Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC3101

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
30-01-2008
Datum publicatie
04-02-2008
Zaaknummer
446478 cv 07-3694
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Alhoewel onduidelijkheid bestaat over de exacte huurverhouding en schuld van huurder, toch ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot bedrijfsruimte en veroordeling tot betaling. Geen rechtsverwerking door verhuurder. Onredelijkheid van gemaakte afspraak doet aan die afspraak zelf niet af. Zelfs eerdere toezegging verhuurder dat overeenkomst nog bepaalde periode zou duren, doet vanwege minimaal aanwezige betalingsachterstand en inmiddels stopgezette betalingen aan de toewijsbaarheid van de ontbinding niet meer af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Tilburg

zaak/rolnr.: 446478-CV-07/3694

vonnis d.d. 30 januari 2008

inzake

de besloten vennootschap ASSBEL B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te 5101 TB Dongen, Heuvelstraat 5,

eisende partij in conventie bij exploot van dagvaarding d.d. 10 mei 2007,

gedaagde (verwerende) partij in reconventie,

gemachtigde: mr. S. Polak, advocaat te Tilburg,

tegen:

de besloten vennootschap ROMPA BLADES B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te 5101 TB Dongen, Heuvelstraat 5,

gedaagde partij in conventie bij voormeld exploot,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. A.P.G.J.A. Wijnans, advocaat te Dongen.

Partijen worden hierna aangeduid als Assbel en Blades.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende processtukken:

1.1 de inleidende dagvaarding met producties,

1.2 de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties,

1.3 de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie,

1.4 de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie met producties,

1.5 de akte inbrengen producties in conventie en conclusie van dupliek in reconventie met producties,

1.6 de antwoordakte met producties.

2. Het geschil

Assbel vordert in conventie, samengevat, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst door de buitengerechtelijke verklaring d.d. 17 april 2007 rechtsgeldig is ontbonden althans wegens wanprestatie wordt ontbonden, veroordeling van Blades tot ontruiming van het gehuurde, veroordeling van Blades tot betaling van € 44.636,99 te vermeerderen met contractuele rente, veroordeling van Blades tot nakoming van de huurovereenkomst bij gebreke waarvan rente verschuldigd wordt over achterstallige bedragen, met veroordeling van Blades in de proceskosten.

Blades vordert in reconventie, samengevat, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Assbel tot betaling van

€ 73.767,00, althans € 48.767,00, te vermeerderen met wettelijke rente en met veroordeling van Assbel in de proceskosten.

Partijen weerspreken elkaars vordering.

3. De beoordeling

in conventie en in reconventie:

3.1 De vorderingen in conventie en in reconventie worden vanwege hun nauwe samenhang gezamenlijk behandeld.

3.2 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist staat tussen partijen het navolgende in rechte vast.

- Blades huurt in ieder geval sinds 1 maart 1999 krachtens steeds voor bepaalde tijd gesloten huurovereenkomsten van Assbel de bedrijfsruimte aan de Heuvelstraat 5 te Dongen tegen een door Blades bij vooruitbetaling verschuldigde maandhuur.

-Het van die overeenkomst op schrift gestelde en op 28 februari 1999 gedateerde huurcontract bepaalde onder meer, samengevat,

- in artikel 2 dat de huurovereenkomst ingaat op 1 maart 1999 en eindigt 3 jaar nadien op 28 februari 2002,

-artikel 3 dat de basishuurprijs bij aanvang fl. 3.750,00 (omgerekend € 1.701,68) per maand bedraagt,

- artikel 5 dat ieder beroep op compensatie met een vordering die Blades meent op Assbel te hebben of zullen krijgen is uitgesloten en indien Blades achterstallig is met het betalen van huurpenningen of andere bedragen uit de overeenkomst aan Assbel daarover een nader beschreven contractuele rente verschuldigd is,

- artikel 6 dat de huurprijs jaarlijks zal worden verhoogd of verlaagd overeenkomstig het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie,

- artikel 8 dat de energiekosten voor rekening van Blades zijn naar rato van de gebruikte hoeveelheid ook voor zover rekeningen of aanslagen op naam van Assbel zijn gesteld, waarbij de afrekening jaarlijks geschiedt op basis van de door de desbetreffende bedrijven of instellingen gefactureerde bedragen en Assbel maandelijks een aan het jaarverbruik gerelateerd bedrag bij wijze van voorschot aan Blades mag factureren, en

- artikel 19 dat indien Blades na schriftelijke sommatie nalatig blijft in het nakomen van enige verplichting, Assbel het recht heeft haar aan te zeggen dat zij de huur onmiddellijk eindigt.

- Bij de door Blades ondertekende en op 19 april 2001 door Assbel voor akkoord ondertekende brief van 13 april 2001 schreef Blades aan Assbel te bevestigen: “De huurtermijn zal per 1 januari 2002 jaarlijks verlengd worden met een periode van een jaar. Eventuele opzegging dient schriftelijk te geschieden voor 1 december. Wordt dit niet gedaan dan volgt een automatische verlenging van het contract met een kalenderjaar.”

- Bij brief van 17 april 2007 schreef Assbel aan Blades, samengevat, dat ingevolge artikel 19 van de huurovereenkomst met onmiddellijke ingang de overeenkomst wordt beëindigd en dat Blades het gehuurde uiterlijk 31 mei 2007 dient te ontruimen. In diezelfde brief schreef Assbel aan Blades ook dat voor zover nodig dehuurovereenkomst wordt opgezegd tegen 1 januari 2008 met dien verstande dat het gehuurde uiterlijk op 31 december 2007 moet zijn ontruimd. Bij die brief schreef Assbel aan Blades tevens dat bij het uitblijven van een reactie ervan uit wordt gegaan dat Blades niet akkoord gaat met de buitengerechtelijke beëindiging van de huurovereenkomst en dat dan de beëindiging van huurovereenkomst in rechte zal worden bewerkstelligd.

3.3 Assbel legt aan de vordering in conventie ten grondslag dat de huurovereenkomst mede gelet op de door partijen (mee)ondertekende brief van 13 april 2001 in beginsel telkens voor een periode van een kalenderjaar geldt, tenzij één van partijen de huurovereenkomst voor 1 december opzegt als gevolg waarvan deze dan per 31 december van datzelfde jaar eindigt. Assbel baseert de vordering in conventie op een schending van de huurdersverplichting om de huur- en energietermijnen correct te voldoen, terwijl ook de betalingsverplichtingen uit de getroffen betalingsregeling(en) niet steeds zouden zijn nagekomen. Assbel stelt, samengevat, dat verschuldigde maandtermijnen eigenlijk al vanaf het begin structureel niet tijdig werden betaald en gemaakte betalingsafspraken keer op keer niet werden nageleefd, waarbij op 20 april 2007 uiteindelijk al sprake was van een totale huurachterstand van € 44.636,99. Assbel maakt verder onder meer aanspraak op rente die op 20 april 2007 al € 9.293,88 zou hebben belopen.

3.4 Blades verweert zich in conventie door, samengevat, te stellen dat partijen vanwege de goede onderlinge verhoudingen altijd zeer informeel zaken met elkaar hebben gedaan en dat in of omstreeks augustus 2006 zelfs nog mondeling werd overeengekomen dat hun huurverhouding nog tot tenminste september 2009 zou duren. Daarbij werd volgens Blades ook afgesproken dat het gehuurde werd uitgebreid met een op kosten van Blades te verbouwen ruimte waar ter uitbreiding van haar productie een tweede messenmachine kon worden geplaatst, terwijl voor de extra ruimte na oplevering een aanvullende huurprijs verschuldigd zou worden gelijk aan de m2-prijs voor de bestaande huur. Blades stelt dat met die verbouwing een investering van € 30.000,00 is gemoeid, waarvan Blades in juli 2007 ook al een bedrag van € 15.041,84 had geïnvesteerd.

Blades stelt verder, samengevat, dat zij in financiële problemen verkeerde en in september 2003 ook een schuld van

€ 38.815,79 aan Assbel had, toen partijen mondeling een betalingsregeling overeenkwamen. Laatstelijk zou Blades op grond van de betalingsregeling wekelijks een bedrag van € 1.400,00 aan Assbel moeten betalen, welk bedrag als volgt was samengesteld: € 564,42 voor huurpenningen, € 576,69 als energievoorschot en € 259,11 aan aflossing op de schuld aan Assbel. Blades stelt haar schuld aan Assbel zo te hebben teruggebracht naar een bedrag van € 13.733,25 per 31 maart 2007.

Blades verwijt Assbel verder haar verhuurdersverplichtingen inzake, samengevat, gebreken, onderhoud en reparatie niet na te komen.

Blades ontkent, samengevat, dat sprake is van een ernstige tekortkoming die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt en stelt dat zij haar betaalverplichtingen volgens de afgesproken betalingsregeling nakomt. Blades stelt zelfs een tegenvordering op Assbel te hebben omdat voor daadwerkelijk verbruikte energie aan voorschotten jarenlang teveel aan Assbel werd betaald. Blades legt dat standpunt ook ten grondslag aan de vordering in reconventie. Volgens Blades heeft zij na verrekening met haar voornoemde schuld van € 13.733,25 zelfs nog een bedrag van € 73.767,00 van Assbel te vorderen wegens gedurende 7 jaren teveel betaalde energiebedragen.

3.5 Assbel verweert zich in reconventie door, samengevat, te stellen dat altijd het daadwerkelijke energieverbruik wordt genoteerd en de bedoelde kosten op basis daarvan ten laste van Blades werden en worden gebracht, omdat Blades niet over een eigen aansluiting beschikt. Assbel ontkent, samengevat, dat Blades jarenlang teveel zou hebben betaald wegens energie en stelt dat een vordering terzake voor de periode tot 2002 in ieder geval is verjaard. Assbel ontkent echter op het punt van de energielevering te zijn tekortgeschoten in enige verplichting harerzijds.

3.6 De kantonrechter overweegt dat partijen niet steeds eenduidig zijn in hun stellingen met betrekking tot een voor 1 maart 1999 tussen hen bestaande huurverhouding met betrekking tot de bedrijfsruimte aan de Heuvelstraat 5 te Dongen. Vast staat wel dat Blades in ieder geval sinds 1 maart 1999 krachtens steeds voor bepaalde tijd gesloten huurovereenkomsten van Assbel de bedrijfsruimte aan de Heuvelstraat 5 te Dongen huurt tegen een door Blades bij vooruitbetaling verschuldigde maandhuur.

3.7 Assbel stelt zich ten onrechte op het standpunt dat de huurovereenkomst bij brief van 17 april 2007 wegens tekortkomingen van Blades op grond van artikel 19 van het huurcontract buitengerechtelijk werd ontbonden. Ontbinding van de huurovereenkomst op de grond dat Blades tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen, kan rechtens immers in beginsel slechts geschieden door de rechter. Van dit uitgangspunt kan rechtens niet ten nadele van de huurder worden afgeweken. Al daarom is de in conventie gevorderde verklaring voor recht dat de huurovereenkomst door de buitengerechtelijke verklaring van 17 april 2007 rechtsgeldig is ontbonden niet toewijsbaar.

3.8 Het voorgaande laat onverlet dat de thans in conventie gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst toewijsbaar kan zijn op de grond dat Blades tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen. Voor zover Assbel die gevorderde ontbinding grondt op een structurele en eigenlijk al vanaf het begin van de huurverhouding aanwezige schending van betalingsverplichtingen uit de huurovereenkomst kan er echter niet aan worden voorbijgezien dat Assbel ook volgens eigen stellingen al van meet af aan in goede verhoudingen met Blades doorlopend in gesprek is geweest over aanzienlijke betalingsachterstanden en in ieder geval zelfs nog tot 2007 steeds heeft geaccepteerd dat betalingsafspraken daarover werden gemaakt of althans uitgevoerd. Dat doet er evenwel niet aan af dat een tekortkoming van Blades in de nakoming van een van haar verbintenissen uit de huurovereenkomst aan Assbel thans in beginsel de bevoegdheid geeft om de huurovereenkomst alsnog te (doen) ontbinden. Enkel door die ontbindingsbevoegdheid langere tijd niet uit te oefenen en ook volgens haar eigen stellingen langere tijd ondanks een aanzienlijke betalingsachterstand nog tot 2007 een coulante houding tegenover Blades aan te nemen, verloor Assbel althans nog niet de bevoegdheid om dat later alsnog te doen.

3.9 Assbel legt aan die in conventie gevorderde ontbinding ten grondslag dat Blades is tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen uit de huurovereenkomst met betrekking tot verschuldigde huur- en energiebedragen, waarbij op 20 april 2007 uiteindelijk sprake zou zijn geweest van een totale betalingsachterstand van € 44.636,99. Blades stelt dat inderdaad sprake is van een betalingsachterstand in die door Assbel geclaimde huur- en energiebedragen, maar volgens Blades is de hoogte daarvan op grond van betalingsregelingen al teruggebracht naar een bedrag van € 13.733,25 per 31 maart 2007 terwijl daarbij door Assbel bovendien nog eens al jaren te hoge energiebedragen zouden zijn geclaimd.

3.9.1 Ter onderbouwing van haar standpunt dat Assbel al jarenlang te hoge energietermijnen heeft geclaimd beroept Blades zich in het bijzonder op stukken van de door haar ingeschakelde T. van der Schaaf. Blijkens die stukken wenst Blades de redelijkheid van de daarover met Assbel gemaakte afspraak ter discussie te stellen en tot een andere afspraak met Assbel daarover te komen, maar dat kan als zodanig niet afdoen aan de eerder tussen partijen daarover al gemaakte afspraak. Totdat partijen anders op dit punt zijn overeengekomen blijft immers uitgangspunt hetgeen partijen eerder daarover zelf met elkaar hebben afgesproken.

3.9.2 Tussen partijen is niet in geschil dat, voor zover hier van belang en samengevat, tussen hen eerder werd afgesproken dat de door de energiebedrijven aan Assbel gefactureerde bedragen uiteindelijk voor rekening van Blades komen, waarbij de door Blades aan Assbel te betalen energiebedragen dienen te worden vastgesteld overeenkomstig artikel 8 van het op 28 februari 1999 gedateerde huurcontract en gerelateerd aan het feitelijk energieverbruik door het gehuurde en haar gebruiker(s). Alhoewel krachtens tussen partijen geldende afspraak voor de door Blades aan Assbel te betalen energiebedragen het feitelijk energieverbruik over een bepaalde periode tot uitgangspunt dient, zijn de door Blades ingeroepen stukken van Van der Schaaf daarentegen echter slechts gebaseerd op beperkte gegevens waarbij bovendien niet werd beschikt “over alle items die nodig zijn voor een reële berekening van de verbruikskosten” zodat op grond van door Van der Schaaf gemaakte aannames “de uitkomsten af kunnen wijken van de werkelijkheid”. Al daarom kunnen de door Blades ingeroepen stukken van Van der Schaaf geen relevante betekenis toekomen voor de door Blades aan Assbel verschuldigde energiebedragen.

3.9.3 De tussen partijen geldende afspraak voor de door Blades aan Assbel te betalen energiebedragen heeft niet alleen de door partijen afgesproken rechtsgevolgen, maar ook die welke op grond daarvan overigens uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Dat kan slechts anders zijn voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit laatste is door Blades echter niet, althans volstrekt onvoldoende uitdrukkelijk en gemotiveerd, gesteld. Voor zover Blades zich mede middels de stukken van Van der Schaaf op het standpunt stelt dat de tussen partijen gemaakte afspraak met betrekking tot de energiekosten in strijd met de redelijkheid zou zijn of voor haar onredelijk uitpakt, is dat daartoe althans volstrekt onvoldoende. Met name waar niet, althans niet uitdrukkelijk en gemotiveerd, is betwist dat de door Assbel geclaimde energiebedragen zijn gebaseerd op het feitelijk gemeten energieverbruik en Van der Schaaf slechts heeft bezien welke kosten door Assbel “normaliter op een reële wijze in rekening gebracht zouden kunnen worden” omdat het Blades “gaat om een redelijke, reële en billijke vergoeding van de energiekosten” en hij de vraag opwerpt of de gemaakte afspraak “wel een redelijke afspraak is geweest”, blijft dan ook voor de door Blades aan Assbel te betalen energiebedragen uitgangspunt hetgeen partijen eerder daarover zelf met elkaar hebben afgesproken.

3.9.4 Voor zover Blades de in reconventie gevorderde veroordeling van Assbel tot betaling van een geldbedrag baseert op het standpunt dat Assbel al jarenlang te hoge energietermijnen heeft geclaimd en Blades met een beroep op de stukken van Van der Schaaf stelt dat het daarbij dan uiteindelijk gaat om een jaarlijks teveel betaald bedrag van € 12.500,00, kan dat standpunt dan ook al gelet op het voorgaande niet worden gevolgd. Dan wordt nog daargelaten dat uit de stellingen en stukken van Blades trouwens ook niet, althans niet duidelijk en gemotiveerd, volgt hoeveel energiekosten op basis van welk feitelijk verbruik in de bewuste periode eigenlijk niet voor haar rekening hadden mogen worden gebracht maar wel zouden zijn betaald en welke energiebedragen volgens Blades daartoe ook feitelijk aan Assbel zijn betaald. Reeds daarom is de door Blades in reconventie gevorderde veroordeling van Assbel tot betaling van een geldbedrag al niet toewijsbaar, voor zover zij in die vordering althans al kan worden ontvangen. Tussen partijen is immers niet in geschil dat bij de bewuste periodieke energiebetalingen sprake is van periodieke vorderingen die in beginsel verjaren door verloop van vijf jaar. Blades stelt ten onrechte dat die vijfjaarstermijn pas begon te lopen op het moment dat zij met de schade bekend raakte. Die termijn vangt rechtens aan op de dag die volgt op de datum waarop de desbetreffende vordering opeisbaar is geworden. Voor zover de in reconventie gevorderde veroordeling van Assbel tot betaling wegens jarenlang teveel betaalde energiebedragen betrekking heeft op de periode vóór 2002, is de vordering daarom verjaard en zal Blades in zoverre in de reconventionele vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.

3.9.5 Waar Assbel stelt dat Blades is tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichtingen uit de huurovereenkomst met betrekking tot verschuldigde huur- en energiebedragen en aldus op 20 april 2007 uiteindelijk sprake zou zijn geweest van een totale betalingsachterstand van € 44.636,99, stelt Blades dat haar betalingsachterstand in die door Assbel geclaimde huur- en energiebedragen op grond van betalingsregelingen al zou zijn teruggebracht naar een bedrag van € 13.733,25 per 31 maart 2007. Mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen volgt daaruit dat op 31 maart 2007 in ieder geval sprake was van een betalingsachterstand in de op grond van de huurovereenkomst verschuldigde huur- en energiebedragen ten bedrage van € 13.733,25. Blades betwist echter verder ook niet, althans niet uitdrukkelijk en gemotiveerd, dat die betalingsachterstand sindsdien alleen nog maar verder is opgelopen terwijl door Assbel vanaf 24 april 2007 geen, althans nauwelijks nog, door Blades verschuldigde huur- en energiebedragen werden ontvangen. Ter specificatie en onderbouwing van de door haar gestelde betalingsachterstand beroept Assbel zich op daartoe (als productie 14 bij dagvaarding) overgelegde overzichten, waaruit volgt dat de door Blades maandelijks verschuldigde termijnen al geruime tijd iets boven de € 4.900,00 hebben gelegen en laatstelijk in februari 2007 € 4.944,82 heeft bedragen. Blades heeft dit laatste als zodanig niet uitdrukkelijk en gemotiveerd weersproken zodat de betalingsachterstand over de periode vanaf 24 april 2007 in ieder geval is opgelopen met een bedrag van tenminste € 4.944,82 per maand, waarop mogelijk slechts in mindering komt een volgens de stellingen van Assbel door Blades op een derdenrekening gestort bedrag van € 2.000,00 en een rechtstreeks aan haar betaald bedrag van € 600,00. Nu tussen partijen verder niet in geschil dat Assbel de energielevering ten behoeve van het gehuurde inmiddels op of omstreek 6 september 2007 heeft doen afsluiten, brengt het voorgaande mee dat de totale betalingsachterstand blijkens de stellingen en stukken van partijen inmiddels minimaal een bedrag van € 30.000,00 beloopt. Voor zover Assbel zich op het standpunt stelt dat de totale betalingsachterstand meer dan dat bedrag beloopt, bieden de stellingen en stukken van Assbel daartoe echter volstrekt onvoldoende aanknopingspunten. Zo is in de daartoe door Assbel (als productie 14 bij dagvaarding) overgelegde overzichten in het algemeen wel aangegeven hoe de achterstand volgens Assbel vanaf 1 januari 2004 werd opgebouwd en meer in het bijzonder dat de aldus opgebouwde schuld zou bestaan uit verschuldigde huur- en energiekosten en welke sindsdien gedane betalingen daarop precies in mindering zouden hebben gestrekt, maar daaruit volgt met name niet welk deel van die schuld volgens Assbel precies is toe te rekenen aan achterstallige huurpenningen en welk deel precies betrekking zou hebben op achterstallige energiebetalingen. Ook uit de stellingen van Assbel volgt niet, althans niet duidelijk en gemotiveerd, hoeveel energiekosten op basis van welk feitelijk verbruik in de bewuste periode op grond van welke omrekening precies voor rekening van Blades mochten worden gebracht en welke energiebedragen Blades daartoe ook feitelijk aan Assbel heeft betaald.

3.9.6 Het voorgaande brengt mee dat de door Assbel in conventie gevorderde veroordeling van Blades tot betaling van een geldbedrag slechts toewijsbaar is tot het voornoemde bedrag van € 30.000,00. Het brengt ook mee dat de in conventie gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst vanwege een aanwezige betalingsachterstand in beginsel toewijsbaar is. Blades stelt dat haar tekortkoming die ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt, maar al gelet op de minimale hoogte van de inmiddels ontstane betalingsachterstand en de omstandigheid dat vanaf 24 april 2007 geen, althans nauwelijks nog, verschuldigde betalingen werden gedaan kan Blades daarin niet worden gevolgd. Waar dat mogelijk nog anders had kunnen zijn indien Assbel in 2006 ondanks de toenmalige voorgeschiedenis en betalingsachterstand toch de door Blades gestelde toezegging deed dat de huurverhouding nog tot tenminste september 2009 zal duren en daarbij toen zelfs nog de bewuste uitbreiding van het gehuurde tussen partijen werd afgesproken, kan ook dat bij juistheid onder de gegeven omstandigheden niet meer tot een ander oordeel leiden. Al daarom zal de in conventie gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst worden toegewezen en is ook de op basis daarvan door Assbel gevorderde ontruiming als zodanig toewijsbaar.

3.10 Nu gelet op het voorgaande in ieder geval sprake is van een schending van betalingsverplichtingen uit de huurovereenkomst, is de in conventie gevorderde veroordeling van Blades tot nakoming van de huurovereenkomst als zodanig toewijsbaar. Tussen partijen is niet in geschil dat die betalingsverplichtingen in ieder geval betrekking hebben maandelijks verschuldigde huur en energiebedragen, maar nu uit de stellingen en stukken van partijen niet, althans volstrekt onvoldoende duidelijk, volgt wat die betalingsverplichtingen meer specifiek precies inhouden zal slechts met een beperkte veroordeling tot nakoming terzake worden volstaan.

3.11 Waar de door Assbel in conventie gevorderde veroordeling van Blades tot betaling van een geldbedrag zal worden toegewezen tot een bedrag van € 30.000,00, is ook de daarover gevorderde contractuele rente over die hoofdsom in beginsel verschuldigd over de tijd dat Blades met de voldoening daarvan in verzuim is geweest. Blades ontkent de contractuele verschuldigdheid van die gevorderde rente als zodanig ook niet, althans niet uitdrukkelijk en gemotiveerd. Nu uit de stellingen en stukken van Assbel echter niet, althans volstrekt onvoldoende duidelijk, volgt vanaf welke eerdere datum die rente precies zou zijn verschuldigd, wordt die rente echter eerst toegewezen vanaf de datum van dagvaarding.

3.12 Als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij zal Blades zowel in conventie als in reconventie in de proceskosten worden veroordeeld.

3.13 Gelet op het voorgaande behoeven de overige geschilpunten geen bespreking meer, zodat verder ook onbesproken kan blijven wat rechtens de exacte status van de tussen partijen bestaande huurverhouding is. Op grond van het voorgaande wordt als volgt beslist.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

veroordeelt Blades om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis genoemde bedrijfsruimte c.a. aan de Heuvelstraat 5 te Dongen te verlaten en te ontrui¬men, met medeneming van al diegenen die, en al hetgeen dat zich daarin of daarop niet vanwege Assbel bevin¬den/bevindt, eventuele onder¬huurders daaronder begrepen, en de bedrijfsruimte c.a. ter vrije en algehele beschikking van Assbel te stellen, onder afgifte der sleutels, met machti¬ging op Assbel, de ontruiming zelf en op kosten van Blades te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm;

veroordeelt Blades om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Assbel te betalen een bedrag van € 30.000,00, te vermeerderen met de contractuele rente van 8% over dat bedrag vanaf 10 mei 2007 tot de dag der voldoening;

veroordeelt Blades om voor de duur van de huurovereenkomst te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst;

veroordeelt Blades in de kosten van het geding, deze voor zover aan de zijde van Assbel gevallen tot op heden begroot op

€ 1.269,85, waaronder begrepen een bedrag van € 1.000,00 aan gemachtigdensalaris;

in reconventie

verklaart Blades in de vordering niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op betaalde energiebedragen met betrekking tot de periode vóór 2002;

veroordeelt Blades in de kosten van de procedure aan de zijde van de eisende partij gevallen, welke kosten tot op heden in totaal zijn begroot op € 400,00 voor salaris van de gemachtigde van Assbel;

in conventie en in reconventie

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2008.