Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2007:BK1652

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
12-12-2007
Datum publicatie
06-11-2009
Zaaknummer
07/1646
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 07/1646

Uitspraakdatum: 12 december 2007

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[eiser] BV, gevestigd te [plaats], eiseres,

en

de heffingsambtenaar van het waterschap Brabantse Delta, verweerder.

Eiseres wordt hierna aangeduid als belanghebbende.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 5 maart 2007 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende opgelegde aanslag verontreinigingsheffing oppervlaktewateren 2003.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 november 2007 te Breda.

Aldaar zijn verschenen en gehoord namens belanghebbende, [betrokkene] en [betrokkene], ter bijstand vergezeld van [betrokkene] en gemachtigde, mr. [gemachtigde], verbonden aan Geeraedts Van den Dungen Advocaten te ’s-Hertogenbosch, alsmede namens verweerder, mr. [gemachtigde] en [gemachtigde].

1.Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2.Gronden

2.1. In geschil is of de aanslag naar een juist bedrag is opgelegd.

2.2. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat op grond van het bepaalde in artikel 27e, onderdeel a van de AWR de bewijslast dient te worden omgekeerd.

2.3. Belanghebbende heeft een deel van de bedrijfsafvalwaterstromen niet bemeten, bemonsterd en geanalyseerd, doch buiten de meetput om geloosd, waardoor geen vaststelling van de vervuilingswaarde van het betreffende water heeft kunnen plaatsvinden. Verweerder heeft onweersproken gesteld dat belanghebbende in de haar uitgereikte aangifte voor het onderhavige jaar het buiten de meetput om geloosd afvalwater ten onrechte in de aangifte heeft vermeld als koelwater geloosd op het schoonwaterriool. Aangezien het vermelden van de afzonderlijke afvalwaterstromen een essentiële factor is bij de berekening van de verschuldigde verontreinigingsheffing is de rechtbank van oordeel dat belanghebbende de vereiste aangifte niet heeft gedaan en dat mitsdien de door verweerder voorgestane “omkering van de bewijslast” dient te worden toegepast.

2.4. De rechtbank dient dan ingevolge artikel 27e, onderdeel a van de AWR het beroep ongegrond te verklaren tenzij is gebleken dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is.

2.5. Voormelde omkering van de bewijslast laat onverlet dat verweerder de hoogte van de aanslag op redelijke en inzichtelijke wijze dient te schatten en dat de aanslag niet naar willekeur mag worden vastgesteld. Verweerder heeft de aanslag vastgesteld met behulp van de van belanghebbende ontvangen waterbalans over het jaar 2004 en de bekende hoeveelheid ingenomen water. De afvalstromen uit de waterbalans 2004 zijn als uitgangspunt genomen voor het reconstrueren van de afvalstromen in 2003. Voorts is bij de berekening rekening gehouden met de bekende verschillen tussen beide jaren. Vervolgens is de vervuiling van de niet bemeten, bemonsterde en geanalyseerde waterstromen vastgesteld met behulp van de tabel afvalwatercoëfficiënten. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met deze berekeningswijze en toepassing van de tabel op de niet bemeten, bemonsterde en geanalyseerde afvalwaterstromen de aanslag op redelijke en inzichtelijke wijze heeft vastgesteld.

2.6. Belanghebbende heeft met hetgeen zij heeft aangevoerd niet doen blijken dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is, zodat om die reden het beroep ongegrond dient te worden verklaard. Het door belanghebbende overgelegde rapport van AquaSurvey d.d. 4 juli 2007 doet aan dit oordeel niet af, nu dit rapport geen resultaten bevat van afvalwaterstromen in het jaar 2003, doch van een afvalwateronderzoek over de periode 29 mei 2007 tot 3 juni 2007.

2.7. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond.

2.8. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan op 12 december 2007 door mr. W. Brouwer, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. drs. M.H. van Schaik, griffier.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 21 december 2007

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.