Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC4627

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
12-02-2008
Datum publicatie
20-02-2008
Zaaknummer
811514-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte krijgt geld om plastische chirurgie te ondergaan.

Zij gebruikt dit geld echter voor andere doeleinden, zonder medeweten

van degene van wie ze dit geld heeft gekregen.

Verdachte is schuldig aan oplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 811514-06

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 februari 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren [in het jaar 1950] te Paramaribo (Suriname),

wonende te [adres],

raadsman mr. Dayala, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 januari 2008, waarbij de officier van justitie, mr. Reinders, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

[slachtoffer] heeft opgelicht, danwel een geldbedrag van hem heeft verduisterd.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis wordt gehecht.

4.2 De bewijsoverwegingen

De officier van justitie heeft betoogd dat de [slachtoffer] in totaal € 41.200,- heeft overgemaakt aan verdachte, nadat verdachte op meerdere tijdstippen aan hem heeft aangegeven dat zij dit bedrag nodig had voor plastische chirurgie. Voor dit doel heeft de [slachtoffer] het geld aan haar overgemaakt. Nu verdachte slechts een bedrag van

€ 8.500,- aan plastische chirurgie heeft besteed en de rest heeft opgemaakt onder andere aan casinobezoeken, een plasma tv en een computer, acht de officier van justitie verdachte schuldig aan oplichting. Voorst speelt nog mee dat verdachte bij de politie heeft verklaard dat zij wist dat het geld niet voor deze zaken was bedoeld en dat dit niet de afspraak was. Zij is met geld van de [slachtoffer] naar het casino gegaan in de hoop zijn geld, dat ze al had uitgegeven, terug te verdienen. Tot slot heeft de officier van justitie aangevoerd dat de [slachtoffer] als kwetsbaar en als makkelijk te overreden moet worden beschouwd en dat verdachte daarvan misbruik heeft gemaakt.

Zij acht verdachte schuldig aan oplichting. Het gegeven dat zij in een later stadium alsnog een of meerdere operaties heeft ondergaan, doet hier niet aan af.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Er is geen sprake geweest van oplichting. De [slachtoffer] heeft vrijwillig en vrijgevig dit geld aan verdachte gegeven. Voorts ontbrak bij verdachte het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen.

De rechtbank is van oordeel dat er een afspraak is geweest tussen verdachte en de [slachtoffer], doch dat verdachte aan deze afspraak een andere invulling heeft gegeven, zonder nader overleg met hem. De [slachtoffer] heeft aangeboden de plastische chirurgie voor verdachte te betalen. Verdachte heeft vervolgens op meerdere tijdstippen contact opgenomen met hem met het verzoek geld aan haar over te maken voor de behandeling in de kliniek, bijvoorbeeld terzake liggeld. Verdachte heeft het geld vervolgens niet gebruikt voor de behandeling in de kliniek, zij heeft, zoals de officier van justitie heeft aangegeven dit geld onder andere in het casino opgemaakt.

Ook de rechtbank is van oordeel dat de persoonlijke omstandigheden van de [slachtoffer] mee spelen. De rechtbank beschouwt de [slachtoffer] als een makkelijk slachtoffer. Hij krijgt wekelijks een medicijnendepot toegediend en staat onder psychiatrische behandeling, zo blijkt uit zijn verklaring ter zitting. De [slachtoffer] en zijn broer [van slachtoffer] hebben met de bank de afspraak gemaakt [slachtoffer] bij de bank als het ware onder curatele is geplaatst. Op het moment dat de bank heeft waargenomen dat er een aantal ongebruikelijke transacties plaatsvonden, heeft zij [van slachtoffer] hiervan in kennis gesteld.

Ook ter zitting heeft de [slachtoffer] geen blijk gegeven van een kritische houding. Ter zitting heeft hij aangegeven dat hij niet meer precies weet hoeveel geld hij heeft overgemaakt aan verdachte. Hij heeft geschat dat het ongeveer15.000 gulden was. In werkelijkheid gaat het om € 41.200,-.

De rechtbank acht bewezen dat verdachte door een listige kunstgreep en door een samenweefsel van verdichtsels de [slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag. Verdachte heeft hem bewogen het geld telkens op haar rekening te storten en niet op de rekening van de kliniek waar zij zou worden behandeld. Op deze manier heeft zij steeds vrijelijk over het geld kunnen beschikken. Verdachte heeft de [slachtoffer] en zijn broer [van slachtoffer] verteld dat zij werkzaam is als hoofd van een afdeling in het ziekenhuis. Ter zitting heeft verdachte aangegeven slechts gezegd te hebben dat zij van huis uit verpleegkundige is. De rechtbank acht dat echter niet aannemelijk nu zij in een telefoongesprek met [van slachtoffer] heeft gezegd dat ze op tijd naar bed moest, omdat ze de dag er na weer vroeg zou moeten werken. Zij heeft voorts gezegd dat ze uit hoofde van haar beroep al veel mensen heeft doorgestuurd naar deze kliniek en dat zij daar korting zou krijgen. Voorts heeft zij steeds bedragen doorgegeven aan de [slachtoffer] die zij in een informatiefolder heeft zien staan. Nergens blijkt uit dat de kosten van de operaties in werkelijkheid ruim € 40.000,- zouden bedragen. Ook het bedrag van € 1.000,- dat de [slachtoffer] samen met verdachte heeft gepind en aan haar heeft overhandigd, is door oplichting verkregen. Ook dit bedrag is immers onder dezelfde omstandigheden verkregen.

Nu verdachte het geld onder deze omstandigheden heeft verkregen en het geld vervolgens niet voor plastische chirurgie heeft aangewend, acht de rechtbank verdachte schuldig aan oplichting van de [slachtoffer].

4.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

zij in de periode van 1 april 2006 t/m 13 juli 2006 te Steenbergen en/of te

Amsterdam en op meer plaats(en) in Nederland, met het

oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen listige kunstgre(e)p en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 42.200 Euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -opzettelijk listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid:

- [slachtoffer] voorgehouden dat zij als hoofd van een afdeling in

een ziekenhuis werkzaam was en/of;

- dat zij plastische chirurgie

wilde ondergaan en daartoe afspraken met meerdere klinieken en kosten had

gemaakt en/of;

- steeds heeft aangegeven aanvullende geldbedragen nodig te hebben voor

nieuwe cosmetische ingrepen,

waardoor [slachtoffer] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft kennelijke schrijf- en/of taalfouten verbeterd. De verdachte is hierdoor niet in haar belangen geschaad.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voor het primair tenlastegelegde gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf van 100 uur, te vervangen door 50 dagen hechtenis.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft terzake de straf geen verweer gevoerd.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft de [slachtoffer], die zij nog maar zeer korte tijd kende, bewogen tot afgifte van € 42.200,-. Een bedrag van € 41.200,- heeft zij hem laten overmaken naar haar rekening voor vermeende operaties en € 1.000,- heeft hij voor haar gepind.

De rechtbank neemt het verdachte bijzonder kwalijk dat zij op geen enkele manier berouw heeft getoond. Verdachte heeft aangegeven dat zij recht heeft op dat geld omdat de [slachtoffer] dit haar heeft gegeven en zij nu wel de eerder voorgenomen operaties uitvoert. Zij ziet niet in dat zij misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen en de vrijgevigheid van de [slachtoffer], alsmede van zijn kwetsbaarheid. De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

Alles afwegend komt de rechtbank tot de conclusie dat voor de bewezenverklaarde oplichting kan worden volstaan met een werkstraf van 80 uur.

Wel ziet de rechtbank aanleiding ook een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij vordert een schadevergoeding van € 25.200,- voor de oplichting.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 17.700,- een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde acht zij tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

De rechtbank is tot dit bedrag gekomen door het totale bedrag van € 42.200,- dat verdachte van de [slachtoffer] heeft verkregen te verminderen met het bedrag dat verdachte van het geld [slachtoffer] aan plastische chirurgie heeft uitgegeven, te weten € 8.500,-. Van het restant is een bedrag van € 16.000,- afgetrokken. Dit bedrag is in beslag genomen onder verdachte en reeds terugbetaald [slachtoffer]

Voor het overige acht de rechtbank het gevorderde bedrag onvoldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de benadeelde partij daarom voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 27, 36e, 36f en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

primair: oplichting;

- verklaart verdachte strafbaar;

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 80 uren;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 weken, voorwaardelijk met een

proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter

tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig

maakt aan een strafbaar feit;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende

hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt

gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 17.700,-

en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het tijdstip dat het feit gepleegd is

tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten

behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en

bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer], € 17.700,- te betalen, bij niet betaling te vervangen door 118 dagen

hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de

betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de

benadeelde partij vervalt en omgekeerd. (BP.04)

Dit vonnis is gewezen door mr. De Bruijn, voorzitter, mr. Alferink en

mr. Van den Hombergh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Klootwijk,

griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 12 februari 2008.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

zij in of omstreeks 1 april 2006 t/m 13 juli 2006 te Steenbergen en/of te Amsterdam, in elk geval op een of meer plaats(en) in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 42.200 Euro, althans een geldbedrag van 33.700 Euro in elk geval van enig

goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- [slachtoffer] voorgehouden dat zij als hoofd van een afdeling in een

ziekenhuis werkzaam was en/of;

- dat zij zich ongelukkig voelde met haar uiterlijk en plastische chirurgie wilde ondergaan

en daartoe afspraken met meerdere klinieken en kosten had gemaakt en/of;

- steeds heeft aangegeven aanvullende geldbedragen nodig te hebben voor nieuwe

cosmetische ingrepen,

waardoor [slachtoffer] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2006 t/m 13 juli 2006 te Roosendaal en/of te Amsterdam, in elk geval op een of meer plaats(en) in Nederland en/of in Duitsland, opzettelijk een geldbedrag van 33.700 Euro, althans een geldbedrag van 17.700 Euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als schenking ten behoeve van het ondergaan van een of

meer (plastisch) chirurgische ingrepen, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht