Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC4336

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
23-01-2008
Datum publicatie
14-02-2008
Zaaknummer
162633 HA ZA 06-1205
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

Team handelsrecht

zaaknummer / rolnummer: 162633 / HA ZA 06-1205

Vonnis van 23 januari 2008

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADIDAS LOGISTIC SERVICES BV,

gevestigd te Moerdijk,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADIDAS INTERNATIONAL TRADING BV,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen,

procureur mr. R.A.H. Post,

advocaat mr. J.C. van Zuethem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DSV ROAD B.V. voorheen FRANS MAAS EXPEDITIE B.V. HODN FRANS MAAS WADDINXVEEN,

gevestigd te Venlo,

2. de rechtspersoon naar het recht van harer vestiging FRANS MAAS (UK) LIMITED,

gevestigd te Norfolk,

gedaagden,

procureur mr. E.C.M. Wagemakers,

advocaat mr. C.P. ten Bruggencate.

Partijen zullen hierna Adidas Logistic Services, Adidas International Trading, DSV, en Frans Maas (UK) genoemd worden. Eiseressen worden gezamenlijk aangeduid als Adidas c.s. (enkelvoud) en gedaagden gezamenlijk als gedaagden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de akte houdende overlegging producties, genummerd 1 tot en met 3;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek, met 4 producties, genummerd 4 tot en met 7;

- de conclusie van dupliek.;

- de akte overlegging producties van de zijde van Adidas d.d. 17 april 2007, met 3 producties, genummerd 8 tot en met 10;

- het proces-verbaal van de zitting van 17 april 2007, waaruit blijkt dat mrs. Van Zuethem en Ten Bruggencate hebben gepleit overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnota’s, welke daaraan zijn gehecht.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Adidas vordert, na vermindering van eis ter zitting van 17 april 2007, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagden tot betaling van de som van euro 50.848,97 vermeerderd met 5% rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure.

2.2 Gedaagden voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1 Tussen partijen staan de volgende feiten in rechte vast:

a. Adidas Logistic Services heeft DSV opdracht verstrekt tot het vervoer van een lading sportkleding op of omstreeks medio februari 2005. Blijkens de te Moerdijk opgemaakte CMR vrachtbrief van 18 februari 2005 heeft DSV de zending in ontvangst genomen en dienden 24 pallets met daarop 595 dozen te worden vervoerd van afzender Adidas Logistic Services te Moerdijk, Nederland, naar ICM Ltd. c/o CHD Logistics, Alconbury Airfield, Huntingdon Cambs, Engeland.

b. Uit de door Frans Maas opgemaakte delivery note van 22 februari 2005 (productie 2 bij conclusie van eis) blijkt dat de totale zending 6.750 kilogram betreft en dat de te vervoeren goederen onder “description of goods” worden omschreven als “general goods”.

c. DSV heeft het transport uitbesteed aan Frans Maas (UK). Frans Maas (UK) heeft voor het feitelijk vervoer over de weg in Engeland de firma Orchard te Dublin, Ierland, ingeschakeld. Diens chauffeur [M.] heeft in de haven van Felixstowe, Engeland, de huiftrailer met lading opgehaald.

d. [M.] heeft op de avond van 22 februari 2005 de trekker met de huiftrailer op een onverlichte vluchthaven langs de snelweg A14 in de buurt van Cambridge geparkeerd. Er staat daar een waarschuwingsbord geplaatst waarop de politie in 5 talen waarschuwt voor dieven. Circa 5 kilometer verderop is een verlichte videobewaakte parkeerplaats.

e. De chauffeur is omstreeks 22.00 uur gaan slapen. Op de ochtend van 23 februari 2005 heeft de chauffeur omstreeks 6.00 uur geconstateerd dat het zeil van de trailer was opengesneden en een deel van de lading was verdwenen.

f. Als gevolg van de diefstal heeft de ontvanger ICM op 23 februari 2005 slechts 204 dozen ontvangen. Er zijn 391 dozen met een gewicht van 3.970 kilogram en een factuurwaarde van euro 49.369,09 verloren gegaan. Op de vrachtbrief is door de ontvanger aangetekend: “Truck broken into overnight at truckstop on A14” en voorts “recieved 204 cnt only”.

g. In opdracht van Adidas IT heeft [N. R] van het Duitse expertisebureau F. Reck & Co. GmbH, een onderzoek uitgevoerd. In het (in het Duits gestelde) rapport van 27 juli 2005 heeft hij – zakelijk en in het Nederlands weergegeven - onder meer opgenomen dat de chauffeur omstreeks 19.45 uur de rit heeft onderbroken en heeft geparkeerd op een parkeerplaats aan de A14 en dat hij tegen 21.45 uur de trekker met huiftrailer nog heeft gecontroleerd en toen is gaan slapen. Vervolgens is hij op 23 februari 2005 omstreeks 6.00 uur wakker geworden en heeft ontdekt dat de zeilen van de huiftrailer aan de linkerzijde in de rijrichting (bij links verkeer de zijde tegen de straatkant, rapport Reck pagina 3) waren opengesneden en circa ¾ van de lading was verdwenen. Hij heeft omstreeks 6.30 uur de politie alsmede Frans Maas op de hoogte gesteld. Ter zake het onderzoek op de plaats van de schade heeft Rakowski het volgende gerapporteerd:

“(…). Es handelt sich um eine Haltebucht (mit Zufahrt zum Friedhof Cambridge) an der vierspurigen und viel befahrenen A14/M11 Fahrtrichtung Westen, kurz vor der Ausfahrt “Bar Hill”. Diese Haltebucht wird regelmäßig von Fahrzeugen als Übernachtungsparkplatz benutzt. Neben der Haltebucht befindet sich ein schmaler Gehweg neben einem Holzzaun. Es besteht räumlich keine Möglichkeit in diesem Freiraum (zwischen dem Zaun und der Straßenkante) ein weiteres Fahrzeug abzustellen.

An der Haltebucht befindet sich eine große, auffällige Hinweistafel, welche in englisch, französisch, spanisch, niederländisch, und deutsch met dem Wortlaut “Polizei warnt vor Dieben in dieser Region” warnt. Unmittelbar vor der Parkbucht weist ein anderes Schild auf eine Servicestation in ca. 3 Meilen (ca. 5 km) Entfernung hin.

Es befindet sich keine Straßenbeleuchtung in diesem Bereich. Der Stellplatz wird bei Dunkelheit lediglich durch die Beleuchtung der vorbeifahrenden Fahrzeuge zeitweise erhellt. Im Umfeld befinden sich ledliglich der zuvor genannte Friedhofsbereich, eine Bushaltestelle, sowie eingezäunte Viehweiden.

Ermittlungen weiterer Parkmöglichkeiten.

Gemäß den durchgeführten Untersuchungen befindet sich die nächste in der Nähe befindliche, sichere Parkmöglichkeit (gemäß IRU Veröffentlichung und in der Nähe des Schadenortes vorgefundener Hinweisschilder) auf dem Parkplatz “Cambridge Services” an der A14 im Bereich der Ortschaft Boxworth (Betreiber Extra MSA Group). Die Entfernung zwischen den bieden Parkplätzen beträgt ca. 5 bis 7 km. Der Parkplatz Cambridge Services ist mit Flutlicht beleuchtet und durch Video überwacht. Er ist von der IRU als Platz mit “sehr hoher Sicherheit” eingestuft.

Die RHA -Road Haulage Association weist in ihrer Liste zwei weitere sichere Plätze in der Nähe aus. Es handelt sich um “Nightowl Truckstop” und “Bt Truckstop”. Beide Plätze sind bewacht, umzäunt und beleuchtet. Bt Truckstop liegt in der Rusts Lane, (Alconbury, Huntingdon/Cambridgeshire) in etwa 25 km Entfernung vom Schadenort. Die Adresse befindet sich in unmittelbarer Nähe (3-5 km) zum Lager des Empfängers. (…)”.

h. In een emailbericht van 20 februari 2006 heeft solicitor Bruce Hailey namens gedaagden jegens Adidas c.s. ingestemd met verlenging van de verjarings-termijn van de onderhavige vordering tot 26 mei 2006. Voorts heeft hij desgevraagd namens J. Bleyder bij bericht van 23 februari 2006 bevestigd,dat die verlenging van de verjaringstermijn geldt voor onder meer Adidas Salomon AG, Adidas International Trading, Adidas Logistic Services en de verzekeraar van Adidas, Zürich Versicherung AG, Deutschland.

j. Zürich Versicherung AG heeft op 11 mei 2006 aan Adidas Logistic B.V. en Adidas International Trading B.V. last gegeven om op eigen naam in rechte de schade te vorderen.

k. Bij statutenwijziging bij notariële akte van 29 december 2006 is de naam van Frans Maas Expeditie BV gewijzigd in DSV Road BV.

3.2 Met partijen is de rechtbank van oordeel dat op de verhouding tussen partijen het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (hierna: CMR) van toepassing is. De Nederlandse rechter komt krachtens dit verdrag rechtsmacht toe.

3.3 Adidas c.s. houdt gedaagden als vervoerders aansprakelijk voor de schade

tengevolge van de diefstal van vracht uit de trailer in de nacht van 22 op 23 februari 2005. Adidas c.s. vordert ex artikel 17 lid 1 juncto 23 lid 1 en 2 CMR schadevergoeding ten bedrage van de marktwaarde van de goederen ten tijde van de in ontvangstneming. Er is, aldus Adidas, sprake van grove schuld c.q. bewuste roekeloosheid aan de zijde van de chauffeur van de vrachtwagencombinatie en daarom komt gedaagden geen beroep toe op beperking van de aansprakelijkheid als voorzien in artikel 23 lid 3 CMR. Voorts maakt Adidas c.s. aanspraak op expertisekosten.

3.4 Gedaagden hebben op diverse gronden verweer gevoerd tegen de vorderingen van Adidas c.s.

3.4.1 Vorderingsrecht

Gedaagden hebben als meest vergaande verweer bij dupliek en later bij pleidooi aangevoerd dat eiseressen geen vorderingsrecht tot vergoeding van schade hebben, nu Zürich Versicherung AG (hierna: Zürich) kennelijk aan Adidas c.s. de schade heeft uitgekeerd, terwijl bij gebrek aan bewijs wordt bestreden dat en tot welk bedrag Zürich Adidas c.s. last heeft gegeven op eigen naam ten behoeve van Zürich in rechte op te treden.Voor Adidas Logistic Services geldt bovendien dat zij geen claimrecht heeft omdat zij noch afzender noch geadresseerde was, aldus gedaagden.

Daargelaten dat het verweer van gedaagden ten aanzien van het vorderingsrecht van Adidas Logistic Services pas ter gelegenheid van het pleidooi (nadat de conclusies tot en met dupliek waren gewisseld), en dus te laat, is gevoerd en door de rechtbank om redenen van strijdigheid met een goede procesorde zou zijn gepasseerd, wijst de rechtbank er op dat

Adidas Logistic Services in de CMR-vrachtbrief ook als afzender wordt genoemd. Door gedaagden is niet dan wel onvoldoende bestreden dat Adidas Logistic Services eveneens als contractuele wederpartij van de vervoerder moet worden aangemerkt.

Ten aanzien van het vorderingsrecht van Adidas c.s. wordt overwogen dat Adidas c.s. voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij, ten aanzien van dat deel van de schade waarvoor vergoeding is ontvangen van Zürich, van laatstgenoemde verzekeraar last heeft gekregen op eigen naam schadevergoeding te vorderen, naast de eigen nog niet vergoede schade. Adidas c.s. hebben een verklaring dienaangaande van Zürich overgelegd en een en ander bij pleidooi genoegzaam onderbouwd. In de verklaring van Zürich ontbreekt weliswaar de aanduiding “Services” in de naam van Adidas Logistic Services. De rechtbank merkt dit aan als een kennelijke verschrijving waaraan niet het rechtsgevolg dient te worden verbonden dat Adidas Logistic Services in haar vordering als lasthebber van Zürich niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. Van een dubbele verhaalsactie is niet gebleken.

Adidas c.s. zijn ontvankelijk in hun vordering tot schadevergoeding.

3.4.2 Verjaring

Aan het verweer dat de vordering is verjaard wordt voorbijgegaan. Tussen partijen is - zoals door Adidas c.s. gesteld en door gedaagden niet bestreden - verlenging van de verjarings-termijn tot 23 mei 2006 overeengekomen en vastgelegd in de email-correspondentie van 20 en 23 februari 2006 (productie 7 bij repliek). In het midden kan blijven of een dergelijke verlenging onder het CMR-verdrag mogelijk is, nu in het licht van deze uitdrukkelijke overeengekomen verlenging het beroep van gedaagden op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid als onaanvaardbaar dient te worden beschouwd.

3.4.3 Ontheffing aansprakelijkheid (17 lid 2 CMR)

Gedaagden doen een beroep op de in artikel 17 lid 2 CMR genoemde situatie van overmacht. Zij zijn volgens hen niet aansprakelijk nu zij de diefstal door derden niet hebben kunnen voorkomen en de gevolgen daarvan niet hebben kunnen verhinderen.

Aan dit verweer van gedaagden dient als niet onderbouwd te worden voorbijgegaan. Feiten of omstandigheden die tot de gevolgtrekking nopen dat DSV alle maatregelen heeft genomen die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van een zorgvuldig vervoerder – daaronder begrepen de personen van wier hulp hij bij de uitvoering van de overeenkomst gebruik maakt – gevergd mochten worden om het verlies te voorkomen (H.R. 17 april 1998, S&S 1998,75) zijn door hen gesteld noch gebleken. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat bij de betreffende parkeerplaats een bord was geplaatst waarop in diverse talen werd gewaarschuwd voor diefstal in de regio en op korte afstand van deze parkeerplaats een verlichte en video bewaakte parkeerplaats voor vrachtwagens was ingericht. Het beroep op ontheffing van de aansprakelijkheid wegens overmacht slaagt dus niet.

3.4.4 Beperking aansprakelijkheid (artikel 23 lid 3 CMR)

Het geschil tussen partijen heeft zich met name toegespitst op de vraag of gedaagden als vervoerders in de gegeven omstandigheden het recht hebben zich te beroepen op beperking van hun aansprakelijkheid als bepaald in artikel 23 CMR. Dit artikel betreft de berekening van de schade en bepaalt in het 3e lid dat de schadevergoeding in ieder geval niet meer kan bedragen dan 25 (goud)frank voor elk ontbrekend kilogram brutogewicht.

Ingevolge artikel 29 CMR heeft de vervoerder niet het recht zich op genoemde beperking van de aansprakelijkheid te beroepen, indien de schade voortspruit uit opzet of uit met opzet gelijk te stellen schuld - in de zin van artikel 8:1108 BW - zijnerzijds of van zijn ondergeschikten of van anderen van wier diensten hij gebruik heeft gemaakt voor het onderhavige vervoer.

Adidas c.s. beroept zich op doorbreking van de aansprakelijkheidsbeperking in de gegeven omstandigheden. Ondanks het ter plekke geplaatste grote waarschuwingsbord bij de vluchthaven heeft de chauffeur de vrachtwagen geladen met een waardevolle en gemakkelijk verhandelbare lading op de onbewaakte vluchthaven langs de A14 laten staan. De wegbeheerder heeft het bord daar neergezet omdat ter plekke in het verleden zeer vaak tot diefstal van lading is gekomen. Het was objectief gezien aanzienlijk waarschijnlijker dat de lading zou worden gestolen dan dat er niets zou gebeuren. De chauffeur heeft zich niets van die waarschuwing voor diefstal aangetrokken - een verklaring voor dit gedrag is niet gegeven - en heeft bewust roekeloos gehandeld. Gedaagden zijn aansprakelijk voor de daden van de chauffeur alsof het eigen handelingen betreft, aldus nog steeds Adidas c.s..

Gedaagden bestrijden dat het handelen van de chauffeur in de gegeven situatie gekwalificeerd dient te worden als bewuste roekeloosheid in de zin van artikel 8:1108 BW. Verwezen wordt naar de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria als maatstaf om te bepalen of sprake is van met opzet gelijk te stellen schuld (o.a. H.R. 5 januari 2001 NJ 2001, 392). Daaraan voldoen de door Adidas c.s. gestelde feiten niet, terwijl op Adidas c.s. de bewijslast dienaangaande rust.

3.4.5 Of sprake is van met opzet gelijk te stellen schuld wordt aldus artikel 29 CMR bepaald naar de Nederlandse wet, in casu artikel 8: 1108 BW. Daarin is bepaald dat de vervoerder zich niet kan beroepen op enige beperking van zijn aansprakelijkheid voor zover de schade is ontstaan uit zijn eigen handelen of nalaten, geschiedt hetzij met de opzet die schade te veroorzaken hetzij roekeloos en met de wetenschap dat die schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien. Ingevolge vaste jurisprudentie is er sprake van roekeloos gedrag met de wetenschap dat de schade er waarschijnlijk uit zal voortvloeien wanneer degene die zich aldus gedraagt het aan de gedraging verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat het gevaar zich zal verwezenlijken aanzienlijk groter is dan de kans dat dit niet zal gebeuren, maar zich door dit een en ander niet van dat gedrag laat afhouden.

Met gedaagden concludeert de rechtbank dat Adidas c.s. onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat er sprake was van bedoelde roekeloosheid bij de chauffeur. Allereerst dient te worden vastgesteld of naar de ervaring leert het handelen van de chauffeur gevaar voor diefstal oplevert en dat de kans dat dit gevaar zich zal verwezelijken aanzienlijk groter is dan de mogelijkheid dat dit niet zal gebeuren. Het enkele feit dat de chauffeur heeft geparkeerd op een vluchthaven nabij een bord met de waarschuwing voor diefstal betekent nog niet dat objectief gezien moet worden geconcludeerd, dat de kans dat er op die parkeerplaats zou worden gestolen aanzienlijk groter was dan dat dit niet zou gebeuren. Dat betekent in feite dat de rechtbank niet meer toekomt aan de beoordeling van het subjectieve element, te weten of de chauffeur in kwestie zich ervan bewust was dat de kans op diefstal groter was dan dat er niets zou gebeuren. Daartoe - zo wordt ten overvloede overwogen - is nodig dat blijkt dat de chauffeur het aan zijn gedrag verbonden gevaar kent en zich ervan bewust is dat de kans dat de schade optreedt aanzienlijk groter is dan de kans dat de schade uitblijft, en dat hij desondanks toch ter plekke heeft geparkeerd. Ook hiervoor is door Adidas c.s. feitelijk onvoldoende gesteld. Van de beweegredenen van de chauffeur om zijn vrachtauto daar ter plaatse voor de nacht te parkeren en niet door te rijden naar een bewaakte parkeerplaats een paar kilometer verderop is niets bekend.

Het voorgaande leidt ertoe dat het beroep van Adidas c.s. op de doorbreking van de limiet van artikel 23 lid 3 CMR wordt afgewezen.

3.5 De rechtbank stelt - ingevolge de in artikel 23 lid 3 CMR opgenomen limiet en overeenkomstig de niet bestreden berekening van Adidas c.s. – de door gedaagden te betalen schadevergoeding vast op SDR 33.070,10 (3.970 kilogram maal SDR 8,33 per ontbrekende kilogram). Deze SDR dient ingevolge het bepaalde in artikel 23 lid 7 CMR, bij gebreke van overeenstemming daarover tussen partijen, te worden omgerekend naar de dagkoers van de datum van het vonnis, welke te vinden is op de website van het IMF (www.imf.org/external/np/fin/rates/rms_five.cfm).

3.6 Adidas c.s. heeft voorts vergoeding van de gemaakte expertisekosten gevorderd.

Zij heeft aangevoerd dat artikel 23 CMR slechts de omvang van de aansprakelijkheid voor schade aan de vervoerde zaken zelf regelt. Vergoeding van de kosten ter vaststelling van de omvang van de schade en de schadeoorzaak worden geregeld door het nationale recht. Alsdan komen deze kosten op grond van het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 sub b BW als redelijke kosten ter vaststelling van de schade voor vergoeding in aanmerking. Gedaagden hebben zich daartegen met een beroep op het gesloten stelsel van artikel 23 CMR verzet.

3.7 De rechtbank is van oordeel dat de aansprakelijkheid van de vervoerder voor verlies van goederen beperkt is tot een schadevergoeding overeenkomstig het bepaalde in lid 3 van artikel 23 CMR en dat daarnaast nog slechts vergoeding van de in lid 4 van dit artikel genoemde kosten verschuldigd is. Het gesloten stelsel van artikel 23 CMR staat er aan in de weg dat vergoeding van andere schadeposten, zoals hier de expertisekosten, toewijsbaar is. Ten aanzien van de geslotenheid van het stelsel van artikel 23 CMR, zij het dat het gaat om andere kosten dan de hier aan de orde zijnde expertisekosten, wordt verwezen naar Hoge Raad 14 juli 2006 NJ 2006, 599.

3.8 De door Adidas c.s. gevorderde rente ex artikel 27 CMR van 5% per jaar - na vermindering van eis ter zitting - vanaf de dag der dagvaarding, zal worden toegewezen over de tegenwaarde in Euro’s van SDR 33.070,10.

3.9 Ofschoon niet is onderbouwd waarom Frans Maas (UK) Limited – immers geen partij bij de vervoersovereenkomst – in rechte is betrokken, zal de rechtbank de vordering tegen beide gedaagden toewijzen nu gedaagden kennelijk om hen moverende redenen daartegen geen verweer hebben gevoerd.

3.10 DSV zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure (gebaseerd op tarief III).

4. De beslissing

De rechtbank:

veroordeelt gedaagden om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan eiseressen de tegenwaarde van SDR 33.070,10 tegen de koers van de dag van dit vonnis, vermeerderd met 5% rente per jaar, te rekenen vanaf 19 mei 2006 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagden in de kosten van de procedure,aan de zijde van eiseressen gevallen en tot deze uitspraak begroot op euro 3.605,32 waaronder een bedrag van euro 2.388,= voor procureurssalaris;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Van Andel, Dekker en Hopmans en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2008.