Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC3408

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
11-01-2008
Datum publicatie
05-02-2008
Zaaknummer
800247-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gelet op de lange termijn van detentie zonder uitzicht op behandeling, de conclusie van deskundigen over de kans op recidive, de motivatie van betrokkene en hetgeen is geregeld ten aanzien van werk en onderdak, wijst de rechtbank vordering tbs met verpleging af. De voorwaarden worden gewijzigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Parketnummer: 800247-05

Beslissing tot wijziging van de voorwaarden.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[veroordeelde],

geboren te [plaats en datum],

thans gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda,

heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit het volgende:

- de vordering van de officier van justitie d.d. 2 mei 2007, die strekt tot wijziging van de voorwaarden van de terbeschikkingstelling;

- de vordering van de officier van justitie d.d. 6 juli 2007, die strekt tot alsnog verpleging;

- de beslissing van de rechter-commissaris tot voorlopige verpleging d.d. 6 juli 2007;

- de tussenbeslissing van de rechtbank d.d. 18 juli 2007 waarin is bevolen dat een nader psychologisch en psychiatrisch rapport over [veroordeelde] wordt opgemaakt;

- de rapporten van mevrouw [deskundige] d.d. 7 september 2007 en 20 november 2007;

- de rapportages van de reclassering d.d. 16 april 2007, 1 mei 2007, 16 juni 2007, 6 juli 2007 en 30 juli 2007 over betrokkene;

- het rapport van de psycholoog [deskundige] d.d. 16 november 2007;

- het rapport van de psychiater [deskundige] d.d. 18 november 2007;

- de processen-verbaal van de behandeling van de vorderingen op 4 juli 2007, 11 september 2007 en 20 november 2007.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie, mr Breman, gehoord.

Tevens is de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. Kramer, advocaat te Roosendaal.

Voorts is de getuige-deskundige mevrouw van [deskundige] gehoord.

2 De beoordeling

[veroordeelde] is bij vonnis van de rechtbank Breda d.d. 14 februari 2006 de terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd. Een van de voorwaarden was dat hij zich laat opnemen en behandelen in de forensisch psychiatrische afdeling (FPA) te Franeker.

Op 2 mei 2007 heeft de officier van justitie een vordering strekkende tot wijziging van de voorwaarden van de terbeschikkingstelling ingediend. Daarbij heeft de officier van justitie zich gebaseerd op een adviesrapportage d.d. 1 mei 2007 en tussentijds voortgangsrapport d.d. 17 april 2007 van [deskundige]

Uit die rapportage maakt de rechtbank op dat [veroordeelde] tot 23 maart 2007 in de FPA te Franeker is behandeld. Deze behandeling verliep niet zonder problemen en hij kon niet langer daar blijven. Hij is overgeplaatst naar de afdeling Specialistische Zorg te Oostrum, provincie Limburg, van de Stichting Dichterbij.

Bij verzoekschrift van 6 juni 2007 heeft de raadsman verzocht de voorwaarden gedeeltelijk op te heffen.

De vordering tot wijziging van de voorwaarden en het verzoekschrift van de raadsman zijn behandeld tijdens de zitting van 4 juli 2007. Tijdens de behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene evenmin kon blijven bij de Stichting Dichterbij. De reclassering was op zoek naar een andere oplossing voor betrokkene, maar had nog geen alternatief.

De rechtbank achtte zich niet voldoende voorgelicht en heeft op 18 juli 2007 een tussenbeslissing genomen om een nader onderzoek te laten uitvoeren naar de persoonlijkheid van [veroordeelde].

Inmiddels was op 6 juli 2007 door de officier van justitie een vordering tot alsnog verpleging ingediend. De rechter-commissaris heeft bij beslissing van 6 juli 2007 de voorlopige verpleging van betrokkene bevolen. [veroordeelde] verblijft sedertdien in een huis van bewaring.

Tijdens de zitting van 11 september 2007 zijn de vorderingen tot omzetting en tot wijziging behandeld, evenals het verzoekschrift van de raadsman. De rapporten over [veroordeelde] waren op dat moment nog niet gereed omdat de opdracht vanwege een miscommunicatie te laat in behandeling is genomen.

Op 20 november 2007 heeft een nieuwe zitting plaats gevonden. Mevrouw Van [deskundige], psycholoog drs. [deskundige] en psychiater dr. [deskundige] zijn op die zitting gehoord en zij hebben geconcludeerd dat een poliklinische behandeling van [veroordeelde] de voorkeur geniet boven een klinische opname. Bovendien heeft drs. [deskundige] verklaard dat de kans op recidive is verminderd en [veroordeelde] beter kan praten over het delict en zijn problemen. Bovendien is [veroordeelde] gemotiveerd voor een ambulante behandeling.

Tijdens de zitting van 20 november 2007 is verder gebleken dat de zoektocht van de reclassering naar een geschikte behandelplaats voor betrokkene geen resultaat heeft gehad. Geprobeerd is hem te plaatsen bij Hoeve Boschoord. De wachtlijst daar was anderhalf jaar. De drie FPK’s in Nederland waren of niet geschikt, of hadden een te lange wachtlijst.

Omdat onduidelijk was of de mantelzorg die noodzakelijk is voor klinische behandeling in voldoende mate aanwezig is en om de mogelijkheden bij voor ambulante behandeling bij Het Dok en subsidiair De Mare te onderzoeken, is de behandeling nogmaals aangehouden.

Ter zitting van 11 januari 2008 is gebleken dat [veroordeelde] ook door De Viersprong (De Mare) niet in behandeling wordt genomen. De Mare heeft volgens de deskundigen goede ambulante behandelingsmogelijkheden, maar heeft [veroordeelde] – op basis van het papieren dossier – afgewezen.

Dit alles betekent dat [veroordeelde] sinds 6 juli 2007 zonder behandeling en zonder enig concreet uitzicht op behandeling verblijft in het huis van bewaring.

De (enige) resterende mogelijkheid tot behandeling is een poliklinische behandeling door Het Dok. Hiervoor was [veroordeelde] wel aangemeld, doch er had nog geen intake plaatsgevonden. De inschatting van mevrouw [deskundige] was dat [veroordeelde] binnen enkele maanden met de behandeling zou kunnen starten, maar dat in die tussentijd kan worden volstaan met individuele gesprekken, aangezien zij er van uit gaat dat [veroordeelde] zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering.

Gezien:

- de lange termijn dat [veroordeelde] in detentie verblijft, zonder uitzicht op behandeling,

- hetgeen de deskundigen hebben geconcludeerd ten aanzien van de kans op recidive

- de motivatie van [veroordeelde] en zijn inzicht dat naleving van de aanwijzingen van de reclassering in het belang is voor zijn eigen ontwikkeling

- hetgeen [veroordeelde] en zijn familie hebben geregeld ten aanzien van onderdak en werk

is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot omzetting van de tbs met voorwaarden in een tbs met verpleging dient te worden afgewezen. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist de verpleging van de ter beschikking gestelde niet. Bij beslissing van heden is op de vordering tot alsnog verpleging van de terbeschikkinggestelde afwijzend beslist.

De rechtbank is wel met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de gestelde voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde dienen te worden gewijzigd zoals hierna genoemd. [veroordeelde] heeft ter zitting van 11 januari 2008 met deze gewijzigde voorwaarden ingestemd. Daarmee is tevens een beslissing gegeven op het verzoekschrift van de verdediging.

3 De beslissing.

De rechtbank:

- wijzigt de aan de terbeschikkinggestelde opgelegde voorwaarden betreffende zijn gedrag in dier voege dat:

- betrokkene zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering;

- betrokkene een ambulante behandeling zal ondergaan bij Het Dok of een soortgelijke instelling.

Deze beslissing is gegeven door mr. Janssen, voorzitter, mr. Kok en mr. Van den Hombergh, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier Van Riel en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 11 januari 2008.

Mrs. Janssen en Van den Hombergh zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.