Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC8213

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
01-04-2008
Datum publicatie
01-04-2008
Zaaknummer
02/625232-06; 02/800207-06 (ttzgev)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Oplichting via de internetsite Marktplaats.nl. Meerdere slachtoffers financieel gedupeerd. Overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM leidt in het onderhavige geval tot strafvermindering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/625232-06; 02/800207-06 (ttzgev)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 april 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsman mr. G.A. Mattheussens, advocaat te Roosendaal

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 maart 2008. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie, mr. Emmen, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging, betreffende parketnummer 02/800207-06, is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het wetboek van strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

T.a.v. parketnummer 02/625232-06:

Feit 1: uit gepleegde oplichtingen voordeel heeft getrokken;

Feit 2: samen met een ander een of meer personen heeft opgelicht, meermalen gepleegd;

T.a.v. parketnummer 02/800207-06:

Primair: samen met een ander een of meer personen heeft opgelicht, meermalen gepleegd;

Subsidiair: medeplichtig is aan het oplichten van een of meer personen, meermalen gepleegd;

Meer subsidiair: uit gepleegde oplichtingen voordeel heeft getrokken.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft aangevoerd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat als beginpunt van de redelijke termijn de dag waarop verdachte voor het eerst in het kader van onderhavig onderzoek is verhoord, geldt, te weten 29 maart 2005. Gelet op het

eindproces-verbaal is de zaak op 13 januari 2006 ingekomen op het parket. Niet is gebleken van enig nader onderzoek in deze zaak. Pas eind januari 2008 is de dagvaarding om op 18 maart 2008 op de zitting te verschijnen aan verdachte uitgereikt. De raadsman heeft er op gewezen dat het een eenvoudige zaak betreft die al gedurende lange tijd voor afdoening gereed lag. Er was immers al snel duidelijkheid, mede gelet op de bekennende verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte]. Het openbaar ministerie dient zich net zoals burgers aan de regels te houden en mag verdachte niet na lang stilzitten alsnog confronteren met een strafvervolging. De sanctie hierop dient niet-ontvankelijkheid te zijn.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte na 29 maart 2005 opnieuw strafbare feiten heeft gepleegd. Tot 7 februari 2006 is verdachte verder gegaan met de oplichtingspraktijken. Het openbaar ministerie heeft eerst de meest recente zaak bekeken en afgewacht wat dit voor aangiften zou brengen om vervolgens beide zaken tegelijk op zitting aan te brengen. Er is in feite sprake van één doorlopende oplichtingsperiode. In juli 2006 zijn de laatste stukken aan het dossier toegevoegd. Nadien heeft de zaak zonder aanwijsbare redenen tot eind januari 2008 stil gelegen op het parket. Gelet hierop is de officier van justitie van mening dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, die in het onderhavige geval moet leiden tot strafvermindering.

De rechtbank overweegt het volgende.

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad begint de redelijke termijn te lopen op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens verdachte een handeling is verricht, waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting heeft kunnen ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie strafvervolging zal worden ingesteld. Voor wat betreft de berechting van de zaak in eerste aanleg heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter zitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen. De redelijkheid van de duur van een strafzaak is onder meer afhankelijk van de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn is aangevangen op de dag waarop verdachte is aangehouden en verhoord, te weten 29 maart 2005. Op 1 april 2008 volgt een einduitspraak in eerste aanleg. Een totale periode van iets meer dan drie jaar derhalve.

In de onderhavige zaak is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die een langer tijdsverloop dan de als uitgangspunt te hanteren termijn van twee jaar rechtvaardigen.

De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat medeverdachte [naam medeverdachte] op 29 december 2004 een volledige bekentenis heeft afgelegd, dat het eindproces-verbaal in januari 2006 op het parket is aangeleverd en dat de zaak na completering van de stukken in juli 2006 ruim anderhalf jaar heeft stilgelegen. Tevens neemt de rechtbank hierbij in aanmerking dat de zaak weliswaar omvangrijk is, maar dat er geen onderzoekshandelingen op verzoek van de verdediging hebben plaatsgevonden.

Op grond hiervan is naar het oordeel van de rechtbank sprake van overschrijding van de redelijke termijn.

Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat regel is dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door strafvermindering. Slechts in uitzonderlijke gevallen leidt overschrijding tot niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in zijn vervolging, terwijl voor die beslissing zware motiveringseisen gelden. De rechtbank betrekt bij deze afweging het belang van een verdachte bij behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn, het belang van de maatschappij bij normhandhaving in dit soort delicten en de ernst van de overschrijding van de redelijke termijn.

In deze zaak is sprake van vele oplichtingen gedurende een lange periode, waarbij het van groot belang is dat de normen die ten aanzien van internettransacties via veilingsites als Marktplaats.nl hebben te gelden duidelijk worden gemaakt aan een ieder.

Gelet op met name het belang van de maatschappij bij een inhoudelijke behandeling van deze zaak, het feit dat verdachte nadat hij reeds was aangehouden en verhoord voor de eerste oplichtingen, is doorgegaan met de oplichtingspraktijken en er geen sprake is van een zeer forse overschrijding van de redelijke termijn, kan naar het oordeel van de rechtbank volstaan worden met strafvermindering.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 De bewijsmiddelen

T.a.v. parketnummer 02/625232-06:

Feit 1: De rechtbank acht het aan verdachte ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie d.d. 29 maart 2005 dossierpagina 395 van het eindproces-verbaal nr. PL2013/05-001332 (Map 1 Gamecube) en d.d. 7 februari 2006, dossierpagina 36 van het eindproces-verbaal nr. PL2010/06-000235 (Map Milaan 1);

- de verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte] afgelegd bij de politie d.d. 7 februari 2006 dossierpagina 26 van het eindproces-verbaal nr. PL2010/06-000235 (Map Milaan 1).

Feit 2: Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis wordt gehecht.

T.a.v. parketnummer 02/800207-06:

Primair: Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis wordt gehecht.

4.1.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de verklaring van verdachte, de aangiften en de verklaring van zijn medeverdachte, alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Incident 36 dat bij parketnummer 02/625232-06 onder feit 2 aan verdachte ten laste is gelegd, acht de officier van justitie niet wettig en overtuigend bewezen.

4.1.2 Het standpunt van de verdediging

T.a.v. parketnummer 02/625232-06:

De raadsman acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van incident 36 dat onder feit 2 ten laste is gelegd heeft hij zich op het standpunt gesteld dat dit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, omdat volgens hem uit de bewijsmiddelen duidelijk is gebleken dat niet zijn cliënt, maar medeverdachte [naam medeverdachte], dit feit heeft gepleegd.

Ten aanzien van het overige onder feit 2 ten laste gelegde heeft de raadsman verzocht om zijn cliënt vrij te spreken. Volgens hem was er geen sprake van een gezamenlijk plan en gezamenlijke uitvoering, aangezien zijn cliënt niet of slechts zijdelings bij dit feit betrokken is geweest.

T.a.v. parketnummer 02/800207-06:

De raadsman heeft verzocht om verdachte van het primair ten laste gelegde vrij te spreken. Volgens hem was hier om dezelfde redenen als hiervoor vermeld evenmin sprake van medeplegen. Ten aanzien van het subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.1.3 Het oordeel van de rechtbank

T.a.v. parketnummer 02/625232-06:

Ter zake van het onder feit 2 ten laste gelegde incident 36 komt de rechtbank, net als de officier van justitie en de raadsman, niet tot een bewezenverklaring. Uit de bewijsmiddelen is de rechtbank gebleken dat niet verdachte, maar medeverdachte [naam medeverdachte] alleen dit feit heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte van voornoemd incident dan ook vrijspreken.

Het overige aan verdachte ten laste gelegde acht de rechtbank wel bewezen. Bij de bewezenverklaring van parketnummer 02/625232-06, feit 2, en parketnummer 02/800207-06 primair komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich tezamen en in vereniging met medeverdachte [naam medeverdachte] heeft bevoordeeld door het aannemen van een valse hoedanigheid. Verdachte heeft zich immers tezamen met [naam medeverdachte] als betrouwbare verkoper van goederen op internet voorgedaan, hoewel hij wist dat hij de gekochte en betaalde goederen niet kon of zou leveren. De rechtbank stelt vast dat verdachte door dusdanig te handelen op een bedrieglijke wijze gebruik heeft gemaakt van het in het maatschappelijke verkeer geldende patroon van een verkoper die koopwaar aanbiedt en een koper die voor die koopwaar betaalt en vervolgens de goederen geleverd ziet.

De rechtbank volgt de verdediging niet in diens standpunt dat geen sprake is geweest van medeplegen. Vast staat dat in de periode van 1 december 2004 tot 6 februari 2006 meerdere malen met medeweten en instemming van verdachte in de op Marktplaats.nl geplaatste advertenties en het daarop volgende emailverkeer het gironummer ten name van [v[adres] is vermeld. Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft verklaard dat zij weliswaar het meeste werk heeft verricht, maar dat verdachte actief heeft meegeholpen. Haar verklaring komt in zoverre overeen met wat verdachte op 7 februari 2006 tegenover de politie heeft verklaard, namelijk dat hij zelf ongeveer tien advertenties op Marktplaats.nl heeft gezet en dat hij ook wel eens een email heeft beantwoord. Voor zover de verklaringen van medeverdachte [naam medeverdachte] en verdachte omtrent de rol van verdachte in de gepleegde oplichtingen uiteenlopen, hecht de rechtbank meer waarde aan de verklaring van medeverdachte [naam medeverdachte]. Zij heeft immers, anders dan verdachte, volledige openheid van zaken gegeven door zeer gedetailleerd aan te geven welke oplichting zij niet, dan wel alleen of samen met een ander heeft gepleegd.

Uit de hiervoor feitelijk geschetste gang van zaken rondom de gepleegde oplichtingen op Marktplaats.nl komt naar voren dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte], alsmede van gezamenlijke uitvoering door hen beiden. Dit zijn vereisten om te kunnen komen tot een bewezenverklaring van medeplegen. De rol van verdachte heeft zich niet alleen uitgestrekt tot het beschikbaar stellen van zijn gironummer, nu verdachte zich ook meerdere malen actief heeft beziggehouden met oplichtingshandelingen. Verdachte heeft zich voorts op geen enkele wijze onttrokken aan deze oplichtingspraktijken

4.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

T.a.v. 02/625232-06:

Feit 1:

in de periode van 01 mei 2004 tot 1 december 2004 te Bergen

op Zoom, opzettelijk uit de opbrengst van door

misdrijf, te weten middels gepleegde oplichtingen, verkregen geld voordeel

heeft getrokken, immers heeft verdachte opzettelijk eet- en/of drinkwaren

gekocht en/of genuttigd, die waren betaald met dat door

misdrijf verkregen geld

Feit 2:

meermalen in de periode van 01 december 2004 tot en met 28 februari 2005 te Bergen op Zoom en

elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid personen,

te weten [slachtoffer 1] (incident 32) en [slachtoffer 2] (incident 39) en[slachtoffer 3] (incident 40) enslachtoffer 4] (incident 41)

heeft bewogen tot de afgifte van geld, hebbende verdachte en zijn mededader toen aldaar

met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk advertenties geplaatst waarin

goederen, zoals spelcomputers een digitale camera en dvd's, te koop

werden aangeboden en met voornoemde personen een prijs voor de

aankoop van genoemde goederen overeengekomen en voornoemde

personen zijn, verdachtes, girorekeningnummergegeven waarop het overeengekomen

geldbedrag overgemaakt diende te worden en zich aldus voorgedaan als een betrouwbaar verkoper en, nadat het voor genoemde goederen gevraagde geldbedrag was overgemaakt naar voornoemde bij verdachte

en in gebruik zijnde girorekening, die te koop aangeboden goederen niet heeft opgestuurd aan voornoemde personen

T.a.v. 02/800207-06:

Primair

meermalen in de periode van 06 april 2005

tot en met 7 februari 2006 te Roosendaal , tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich eneen ander wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse

hoedanigheid personen, te weten [slachtoffer 13] (incident 2) en[slachtoffer 14] (incident 9) enP. [slachtoffer 5] (incident 11) en

[slachtoffer 6] (incident 15) en

[slachtoffer 7] (incident 52) en

[slachtoffer 8] (incident 63) en

[slachtoffer 9] (incident 71) en

[slachtoffer 10] (incident 88) en

[slachtoffer 11] (incident 91) en

[slachtoffer 12] (incident 113) heeft bewogen tot de afgifte van geld,

hebbende verdachte en zijn mededader toen aldaar met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk op de internetsite

www.Marktplaats een digitale camera's en een dvd-speler en concert-kaartjes, te koop

werden aangeboden en met voornoemde personen een prijs voor de

aankoop van genoemde goederen overeengekomen en voornoemde

personen zijn, verdachtes, girorekeningnummer en/of het girorekeningnummer van zijn mededader gegeven waarop het overeengekomen geldbedrag overgemaakt diende te worden en zich aldus

voorgedaan als een betrouwbaar verkoper en, nadat het voor genoemde

goederen gevraagde geldbedrag was overgemaakt naar voornoemde bij verdachte

en/of zijn mededader in beheer zijnde girorekening, die te

koop aangeboden goederen niet heeft opgestuurd aan voornoemde personen

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 200 uur, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest en een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact. Tevens vordert de officier van justitie toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat bij het opleggen van de straf rekening gehouden dient te worden met de omstandigheid dat het om oude feiten gaat en dat zijn verdachte openheid van zaken heeft gegeven. Tevens dient volgens hem rekening gehouden te worden met het feit dat verdachte zijn leven op orde heeft en geen strafbare feiten meer heeft gepleegd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich samen met medeverdachte [naam medeverdachte] gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan vele oplichtingen. Verdachte bood samen met [naam medeverdachte] op de internetsite Marktplaats.nl door middel van het plaatsen van advertenties diverse goederen aan. Nadat met de betreffende persoon een prijs was overeengekomen, werd het geld overgemaakt op de girorekening van verdachte of die van zijn medeverdachte. Na het geld te hebben ontvangen, werden de goederen vervolgens niet naar de kopers opgestuurd. Het ontvangen geld werd door verdachte en [naam medeverdachte] aan diverse goederen zoals onder meer een auto, een scooter en levensmiddelen besteed. Uit de niet door hem, maar door medeverdachte [naam medeverdachte], gepleegde oplichtingen, heeft hij tevens voordeel getrokken.

De rechtbank vindt dit ernstige feiten waardoor meerdere slachtoffers financieel gedupeerd zijn. Markplaats.nl is een site die door miljoenen mensen wordt gebruikt om in goed vertrouwen spullen te kopen en verkopen. Door zijn handelwijze heeft verdachte op grove wijze misbruik gemaakt van dat vertrouwen. Verdachte heeft zich kennelijk om de gevolgen voor de slachtoffers niet bekommerd, maar slechts zijn eigen geldelijke gewin vooropgesteld.

Nadat verdachte eerder door de politie over verschillende oplichtingen is aangehouden en verhoord, heeft hij samen met zijn medeverdachte besloten om met die oplichtingen door te gaan. Dit neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk.

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de rapportage van de reclassering d.d. 22 mei 2006, waarin wordt geadviseerd aan verdachte een werkstraf en een voorwaardelijke straf op te leggen, met daarnaast reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

Alles overwegende acht de rechtbank, gezien de ernst van de feiten en de lange periode waarin deze zijn gepleegd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden passend. Echter nu de zaak niet binnen een redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM is behandeld, zal zij niet overgaan tot het opleggen van een dergelijke straf. De rechtbank zal de eis van de officier van justitie volgen en aan verdachte een werkstraf voor de duur van 200 uur opleggen. Daarnaast zal zij aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden opleggen, met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarde dat hij zich zal houden aan de aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering.

6.4 Het ad informandum gevoegde

De rechtbank heeft bij de strafbepaling rekening gehouden met de door verdachte bekende en ad informandum op de dagvaarding met parketnummer 02/800207-06 vermelde strafbare feiten.

7 De benadeelde partij

T.a.v. parketnummer 02/625232-06:

[slachtoffer 1]elde partij [slachtoffer 1], vordert een schadevergoeding van € 110,=.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

I[slachtoffer 15]enadeelde partij [slachtoffer 15], vordert een schadevergoeding van € 106,=.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

T.a.v. parketnummer 02/800207-06:

In[slachtoffer 16]e benadeelde partij [slachtoffer 16], vordert een schadevergoeding van € 198,= en wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Inc[slachtoffer 5]enadeelde partij [slachtoffer 5], vordert een schadevergoeding van € 219,75.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 191,75, bestaande uit een niet geleverde digitale camera à € 185,= en kosten voor een aangetekend schrijven à € 6,75, een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

[slachtoffer 6]De benadeelde partij [slachtoffer 6], vordert een schadevergoeding van € 158,= en wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Incident 52:

De benadeelde partij [slachtoffer 7], vordert een schadevergoeding van € 205,50.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Incident 63:

De benadeelde partij [slachtoffer 8]

vordert, blijkens de toelichting bij het voegingsformulier, een schadevergoeding van

€ 147,50. Het schadebedrag bedroeg in eerste instantie € 197,50, te weten € 193, = voor een niet geleverde DVD-speler en € 4,50 voor een telefonische overboeking. Van dit bedrag is al € 50, = vergoed, waardoor het uiteindelijke gevorderde bedrag op € 147,50 komt.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Incident 88:

De benadeelde partij [slachtoffer 10], vordert een schadevergoeding van € 180,50.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Incident 113:

De benadeelde partij [slachtoffer 12], vordert een schadevergoeding van € 215,= en wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 47, 57, 326 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Voorvragen

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.2 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

T.a.v. parketnummer 02/625232-06:

Feit 1: Opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken;

Feit 2: Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

T.a.v. parketnummer 02/800207-06:

Primair: Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 200 uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

Benadeelde partijen

T.a.v. parketnummer 02/625232-06:

Incident 32:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van

€ 110,= en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van voornoemd slachtoffer [slachtoffer 1] € 110,= te betalen, bij niet betaling te vervangen door 2 dagen hechtenis:

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Incident 36:

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 15] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 15] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

T.a.v. parketnummer 02/800206-06:

Incident 9:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 16] van € 198,= en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

Incident 11:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij P.P. [slachtoffer 5] van € 191,75;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

Incident 15:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van € 158,= en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

Incident 52:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Chr. [sla[naam medeverdachte]r 7]n van € 205,50 en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

Incident 63:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 8] van € 147,50,

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

Incident 88:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 10] van € 180,50,

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

Incident 113:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 12] van € 215,= en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 16], € 198,=, 3 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 5] € 191,75, 3 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 6], € 158,=, 3 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 7] € 205,50, 4 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 8], € 147,50, 2 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 10], € 180,50, 3 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 12], € 215, 4 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover deze bedragen door één of meer mededaders zijn betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Kralingen, voorzitter, mr. Paling en mr. Woudstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Verheijen-Van Bergen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 april 2008.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

T.a.v. parketnummer 02/625232-06

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2004 tot 1 december 2004 te Bergen

op Zoom, in elk geval in Nederland, opzettelijk uit de opbrengst van door

misdrijf, te weten middels gepleegde oplichting(en), verkregen geld voordeel

heeft getrokken, immers heeft verdachte opzettelijk eet- en/of drinkwaren

gekocht en/of genuttigd, dat/die was/waren gekocht en/of betaald met dat door

misdrijf verkregen geld;

art 416 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 01 december

2004 tot en met 28 februari 2005 te Bergen op Zoom en/of te Roosendaal en/of

elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een of meer personen,

te weten -onder meer-

[slachtoffer 1] (incident 32) en/of

[slachtoffer 15] (incident 36) en/of

[slachtoffer 2] (incident 39) en/of

[slachtoffer 3] (incident 40) en/of

[slachtoffer 4] (incident 41) en/of

een of meer ander(en) heeft/hebben bewogen tot de afgifte van geld, in elk

geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid op de

internetsite www.Marktplaats.nl een of meer advertentie(s) geplaatst waarin

(een) goed(eren), zoals (een) spelcomputer(s), (een) mobiele telefoon(s),

(een) mp3-speler(s), (een) digitale camera('s) en/of (een) dvd('s), te koop

werd(en) aangeboden en/of met voornoemde perso(o)n(en) een prijs voor de

aankoop van genoemd(e) goed(eren) overeengekomen en/of voornoemd(e)

perso(o)n(en) zijn,verdachtes, (giro)rekeningnummer en/of het

(giro)rekeningnummer van zijn mededader(s) gegeven waarop het overeengekomen

geldbedrag overgemaakt diende te worden en/of zich (aldus) (telkens)

voorgedaan als een betrouwbaar verkoper en/of, nadat het voor genoemd(e)

goed(eren) gevraagde geldbedrag was overgemaakt naar voornoemde bij verdachte

en/of zijn mededader(s) in beheer/gebruik zijnde (giro)rekening, die/dat te

koop aangeboden goed(eren) (telkens) niet heeft afgeleverd en/of verstrekt

en/of opgestuurd aan/naar voornoemde perso(o)n(en);

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

T.a.v. parketnummer 02/800207-06:

Primair

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 06 april 2005

tot en met 7 februari 2006 te Roosendaal en/of te Zevenbergen en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een of meer personen, te weten -onder

meer-

[slachtoffer 13] (incident 2) en/of

[slachtoffer 14] (incident 9) en/of

[slacht[slachtoffer 5] (incident 11) en/of

[slachtoffer 6] (incident 15) en/of

[slachtoffer 7] (incident 52) en/of

[slachtoffer 8] (incident 63) en/of

[slachtoffer 9] (incident 71) en/of

[slachtoffer 10] (incident 88) en/of

[slachtoffer 11] (incident 91) en/of

[slachtoffer 12] (incident 113) en/of een of meer ander(en),

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid op de internetsite

www.Marktplaats.nl een of meer advertentie(s) geplaatst waarin (een)

goed(eren), zoals (een) spelcomputer(s), (een) mobiele telefoon(s), (een)

digitale camera('s) en/of (een) dvd-speler(s) en/of concert-kaartjes, te koop

werd(en) aangeboden en/of met voornoemde perso(o)n(en) een prijs voor de

aankoop van genoemd(e) goed(eren) overeengekomen en/of voornoemd(e)

perso(o)n(en) zijn ,verdachtes, (giro)rekeningnummer en/of het

(giro)rekeningnummer van zijn mededader(s) gegeven waarop het overeengekomen

geldbedrag overgemaakt diende te worden en/of zich (aldus) (telkens)

voorgedaan als een betrouwbaar verkoper en/of, nadat het voor genoemd(e)

goed(eren) gevraagde geldbedrag was overgemaakt naar voornoemde bij verdachte

en/of zijn mededader(s) in beheer/gebruik zijnde (giro)rekening, die/dat te

koop aangeboden goed(eren) (telkens) niet heeft afgeleverd en/of verstrekt

en/of opgestuurd aan/naar voornoemde perso(o)n(en);

Deelt voorts mede dat bij de vordering van de straf zal/zullen worden

betrokken de door hem en/of zijn mededader(s) gepleegde en tegenover de

politie niet weersproken oplichtingen van de op het bijlagevel genoemde

aangever(s)/benadeelde(n) (nrs. 1 tot en met 120, met uitzondering van de

nummers 2,9,11,15,52,63,71,88,91 en 113), welk bijlagevel aan deze

dagvaarding is gehecht en geacht wordt van deze dagvaarding deel uit te maken;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair

MC. [naam medeverdachte] meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 06 april 2005 tot en met 7 februari 2006 te Roosendaal en/of te Zevenbergen en/of elders in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) een of meer personen, te weten - onder meer -

[slachtoffer 13] (incident 2) en/of

[slachtoffer 14] (incident 9) en/of

[slachtoffer 5] (incident 11) en/of

[slachtoffer 6] (incident 15) en/of

[slachtoffer 7] (incident 52) en/of

[slachtoffer 8] (incident 63) en/of

[slachtoffer 9] (incident 71) en/of

[slachtoffer 10] (incident 88) en/of

[slachtoffer 11] (incident 91) en/of

[slachtoffer 12] (incident 113) en/of een ot meel ander(en),

heeft bewogen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, hebbende die [naam medeverdachte] toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid op de internetsite www.marktplaats nl en/of www.speurders.nl een of meer advertentie(s) geplaatst waarin (een) goed(eren), zoals (een) spelcomputer(s), (een) mobiele telefoon(s), (een) digitale camera('s) en/of (een) dvd-speler(s) en/of concert-kaartjes, te koop werd(en) aangeboden en/of met voornoemde perso(o)n(en) een prijs voor de aankoop van genoemd(e) goed(eren) overeengekomen en/of voornoemd(e) perso(o)n(en), haar ([naam medeverdachte]'s) en/of verdachte's, (giro)rekeningnummer(s) gegeven waarop het overeengekomen geldbedrag overgemaakt diende te worden en/of zich (aldus) (telkens) voorgedaan als een betrouwbaar verkoper en/of, nadat het voor genoemd(e) goed(eren) gevraagde geldbedrag was overgemaakt naar voornoemde (giro)rekening, die/dat te koop aangeboden goed(eren) (telkens) niet heeft afgeleverd en/of verstrekt en/of opgestuurd aan/naar voornoemde perso(o)n(en),

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, als medeplichtige, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 april 2005 tot en met 7 februari 2006 te Roosendaal en/of te Zevenbergen en/of elders in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door zijn rekeningnummer beschikbaar te stellen en/of een of meer email-adressen aan te maken

en/of een of meer advertenties op voornoemde sites te plaatsen en/of een of meer mailtjes van voornoemde personen te beantwoorden;

Deelt voorts mede dat bij de vordering van de straf zal/zullen worden betrokken de door hem gepleegde en tegenover de politie niet weersproken medeplichtigheid aan de door voornoemde M C. [naam medeverdachte] gepleegde oplichtingen van de op het bijlagevel genoemde aangever(s)/benadeelde(n) (nrs. 1 tot en met 120, met uitzondering van de nummers 2,9,11,15,52,63,71,88,91 en 113), welk bijlagevel aan de inleidende dagvaarding was gehecht en geacht wordt van deze dagvaarding deel uit te maken;

tweede subsidiair; althans, indien het vorenstaande primaire en subsidiaire niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 06 april 2005 tot en met 7 februari 2006 te Roosendaal, in elk geval in Nederland, opzettelijk uit de opbrengst van door misdrijf (te weten oplichting(en)) verkregen geld voordeel heeft getrokken, immers heeft verdachte daarmee opzettelijk eet- en/of drinkwaren gekocht en/of die middels die gelden gekochte eet- en/of drinkwaren genuttigd en/of andere (luxe) goederen (waaronder een auto en/of benzine en/of een computer en/of een IV en/of een scooter) met die gelden gekocht en/of de middels die gelden gekochte (luxe) goederen verkregen en/of gebruikt;