Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC6995

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
19-03-2008
Datum publicatie
19-03-2008
Zaaknummer
801150-07 [P]
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van een gedeputeerde van de provincie, door telefonisch en schriftelijk contact met haar op te nemen en door voor haar huis te demonstreren. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 801150-07 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 maart 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [datum en plaats]t,

wonende te [adres]

raadsman mr. Lina, advocaat te Venlo.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 5 maart 2008, waarbij de officier van justitie, mr. Van Delft, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het wetboek van strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer] (hierna te noemen[[slachtoffer]) heeft belaagd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft belaagd en baseert zich daarbij in hoofdzaak op de aangiften van [[slachtoffer] en de verklaringen van verdachte. Volgens de officier van justitie kan er gesproken worden van belaging omdat verdachte stelselmatig een inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] met als doel [slachtoffer] te dwingen een afspraak met hem te maken om over zijn problemen te praten.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Er is volgens de raadsman geen sprake geweest van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer]. Het ging om zakelijke contacten, verdachte wilde alleen ruchtbaarheid geven aan volgens hem bestaande misstanden. Hetgeen verdachte heeft gedaan kan niet worden gezien als belaging.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Op basis van het procesdossier en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank het volgende vast. Blijkens de eerste aangifte van [slachtoffer] had zij in 2005 en 2006 regelmatig contact met verdachte. Verdachte was “uit de ouderlijke macht gezet” en aangeefster zou, als statenlid en later als gedeputeerde, hem volgens verdachte kunnen helpen het contact met zijn kind te herstellen. Zij liet hem in die jaren herhaaldelijk weten dat zij niets voor verdachte kon betekenen. Op 20 juni 2007 nam verdachte wederom telefonisch contact op met [slachtoffer], dit maal echter op haar thuisnummer. Zij stond hem te woord maar vond het onplezierig dat verdachte haar thuis benaderde. Ze maakte hem nogmaals duidelijk dat zij niets voor verdachte kon betekenen en dat zij het niet op prijs stelde dat hij haar thuis belde. Vervolgens ontving [slachtoffer] op 26 juni 2007 op haar werk in Den Bosch een brief van verdachte waarin stond dat, als hij binnen twee weken geen reactie zou ontvangen, hij bij aangeefster thuis op de stoep zou verschijnen. [slachtoffer] schrok hiervan en werd ongerust omdat ze niet wist wat verdachte bedoelde met “op de stoep verschijnen”. [slachtoffer] deed van deze brief melding bij de politie in Den Bosch en verdachte werd vervolgens door de politie in Boxmeer hierop aangesproken. Op 29 juni 2007 zocht verdachte telefonisch contact met de secretaresse van [slachtoffer]. In dat gesprek gaf hij aan dat als [slachtoffer] naar de politie gaat voor bedreigingen zij die wel kan krijgen en dat hij dan niet alleen zou komen. Op 4 juli 2007 liet verdachte vervolgens nogmaals weten dat aangeefster een bedreiging kan krijgen, dat hij harde akties niet zou schuwen en dat hij niet alleen zou komen. Op 16 september 2007 zag aangeefster verdachte daadwerkelijk, samen met een andere man genaamd [mededader], voor haar woning in Kaatsheuvel staan. Verdachte ging gekleed in een zwarte toga, hij riep leuzen, had een bord om zijn nek en droeg een spandoek waarop stond “family for justice”. Aangeefster geeft aan dat zij en haar familie boos en geschokt waren, ze voelde zich erg bedreigd en aangetast in haar privéleven. Verdachte was volgens aangeefster ten einde raad en daarom vreesde ze voor haar gezin en haarzelf. Op 23 september 2007 nam verdachte vervolgens in een tuinstoel plaats voor de woning van [slachtoffer]. Volgens aangeefster wil verdachte haar dwingen tot een gesprek omdat hij haar verantwoordelijk houdt voor het onrecht dat hem is aangedaan en zijn uitlatingen maken haar angstig. De partner van aangeefster, getuige [slachtoffer] , bevestigt haar verhaal. Hij verklaart dat verdachte sinds juni 2007 niet schroomt aangeefster privé te benaderen. Verdachte heeft volgens getuige [slachtoffer] aangeefster op haar thuisnummer gebeld waardoor zij zich bedreigd voelde. Ook verklaart hij dat verdachte in toga op 16 september 2007 en 23 september 2007 voor hun huis stond met spandoeken en borden om zijn nek. Hij weet niet waartoe verdachte in staat is en vindt de situatie erg bedreigend voor zijn gezin.

Op 30 september 2007 doet [slachtoffer] wederom aangifte van het feit dat er wordt gedemonstreerd voor haar woning. [mededader] zit voor haar woning in een tuinstoel met spandoeken en verdachte zit iets verderop in de straat in zijn auto.

Verdachte bekent dat hij op 20 juni 2007 naar het huisnummer van aangeefster heeft gebeld en dat zij aan het einde van het gesprek aangaf het niet op prijs te stellen thuis te worden gebeld. Ook geeft hij aan dat hij op 26 juni 2007 een brief heeft geschreven naar de Provincie en op 29 juni 2007 telefonisch contact heeft opgenomen met de secretaresse van [slachtoffer]. In het telefoongesprek heeft hij aangegeven aktie te gaan voeren hetgeen hij in een telefoongesprek op 4 juli 2007 heeft herhaald. Tijdens dit telefoongesprek heeft hij ook gezegd dat hij niet alleen zou komen. Verdachte geeft toe op 16 september 2007 en 23 september 2007 gekleed in toga, zittend op een tuinstoel, bij aangeefster voor de deur aktie te hebben gevoerd. [mededader] was daar bij aanwezig ter ondersteuning van verdachte. Op 30 september 2007 heeft verdachte met zijn auto [mededader] afgezet bij het huis van [slachtoffer]. [mededader] is toen wederom aktie gaan voeren voor het huis van [slachtoffer] en verdachte is zelf iets verderop in zijn auto blijven zitten.

Verdachte geeft aan dat hij wilde dat aangeefster zijn dossier zou bestuderen en een gesprek met hem zou aangaan over zijn situatie.

Gezien voornoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte [slachtoffer] herhaaldelijk heeft lastig gevallen en dat hij daarmee een inbreuk heeft gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Bij belaging wordt iemand opzettelijk door een ander herhaaldelijk lastig gevallen en wordt daardoor een inbreuk gemaakt op iemands persoonlijke levenssfeer. Dit kan door een en dezelfde activiteit, maar ook door middel van een variëteit aan gedragingen, zoals bijvoorbeeld bedreigingen uiten, telefonisch of schriftelijk ongewenst benaderen, en voor de woning of werkplek posten. Blijkens de wetsgeschiedenis van artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht kan een belager iemand zijn die in een zakelijk contact stond tot zijn slachtoffer. De gedragingen hoeven zich ook niet louter tot het slachtoffer uit te strekken, ook collega’s kunnen door de belager worden benaderd. Hun rol wordt dan slechts instrumenteel. In dit geval probeerde verdachte zich onder andere via collega’s aan [slachtoffer] - degene op wie zijn gedrag zich richtte - op te dringen.

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat belaging kan plaatsvinden in het openbaar indien de belager daarmee ongewenst inbreekt in een situatie waarin het slachtoffer redelijkerwijs aanspraak kon maken op privacy. Privacy is daarbij niet begrensd door de ruimtelijke beslotenheid van huis, tuin of erf. De grens ligt daar waar een redelijke verwachting van bescherming van de persoonlijke levenssfeer ophoudt. De rechtbank is van oordeel dat de gedragingen van verdachte die in het openbaar hebben plaatsgevonden een inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], zoals door voor haar huis te demonstreren. De vrijheid van meningsuiting wordt uitdrukkelijk beperkt door de grenzen van de wet, zoals door de bescherming van de rechten van anderen. De volgens verdachte bestaande misstanden heeft hij op onnodig bezwarende wijze aan [slachtoffer] kenbaar willen maken waardoor hij de persoonlijke rechten van [slachtoffer] heeft geschonden.

De rechtbank is van oordeel dat – op grond van de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder zij hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijke leven en de persoonlijke vrijheid van [slachtoffer] – tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit, te weten belaging, kan worden gekomen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 20 juni 2007 tot en met 30 september 2007

te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand en ’s-Hertogenbosch en Boxmeer,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk [slachtoffer] te dwingen iets te doen, immers heeft verdachte

- [slachtoffer] buiten werktijd op haar

privételefoonnummer gebeld en telefonisch en [slachtoffer] en haar

medewerk(st)ers meegedeeld dat als zij bedreiging wil zij die kan krijgen en

- voor haar huis op een meegebrachte tuinstoel gezeten;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Indien de rechtbank toch tot een bewezenverklaring zou komen verzoekt de raadsman rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van [slachtoffer], gedeputeerde van de provincie, door telefonisch en schriftelijk contact met haar op te nemen en door voor haar huis te demonstreren. Hij heeft door op deze manier te handelen een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer].

Belaging is een ernstig feit nu het gaat om een misdrijf gericht tegen de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer. Die ondervindt door de belaging in veel gevallen gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid. In casu betrof het slachtoffer een gedeputeerde van de provincie Nood-Brabant, mevrouw [slachtoffer]. Zij voelde zich door de gedragingen van verdachte onveilig en aangetast in haar privéleven.

Enerzijds heeft de rechtbank, in het nadeel van verdachte, rekening gehouden met het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij zich al eerder schuldig heeft gemaakt aan belaging.

Anderzijds heeft de rechtbank ten gunste van verdachte rekening gehouden met de, voor verdachte, onbevredigende situatie waarin hij zich bevindt. De rechtbank begrijpt dat verdachte heeft gehandeld uit onmacht en onbegrip. Hij heeft het gevoel dat er niet naar hem wordt geluisterd en dat hem onrecht is aangedaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte dit echter op een verkeerde manier aan anderen duidelijk proberen te maken.

Gezien vorenstaande omstandigheden is een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Belaging;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Kralingen, voorzitter, mr. De Graaf en mr. Pick, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Fleskens, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 19 maart 2008.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 20 juni 2007 tot en met 30 september 2007

te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand en/of ’s-Hertogenbosch en/of Boxmeer,

in elk geval in Nederland, tezamen en

invereniging met anderen, of een ander, althans alleen, wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer

van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk [slachtoffer] in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te

doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft/hebben verdachte en/of

zijn mededader

- meermalen [slachtoffer] buiten werktijd op haar

privételefoonnummer gebeld en/of op haar werk telefonisch benaderd en/of

- meermalen (telefonisch en/of per brief) [slachtoffer] en/of haar

medewerk(st)ers meegedeeld dat als zij bedreiging wil zij die kan krijgen

en/of dat hij harde acties niet schuwde en/of dat de zaak escaleert en/of dat

hij niet alleen zou komen en/of

- voor haar huis op een meegebrachte tuinstoel gezeten en/of

- voor dat huis op de openbare weg met een megafoon gescandeerd, althans

geroepen, "U steunt de kinderdieven";

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht