Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC3206

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
31-01-2008
Datum publicatie
31-01-2008
Zaaknummer
02-811610-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk voor het plegen van brandstichting in een groot aantal voertuigen – 22 personenauto’s, een brommobiel en een bus – in de Zevenbergse wijk Krooswijk.

De brandstichtingen veroorzaakten grote materiële schade in Zevenbergen. In één geval ontstond ook gevaar voor personen, doordat de brand oversloeg op een woning.

Verdachte vertelde aan vrienden dat hij de branden had gesticht door aanmaakblokjes in de grill van de auto’s te leggen en deze vervolgens aan te steken. Hoewel hij dit slechts zou hebben verteld om stoer te doen, acht de rechtbank de brandstichtingen bewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector strafrecht

parketnummer: 02/811610-07

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 31 januari 2008

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1988] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

thans gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda

raadsman mr. Delgado, advocaat te Hoogvliet

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 januari 2008, waarbij de officier van justitie, mr. Janssen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

brand heeft gesticht in personenauto’s, een brommobiel en een bus, waardoor personen of goederen in gevaar werden gebracht.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis wordt gehecht.

4.2 De bewijsoverwegingen

Op 8 juli 2007 is in de wijk Krooswijk en in het centrum van Zevenbergen, tussen ongeveer 02.22 uur en 05.04 uur, brand gesticht in een groot aantal voertuigen. Uit het technisch onderzoek van de politie blijkt dat de branden zijn ontstaan aan de voorzijde van de voertuigen en dat een technische oorzaak kan worden uitgesloten. Volgens de brandweer was er door de branden gemeen gevaar voor goederen ontstaan en in één geval eveneens gemeen gevaar voor personen.

Om 02.22 uur heeft de brandweer de melding ontvangen van een autobrand aan de [straat] nabij het centrum van Zevenbergen. Rond dat tijdstip is verdachte, in gezelschap van de getuigen [getuige], [getuige], [getuige] en [getuige], door de politie aangetroffen in de directe omgeving van die eerste brand.

Uit de verklaringen van [getuige] en [getuige] blijkt dat verdachte en zijn vrienden voor de brand in een groep bij elkaar stonden en dat verdachte op enig moment is weggelopen uit de groep en enige tijd is weg geweest. [getuige] heeft verklaard dat hij verdachte na 02.00 uur een steegje zag inlopen en dat hij, na de terugkomst van verdachte, een man uit het steegje zag komen die schreeuwde dat er een auto in de brand stond. Volgens [getuige] zag hij verdachte op dat moment geniepig lachen.

Verdachte heeft die nacht rond gelopen in het gebied waar de branden hebben plaatsgevonden. Verbalisanten hebben verdachte om 03.20 uur nog aangetroffen bij de [straat] in gezelschap van getuige [getuige].

De getuigen [getuige], [getuige], [getuige] en [getuige], allen vrienden van de verdachte, hebben bij de politie verklaard dat verdachte hen verteld had dat hij degene was die de branden had gesticht. Verdachte heeft daarbij volgens de getuigen specifieke informatie gegeven over de wijze waarop hij de branden had gesticht. Hij zou telkens aanmaakblokjes in de grill van de auto’s hebben gelegd en deze vervolgens hebben aangestoken.

De raadsman heeft aangegeven dat de verklaringen van verdachte moeten worden bezien in het licht van een jongen die stoer wil doen tegenover zijn vrienden. Ook verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij weliswaar heeft verteld dat hij de branden had gesticht, maar dat hij dit in groepsverband heeft verteld om stoer te doen tegenover zijn vrienden.

De rechtbank is van oordeel dat de stelling van verdachte dat hij slechts uit stoerheid heeft verklaard dat hij de branden heeft gesticht als ongeloofwaardig moet worden verworpen.

Allereerst blijkt uit getuigenverklaringen van verdachtes vrienden dat hij zijn uitlatingen niet alleen in de groep heeft gedaan, maar ook in individuele gesprekken. Bovendien hebben verschillende getuigen ter terechtzitting verklaard dat verdachte niet iemand is die stoer doet. Dit laatste vindt naar het oordeel van de rechtbank bevestiging in de uitlatingen van verdachte in individuele gesprekken met de getuigen [getuige], [getuige] en [getuige] waaruit blijkt dat verdachte was geschrokken van de grote gevolgen van de branden en dat hij heeft verklaard dat het uiteindelijk meer auto’s zijn geworden dan de bedoeling was. Daarbij komt dat verdachtes verklaring, dat hij de voertuigen in de grill heeft aangestoken, passen bij de resultaten van het technisch onderzoek van de politie waaruit blijkt dat de voertuigen aan de voorzijde zijn aangestoken.

Ten aanzien van de verklaringen van de vrienden van verdachte heeft de raadsman betoogd dat deze verklaringen onbetrouwbaar en niet consistent zijn. Bovendien zou er sprake zijn van een viertal de auditu verklaringen.

De rechtbank verwerpt dit verweer van de raadsman. De rechtbank stelt vast dat de verklaringen niet de auditu zijn, immers de getuigen [getuige], [getuige], [getuige] en [getuige] hebben ter zitting verklaard dat zij van de verdachte zelf hebben gehoord dat hij de branden had gesticht. De verklaringen van de getuigen zijn dermate gedetailleerd en komen op specifieke punten overeen met elkaar, dat de rechtbank waarde hecht aan de verklaringen van de getuigen zoals deze bij de politie en ter zitting zijn afgelegd.

Volgens de raadsman moet de rechtmatigheid van de tapgesprekken worden betwist, nu verdachte in eerste instantie op volstrekt onvoldoende gronden is aangemerkt als verdachte. Dit zou meebrengen dat de taps onrechtmatig zijn en derhalve niet gebruikt kunnen worden om de aanhouding van verdachte te rechtvaardigen en zij evenmin kunnen worden gebruikt in de bewijsvoering.

De rechtbank volgt hierin echter het standpunt dat de officier van justitie hierover ter zitting heeft ingenomen. Er is een proces-verbaal opgemaakt met betrekking tot de feiten en omstandigheden waaronder een aanvraag voor de taps is opgemaakt. Uit dit proces-verbaal is gebleken dat er op 8 juli 2007 diverse auto’s in brand waren gestoken en dat er bij deze serie branden een vijftal jongeren werd aangetroffen waaronder [getuige].

[getuige] bleek een uitgebreid strafblad te hebben, onder meer op het gebied van brandstichting. Naar aanleiding van deze omstandigheden is vervolgens het mobiele telefoontoestel van [getuige] getapt waarna verdachte in beeld is gekomen.

Naar het oordeel van de rechtbank was er op basis van deze feiten en omstandigheden ten tijde van de aanvraag sprake van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit.

Het verweer van de raadsman omtrent de rechtmatigheid van de taps, de daaruit voortvloeiende stelselmatige observatie, huiszoekingen en inbeslagname zal de rechtbank om die reden dan ook verwerpen.

Voorts heeft de raadsman aangegeven dat de handtekeningen van de verbalisanten bij de aanvragen voor de telefoontaps ontbreken. De rechtbank heeft echter geconstateerd dat op dossierpagina 764 een handtekening is opgenomen en er in die zin dus aan de wettelijke vereisten is voldaan.

Met betrekking tot de resultaten van de stelselmatige observatie heeft de raadsman nog aangevoerd dat het observatieteam slechts losse kreten heeft gehoord, waaruit vervolgens de conclusie is getrokken dat verdachte de brandstichting heeft erkend aan zijn vrienden. Dit zou een voorbarige conclusie zijn die niet kan bijdragen aan de bewijsvoering.

De rechtbank concludeert echter dat het observatieteam precies heeft omschreven wat zij op dat moment hebben gehoord. Nergens blijkt dat meer of anders is omschreven dan is waargenomen.

Tot slot heeft de raadsman een document overgelegd waaruit zou moeten blijken dat verdachte op het moment van de branden geld heeft gepind bij een pinautomaat van de Postbank en dat het om die reden onmogelijk is dat verdachte op datzelfde moment op de plaats delict aanwezig is geweest. Nog daargelaten het gegeven dat het tijdstip van de transactie als weergegeven op het afschrift niet strookt met het tijdpad van de branden hecht de rechtbank aan de afschriften geen betekenis nu het eventuele pinnen niet uitsluit dat verdachtes tijdelijke afwezigheid samenviel met de brandstichtingen.

Alles overwegende komt de rechtbank op basis van de aangiften, de getuigenverklaringen van [getuige], [getuige], [getuige] en [getuige], de telefoontaps en de observaties tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit.

4.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

hij op of omstreeks 08 juli 2007 te Zevenbergen, gemeente Moerdijk, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

brand heeft gesticht in en/of aan één of meerdere, auto('s) en/of een

brommobiel en/of een bus, te weten:

- een personenauto merk Opel (kleur blauw, kenteken [kenteken]) en/of

- een brommobiel merk Aixam (kenteken [kenteken]) en/of

- een bus merk Volkswagen (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Suzuki (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Mazda (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Chevrolet (kleur blauw, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Peugeot (kleur blauw, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Citroën (kleur beige, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Ford (kleur zwart, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Volvo (kleur rood, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Daihatsu (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Chevrolet (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Renault (kleur blauw, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Renault (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Opel (kleur zwart, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Volvo (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Volvo (kleur blauw, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Toyota (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Opel (kleur rood, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Volkswagen (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Mitsubishi (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Mazda (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Renault (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Kia (kleur grijs, kenteken [kenteken]),

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen

aldaar opzettelijk (open) vuur in aanraking heeft/hebben gebracht met een of

meer onderdelen van voornoemde auto('s) en/of brommobiel en/of bus, althans

met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto('s) en/of

brommobiel en/of bus geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval

brand is ontstaan, terwijl daarvan (telkens) gemeen gevaar voor voornoemde

auto('s) en/of voornoemde brommobiel en/of voornoemde bus en/of omliggende

auto('s) en/of omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen

en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in

omliggende woningen bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of

gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

6.2Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken bij gebrek aan bewijs. Mocht de rechtbank echter van oordeel zijn dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is, dan dient volgens de raadsman bij de strafmaat rekening gehouden te worden met het feit dat verdachte in eerste instantie op volstrekt onvoldoende gronden als verdachte aangemerkt is en de toegepaste dwangmiddelen derhalve grotendeels onrechtmatig zijn toegepast.

6.3Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft op 8 juli 2007 in Zevenbergen 22 auto’s, een brommobiel en een bus in brand gestoken. Door telkens aanmaakblokjes in de grill van de voertuigen te leggen en deze aan te steken zijn de voertuigen steeds na korte tijd in brand gevlogen.

Op deze wijze heeft verdachte in een zeer kort tijdsbestek op grote schaal brand gesticht, hetgeen zeer veel onrust heeft veroorzaakt in Zevenbergen en in de wijk Krooswijk in het bijzonder. Naast gevaar voor goederen is er in één geval sprake geweest van gevaar voor personen. Het vuur dat is ontstaan sloeg over op de tuin en gevel van de woning, zodat de afloop nog vele malen erger had kunnen zijn dan nu al het geval is geweest. Naast de enorme materiële schade die is ontstaan heeft dit alles geleid tot gevoelens van angst bij de bewoners. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij al een strafblad heeft en in het verleden ook al vaker is veroordeeld voor brandstichting.

Anderzijds houdt de rechtbank ook rekening met de nog jeugdige leeftijd van verdachte.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte, en dat een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden noodzakelijk is.

De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten 6 maanden, voorwaardelijk op te leggen. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

7 De benadeelde partijen

1. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 4.880,=.

De rechtbank acht de vordering niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding, nu de benadeelde partij een nieuwe auto heeft aangeschaft maar slechts de dagwaarde van de uitgebrande auto voor vergoeding in aanmerking komt en deze onbekend is. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

2. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 1.000,=.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 585,= een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 385,= ter zake van materiële schade en € 200,= ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde acht zij tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank het gevorderde bedrag onvoldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de benadeelde partij daarom voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

3. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 1.180,=.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 204,92 – de stallingskosten van het wrak – een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding, nu de benadeelde partij een nieuwe auto heeft aangeschaft maar slechts de dagwaarde van de uitgebrande auto voor vergoeding in aanmerking komt en deze onbekend is. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

4. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 2.270,=.

De rechtbank acht de vordering niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij heeft de vordering onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

5. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 1.954,95.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

6. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 7.909,27.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 7.564,40 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 8 juli 2007 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij heeft onvoldoende onderbouwd waar de gemaakte bedrijfskosten uit bestaan. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

7. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 1.780,=.

De rechtbank acht de vordering niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding, nu de benadeelde partij de dagwaarde van de uitgebrande auto heeft gevorderd maar deze voor de rechtbank onvoldoende is aangetoond.

De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 3.451,=.

De benadeelde partij heeft schade geleden aan een tweetal auto’s, te weten een met het kenteken [kenteken] (€ 2.400,=) en een met het kenteken [kenteken] (€ 500,=).

De rechtbank is van oordeel dat de schade aan beide auto’s tot een gezamenlijk bedrag van

€ 2.900,= een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Daarnaast zal de rechtbank de gevorderde BTW toewijzen, maar dan slechts over het bedrag van € 2.400,=. De BTW komt dan uit op een totaalbedrag van € 456,=.

Het gevorderde acht de rechtbank tot het bedrag van € 3.356,= voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige – de BTW voor de auto met kenteken [kenteken] – acht de rechtbank het gevorderde bedrag onvoldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de benadeelde partij daarom voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

9. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 1697,48.

Het feit waarvoor de benadeelde partij schade vordert is niet opgenomen op de tenlastelegging. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

10. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 4.700,=.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 2.500,= – bestaande uit de dagwaarde van de auto – een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding, nu de benadeelde partij een nieuwe auto heeft aangeschaft maar slechts de dagwaarde van de uitgebrande auto voor vergoeding in aanmerking komt en deze onbekend is. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

11. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 75,=.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

12. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 2.159,88.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 250,= – bestaande uit een deel van de gederfde inkomsten – een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.

Ten aanzien van de aankoop van een vervangende auto is de vordering niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding.

Voor dat deel en het niet toegewezen deel van de gederfde inkomsten kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

13. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 1.957,=.

De rechtbank acht de vordering niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu de benadeelde partij een nieuwe auto heeft aangeschaft maar slechts de dagwaarde van de uitgebrande auto voor vergoeding in aanmerking komt en deze onbekend is.

Ten aanzien van het vervangend vervoer is onvoldoende aangetoond wat de extra kosten zijn die de benadeelde partij heeft moeten maken.

De benadeelde partij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

14. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 7.140,=.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 7.050,= een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Ten aanzien van de kosten voor rechtsbijstand acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering omdat de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

15. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 135,=.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

16. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 400,=.

De rechtbank acht de vordering niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in dit strafgeding. De rechtbank kan niet voldoende beoordelen of de opgevoerde vervoerskosten ook daadwerkelijk extra inkomsten zijn die de benadeelde heeft moeten maken. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

17. De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert een schadevergoeding van € 12.611,20.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schademaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1 De onttrekking aan het verkeer

Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat het feit is begaan of voorbereid met behulp van dit voorwerp.

8.2 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36b, 36c, 36f, 57 en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

4 1.00 DS Doos aanmaakblokjes

een onb.aant.aanmaakblokjes in karton verpak;

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten;

1 1.00 L Vloeistof

onbekende vloeistof in zwarte jerrycan van 5

2 1.00 L Vloeistof Kl:bruin

onbekende vloeist.in transparante jerrycan.

3 1.00 STK Mobiele telefoon Kl:zwart/goud

NOKIA 6310

[telefooonnummer],zwarte behuizing,deels goud

5 2.00 STK Schoeisel Kl:zwart

LA COSTE

klittebandsluiting,afb.witte krokodil MT 44

11 1.00 STK Mobiele telefoon Kl:zwart

SAMSUNG D600E

+oplader.aangetr.in slaapk.VE [verdachte] op na

16 1.00 STK Computer Kl:zilver

DELL inspirion

laptop.aangetr.in woning VE,woonkamer,TV-meu

18 1.00 STK Batterij Kl:zwart

STAR POWER

super alkaline, 1.5V

19 1.00 STK Computertoebehoren Kl:zwart

DELL voeding

Betreft, Voeding laptop

Benadeelde partijen

1.

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

2.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van € 585,=, waarvan € 385,= ter zake van materiële schade en € 200,= ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

3.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van € 204,92;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

4.

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

5.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van € 1.954,95.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

6.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van

€ 7.564,40 en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 8 juli 2007 tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

7.

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

8.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van € 3.356,=;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

9.

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

10.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van € 2.500,=;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

11.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van € 75,=.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

12.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van € 250,=;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

13.

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

14.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van € 7.050,=;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij, voor zover deze ziet op de kosten van rechtsbijstand, niet-ontvankelijk in haar vordering;

15.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van € 135,=.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

16.

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

17.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] van € 12.611,20.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

Schademaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [benadeelde partij] € 585,= 11 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij] € 204,92 04 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij] € 1.954,95 39 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij] € 7.564,40 67 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij] € 585,= 11 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij], € 2.500,= 42 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij] € 75,= 01 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij] € 250,= 05 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij] € 7.050,= 65 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij] € 135,= 02 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [benadeelde partij] € 12.611,20 93 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Kralingen, voorzitter, mr. Tempelaar en mr. Van den Hombergh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Korsten, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 31 januari 2008.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 08 juli 2007 te Zevenbergen, gemeente Moerdijk, tezamen en

in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk

brand heeft gesticht in en/of aan één of meerdere, auto('s) en/of een

brommobiel en/of een bus, te weten:

- een personenauto merk Opel (kleur blauw, kenteken [kenteken]) en/of

- een brommobiel merk Aixam (kenteken [kenteken]) en/of

- een bus merk Volkswagen (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Suzuki (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Mazda (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Chevrolet (kleur blauw, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Peugeot (kleur blauw, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Citroën (kleur beige, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Ford (kleur zwart, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Volvo (kleur rood, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Daihatsu (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Chevrolet (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Renault (kleur blauw, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Renault (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Opel (kleur zwart, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Volvo (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Volvo (kleur blauw, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Toyota (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Opel (kleur rood, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Volkswagen (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Mitsubishi (kleur grijs, kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Mazda (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Renault (kenteken [kenteken]) en/of

- een personenauto merk Kia (kleur grijs, kenteken [kenteken]),

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen

aldaar opzettelijk (open) vuur in aanraking heeft/hebben gebracht met een of

meer onderdelen van voornoemde auto('s) en/of brommobiel en/of bus, althans

met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemde auto('s) en/of

brommobiel en/of bus geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval

brand is ontstaan, terwijl daarvan (telkens) gemeen gevaar voor voornoemde

auto('s) en/of voornoemde brommobiel en/of voornoemde bus en/of omliggende

auto('s) en/of omliggende woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen

en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor zich in

omliggende woningen bevindende personen, in elk geval levensgevaar en/of

gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;

art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht