Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC4501

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
07-02-2008
Datum publicatie
18-02-2008
Zaaknummer
02-811308-06
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2012:BW7042, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie (doel, productie van amfetamine), het opzetten en draaien van een lab in België en het witwassen van de daarmee verdiende gelden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/811308-06

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 7 februari 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren [datum en plaats]

wonende [adres],

raadsman mr. J.H.L.C.M. Kuijpers, advocaat te ’s-Hertogenbosch.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 januari 2008, waarbij de officier van justitie, mr. Zonneveld, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het wetboek van strafvordering. Deze is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: lid was van een criminele organisatie;

feit 2: met anderen gedurende ruim anderhalf jaar amfetamine en/of MDMA heeft bereid en daarin heeft gehandeld;

feit 3: met anderen op 29 augustus 2006 in België MDMA, amfetamine en XTC-pillen in bezit had;

feit 4: met anderen heeft voorbereid en heeft gezorgd dat in een laboratorium in België amfetamine en/of MDMA werd geproduceerd;

feit 5: met anderen in Nederland en België zonder vergunning chemicaliën in bezit heeft gehad;

feit 6: van misdrijf afkomstig geld heeft witgewassen;

feit 7: op 29 augustus 2006 23 patronen van een vuurwapen in bezit had.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten 1 t/m 5 (mede) heeft begaan en baseert zich daarbij op het navolgende.

= De ontmanteling van een laboratorium op 29 augustus 2006 in het pand Vogelweide 1 te Klein Horendonk (B) en de daar aangetroffen synthetische drugs;

= De bekennende verklaringen van [mededader 1], welke als de laborant van de organisatie kan worden beschouwd;

= De omstandigheid dat die verklaringen worden gesteund door observaties, een geplaatst peilbaken en de bij de organisatie aangetroffen communicatiemiddelen (buzzers en GSM’s);

= De verklaringen van [mededader 2] en [mededader 3], welke de verklaringen van [mededader 1] op essentiële punten ondersteunen;

= De bij de verdachten en bij anderen aangetroffen goederen, alsmede

= De technische onderzoeken.

De officier van justitie acht eveneens bewezen dat verdachte geld heeft witgewassen, gelet op de bij hem aangetroffen (vreemde) valuta in samenhang met de verklaring van [mededader 1].

Tot slot acht de officier van justitie ook het voorhanden hebben van patronen van een vuurwapen (feit 7) bewezen.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de feiten 1 t/m 5 kan komen. De raadsman wijst daarbij op het volgende.

Het voorhanden bewijs is alleen afkomstig van de verklaringen van [mededader 1], maar deze heeft belastende verklaringen afgelegd om daarmee zichzelf te ontlasten. Niet verdachte en [verdachte] zijn de initiatoren, maar [mededader 1] zelf. Deze was al eerder in een ander onderzoek (genaamd Fox) naar de productie van synthetische drugs bekend geworden en het was juist [mededader 1] die veel geld aan die productie verdiende, aldus de raadsman.

De verklaringen van [mededader 1] zijn dus niet betrouwbaar. Bovendien vinden zij geen steun in de overige bewijsmiddelen, nu [mededader 1] de waarnemingen uit observaties en geplaatste peilbakens “inkleurde”. Zonder die inkleuring had het hele onderzoek tot niets geleid.

[mededader 1] heeft dus aantoonbaar gelogen en gemanipuleerd en zijn verhaal vindt geen steun in objectieve bewijsmiddelen. Er dient dus vrijspraak te volgen voor de feiten 1 t/m 5.

Voor het aangetroffen geld heeft verdachte een afdoende verklaring. Dit was volgens de raadsman afkomstig van zijn bedrijf. Ook hiervoor bepleit de raadsman vrijspraak.

Met betrekking tot de aangetroffen patronen heeft de verdediging geen verweer gevoerd.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

Gelet op hetgeen in deze zaak of in een van de daarmee samenhangende zaken naar voren is gebracht over de betrouwbaarheid van de verklaring van [mededader 1], heeft de rechtbank bij de beoordeling van de diverse zaken allereerst in het bijzonder daaraan aandacht besteed.

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van [mededader 1] op veel punten door andere bewijsmiddelen wordt ondersteund. Daarbij constateert de rechtbank dat [mededader 1] over diverse zaken die het laboratorium in België en daarmee samenhangende zaken betreffen, heeft verklaard zonder dat hij wist welke bewijzen er precies tegen hem en zijn mededaders lagen.

De rechtbank noemt uit de vele bewijsmiddelen die de verklaring van [mededader 1] ondersteunen, de volgende:

- De afleveringen die [mededader 1] met zijn Toyota [kenteken] in Harderwijk heeft gedaan, volgens hem in opdracht van [verdachte], worden bevestigd door 3 observaties in Harderwijk, waarbij 2x is gezien dat [mededader 1] een witte zak uit zijn auto heeft genomen.

- [mededader 1] verklaart dat hij het pand aan de Vogelweide in België al had gehuurd ruim voordat de productie door hem eind 2005/begin 2006 werd begonnen en dat hij de aceton en de methanol voor de productie aangeleverd kreeg van [mededader 2]. Dat onderdeel vindt steun in de verklaring van [mededader 2] dat hij begin 2006 met de levering van aceton aan [mededader 1] is begonnen.

- Hetgeen [mededader 2] verklaart over de afleverplaatsen, stemt overeen met wat [mededader 1] daarover verklaart.

- De aanwezigheid van [mededader 5] bij de aflevering van aceton en methanol wordt bevestigd door [mededader 2].

- De verklaring van [mededader 1] dat hij één keer aceton heeft opgehaald bij [mededader 2] thuis, wordt, na een ontkenning door [mededader 2], in 2e instantie door [mededader 2] bevestigd.

- Dat er bij Woestenberg wel eens een auto werd gehuurd, wordt bevestigd door [mededader 2], die verklaart dat op verzoek van [verdachte] te hebben gedaan.

- Dat een ander dan [mededader 1] degene is die opdrachten gaf inzake de levering van aceton en methanol, wordt bevestigd door [mededader 2], die verklaart dat hij van een ander dan [mededader 1] opdracht kreeg om grondstoffen te leveren.

- De verklaring van [mededader 1] dat [verdachte] en [mededader 4] bij het laboratorium betrokken zijn, wordt voor wat betreft [verdachte] bevestigd door de observaties en door de gegevens naar voren komend uit het geplaatste baken. Uit de gegevens van het baken blijkt dat de Toyota van [mededader 1] kort voor en na een rit naar de Vogelweide in België, werd gezien bij het adres van [verdachte], terwijl tijdens de observaties werd gezien dat [mededader 1] bij [verdachte] naar binnen ging.

- Voor wat betreft [mededader 4] wordt zijn betrokkenheid onder andere bevestigd door de observatie op 8 juni, waarbij wordt geconstateerd dat er 7 plastic vuilniszakken worden overgeladen van de Toyota van [mededader 1] in een Mercedes Vito, waarvan [mededader 4] op dat moment de bestuurder was.

- De door [mededader 1] beschreven wijze van aflevering van het gereed product in grijze vuilniszakken stemt overeen met de observatie op 8 juni 2006.

- De aflevering volgens [mededader 1] van producten op de camping waar [mededader 3] verbleef, vindt steun in de gegevens verkregen van het geplaatste baken.

- De verklaring van [mededader 1] dat [mededader 3] goederen voor het laboratorium opsloeg op adressen van familie van [getuige], vindt steun in de verklaring van

[getuige 2] dat [mededader 3] gedurende de maanden juni of juli 2006 de beschikking

had over een sleutel van de poort van het toegangshek en de garage bij hun woning

aan de [adres] en in de gegevens van het geplaatste baken, waaruit blijkt

dat de Toyota van [mededader 1] op 3 juli bij voornoemd adres heef stilgestaan.

- Dat [mededader 5] weet heeft gehad van het laboratorium in België wordt bevestigd door zijn verklaring op 25 juni 2007, waarin hij zegt: “Ik ben wel eens in de kelder geweest maar daar wens ik niet over te praten” en vindt steun in de observaties, waaruit blijkt dat hij met [mededader 1] naar de Vogelweide ging toen de productie daar al aan de gang was.

- Het gebruik van buzzers door [mededader 1] en de mededaders vindt steun in de bij enkele van de mededaders van [mededader 1] aangetroffen buzzers en in de bij hen gevonden briefjes waarop de afkortingen staan die door [mededader 1] worden genoemd. Verder in de verklaringen van [mededader 5] en [verdachte] dat zij de bij hen aangetroffen buzzer van [mededader 1] hebben gekocht of gekregen. Tenslotte in de verklaringen afgelegd over de door de mededaders van [mededader 1] gebruikte bijnaam of de wijze van uitspreken van hun naam, die overeenstemt met de op notities aangetroffen afkortingen.

Hieruit en uit ander ondersteunend bewijs blijkt dat de verklaring van [mededader 1] zowel op detail als op hoofdlijnen aansluit bij de aanwezige bewijsmiddelen

Hiernaast neemt de rechtbank in haar overweging mee dat [mededader 1] niet van meet af aan [verdachte], [mededader 4], [mededader 3] en [mededader 5] als betrokkenen bij het lab heeft aangewezen, maar eerst in de loop van de verhoren in toenemende mate is gaan verklaren over de rol van elk van hen. Daarbij heeft [mededader 1] niet steeds alle verdachten in gelijke mate beschuldigd, maar een duidelijk onderscheid in de diverse rollen gemaakt.

Dat heeft hij ook gedaan op momenten dat hij alle mededaders als betrokken bij een bepaalde handeling had kunnen noemen. [mededader 1] was er naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet op uit alle mededaders zoveel als mogelijk bij het laboratorium te betrekken en hun aandeel daarin zo groot mogelijk af te schilderen. De rechtbank noemt als voorbeelden:

- De aangetroffen container aan de [adres];

- De aanwezigheid van de mededaders in het laboratorium.

Daarbij is steeds specifiek aangeven welke mededader erbij betrokken was.

Dit sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat [mededader 1] naar waarheid heeft verklaard nu hij daarmee op bepaalde momenten zijn mededaders ook heeft ontlast.

Dat deze verklaring door [mededader 1] zou zijn afgelegd omdat hij ruzie had met [verdachte] of omdat hij [mededader 4] niet mocht, acht de rechtbank gelet op de daarvoor door de mededaders aangevoerde reden niet geloofwaardig. Bovendien is niet te begrijpen waarom [mededader 1] dan over de rol van elk van hen heeft verklaard zoals hij heeft gedaan en ook wordt daarmee niet verklaarbaar waarom [mededader 1] ook [mededader 3] heeft beschuldigd.

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank de totale verklaring van [mededader 1] betrouwbaar en geloofwaardig. De rechtbank zal de verklaring dan ook in haar geheel gebruiken voor het bewijs. Op grond daarvan en op grond van de aanwezige bewijsmiddelen waarvan er een aantal hiervoor zijn weergegeven, acht de rechtbank de feiten 1 t/m 5 wettig en overtuigend bewezen.

Ook feit 6 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen. Verdachte bleek een ongebruikelijk bedrag aan vreemde valuta en aan Euro’s voorhanden te hebben en heeft de herkomst daarvan onvoldoende kunnen verklaren. Dit in samenhang met de verklaring welke [mededader 1] heeft afgelegd over het vele criminele geld dat verdachte had en de omstandigheid dat de verklaring van de echtgenote van verdachte niet strookt met de aangetroffen bedragen acht de rechtbank voldoende om verdachte te beschouwen als witwasser van crimineel geld.

Feit 7 wordt door verdachte erkend en kan dus eveneens bewezen worden verklaard.

4.4 De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis wordt gehecht.

4.5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006 in Nederland en in Klein Horendonk (België), tezamen en in vereniging met anderen, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen verdachte en[mededader 4] en[mededader 3] en [mededader 2] en N. [mededader 5], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren van middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs) en

- het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen in verband met het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren van middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs) ;

2.

op tijdstippen in de periode van 17 december 2004 tot 29 augustus 2006 te Klein Horendonk (België) en binnen het arrondissement Breda, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, handelshoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of MDA, zijnde amfetamine en MDMA en MDA middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I ;

3.

op 29 augustus 2006 te Klein Horendonk (te België), tezamen en in vereniging met anderen, (in een perceel aan de Vogelweide 1) opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 150 kilogram van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en ongeveer 30 kilogram van een materiaal bevattende amfetamine en ongeveer 3500 tabletten van een materiaal bevattende MDMA ,

zijnde MDMA en MDA en amfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I ;

4.

op tijdstippen in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en op andere plaatsen in Nederland en te Klein Horendonk (België), tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs) voor te bereiden en/of te bevorderen

- (telkens) een of meer anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en

- zich en anderen (telkens) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen, en

- (telkens) voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en diens mededader(s) wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die delicten;

immers hebben verdachte en zijn mededaders op tijdstippen in voornoemde pleegperiode en op voornoemde pleegplaatsen

- een vakantiehuis uitgezocht en geld gegeven om de huur voor dat huis te betalen en geld gegeven om aceton te kopen en

- contacten gelegd en/of onderhouden (telefonisch en/of in persoon) met andere personen in Nederland in zake de productie en/of verkoop en/of afname en/of levering van hoeveelheden (synthetische) harddrugs en in zake de voor productie van (synthetische) harddrugs benodigde grondstoffen, en

- de aan- en/of verkoop en/of levering(en) van grondstoffen benodigd voor de productie van (synthetische) harddrugs,

- grondstoffen ((te Klein Horendonk) aceton en/of zoutzuur en/of methanol en/of zwavelzuur en/of (te Sprundel) natriumboorhydride en/of mierenzuur en/of zwavelzuur en/of PMK) en/of apparatuur (te Klein Horendonk) 10 diepvriezers en/of diverse vaten en/of een vacuümmachine en/of een weegschaal en/of een centrifuge en/of (te Sprundel) jerrycans en/of een buchnertrechter en/of zandbodemkolf en/of een vacuümfles en/of frituurpannen) voor de productie van (synthetische) harddrugs voorhanden gehad, waarvan hij, verdachte, en zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die delicten;

5.

niet zijnde een houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën of niet zijnde een persoon of instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, op tijdstippen in de periode van 17 december 2004 tot en met 21 februari 2006 in Nederland en/of België, tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk voorhanden hebben gehad een hoeveelheid fenyl-2-propanon, (synoniem van BMK) en een hoeveelheid 3,4-Methyleendioxyfenylpropan-2-on (synoniem van PMK), zijnde voornoemde stoffen geregistreerde stoffen van categorie 1 van bijlage I bij de richtlijn 92/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 december 1992, als genoemd in artikel 1 eerste lid onder b van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën;

enhij, als marktdeelnemer, op tijdstippen in de periode van 22 februari 2006 tot en met 29 augustus 2006 in Nederland en/of België tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een geregistreerde stof van categorie I van bijlage 1 van de Verordening nr. 273/2004 van het Europese Parlement en de Raad, te weten 3,4-Methyleendioxyfenylpropan-2-on (synoniem van PMK) en fenyl-2-propanon (synoniem van BMK), zonder een door de bevoegde instanties afgegeven vergunning, in hun bezit heeft gehad en/of in de handel heeft gebracht.

6

in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006, te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, 19.820 Engelse ponden, 180 Schotse ponden en 27.856 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

7.

op 29 augustus 2006 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, voorhanden heeft gehad 23 patronen (merk Fiocchi, kaliber 9 mm Luger), zijnde munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht, te weten de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 9 jaar.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, zo de feiten al bewezen kunnen worden verklaard, een lagere straf bepleit.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Verdachte was in een periode van bijna 2 jaar betrokken bij een criminele organisatie, welke organisatie zich bezig hield met (een deel van) de productie van synthetische drugs. De productie vond plaats in een chalet te Klein Horendonk, in België. Verdachte had daar met medeverdachten een drugslaboratorium ingericht waar basis olie werd aangeleverd, welke werd gemengd, waarna met behulp van vriezers en na droging mdma-poeder of amfetaminepoeder ontstond. De poeder werd afgevoerd waarna (vermoedelijk) op een andere plaats daarvan (XTC-)pillen werden gemaakt.

Naar het oordeel van de rechtbank had verdachte, evenals medeverdachte [mededader 4], een coördinerende rol in en rondom het productieproces. Hij onderhield de (externe) contacten en zag er op toe dat de uitvoering van ieders taken zo goed mogelijk verliep. Hij regelde en financierde de grondstoffen. Bovendien zorgde hij er voor dat het afval van het laboratorium in België werd weggewerkt. Met zijn handelen ging hij voorbij aan de meldingsplicht die geldt volgens Europese Verordeningen terzake van het vervoeren van geregistreerde stoffen die kunnen worden aangewend voor de illegale vervaardiging van synthetische drugs.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen van criminele gelden en aan het voorhanden hebben van een hoeveelheid munitie.

De rechtbank rekent verdachte het bewezenverklaarde zwaar aan. Hij heeft slechts uit winstbejag gehandeld, zonder rekening te houden met mogelijke nadelige effecten voor anderen. Uit medisch onderzoek blijkt dat er voor de gebruikers van XTC-tabletten een ernstig gevaar voor de gezondheid bestaat. De stof MDMA, zie zich meestal in XTC-tabletten bevindt, leidt tot afbraak van serotonine, welke een belangrijke rol in het centrale zenuwstelsel speelt voor de regulering van diverse lichaamsfuncties.

Zo worden orgaanfuncties mogelijk uitgeschakeld en kan aantasting van het lange termijn geheugen plaatsvinden. Van de inname van amfetamine is bekend dat het de weerstand van het lichaam negatief beïnvloedt en dat eveneens lichaamsfuncties kunnen worden aangetast.

Niet alleen voor de gebruikers van synthetische drugs, maar ook voor anderen brengt de productie hiervan risico’s met zich mee. De rechtbank wijst daarbij op de reële kans van ontploffingsgevaar, dat kan optreden bij de ondeskundige verwerking van diverse chemicaliën in een illegaal drugslaboratorium, in dit geval in België. Dit levert met name een aanzienlijk gevaar op voor de directe omwonenden van een dergelijk laboratorium. Veelvuldig wordt ook schade aan het milieu veroorzaakt door de bij de productie vrijkomende chemische afvalstoffen, die in het riool of elders worden gedumpt.

Ten aanzien van het witwassen overweegt de rechtbank dat een dergelijk misdrijf een ontwrichtende werking heeft op het economisch verkeer.

Alle feiten, met uitzondering van het bezit van patronen, houden verband met de drugshandel. Ten aanzien van de feiten 4 en 5 geldt dat sprake is van eendaadse samenloop, terwijl deze feiten in zodanig verband staan met de feiten 2 en 3 dat moet worden gesproken van een voortgezette handeling, hetgeen ertoe leidt dat slechts de strafbepalingen van de laatstgenoemde 2 feiten worden toegepast.

Nu een persoonlijkheidsrapportage niet aanwezig is, heeft de rechtbank de persoonlijke omstandigheden in aanmerking genomen die ter terechtzitting aan de orde zijn gekomen.

Alles overwegende, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Zij zal echter een lagere gevangenisstraf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, gezien de straffen die doorgaans in vergelijkbare zaken worden opgelegd.

De rechtbank acht geen termen aanwezig om, nu de voorlopige hechtenis inmiddels is geschorst, deze schorsing in afwachting van een definitieve uitspraak op te heffen.

7 Het beslag

7.1 De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat de feiten zijn begaan of voorbereid met behulp van deze voorwerpen.

Verder zijn deze voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan

in strijd is met de wet en/of het algemeen belang.

13 13B 1.00 stuk glas

1401-1 / spiraalvormig glas

14 14B 2.00 doos

1202-5 / dozen met anabole steroïden en hormonen

15 15B 2 stuks papier

Vodafone

1301-2 / 2 pukcodes van Vodafone in computerkastje

17 17B 1 stuk hashish kleur wit

1303-4/plak verpakt in witte plastic zak/in computerkastje

22 22B 1doos -

2301-1/lege videodoos gevuld met gele capsules

29 29B 1 doos

2205-1/doosje + munitie merk Fiocchi9 luger 23 stuks

30 30B 1 stuk glas

2205-2/glazen fles met "olie"

40 40B 2 stuks verdovende middelen

Andriol

1303-4/ 2 doosjes doping merk Andriol

46 46B 1 stuk centrifuge

1500-1/in niet afgesloten schuurtje/berging tuin

53 12B 1 stuk weegschaal

Üwe DM3 0K

elektronische weegschaal

54 3E 2 stuks vaten

vaten van 25 liter met daarin geelkleurige vloeistof

55 20F 1 stuk trechter

Bugner kunststof

14.1 / trechter met losse linnen doek (zie 14.1.A)

56 21F 1 stuk linnen

14.1.A / linnen doek (gebruikt als filter)

57 67F 1 stuk zak (verpakkingsmateriaal)

plastic

32.5 / inhoudende een kleine hoeveelheid op amfetamine gelijkend

58 69F 1 paar handschoenen

linnen

32.7

59 76F 1 stuk zak (verpakkingsmateriaal)

grip

35.1 / een hoeveelheid zakken 50x50 cm

60 82F 1 stuk zak (verpakkingsmateriaal)

vacuüm

35.7 / een hoeveelheid zakken 20x30 cm

61 84F 1 stuk weegschaal

Tamita elektronis

37 / tiptoets

62 85F 1 paar handschoenen

rubberen

38 / gebruikt

63 90F 1 stuk zak (verpakkingsmateriaal) kleur blauw

plastic

40.1 / inhoud ca. 300 gram op XTC-tabletten, met Mitsubishi logo

65 93F 1stuk zak (verpakkingsmateriaal)

plastic

40.4 / vacuümzakje met wit op amfetamine gelijkend

66 94F 1 stuk zak (verpakkingsmateriaal)

plastic

40.5 / vacuümzakje met wit op amfetamine gel

67 2 dozen

14B/1202-5/dozen met anabole steroïden en hormonen

68 1 doos

22B/2301-1/lege videodoos gevuld met gele capsules

69 2 dozen

40B/1303-4/doosjes doping merk Andriol in buffetkast

7.2 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

47 47B 1 stuk gasfles

1500-1/1.60 meter hoog, inhoud Argon-waterstof

64 92F 1 stuk kassabon

40.3 / d.d. 24-1-2006 van de Free Recordshop

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 47, 55, 56, 57, 91, 140 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 10 10a, 13 en 14 van de Opiumwet, de artikelen 2 en 25 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, de artikelen 5 en 25 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (oud), de artikelen 1, 2, 6 en 87 van de Wet op de Economische delicten, en de artikelen 26, 55, 56 en 60 van de Wet Wapens en Munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

- Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de

Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 3: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de

Opiumwet gegeven verbod;

feit 4: medeplegen van een feit, bedoeld in het derde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

voorbereiden of bevorderen door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben,

waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

feit 5: overtreding van artikel 5 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (oud), terwijl

het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, opzettelijk begaan, en

overtreding van artikel 2 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, terwijl het

feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, opzettelijk begaan,

meermalen gepleegd;

feit 6: witwassen;

feit 7: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer van de onder 7.1 genoemde inbeslaggenomen voorwerpen;

- gelast de teruggave aan verdachte van de onder 7.2 genoemde inbeslaggenomen voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Tempelaar en mr. Schoenmakers, rechters, in tegenwoordigheid van Mertens, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 februari 2008.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

1.

hij op meerdere althans (een) tijdstip(pen) in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans in Nederland en/of in Klein Horendonk, althans in Belgie, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband tussen verdachte en[mededader 5] en/of [.] [mededader 3] en[mededader 2] en/of [mededader 2] en/of N. [mededader 5], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:

- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs)(artikel 2 van de Opiumwet) en/of

- het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen in verband met het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren en/of aanwezig hebben van (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs) (artikel 10a van de Opiumwet);

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006 te Klein Horendonk, althans in België en/of binnen het arrondissement Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of

meerdere handelshoeveelheden, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of MDA, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of MDA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 29 augustus 2006 te Klein Horendonk (te België), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (in een perceel aan de Vogelweide 1) opzettelijk aanwezig heeft gehad vloeistoffen en/of poeders en/of tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of MDA en/of amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en/of op andere plaatsen in Nederland en/of te Klein Horendonk, althans in Belgie, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I (synthetische harddrugs) voor te bereiden en/of te bevorderen

- (telkens) een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of een of meer anderen (telkens) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen, en/of

- (telkens) voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en);

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks voornoemde pleegperiode en op voornoemde pleegplaats(en)

- een vakantiehuis uitgezocht en/of geld gegeven om de huur voor dat huis te betalen en/of geld gegeven om aceton te kopen en/of

- contacten gelegd en/of onderhouden (telefonisch en/of in persoon) met een of meer andere personen in Nederland en of in het buitenland inzake de productie en/of verkoop en/of afname en/of levering van (een) hoeveelhe(i)d(en) (synthetische) harddrugs en/of inzake de voor productie van (synthetische) harddrugs benodigde grondstoffen, althans aceton en/of zoutzuur en/of methanol en/of zwavelzuur en/of materialen en/of

- de aan- en/of verkoop en/of levering(en) van een grondstof(fen) benodigd voor de productie van (synthetische) harddrugs, althans aceton en/of zoutzuur en/of methanol en/of zwavelzuur opgehaald en/of weggebracht

- grondstoffen ((te Klein Horendonk) aceton en/of zoutzuur en/of methanol en/of zwavelzuur en/of (te Sprundel) natriumboorhydride en/of mierenzuur en/of zwavelzuur en/of PMK) en/of apparatuur (te Klein Horendonk) 10 diepvriezers en/of diverse vaten en/of een vacuummachine en/of een weegschaal en/of een centrifuge en/of (te Sprundel) jerrycans en/of een buchnertrechter en/of zandbodemkolf en/of een vacuumfles en/of een of meer frituurpan(nen)) voor de productie van (synthetische) harddrugs voorhanden gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en);

5.

hij, niet zijnde een houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën en/of niet zijnde (een) perso(o)n(en) of instelling(en) als bedoeld in artikel 4 van de Wet voorkoming misbruik chemicaliën, op een of meer tijdstip(pen in de periode van 17 december 2004 tot en met 21 februari 2006 in Nederland en/of Belgie, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet (telkens) opzettelijk voorhanden heeft/hebben gehad een (grote) hoeveelheid fenyl-2-propanon, (synoniem van BMK) en/of een (grote) hoeveelheid 3,4-Methyleendioxyfenylpropan-2-on (synoniem van PMK), (elk) zijnde voornoemde stof(fen) een geregistreerde stof van categorie 1 van bijlage I bij de richtlijn 92/109/EEG van de Raad van de Europese gemeenchappen van 14 december 1992, als genoemd in artikel 1 eerste lid onder b van de Wet voorkoming misbruik chemicalien;

en/of

hij, als marktdeelnemer, op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 22 februari 2006 tot en met 29 augustus 2006 in Nederland en/of Belgie tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, een geregistreerde stof van categorie I van bijlage 1 van de Verordening nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad, te

weten 3,4-Methyleendioxyfenylpropan-2-on (synoniem van PMK) en/of fenyl-2-propanon (synoniem van BMK), zonder een door de bevoegde instanties afgegeven vergunning, in zijn bezit heeft gehad en/of in de handel heeft gebracht.

6.

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 17 december 2004 tot en met 29 augustus 2006, te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,, althans in Nederland, (een) voorwerp(en), te weten 19.820 Engelse ponden, 180 Schotse ponden en 27.856 euro (althans 800 euro en 3.900 euro en 22.656,15 euro en 500 euro), althans (een) geldbedrag(en), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten dat/die geldbedrag(en), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

7.

hij op of omstreeks 29 augustus 2006 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, voorhanden heeft gehad 23 patronen (merk Fiocchi, kaliber 9 mm Luger), in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie II en/of III;