Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2007:BC0267

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
14-12-2007
Datum publicatie
14-12-2007
Zaaknummer
07/4835
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Schorsingsverzoek van een besluit van b. en w. van Bergen op Zoom tot sluiting van camping De Heidepol te Bergen op Zoom.

Vandaag heeft de rechtbank de weigering van een kampeerexploitatievergunning voor de camping bevestigd. Het beheer kan alleen worden gelegaliseerd met een kampeerexploitatievergunning. De nieuwe aanvraag bevat echter geen andere gegevens dan de vorige. Uit het recente brandveiligheidsrapport blijkt dat de camping nog steeds niet voldoet aan de eisen van brandveiligheid. Bovendien blijkt dat de brandveiligheidssituatie op De Heidepol structureel slechter is dan op andere campings. Voorts ligt er een negatief brandveiligheidsadvies van de Bergse brandweer.

Bij het handhavend optreden is de juiste volgorde toegepast door verzoekster met een last onder dwangsom eerst in de gelegenheid te stellen zelf passende maatregelen te nemen en pas daarna bestuursdwang toe te passen.

Het vervallen van de Wor per 1 januari 2008 noopt ook niet tot afzien van handhavend optreden. Daarna kan immers op basis van de Bouwverordening handhavend worden opgetreden en verweerder heeft gesteld dat ook te zullen doen.

Het commerciële eigenbelang bij het openblijven van de camping weegt niet zwaarder dan het algemeen belang bij de brandveiligheid op camping De Heidepol.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, team bestuursrecht

procedurenummer: 07 / 4835 GEMWT VV

uitspraak van de voorzieningenrechter

in de zaak van

de besloten vennootschap Camping Heidepol B.V.,

gevestigd te Wouwse Plantage, gemeente Bergen op Zoom,

verzoekster,

gemachtigde ing. J.A.L. van Engelen,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom,

verweerder.

1. Procesverloop

Namens verzoekster is bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder van 19 oktober 2007 (bestreden besluit), inzake de aanzegging tot toepassing van bestuursdwang strekkende tot sluiting van camping De Heidepol aan de [adres] te Bergen op Zoom.

Tevens is namens haar op 13 november 2007 verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek om voorlopige voorziening is behandeld ter zitting van 11 december 2007, gevoegd met het verzoek om voorlopige voorziening van diverse bewoners van de camping. Daarbij werd eiseres vertegenwoordigd door haar bestuurder [naam bestuurder], bijgestaan door ing. J.A.L. van Engelen en mr. J.M. de Heer. Namens verweerder is [medewerker verweerder] verschenen, vergezeld van [medewerker brandweer] en [medewerker brandweer] van de brandweer Bergen op Zoom. Verder waren diverse bewoners van camping De Heidepol aanwezig.

2. Beoordeling

2.1 Op grond van de gedingstukken en de behandeling ter zitting gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Verzoekster exploiteert een kampeerterrein onder de naam “De Heidepol” op het perceel aan de [adres] te Bergen op Zoom, kadastraal bekend als gemeente Bergen op Zoom, [kadastergegevens] (perceel). Dit kampeerterrein met voorzieningen wordt hierna ook wel aangeduid als “de camping”.

In september 2006 heeft verzoekster bij verweerder een aanvraag om toekenning van een kampeerexploitatievergunning als bedoeld in de Wet op de openluchtrecreatie (Wor) ingediend. Bij primair besluit van 6 april 2007 heeft verweerder de gevraagde vergunning geweigerd. Bij beslissing op bezwaar van 2 augustus 2007 heeft verweerder deze weigering gehandhaafd.

Bij besluit van 6 april 2007 heeft verweerder verzoekster een last onder dwangsom opgelegd wegens het exploiteren van voornoemde camping zonder de daarvoor vereiste vergunning ingevolge de Wor. Bij beslissing op bezwaar van 2 augustus 2007 heeft verweerder deze last onder dwangsom gehandhaafd. Aan deze last heeft verzoekster niet voldaan. Inmiddels zijn alle dwangsommen verbeurd.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder verzoekster, vanwege het exploiteren van een kampeerterrein zonder de vereiste kampeerexploitatievergunning, bestuursdwang aangezegd indien verzoekster niet binnen vier weken na dagtekening van dit besluit alle gebruikers van camping De Heidepol de toegang daartoe heeft ontzegd en verhinderd en al haar activiteiten in het kader van het kampeerbedrijf heeft gestaakt. De aangekondigde bestuursdwang bestaat uit het effectueren van de ontruiming en sluiting van camping De Heidepol, zulks op kosten van verzoekster. Hiertegen is namens verzoekster een bezwaarschrift ingediend.

2.2 Verzoekster heeft, samengevat, aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel (de campinggasten hebben geen zienswijzen kunnen indienen), het motiveringsbeginsel (de sluiting is onlogisch en ongemotiveerd), het rechtszekerheidsbeginsel (verzoekster weet niet welke eisen aan de camping worden gesteld en er is een onjuiste volgorde gehanteerd tussen het opleggen van een dwangsom en het toepassen van bestuursdwang), het gelijkheidsbeginsel (andere campings en een woonwagenkamp worden niet aangepakt), het vertrouwensbeginsel (er is toegezegd dat de druk op de camping zou afnemen wanneer de camping maatregelen zou nemen), het fair-playbeginsel (er wordt geen openheid en eerlijkheid betracht) en het evenredigheidsbeginsel (de lasten en nadelen voor de burger mogen niet zwaarder zijn dan het algemeen belang van het besluit).

Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht het bestreden besluit te schorsen, met veroordeling van verweerder in de proceskosten.

2.3 Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt. Verder dient deze beslissing het resultaat te zijn van een belangenafweging, waarbij moet worden bezien of uitvoering van het bestreden besluit voor verzoekster een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van dat besluit te dienen belang.

Voorzover de beoordeling van dit verzoek meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

2.4 Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Wor is het verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een kampeerterrein te houden.

Artikel 5:21 van de Awb verstaat onder bestuursdwang: het door feitelijk handelen door of vanwege een bestuursorgaan optreden tegen hetgeen in strijd met bij of krachtens enig wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten.

2.5 De grondslag voor de bestuursdwangaanschrijving is de stelling dat verzoekster heeft gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wor. Niet is in geschil dat de aanvraag uit september 2006 van verzoekster om een kampeerexploitatievergunning door verweerder is afgewezen. De rechtbank heeft deze weigering bij uitspraak van heden bevestigd. Dat betekent dat moet worden vastgesteld dat verzoekster een kampeerterrein exploiteert zonder dat zij de daartoe benodigde vergunning heeft verkregen, zodat artikel 8 van de Wor inderdaad is overtreden.

Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving van voorschriften, zal in elk geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of met een last onder dwangsom tegen de overtreding op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Weliswaar heeft verweerder in verband met de onderhavige overtreding eerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd, maar aangezien deze last inmiddels is uitgewerkt, in die zin dat de begunstigingstermijn is verstreken en verzoekster de opgelegde dwangsommen volledig heeft verbeurd, is verweerder bevoegd om opnieuw handhavend op te treden tegen verzoekster.

Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd af te zien van handhavend optreden. Dit kan zich voordoen indien een concreet vooruitzicht op legalisering bestaat of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

De overtreding van verzoekster kan slechts worden gelegaliseerd indien haar alsnog een kampeerexploitatievergunning zou kunnen worden verleend. In september 2007 heeft verzoekster daartoe een nieuwe aanvraag ingediend. Volgens verweerder bevat de nieuwe aanvraag van verzoekster geen andere gegevens dan die waarop de aanvraag uit 2006 is afgewezen, en zou ook deze aanvraag niet volledig zijn. Bovendien blijkt uit het recente brandveiligheidsrapport d.d. 6 december 2007 van Seval b.v.b.a. dat de camping nog steeds niet voldoet aan de in het kader van de Wor te stellen eisen aan de brandveiligheid. Zo zijn er nog steeds onvoldoende hydranten aanwezig, ontbreekt een adequate bluswatervoorziening, is het terrein nog steeds niet toegankelijk gemaakt voor brandweerwagens, staan de caravans nog te dicht op elkaar en ontbreekt de noodzakelijke tweede uitgang. Dat betekent dat moet worden aangenomen dat de nieuwe aanvraag van verzoekster niet zal leiden tot verlening van een kampeerexploitatievergunning, zodat geen concreet vooruitzicht op legalisering bestaat.

De voorzieningenrechter is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die nopen tot afzien van handhavend optreden. Naar aanleiding van een aantal branden op de camping is verweerder in 2005 gestart met zijn optreden tegen verzoekster. Zijn verschil in aanpak van verzoekster in vergelijking tot andere campings verklaart verweerder door te stellen dat de situatie op camping De Heidepol beduidend slechter is dan op de andere campings in de gemeente. Uit de door verzoekster ingediende controlerapporten van andere campings blijkt dat met name de brandveiligheidssituatie op camping De Heidepol structureel slechter is dan op die andere campings, zodat het verschil in aanpak niet onredelijk is. Verweerders weigering tot verlening van een kampeerexploitatievergunning is met name gebaseerd op een negatief advies van de brandweer Bergen op Zoom omtrent de brandveiligheidssituatie op de camping. Op basis van dit advies moet voor verzoekster onmiskenbaar duidelijk zijn welke eisen worden gesteld aan de brandveiligheid op haar camping. Ook uit het in opdracht van verzoekster opgestelde brandveiligheidsrapport van Seval b.v.b.a. van 11 mei 2007 komt naar voren dat de camping geenszins voldeed aan de minimaal te stellen veiligheidseisen, zoals de aanwezigheid van 18 hydranten, 2 blusvijvers, een ontruimingsinstallatie en een tweede uitgang van de camping. Niet is gebleken dat die situatie inmiddels substantiëel is verbeterd. Uit het rapport van Seval b.v.b.a van 6 december 2007 blijkt dat camping De Heidepol nog steeds niet aan de minimaal te stellen brandveiligheidseisen voldoet. Ten onrechte stelt verzoekster zich op het standpunt dat het op de weg van verweerder zou liggen om aan te tonen dat de camping voldoet aan de daaraan te stellen brandveiligheidseisen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan het uitblijven van wezenlijke verbeteringen op de camping het vasthoudende optreden van verweerder tegen verzoekster rechtvaardigen. Bij zijn handhavend optreden heeft verweerder de juiste volgorde toegepast door verzoekster met een last onder dwangsom eerst in de gelegenheid te stellen zelf passende maatregelen te nemen en pas daarna bestuursdwang toe te passen. Dat de campinggasten door verweerder niet in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijzen omtrent de voorgenomen sluiting van de camping naar voren te brengen, is geen omstandigheid die ertoe kan leiden dat verzoekster erop mag vertrouwen dat handhavende maatregelen tegen de door haar bewust gepleegde overtreding (het exploiteren van een kampeerterrein zonder vergunning) uitblijven. Het vervallen van de Wor per 1 januari 2008 is evenmin een omstandigheid die noopt tot afzien van handhavend optreden. Na deze datum kan immers op een andere wettelijke grondslag, te weten de Bouwverordening, handhavend worden opgetreden tegen de brandveiligheids-situatie op de camping en verweerder heeft ter zitting gesteld van die mogelijkheid ook gebruik te zullen maken. Overigens heeft verzoekster ter zitting gesteld dat zij voor het jaar 2008 nog geen contracten heeft gesloten, zodat niet duidelijk is welk belang zij heeft om per 1 januari 2008 open te zijn.

2.6 Gelet op voorgaande overwegingen is de voorzieningenrechter van oordeel dat er sprake is van overtreding van artikel 8 van de Wor, dat verzoekster is aan te merken als de overtreder, dat verweerder bevoegd is tot handhavend optreden en dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die nopen tot afzien van handhavend optreden. Ook na afweging van de betrokken belangen ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding thans ten behoeve van verzoekster een voorlopige voorziening te treffen. Het commerciële eigenbelang van verzoekster bij het openblijven van de camping weegt niet zwaarder dan het door verweerder gediende algemeen belang bij de brandveiligheid op camping De Heidepol. Het namens verzoekster ingediende verzoek om voorlopige voorziening zal dan ook worden afgewezen.

2.7 Gelet op dit oordeel is er geen grond voor een proceskostenveroordeling.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Th. Peters, voorzieningenrechter, en in aanwezigheid van mr. M.A.M. de Baar, griffier, in het openbaar uitgesproken op vrijdag 14 december 2007.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Afschrift verzonden op: 14 december 2007.