Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2007:BB9540

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
05-12-2007
Datum publicatie
10-12-2007
Zaaknummer
461843 ov 07-3213
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Veiligheid van bewindvoerder belangrijker dan hulp voor rechthebbende

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 461843 OV VERZ 07-3213

beschikking d.d. 5 december 2007 op een verzoek tot wijziging van bewind over de goederen

van

[rechthebbende]

1. Het procesverloop

1.1 Bij beschikking van de kantonrechter te Zutphen d.d. 22 maart 2005 zijn de goederen van [rechthebbende], hierna ook te noemen rechthebbende, thans wonende te [adres], onder bewind gesteld met benoeming van Stichting Beschermingsbewind Meerderjarigen, gevestigd te 4600 AV Bergen op Zoom, Postbus 802, tot bewindvoerster.

1.2 Op 15 oktober 2007 is ter griffie een verzoekschrift van rechthebbende ontvangen waarin rechthebbende zijn ongenoegen uit over het ontbreken van voldoende vrijheid bij het besteden van zijn inkomen en de kantonrechter verzoekt een andere bewindvoerster te benoemen.

1.3 Bij brief van 17 oktober 2007 heeft de griffier rechthebbende gewezen op de financiële consequenties die het benoemen van een andere bewindvoerster met zich mee brengen.

1.4 Samen met woonbegeleidster [X] deelt rechthebbende in een brief, gedateerd 24 oktober 2007, onder andere mede dat hij het niet eens is met het feit dat hij moet betalen voor de bewindvoering en dat hij zeker niet meer wil betalen. Om die reden verzoekt hij de kantonrechter het bewind te beëindigen.

1.5 Gelet op voornoemde brief neemt de griffier contact op met voornoemde woonbegeleidster en geeft aan dat voor de beoordeling van een opheffingsverzoek een verklaring van een behandelend arts nodig is en dat de bewindvoerster om haar mening wordt gevraagd. Dit alles om vast te stellen dat de gronden die geleid hebben tot de instelling van het bewind zijn vervallen. De griffier verzoekt de woonbegeleidster om een verklaring van een behandelend arts waaruit zou kunnen blijken dat de gronden die geleid hebben tot de instelling van het bewind zijn komen te vervallen.

1.6 Vóór de bewuste verklaring ter griffie is ontvangen, brengt rechthebbende op 3 december 2007 een bezoek aan het kantoor van SBM om daar het voltallig personeel zodanig te bedreigen dat de politie moet worden gebeld. Volgens de administrateur [Y] is rechthebbende vervolgens vertrokken met de mededeling dat hij de volgende keer met een geweer terugkomt. Nadat rechthebbende was vertrokken is de melding naar de politie ingetrokken. SBM acht de kans dat rechthebbende daadwerkelijk terugkomt zo groot dat SBM de kantonrechter verzoekt SBM te ontslaan als bewindvoerster over de goederen van rechthebbende.

2. De beoordeling

2.1 Het is de kantonrechter niet duidelijk waarom rechthebbende op 3 december 2007 vanuit Breda naar Halsteren is gegaan om de medewerkers van SBM te bedreigen. De kantonrechter betreurt ten zeerste de actie van rechthebbende. De kantonrechter is van oordeel dat de veiligheid van bewindvoerders in de uitoefening van hun werkzaamheden belangrijker is dan de hulp die rechthebbende op financieel gebied nodig heeft.

2.2 Rechthebbende heeft op 3 december 2007 een grens overschreden. Dit betekent niet alleen dat de kantonrechter het verzoek van SBM zal inwilligen, maar ook dat de kantonrechter geen andere bewindvoerder zal benaderen om het bewind over te nemen en derhalve het bewind zal opheffen. Niet omdat de gronden van het bewind zijn vervallen, maar wel omdat de kantonrechter de veiligheid van bewindvoerders in het algemeen belangrijker acht dan het individuele belang van een rechthebbende.

2.3 Gelet op de hierboven geschetste omstandigheden zal de kantonrechter SBM - mede gelet op het beperkte vermogen van rechthebbende - niet opdragen eindrekening en verantwoording af te leggen. SBM kan volstaan met het overdragen van de bestaande bankrekening aan rechthebbende of aan de woonbegeleiding van rechthebbende.

3. De beslissing

De kantonrechter heft het door de kantonrechter te Zutphen op 22 maart 2005 ingestelde bewind over de goederen toebehorende aan [rechthebbende] voornoemd op en wel met ingang van heden.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 december 2007.

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een procureur worden ingediend bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.