Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2008:BC3095

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
23-01-2008
Datum publicatie
30-01-2008
Zaaknummer
441241 cv 07-25 en 454419 cv 07-4697
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vertegenwoordiging. Is opgetreden als koper of als vertegenwoordiger? Principaal gebonden aan koopovereenkomsten, nu schijn van bevoegdheid door zijn toedoen is gewekt en de gesteld onbevoegde vertegenwoordigingshandeling door hem is bekrachtigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2008, 41
JRV 2008, 340
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Bergen op Zoom

vonnis d.d. 23 januari 2008

inzake

A: de hoofdzaak met rolnr.: 441241 CV 07-2554

de besloten vennootschap WILDKAMP B.V.,

gevestigd te Lutten, gemeente Hardenberg,

eiseres,

gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis, gerechtsdeurwaarders & incasso b.v. te Hengelo,

tegen

[gedaagde],

wonende te Hoeven, gemeente Halderberge,

gedaagde, procederend ingevolge civiele toevoeging 1DV0164,

gemachtigde: aanvankelijk mr. L.E. Swart, thans mr. H. Weinans te Roosendaal.

B: de vrijwaringszaak met rolnr.: 454419 CV 07-4697

[gedaagde],

wonende te Hoeven, gemeente Halderberge,

eiser, procederend ingevolge civiele toevoeging 1DX6221,

gemachtigde: aanvankelijk mr. L.E. Swart, thans mr. H. Weinans te Roosendaal.

tegen

de besloten vennootschap CAMPING DE WITTE PLAS B.V.,

statutair gevestigd te Rotterdam en kantoorhoudende te Schijf, gemeente Rucphen,

gedaagde,

gemachtigde: de heer G.J.C. van Limborgh.

Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk “Wildkamp”, “[gedaagde]” en “De Witte Plas”.

1. Het verdere verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

in de hoofdzaak:

- het tussenvonnis van 25 juli 2007 en de daarin genoemde stukken;

- de conclusie van antwoord, met productie;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

in de vrijwaringszaak:

- de dagvaarding van 13 augustus 2007, met producties;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek, met producties.

2. Het geschil

in de hoofdzaak:

Wildkamp vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 1.200,79, te vermeerderen met de contractuele rente ad 24% per jaar vanaf 10 april 2007 over een bedrag van € 846,24, kosten rechtens.

[gedaagde] voert verweer.

in de vrijwaringszaak:

[gedaagde] vordert veroordeling van De Witte Plas tot betaling van al hetgeen waartoe hij als gedaagde in de hoofdzaak jegens Wildkamp mocht worden veroordeeld met inbegrip van de kostenveroordeling, met veroordeling van De Witte Plas in de kosten van het vrijwarings- geding.

De Witte Plas voert verweer.

3. De beoordeling

in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak:

3.1 Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist het navolgende vast:

1. De Witte Plas exploiteert een camping.

2. Deze camping is in de periode van januari 2005 tot januari 2006 beheerd door Groenzicht v.o.f., een vennootschap waarvan [gedaagde] en [J. M.] vennoten waren.

3. [gedaagde] heeft in die periode meerdere materialen besteld bij Wildkamp, zo ook in en omstreeks oktober 2005.

4. [gedaagde] heeft gevraagd de facturen voor de materialen op naam van De Witte Plas te stellen.

5. Terzake van de in en omstreeks oktober 2005 bestelde materialen zijn door Wildkamp vervolgens drie facturen, gedateerd 17 oktober 2005, 25 oktober 2005 en 14 november 2005, verzonden aan De Witte Plas.

6. De Witte Plas heeft die facturen zonder protest behouden, maar niet betaald.

7. Twee eerdere facturen van Wildkamp, die [gedaagde] eveneens op naam van De Witte Plas heeft laten stellen, zijn door De Witte Plas (wel) voldaan.

8. Nadat (de incassogemachtigde van) Wildkamp De Witte Plas meerdere malen tot betaling had gemaand heeft De Witte Plas kenbaar gemaakt dat [gedaagde] de aankopen met betrekking tot de onderhavige facturen niet op rekening van De Witte Plas mocht verrichten.

voorts in de hoofdzaak:

3.2 Wildkamp heeft aan haar vordering -kort gezegd- ten grondslag gelegd, dat de koopovereenkomsten met betrekking tot de bestelde materialen tot stand zijn gekomen tussen haar als verkoopster en [gedaagde] als koper, zodat [gedaagde] de koopprijs van totaal € 846,24 (vermeerderd met rente en kosten) aan haar is verschuldigd.

3.3 [gedaagde] heeft zich primair op het standpunt gesteld dat hij niet zelf als koper optrad, maar slechts handelde namens De Witte Plas, zodat de koopovereenkomsten tot stand zijn gekomen tussen Wildkamp en De Witte Plas en hij derhalve niet is gehouden tot betaling van de facturen. Subsidiair meent hij dat De Witte Plas de aankopen door hem namens haar gedaan heeft bekrachtigd, zodat, ook indien sprake is van het ontbreken van een -toereikende- volmacht, door die bekrachtiging koopovereenkomsten tot stand zijn gekomen tussen Wildkamp enerzijds en De Witte Plas anderzijds. De Witte Plas heeft in zijn visie bovendien de schijn gewekt van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid.

3.4 Vaststaat dat [gedaagde] bij Wildkamp de materialen heeft besteld, zoals nader gespecificeerd in de pakbonnen behorend bij de facturen van 17 oktober 2005, 25 oktober 2005 en 14 november 2005, welke pakbonnen door [gedaagde] “voor ontvangst goederen” zijn ondertekend. Dat [gedaagde] de bestelling plaatste en de pakbonnen ondertekende rechtvaardigt echter niet zonder meer de conclusie, dat hij voor zichzelf optrad. Voor het antwoord op de vraag of in eigen naam dan wel als vertegenwoordiger is gehandeld is in het algemeen beslissend hetgeen de handelende persoon (in casu [gedaagde]) en de wederpartij (in casu Wildkamp) jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen (ook uit die verklaringen en gedragingen die zich hebben voorgedaan nadat de handeling is verricht) hebben afgeleid en mochten afleiden. Uit de omstandigheid dat [gedaagde] tijdens eerdere transacties als vertegenwoordiger met Wildkamp heeft gehandeld en ook thans heeft verzocht rechtstreeks aan De Witte Plas te factureren heeft Wildkamp redelijkerwijs moeten begrijpen dat [gedaagde] niet zelf als koper, maar namens De Witte Plas bedoelde op te treden. Daarop wijst ook de eigen stelling van Wildkamp bij repliek, dat zij op basis van de eerdere transacties, uit mocht gaan van de aanwezigheid van een toereikende volmacht van de zijde van [gedaagde]. Wildkamp heeft ingestemd met het door [gedaagde] gedane verzoek rechtstreeks aan De Witte Plas te factureren en heeft daaraan ook daadwerkelijk uitvoering gegeven. Die omstandigheden maken dat anderzijds [gedaagde] redelijkerwijs mocht aannemen dat Wildkamp ermee akkoord ging dat De Witte Plas en niet hijzelf de koper van de materialen was. Het moet er derhalve in dit geding voor worden gehouden dat [gedaagde] namens De Witte Plas optrad.

3.5 Het antwoord op de in geschil zijnde vraag of [gedaagde] ook bevoegd was namens De Witte Plas op te treden, kan in het midden blijven, nu zelfs indien er veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat die bevoegdheid ontbrak -hoewel de toenmalige functie van [gedaagde] als beheerder van de camping reeds een vermoeden van volmacht inhoudt-, De Witte Plas gebonden is aan de onderhavige koopovereenkomsten, nu de schijn van bevoegdheid door haar toedoen is gewekt en de gesteld onbevoegde vertegenwoordigingshandeling door haar is bekrachtigd. Terecht meent Wildkamp immers dat zij op grond van de eerder door [gedaagde] gedane bestellingen, waarvoor door De Witte Plas wel is betaald, in redelijkheid heeft mogen veronderstellen dat een toereikende volmacht was verleend. Bovendien heeft De Witte Plas -naar aan [gedaagde] kan worden toegegeven- de gedane en volgens [gedaagde] voor haar camping bestemde aankopen (stilzwijgend) bekrachtigd door de ter zake van die aankopen aan haar verzonden facturen, zonder protest te behouden. Eerst nadat de incassogemachtigde van Wildkamp De Witte Plas meerdere malen tot betaling had gesommeerd heeft De Witte Plas kenbaar gemaakt dat [gedaagde] de aankopen niet op haar rekening had mogen verrichten.

3.6 Het vorenstaande leidt in dit geding tot de slotsom dat zelfs in het geval [gedaagde] niet bevoegd was als gevolmachtigde te handelen, De Witte Plas aan de koopovereenkomsten is gebonden, zodat zij in beginsel is gehouden de facturen van Wildkamp te voldoen. Dit betekent ook dat Wildkamp ten onrechte [gedaagde] heeft aangesproken voor de betaling van de facturen en dat haar tegen [gedaagde] gerichte vordering -die enkel is gebaseerd op het bestaan van een koopovereenkomst tussen haar en [gedaagde]- dient te worden afgewezen. De nevenvorderingen (rente en buitengerechtelijke kosten) treft vanzelfsprekend een zelfde lot.

3.7 Het vorenstaande laat overigens onverlet, dat degene die onbevoegd namens een ander rechtshandelingen verricht voor de schade van de wederpartij aansprakelijk is, omdat hij voor zijn bevoegdheid moet instaan. Dit noopt echter evenmin tot een beantwoording van de vraag of door [gedaagde] al dan niet bevoegd is gehandeld, nu Wildkamp geen schade van [gedaagde] heeft gevorderd.

3.8 Wildkamp zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding aan de zijde van [gedaagde] gevallen.

In de vrijwaring

3.9 Nu in de hoofdzaak geen veroordeling van [gedaagde] volgt heeft [gedaagde] geen belang (meer) bij zijn vordering in vrijwaring, die er immers uitsluitend op is gericht betaling van De Witte Plas te verkrijgen van al hetgeen waar hij toe mocht worden veroordeeld in de hoofdzaak. De vordering zal derhalve wegens gebrek aan belang worden afgewezen.

3.10 De Witte Plas heeft -kort en zakelijk weergegeven- aangevoerd dat [gedaagde] zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft overschreden. Hoewel dit wanprestatie kan opleveren, in het bijzonder indien de vertegenwoordigde (in casu De Witte Plas) niettemin gebonden is, zal aan het verweer van De Witte Plas worden voorbijgegaan, nu De Witte Plas aan haar verweer geen rechtsgevolgen heeft verbonden en zij ook geen zelfstandige (tegen)vordering heeft ingesteld.

3.11 [gedaagde] zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De kantonrechter:

A: de hoofdzaak met rolnr. 441241 CV 07-2554:

- wijst de vordering van Wildkamp af;

- veroordeelt Wildkamp in de kosten van deze procedure aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot op heden begroot op

€ 200,-- aan salaris voor de gemachtigde van [gedaagde];

B: de vrijwaringszaak met rolnr. 454419 CV 07-4697

- wijst de vordering van [gedaagde] af;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding aan de zijde van De Witte Plas gevallen en tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Minnaar, kantonrechter, en uitgespro¬ken ter openbare terechtzitting van woensdag 23 januari 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.