Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC3345

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
30-01-2008
Datum publicatie
04-02-2008
Zaaknummer
448443 cv 07-4178
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ondanks twijfel over uiteindelijke regeling vraagt werknemer bij verwachte versobering van de regeling zekerheidshalve vroegpensioen en beëindiging arbeidsovereenkomst. Geen dwaling. Mogelijk laakbaar handelen bedrijfspensioenfonds buiten geschil. Schending mededelingsplicht werkgever op grond van wetenschap nieuwe betere regeling mogelijk, maar in dit geval niet. Het lag op de weg van werknemer om te bezien en zonodig ook kenbaar te maken dat de nieuwe informatie aanleiding was alsnog terug te willen komen op de eerder al door hemzelf bewust ingeslagen weg. Geen schending werkgeversverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0093
PJ 2008, 57
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Tilburg

zaak/rolnr.: 448443 CV EXPL 07-4178

vonnis d.d. 30 januari 2008

inzake

[eiser],

wonende te Udenhout, gemeente Tilburg,

eisende partij bij exploot van dagvaarding d.d. 8 juni 2007,

gemachtigde: mr. J.T.J. Poell, werkzaam ten kantore van FNV Bouw te Weert,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon De Gemeenschappelijke Regeling Diamant Groep,

gevestigd en kantoorhoudende te 5048 AN Tilburg, Zevenheuvelenweg 14,

gedaagde partij bij voormeld exploot,

gemachtigde: C.J.M.M. de Beer, werkzaam bij gedaagde.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en Diamant Groep.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende processtukken:

1.1 de inleidende dagvaarding met producties,

1.2 de conclusie van antwoord met producties,

1.3 de conclusie van repliek met een productie,

1.4 de conclusie van dupliek.

2. Het geschil

[eiser] vordert, samengevat, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, verklaring voor recht dat Diamant Groep niet heeft gehandeld als goed werkgever althans in strijd met de redelijkheid en billijkheid alsmede veroordeling van Diamant Groep tot betaling van door een deskundige nader te becijferen althans op te maken en te vereffenen schade en tot betaling van € 833,00 aan buitengerechtelijke (incasso)kosten alsmede tot betaling van proceskosten, alle veroordelingen tot betaling te vermeerderen met rente.

Diamant Groep weerspreekt de vordering.

3. De beoordeling

3.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist staat tussen partijen het navolgende in rechte vast.

- Partijen sloten een arbeidsovereenkomst waarbij [eiser], geboren op 12 maart 1945, zich verbond met ingang van 13 februari 1978 in dienst van Diamant Groep tegen loon arbeid te verrichten.

-[eiser] was laatstelijk in het kader van de sociale werkvoorziening krachtens die arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gedurende 16 uren per week werkzaam in een conciërgefunctie.

-Aan [eiser] was daarnaast door de bevoegde uitkeringsinstanties met ingang van 12 maart 2001 een of meer wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen toegekend, berekend naar een gedeeltelijke mate van arbeidsongeschiktheid.

-Naar aanleiding van een daartoe op 22 november 2005 door [eiser] ingezonden aanvraag werd bij brief van 30 januari 2006 door het bevoegde pensioenfonds aan [eiser] bevestigd, samengevat, dat hem met ingang van 1 maart 2006 een vroegpensioen is toegekend maar dat hij nog nadere informatie zal ontvangen over de hoogte van zijn uitkering.

-De tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst is op verzoek van [eiser] met ingang van 1 maart 2006 geëindigd.

3.2 [eiser] stelt, samengevat, dat hij eind 2005/begin 2006 min of meer gedwongen de keuze heeft gemaakt de arbeidsovereenkomst te beëindigen, omdat hij wel graag langer wilde doorwerken maar niet het risico wilde lopen dat hij door wellicht te wijzigen wetgeving geen - of pas veel later dan 1 maart 2006 - gebruik zou kunnen maken van de vroegpensioenregeling of uiteindelijk een mindere uitkering zou krijgen. [eiser] stelt, samengevat, op grond van door Diamant Groep en het pensioenfonds verstrekte informatie op 22 november 2005 de aanvraag voor het bewuste pensioen aan het pensioenfonds te hebben ingezonden, op basis waarvan hem uiteindelijk ook per 1 maart 2006 het bewuste pensioen werd toegekend. [eiser] stelt, samengevat, eind maart 2006 kennis te hebben gekregen van een wezenlijke wijziging van de pensioenregeling per 1 januari 2006, als gevolg waarvan hij er in januari of februari 2006 alsnog voor had kunnen kiezen langer door te werken en gebruik te maken van een voor hem veel gunstigere pensioenregeling. [eiser] stelt, samengevat, dat Diamant Groep al in december 2005 van de voorgenomen wijziging van de pensioenregeling op de hoogte moet zijn geweest maar toen besloten heeft dat nog niet te communiceren. [eiser] baseert de vordering op een schending van de werkgeversverplichting zich als een goed werkgever te gedragen door hem daarover niet te informeren en acht Diamant Groep als werkgever daarom schadeplichtig. [eiser] stelt daartoe, samengevat, er van uit te gaan dat hij er op basis van de tijdige juiste informatie alsnog voor zou hebben gekozen om door te werken tot zijn 63e levensjaar, waarmee hij tot die tijd niet alleen loon c.s. maar nadien ook een pensioenuitkering van 169% in plaats van de nu ontvangen 80% zou hebben gehad en bovendien nog een extra ouderdomspensioen zou hebben opgebouwd. [eiser] maakt verder onder meer aanspraak op een vergoeding van € 833,00 voor buitengerechtelijke (incasso)kosten.

3.3 Diamant Groep verweert zich door, samengevat, te stellen dat [eiser] rechtstreeks van het pensioenfonds steeds de relevante pensioeninformatie kreeg toegezonden, terwijl ook Diamant Groep hem steeds correct op de hoogte heeft gesteld van de verwachte pensioenontwikkelingen. Diamant Groep stelt, samengevat, dat [eiser] op een moment van veel onzekerheden over het voortbestaan van allerlei regelingen, op basis van door het pensioenfonds verstrekte informatie vanwege zijn gezondheidssituatie bewust koos voor de zekerheid van de door hem aangevraagde pensioenuitkering, alhoewel het pensioenfonds toen nog definitieve berekeningen kon aanleveren. Diamant Groep ontkent dat [eiser] kenbaar heeft gemaakt voor een hogere pensioenuitkering zonodig langer door te hebben willen werken, terwijl pas medio februari 2006 aan [eiser] en Diamant Groep kenbaar zou zijn gemaakt wat de regeling uiteindelijk precies zou inhouden. Diamant Groep ontkent [eiser] ooit onder druk te hebben gezet om al vanaf 1 maart 2006 van de aangevraagde pensioenregeling gebruik te maken en stelt hem zelfs nooit het advies te hebben gegeven daarvan gebruik te maken. Volgens Diamant Groep had [eiser] op basis van de eerst medio februari 2006 van het pensioenfonds verkregen informatie ook zelf zijn verzoek tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst kunnen intrekken om alsnog gebruik te maken van de eerst toen gebleken mogelijkheid om het einde van de arbeidsovereenkomst op te schuiven teneinde daardoor een hogere pensioenuitkering te krijgen, maar [eiser] zou daarover toen zelfs ook geen enkel contact met Diamant Groep hebben opgenomen. Diamant Groep stelt, samengevat, dat de uiteindelijke mogelijkheid om door verschuiving van het einde van de arbeidsovereenkomst een hogere uitkering te krijgen, in ieder geval ten tijde van de aanvraag voor het bewuste pensioen bij [eiser] en Diamant Groep nog niet bekend kon zijn. Volgens Diamant Groep moet [eiser] met verwijten over een onjuiste informatieverschaffing bij het pensioenfonds zijn, maar treft haar in ieder geval geen blaam. Diamant Groep stelt [eiser] steeds goed en zo volledig mogelijk te hebben geïnformeerd, terwijl [eiser] uiteindelijk zelf voor de gebruikmaking van de bewuste pensioenregeling en de onomkeerbare beëindiging van de arbeidsovereenkomst heeft gekozen.

3.4 De kantonrechter overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat ten tijde van zowel de door [eiser] gedane aanvraag om vroegpensioen als het door [eiser] gedane verzoek om beëindiging van de arbeidsovereenkomst, bij hen niet bekend en kenbaar was of kon zijn hoe de uiteindelijke pensioenregeling precies zou gaan luiden en hoe de regeling er uiteindelijk definitief precies uit zou gaan zien. Niet in geschil is ook dat op basis van de toen beschikbare informatie algemeen en ook door hen een aanstaande versobering of verslechtering van de bestaande regeling voor de potentiële deelnemers werd verwacht. [eiser] neemt zelf het standpunt in toen te hebben getwijfeld of hij zou moeten wachten op nadere informatie over de uiteindelijke regeling, maar mede vanwege zijn persoonlijke situatie toen zekerheidshalve toch het vroegpensioen te hebben aangevraagd en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te hebben verzocht. Door dat toch te doen terwijl hij twijfelde, kan niet worden geoordeeld dat [eiser] daarmee in dwaling heeft gehandeld. Indien [eiser] zich ten aanzien van zijn arbeidsverhouding rechten in verband met onzekere ontwikkelingen in de vroegpensioenregeling had willen voorbehouden, had [eiser] van Diamant Groep bovendien wellicht garanties terzake kunnen bedingen of zijn verzoek tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst onder voorwaarden kunnen doen. Dergelijke omstandigheden zijn echter niet gesteld en volgen ook niet uit de overgelegde stukken, zodat dit al daarom geen nadere bespreking behoeft. Uit de stellingen van [eiser] volgt ook niet dat zijn verzoek door misbruik van omstandigheden van de zijde van Diamant Groep zou zijn tot stand gekomen. Zelfs indien [eiser] zijn aanvankelijke twijfel aan de deelname van de vroegpensioenregeling destijds aan Diamant Groep kenbaar mocht hebben gemaakt, is dat daartoe althans volstrekt onvoldoende en doet dat nog niet af aan de uiteindelijk desondanks door hem zelf gemaakte keuze en aan de rechtsgeldigheid van zijn aan Diamant Groep gedane verzoek om beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

3.5 Voor zover [eiser] aan het bedrijfspensioenfonds laakbaar handelen verwijt doordat deze zou zijn tekortgeschoten in haar informatieverplichtingen en [eiser] meent daardoor uiteindelijk niet meer op tijd een afgewogen (her- of eind)beslissing te hebben kunnen nemen en schade te hebben geleden, gaat dat de beoordeling van het onderhavige geschil te buiten. Zo is het bewuste bedrijfspensioenfonds geen partij in deze procedure, terwijl uit de stellingen en stukken ook niet volgt dat het bedrijfspensioenfonds in naam van Diamant Groep heeft gehandeld. Gedragingen of handelingen van het bedrijfspensioenfonds kunnen dan ook niet zonder meer aan Diamant Groep als werkgever worden toegerekend. Reeds daarom behoeven de door [eiser] aan het bedrijfspensioenfonds gemaakte verwijten nu geen verdere bespreking.

3.6 Het voorgaande laat echter onverlet dat Diamant Groep als werkgever tegenover [eiser] een mededelingsplicht kan hebben geschonden. Voor zover [eiser] aan de geschonden mededelingsplicht ten grondslag legt dat Diamant Groep al in december 2005 van de uiteindelijke pensioenregeling op de hoogte was terwijl hij daar toen nog niets van wist, verwijst [eiser] naar door het bedrijfspensioenfonds aan Diamant Groep als werkgever gezonden nieuwsbrieven en op de (als productie 5 bij dagvaarding overgelegde) brief van 26 juli 2006 van het bedrijfspensioenfonds. Blijkens die brief van 26 juli 2006 heeft het bedrijfspensioenfonds in december 2005 voor werkgevers presentaties verzorgd over de voorgenomen wijzigingen in het pensioenreglement, maar communiceert het bedrijfspensioenfonds ook rechtstreeks aan de deelnemende werknemers steeds de nieuwe ontwikkelingen binnen het pensioenfonds en had [eiser] zelfs nog een afzonderlijke informatiebrochure daarover kunnen aanvragen. Zo Diamant Groep in december 2005 al bekend had kunnen en moeten zijn met de uiteindelijke pensioenregeling, had derhalve ook [eiser] daarmee in december 2005 al bekend kunnen en moeten zijn. Waar bovendien Diamant Groep stelt dat op basis van door het bedrijfspensioenfonds pas medio februari 2006 aan zowel [eiser] als Diamant Groep kenbaar gemaakte informatie bij partijen bekend werd wat de regeling uiteindelijk precies zou inhouden, is voor de beoordeling van het geschil echter niet meer van doorslaggevend belang wanneer partijen er precies mee bekend hadden kunnen en moeten zijn wat de regeling uiteindelijk precies zou inhouden. Waar vast staat dat [eiser] ondanks zijn aanvankelijke twijfel al eerder had verzocht om zowel het bewuste vroegpensioen als de beëindiging van de arbeidsovereenkomst terwijl pas later op nagenoeg eenzelfde moment bij hen beiden bekend had kunnen en moeten zijn hoe de uiteindelijke pensioenregeling zou komen te luiden, lag het in ieder geval op de weg van [eiser] zelf om - eventueel met hulp van anderen - te bezien en zonodig ook kenbaar te maken dat die nieuwe informatie voor hem aanleiding was alsnog terug te willen komen op de eerder al door hemzelf bewust ingeslagen weg. Dat [eiser] in het kader van de sociale werkvoorziening voor Diamant Groep werkzaam is geweest en zelfs indien [eiser] bij Diamant Groep eerder al zou hebben aangegeven wel langer te willen doorwerken mits dat maar niet tot een versobering van zijn vroegpensioenuitkering zou leiden, leidt onder de gegeven omstandigheden nog niet tot het oordeel dat Diamant Groep hem als werkgever op basis van wetenschap over de uiteindelijke pensioenregeling vervolgens spontaan daarvan mededeling had moeten doen of nadrukkelijk had moeten vragen of dit voor [eiser] mogelijk aanleiding was alsnog terug te willen komen op de eerder al door hemzelf ingeslagen weg. Alhoewel Diamant Groep dit uiteraard wel had mogen doen, kan onder de gegeven omstandigheden echter niet worden geoordeeld dat het nalaten daarvan een schending oplevert van enige werkgeversverplichting en Diamant Groep zich daarmee niet als een goed werkgever of anderszins in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft gedragen. Onder de gegeven omstandigheden is er geen grond om te oordelen dat Diamant Groep enige relevante kennis of informatie aan [eiser] heeft onthouden of anderszins onvoldoende opening van zaken of duidelijkheid heeft verschaft met betrekking tot de door [eiser] te maken en zelfs al gemaakte keuzes inzake het vroegpensioen. Voor zover op basis van de verkregen wetenschap over de uiteindelijke pensioenregeling inderdaad nog de mogelijkheid heeft bestaan om zowel het reeds verzochte vroegpensioen als de reeds verzochte beëindiging van de arbeidsovereenkomst ongedaan te maken en [eiser] het achteraf - overigens niet onbegrijpelijk - betreurt dat van die mogelijkheid niet of niet tijdig gebruik is gemaakt, kan dat onder de gegeven omstandigheden niet aan Diamant Groep als werkgever worden toegerekend maar komt dat in de verhouding tot Diamant Groep voor rekening en risico van [eiser].

3.7 Op grond van het voorgaande zal de vordering worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiser] in de proceskosten worden veroordeeld.

3.8 Gelet op het voorgaande behoeven de overige geschilpunten geen bespreking meer en wordt als volgt beslist.

4. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering van [eiser] af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, deze voor zover aan de zijde van Diamant Groep gevallen tot op heden begroot op € 200,00 aan gemachtigdensalaris.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2008.