachte gevonden, niet van bijvoorbeeld [huurder]. Tevens werd waargenomen dat verdachte pallets met kisten daarop met een heftruck verplaatste en dat hij soms handschoenen droeg. Er werd gezien dat na een langdurig verblijf van verdachte nieuwe kisten in de loods waren bijgeplaatst of dat er kisten waren verdwenen die kort voor een bezoek van verdachte nog in de loods stonden.

Op 20 en 21 mei 2007 zijn vanwege een technische storing van de camera´s gedurende ongeveer 18 uur geen beelden geregistreerd. Na deze storing is tot 22 mei 2007 te 11.30 uur de roldeur van de loods niet meer geopend blijkens de camerabeelden. Op 22 mei 2007 te 10.51 uur arriveerde de politie om de loods te doorzoeken.

Bij de doorzoeking werden ongeveer 200 kilo hasjiesj, 780 kilo MDMA, 3,5 miljoen XTC-pillen en 285 kilo amfetamine aangetroffen.

Ook werden in uitgeholde OSB platen onder andere een sealapparaat, digitale weegschalen, rollen tape, sealbags en werkhandschoenen gevonden. In kisten werden grote hoeveelheden lactose aangetroffen, welke stof als grondstof wordt gebruikt bij het tabletteren.

Hoogst waarschijnlijk werden in de loods aan De Run dan ook de geproduceerde synthetische drugs verpakt voor de verkoop, deze conclusie wordt ook getrokken door de deskundigen van de Unit Operationele Expertise, groep Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (LFO). Opvallend is dat in de loods alleen drugs en goederen die te relateren zijn aan de drugshandel aanwezig waren en geen goederen die duiden op een andersoortige bedrijvigheid, zoals de opslag van machines voor de horeca of vleesverwerkende industrie.

De rechtbank concludeert op basis van bovenstaande omstandigheden en verklaringen als volgt. Uit de camera-observaties van 11 april 2007 tot en met 20 mei 2007 blijkt dat verdachte met pallets en kisten in de weer was geweest. Enkel uit deze waargenomen activiteiten kan niet worden afgeleid dat verdachte in genoemde periode daadwerkelijk met (het verpakken van) drugs bezig was. Er is immers onvoldoende bewijs voorhanden om aan te nemen dat verdachte in deze periode telkens hoeveelheden MDMA of amfetamine in de door hem gehuurde loods aanwezig had. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder feit 2 tenlastegelegde.

De rechtbank heeft ten aanzien van de feiten 1 en 3, het op 22 mei 2007 aanwezig hebben van 780 kilo MDMA, 3,5 miljoen XTC-pillen, 285 kilo amfetamine en 200 kilo hasjiesj, met name de verklaringen van verdachte over de onderhuurder [huurder] in aanmerking genomen. Zo heeft verdachte verklaard dat hij voor [huurder] een loods moest huren om daarin machines voor de horeca of vleesindustrie op te slaan. Verdachte zou herhaaldelijk door [huurder] zijn gevraagd om spullen voor hem te regelen en in de loods te plaatsen. Verdachte zou in het huurcontract met [huurder] hebben bedongen dat hij toezicht mocht houden op de loods, om te voorkomen dat er een hennepkwekerij zou worden gevestigd. Hij zou [huurder] zelf enkele keren bij de loods hebben gezien. De contante betalingen van de huur aan verdachte vonden plaats middels enveloppen in de keukenlade van de loods.

De rechtbank acht de verklaringen van verdachte over [huurder] ongeloofwaardig. Hij heeft mogelijk om zichzelf af te schermen het relaas over deze vermeende onderhuurder bedacht.

Verdachte heeft ook niet willen aangegeven hoe hij met [huurder] in contact was gekomen, een omstandigheid die juist om opheldering vraagt. Daarnaast kwam het signalement dat verdachte gaf van [huurder], met het werkelijke signalement van deze man niet overeen. [huurder] verklaart zelf verdachte niet te kennen en met de horeca of vleesverwerkende industrie niets van doen te hebben. Bij de doorzoeking in De Run zijn bovendien ook geen machines van dien aard aangetroffen. Opvallend is dat [huurder] bij de politie werd geconfronteerd met een kopie van een identiteitsbewijs dat hij ooit was kwijt geraakt. Dit exemplaar bevond zich bij het onderhuurcontract, opgesteld door verdachte. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de omstandigheid dat [huurder] tijdens de cameraobservatie periode van 6 weken niet bij de loods aan De Run werd waargenomen, terwijl hij volgens verdachte daar soms kwam. Evenmin zijn er DNA-sporen van deze man in de loods teruggevonden. De rechtbank acht tevens ongeloofwaardig dat verdachte dure machines zou aanschaffen voor iemand die hij nauwelijks kende en waarbij de betalingen niet persoonlijk maar middels enveloppen in een keukenlade werden gedaan. Bovendien is het niet aannemelijk dat iemand die de loods in gebruik zou hebben om daarin grote partijen drugs op te slaan, toestaat dat een ander toezicht houdt op deze loods en regelmatig deze loods bezoekt.

Nu voor de rechtbank is vast komen te staan dat verdachte de loods niet had onderverhuurd en zelf regelmatig en langdurig in deze loods aanwezig was, kan hij verantwoordelijk worden gehouden voor de drugs die zich op 22 mei 2007 in de loods bevonden. Verdachte betaalde volgens de verhuurder van de loods 3750 euro contant per drie maanden, terwijl verdachte nauwelijks inkomsten had en in de loods verder geen aanwijzingen voor andersoortige bedrijfsactiviteiten waren gevonden. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte wist dat er drugs in de loods aanwezig waren. De loods was puur bestemd als opslag of verpakkingsplaats voor drugs. Het gegeven dat er kort voor de doorzoeking op 22 mei 2007 sprake was van een technische storing bij de observatiecamera’s doet aan de bewezenverklaring niets af.

De rechtbank acht de feiten 1 en 3 daarom wettig en overtuigend bewezen. Zij verwerpt het verweer van de raadsman.

De rechtbank acht eveneens feit 4, de voorbereidingshandelingen inzake de productie van synthetische drugs, wettig en overtuigend bewezen. Zij beperkt het tijdstip echter tot 21 maart 2007. Verdachte bekent op deze datum met een bestelbus die door een ander was gehuurd naar zijn loods te zijn gereden, hetgeen bij de observatie op deze datum ook was waargenomen. Het relaas dat verdachte ter zitting pas heeft gegeven over een lasapparaat acht de rechtbank, mede gezien in het licht van het hierboven omschreven patroon en de vastgestelde omstandigheden, volstrekt ongeloofwaardig. De rechtbank gaat er van uit dat verdachte dit verhaal, evenals het verhaal over [huurder], heeft verzonnen. De omslachtige werkwijze die op 21 maart 2007 door verdachte en medeverdachten werd gehanteerd duidt niet op reguliere legale handel. De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte de wetenschap had dat zich in de bus chemicaliën benodigd voor de bereiding van synthetische drugs bevonden en dat hij zelf de vaten methanol naar de loods heeft vervoerd. Het opzet van verdachte was daarmee gericht op de voorbereidingshandelingen.

Het verweer van de raadsman treft geen doel en wordt verworpen.

4.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 1:

op 22 mei 2007 te Veldhoven opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer

780 kilogram van een poeder bevattende MDMA en ongeveer 3,5 miljoen tabletten bevattende MDMA en ongeveer 285 kilogram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en/of amfetamine telkens middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

feit 3:

op 22 mei 2007 te Veldhoven opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer

200 kilogram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

feit 4:

op plaatsen gelegen in de arrondissement en Breda en/of 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van deOpiumwet, te weten het opzettelijk ¬vervaardigen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine en/of Nethyl-MDA en/of (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en tenamfetamine en Nethyl-MDA en amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te

bevorderen - zich en/of anderen gelegenheid en/of middelen tot

het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en voorwerpen en (een) stoffen vervoermiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededaders wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden, dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededaders,

opzettelijk daartoe meermalen, althans eenmaal,een hoeveelheid methanol overgenomen van (anderen en - die hoeveelheid methanol en voorhanden gehad en een loods gehuurd en die hoeveelheid methano in die loodsgestald enoorhanden gehad;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, te weten de feiten 1, 2 , 3 en 4, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 6 jaar met aftrek van voorarrest.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor integrale vrijspraak.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 22 mei 2007 werden in een door verdachte gehuurde loods gelegen aan [adres] zeer grote hoeveelheden MDMA, XTC-pillen, amfetamine en hasjiesj aangetroffen. Het betreft hier één van de grootste drugsvangsten in West Brabant van de afgelopen jaren. De rechtbank sluit niet uit dat deze drugs, die grotendeels al verpakt waren, voor de internationale markt waren bestemd. Verdachte heeft zich op 21 maart 2007 tevens schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen gericht op de productie van synthetische drugs, omdat hij op genoemd tijdstip een partij methanol in een door een medeverdachte gehuurde bus naar zijn loods aan De Run vervoerde. Verdachte heeft hiermee een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de (internationale) drugshandel.

De rol van verdachte is niet dermate groot geweest dat hij als leidinggevende kan worden beschouwd. Hij liep als huurder en beheerder van de loods, ten opzichte van medeverdachten, wel een groot risico om te worden ontdekt.

De rechtbank acht de bewezenverklaarde feiten ernstig. Verdachte heeft zich kennelijk ingelaten met deze criminele activiteiten om extra inkomsten te verwerven, zonder rekening te houden met mogelijke negatieve effecten voor anderen. Zo brengt de opslag van chemicaliën en de productie van synthetische drugs gevaren met zich mee voor de omwonenden van een drugslaboratorium, zoals brand- en ontploffingsgevaar. Daarnaast leveren harddrugs voor de gebruikers ernstige gezondheidsrisico’s op.

Voor de bepaling van de strafmaat acht de rechtbank met name van belang de hoeveelheden drugs die zijn aangetroffen en de rol van verdachte, mede in vergelijking tot die van de medeverdachten.

De rechtbank heeft te gunste van verdachte meegewogen dat hij geen recidive heeft terzake van opiumdelicten.

De rechtbank heeft acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden die door verdachte ter zitting naar voren zijn gebracht.

Alles overwegend kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Zij zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, nu hij anders dan de rechtbank feit 2 bewezen acht.

7 Het beslag

7.1 De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

6 4 stuks horloges

nephorloges

Gebleken is dat deze voorwerpen geheel of grotendeels door middel van de bewezen verklaarde feiten zijn verkregen.

Verder zijn deze voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan

in strijd is met de wet.

7.2 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp aan verdachte, aangezien dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.

5 1 stuk wagen

pompwagen

7.3 De bewaring ten behoeve van de rechthebbende

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp, aangezien thans niemand als rechthebbende kan worden aangemerkt.

7 1 stuk aanhanger

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 47, 57 en 91 van het Wetboek van strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a, 11, 13 en 14 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder feit 2 tenlastegelegde;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 4:

een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden

of bevorderen door zich en een ander gelegenheid of middelen te verschaffen en

voorwerpen, stoffen en vervoermiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, gepleegd door twee of meer verenigde personen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de onder 7.1 inbeslaggenomen;

- gelast de teruggave aan verdachte van het onder 7.2 inbeslaggenomen voorwerp;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het onder 7.3 inbeslaggenomen voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door mr. Alferink, voorzitter, mr. Van Gameren en mr. Veldhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van Van Beijsterveldt en mr. Roebroeks, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 8 april 2008.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

feit 1:

hij op of omstreeks 22 mei 2007 te Veldhoven tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer

780 kilogram, in elk geval een hoeveelheid, van een poeder bevattende MDMA

en/of ongeveer 3,5 miljoen, in elk geval een hoeveelheid, tabletten bevattende

MDMA en/of ongeveer 285 kilogram, in elk geval een hoeveelheid, van een

materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en/of amfetamine (telkens) (een)

middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(ZAAKSDOSSIER 3)

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

feit 2:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 12

april 2007 tot en met 20 mei 2007 te Veldhoven tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde MDMA en/of

amfetamine (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst I;

(ZAAKSDOSSIER 3)

art 2 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

feit 3:

hij op of omstreeks 22 mei 2007 te Veldhoven tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer

200 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram, van een

gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep

waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

(ZAAKSDOSSIER 3)

art 3 ahf/ond C Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

feit 4:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1

februari 2007 tot en met 22 mei 2007 op een of meerdere plaats(en) gelegen in

het/de arrondissement(en) Breda en/of 's-Hertogenbosch, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,

afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het

grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een

materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of (een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, (telkens) zijnde

MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of amfetamine (een) middel(en)

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te

bevorderen (telkens)

- zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of

inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen

en/of

- (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of

geld(en) en/of (een) ander(e) betaalmiddel(en) voorhanden heeft gehad, waarvan

verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige reden

had(den) om te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van

dat/die feit(en),

hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededaders, (telkens)

opzettelijk daartoe meermalen, althans eenmaal,

- (een) voertuig(en) gehuurd en/of te beschikking gesteld en/of

- (een) hoeveelhe(i)d(en) methanol en/of (een) (andere) chemische stof(fen)

besteld en/of laten bestellen en/of

- (een) hoeveelhe(i)d(en) methanol en/of (een) (andere) chemische stof(fen)

overgenomen en/of afgenomen van A. [medeverdachte 1] en/of S.F. [mededader 2] en/of (een)

ander(en) en/of

- die hoeveelhe(i)d(en) methanol en/of (andere) chemische stof(fen) vervoerd

en/of laten vervoeren en/of voorhanden gehad en/of

- een loods/garagebox gehuurd en/of ter beschikking gesteld en/of

- die hoeveelhe(i)d(en) methanol en/of (andere) chemische stof(fen)

overgedragen en/of laten overdragen en/of afgeleverd en/of laten afleveren

aan/bij (een) ander(en) en/of in die loods/garagebox gestald en/of weg gezet

en/of voorhanden gehad;

(ZAAKSDOSSIER 3)

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht