Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2007:BC0122

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
04-12-2007
Datum publicatie
13-12-2007
Zaaknummer
176918 FA RK 07-2831
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding geregistreerd partnerschap. Internationaal privaatrechtrecht. De rechtbank ziet aanleiding om de verzoeken tot vaststelling van kinderalimentatie en een omgangsregeling aan te merken als zelfstandige verzoeken omdat de belangen van betrokkenen ermee zijn gediend en de positie van de minderjarigen in onderhavige procedure in hoge mate vergelijkbaar zijn met die in een echtscheidingsprocedure. De rechtbank neemt aan dat haar benadering niet indruist tegen de bedoeling van de wetgever zodat partijen in hun verzoeken kunnen worden ontvangen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 377a
Burgerlijk Wetboek Boek 1 377h
Burgerlijk Wetboek Boek 1 392
Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap
Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap 22
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 828
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2008/25
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

Team familierecht

Enkelvoudige Kamer

Zaaknummer: 176918 FA RK 07-2831

beschikking betreffende ontbinding van het geregistreerd partnerschap,

in de zaak van

[naam verzoeker],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de man,

procureur mr. I. van Meeteren,

en

[naam verweerster],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen de vrouw,

procureur mr. S.W. Hoek-Nieuwenburg.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 2 juli 2007 ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;

- het uittreksel uit het gezagsregister betreffende na te noemen minderjarigen;

- het op 6 juli 2007 uitgebrachte betekeningsexploot;

- het op 31 juli 2007 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek, met bijlagen;

- de op 2 augustus 2007 ontvangen reactie op het zelfstandig verzoek, met bijlagen;

- het proces-verbaal van de terechtzitting van 16 november 2007.

2. Het verzoeken

De man verzoekt, thans, samengevat,

- ontbinding van het geregistreerd partnerschap;

- vaststelling van een omgangsregeling.

De man heeft ter terechtzitting ingetrokken zijn verzoek tot

- primair vaststelling van de verdeling van de gemeenschappelijke goederen, subsidiair bevel tot verdeling van de gemeenschappelijke goederen.

De vrouw verzoekt, samengevat,

- vaststelling van een door de man te betalen onderhoudsbijdrage ten behoeve van de minderjarigen van € 129,= per maand per kind.

3. De beoordeling

De feiten

3.1 Tussen partijen staat blijkens de stellingen en overgelegde stukken vast

- dat zij op [datum] in de gemeente [plaats] met elkaar een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan;

- dat zij uit dit geregistreerd partnerschap twee minderjarige kinderen hebben:

1. [naam minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

2. [naam minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum];

- dat de man [naam minderjarige 1] vóór haar geboorte heeft erkend en hij dientengevolge samen met de vrouw het gezag over haar uitoefent, ex artikel 1:253aa BW;

- dat de man [naam minderjarige 2] na zijn geboorte heeft erkend waardoor de vrouw is belast met het eenhoofdig gezag over hem;

- dat de man de Belgische nationaliteit bezit;

- dat de vrouw de Nederlandse nationaliteit bezit;

- dat hun geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht.

Het geregistreerd partnerschap

3.2 De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe aangezien partijen in Nederland het geregistreerd partnerschap zijn aangegaan. Op het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap is Nederlands recht van toepassing, ex artikel 22 Wet Conflictenrecht Geregistreerd Partnerschap.

3.3 Het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap ligt als op de wet gegrond en niet weersproken voor toewijzing gereed.

De kinderalimentatie

3.4 De rechtbank ziet aanleiding om het verzoek van de vrouw tot vaststelling van kinderalimentatie dat op grond van artikel 828 Rv op zich niet toewijsbaar is, aan te merken als een zelfstandig verzoek ex artikel 1:392 BW e.v. omdat de belangen van betrokkenen ermee zijn gediend en de positie van de minderjarigen in een procedure als de onderhavige in hoge mate vergelijkbaar is met die in een echtscheidingsprocedure. De rechtbank neemt aan dat haar benadering niet indruist tegen de bedoeling van de wetgever. Dit betekent dat de vrouw in haar verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie ontvankelijk is.

3.5 Krachtens artikel 5 van het EEX-verdrag is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen.

3.6 De rechtbank zal op het verzoek tot vaststelling van de bijdrage ten behoeve van de minderjarigen op grond van artikel 1 van het Haags Alimentatieverdrag 1956 Nederlands recht toepassen.

3.7 Het verzoek tot vaststelling van de kinderalimentatie ligt als op de wet gegrond en niet weersproken voor toewijzing gereed.

De omgang

3.8 Gelijk hetgeen hiervóór bij rechtsoverweging 3.5 is vermeld, zal de rechtbank het verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling eveneens aanmerken als een zelfstandig verzoek. Gelet op de gezagsverhouding, gaat de rechtbank er vanuit dat de man zijn verzoek ten aanzien van [naam minderjarige 1] baseert op artikel 1:377h BW en ten aanzien van [naam minderjarige 2] op artikel 1:377a BW.

3.9 Met betrekking tot de omgangsregeling is de Nederlandse rechter op grond van artikel 1 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag bevoegd om te beslissen, nu de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

3.10 Op grond van artikel 2 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag zal het Nederlandse recht worden toegepast.

3.11 De man verzoekt vaststelling van een omgangsregeling op de door hem aangegeven wijze. De man erkent dat hij, toen hij nog bij de vrijwillige brandweer werkzaam was, wel eens alcohol dronk met collega’s, doch ontkent een alcoholprobleem te hebben. De man stelt dat hij zelf ontslag heeft genomen bij de vrijwillige brandweer.

3.12 De vrouw stelt zich op het standpunt dat de man aan alcohol is verslaafd. Volgens de vrouw is de man hierdoor zijn baan bij de vrijwillige brandweer kwijtgeraakt. De vrouw is van mening dat de man een goede vader is wanneer hij geen alcohol gebruikt. Zodra hij drinkt, wordt hij echter erg agressief, aldus de vrouw. De vrouw verzet zich daarom tegen een overnachting van de kinderen bij de man. Zij is bevreesd voor de veiligheid van de kinderen.

3.13 De rechtbank stelt vast dat de partijen in beginsel overeenstemming hebben over omgang van de man met de kinderen gedurende één dag per week, één en ander in onderling overleg nader af te stemmen op de werkzaamheden van de man.

Voorts heeft de man ter terechtzitting toegezegd contact op te nemen met Kentron. De vrouw zal samen met de man de afspraken bij Kentron bijwonen.

Ten slotte hebben de man en de vrouw zich ter zitting bereid verklaard om over de invulling van de omgangsregeling gesprekken aan te gaan met een via het mediationbureau van de rechtbank ingeschakelde bemiddelaar. De rechtbank zal partijen dan ook naar het mediationbureau verwijzen voor bemiddeling. De beslissing zal op dit onderdeel worden aangehouden tot na te noemen pro forma datum, in afwachting van bericht van de procureurs van partijen omtrent het resultaat van de bemiddeling en de wijze waarop de zaak verder moet worden afgedaan.

De rechtbank heeft begrip voor het verzoek van de man om omgang met de kinderen te hebben gedurende één aaneengesloten week in de kerstvakantie. Zij acht het echter, gelet op voormelde mediation, niet zuiver om thans een ruimere omgangsregeling vast te stellen dan die waarover reeds -voorlopig- overeenstemming bestaat.

4. De beslissing

De rechtbank

spreekt uit de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen, op [datum] in de gemeente [plaats] met elkaar aangegaan;

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man vanaf 1 januari 2007 ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen

1. [naam minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

2. [naam minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum,],

aan de vrouw bij vooruitbetaling moet voldoen een bedrag van € 129,= (honderdnegenen¬twintig euro) per maand per kind;

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de man en genoemde minderjarigen voorlopig gerechtigd zijn tot omgang met elkaar eenmaal per week gedurende één dag van 9.30 uur tot 20.00 uur, nader in onderling overleg door partijen te regelen waarbij rekening wordt gehouden met de ploegendiensten van de man;

verwijst partijen naar het mediationbureau van de rechtbank voor bemiddeling, zulks met inachtneming van het hiervoor onder rechtsoverweging 3.13 overwogene;

houdt aan de beslissing op het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling tot dinsdag 4 maart 2008 PRO FORMA, in afwachting van bericht van de procureurs van partijen omtrent het resultaat van de bemiddeling en de wijze waarop de zaak verder moet worden afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

in tegenwoordigheid van mr. Van der Linden, griffier.

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een procureur worden ingediend bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch.

verzonden op: