Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2007:BB4483

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
31-08-2007
Datum publicatie
28-09-2007
Zaaknummer
AWB 07/3351
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorzieing. Verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond en kennelijk onbevoegd. Voor zover het verzoek betreft de vraag of bijstand of vertegenwoordiging door gemachtigde terecht is geweigerd verklaart de rechtbank zich onbevoegd en gelast de griffier het verzoek om een voorlopige voorziening op de voet van 6:15 Awb door te sturen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank 's Hertogenbosch.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2007, 2018
FutD 2007-1830
Belastingblad 2007/1311
V-N 2007/51.10

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, voorzieningenrechter

Procedurenummer: AWB 07/3351

Uitspraakdatum: 31 augustus 2007

Uitspraak als bedoeld in titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende], eiseres

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Eiseres en verweerder worden hierna ook wel aangeduid als belanghebbende respectievelijk inspecteur.

1. Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het verzoek niet-ontvankelijk voor zover het verzoek betreft de betekeningskosten van het dwangbevel ad € 124, de kosten van het exploot hernieuwd bevel tot betaling ad € 13 en het verzoek om informatie;

- wijst het verzoek af voor zover het betreft het in behandeling nemen van het bezwaarschrift gericht tegen de aanmaningskosten;

- verklaart zich onbevoegd voor zover het verzoek betreft het verlenen van uitstel van betaling, het staken van verdere invorderingsmaatregelen en de vraag of bijstand of vertegenwoordiging door [gemachtigde] terecht is geweigerd;

- gelast de griffier het verzoek om een voorlopige voorziening op de voet van artikel 6:15 van de Awb door te sturen naar de (voorzieningrechter) van de Rechtbank [woonplaats] (sector bestuursrecht).

2. Gronden

2.1. Naar de voorzieningenrechter verstaat verzoekt belanghebbende de voorzieningenrechter door middel van het treffen van een voorlopige voorziening het volgende te bewerkstelligen:

a. dat het administratief beroepschrift tegen de betekeningskosten van het dwangbevel ad € 124 in behandeling wordt genomen;

b. dat het administratief beroepschrift tegen de kosten van het exploot hernieuwd bevel tot betaling ad € 13 in behandeling wordt genomen;

c. dat informatie wordt gegeven;

d. dat uitstel van betaling wordt verleend;

e. dat verdere invorderingsmaatregelen ten aanzien van haar worden gestaakt.

f. dat bezwaren (o.a. betrekking hebbende op aanmaningskosten ad € 13) in behandeling wordt genomen;

2.2. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist (vereiste van connexiteit). Bij de vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van belanghebbende dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.

2.3. In het onderhavige geval is, naar de voorzieningenrechter uit de stukken afleidt, geen bezwaar gemaakt tegen de betekeningskosten van het dwangbevel ad € 124 en kosten van het exploot hernieuwd bevel tot betaling ad € 13. Derhalve doet zich niet een situatie voor waarin bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld bij de rechtbank. Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de vereiste connexiteit ontbreekt. De voorzieningenrechter verklaart belanghebbende dan ook niet-ontvankelijk in zijn verzoek voor zover het betreft de betekeningskosten van het dwangbevel ad € 124 en kosten van het exploot hernieuwd bevel tot betaling ad € 13.

2.4. Met dagtekening 2 juli 2007 onder vermelding van “Verzoek d.d. 18-6-2007”, wordt belanghebbende “Namens de inspecteur” meegedeeld dat de Belastingdienst correspondentie heeft ontvangen betreffende een verzoek om informatie en een verzoek om uitstel van betaling. Vervolgens wordt geschreven:

“(…)Gezien de lay-out en stijl van deze correspondentie concludeer ik dat [gemachtigde] bijstand heeft verleend aan het tot stand komen hiervan.

Zoals u is medegedeeld, is bijstand of vertegenwoordiging door [gemachtigde] vanaf 26 september 2006 door de Belastingdienst geweigerd op grond van artikel 2:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze correspondentie (inclusief bijbehorende stukken) wordt derhalve door de Belastingdienst niet in behandeling genomen.

Bijgaand treft u de correspondentie en stukken aan.

Let op:

De correspondentie is niet in behandeling genomen. U wordt alsnog in de gelegenheid gesteld zelfstandig met de Belastingdienst te corresponderen of indien u zich daarbij wilt laten bijstaan, in laten dienen door een gemachtigde, niet zijnde [gemachtigde].

Voor de behandeling van uw fiscale aangelegenheden nodig ik u tevens uit voor een gesprek. Mocht u naar aanleiding van deze brief vragen hebben of een afspraak willen maken, dan kunt u contact opnemen met (…).”

Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onderdeel a. van de Awb wordt voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld de schriftelijke weigering een besluit te nemen. De brief van 2 juli 2007 vormt een zodanige schriftelijke weigering. Het verzoek is echter desalniettemin niet-ontvankelijk voor zover het betrekking heeft op het verzoek om informatie omdat een beslissing op een dergelijk verzoek niet genomen wordt bij voor bezwaar vatbare beslissing.

2.5. De inspecteur is niet bevoegd om te beslissen op verzoeken om uitstel van betaling. Die bevoegdheid komt toe aan de ontvanger. Voor zover het verzoek geacht moet worden betrekking te hebben op de beslissing d.d. 8 mei 2007 van de ontvanger inzake het verzoek om uitstel van betaling met betrekking tot de belastingaanslag met het nummer 1415.55.920.H51 is de voorzieningenrechter in belastingzaken onbevoegd.

2.6. Met betrekking tot belanghebbendes verzoek tot schorsing van verdere invorderingsmaatregelen verklaart de voorzieningenrechter zich eveneens onbevoegd. Een vordering de ontvanger te verplichten invorderingsmaatregelen te staken of te schorsen (waaronder begrepen het verlenen van uitstel) kan slechts bij de burgerlijke rechter worden ingesteld.

2.7. Inzake belanghebbendes verzoek te bewerkstelligen dat het bezwaarschrift tegen de aanmaningskosten d.d. 18 juni 2007 ad € 13 in behandeling wordt genomen merkt de voorzieningenrechter op dat hier, gezien het geringe financiële belang van € 13, geen onverwijlde spoed aanwezig is, zodat zij het verzoek van belanghebbende op dit punt afwijst.

2.8. Belanghebbende voert voorts grieven aan tegen “het niet in behandeling nemen van mijn ingediend bezwaarschrift”.

2.9. Het beroep is daarmee kennelijk ook bedoeld om de voorzieningenrechter de vraag voor te leggen of de Belastingdienst terecht bijstand of vertegenwoordiging door [gemachtigde] heeft geweigerd en zo ja terecht het standpunt inneemt dat die weigering ook betrekking heeft op verzoeken en bezwaren zoals vervat in de onder 2.1. bedoelde brief.

2.10. De voorzieningenrechter stelt voorop dat indien bijstand of vertegenwoordiging door [gemachtigde] terecht is geweigerd de Belastingdienst zich gelet op de strekking van artikel 2:2, eerste lid, van de Awb terecht op het standpunt stelt dat die weigering zich ook uitstrekt tot situaties als de onderhavige waarin weliswaar gecorrespondeerd wordt onder de naam van de belanghebbende zelf (en [gemachtigde] niet als gemachtigde optreedt en zich ook niet kenbaar maakt als persoon die tot bijstand optreedt) maar de Belastingdienst uit de lay-out en stijl van deze correspondentie – naar de voorzieningenrechter uit een veelvoud van bij de rechtbank gevoerde procedures afleidt – terecht concludeert dat [gemachtigde] bijstand heeft verleend aan het tot stand komen hiervan.

2.11 De weigering van [gemachtigde] als gemachtigde en als verlener van bijstand is moet echter, naar volgt uit het systeem van de Awb, worden beschouwd als een beschikking waartegen bezwaar bij het bestuursorgaan en beroep bij (de bestuursrechter van) de rechtbank openstaan. De voorzieningenrechter in belastingzaken is derhalve ook op dit punt onbevoegd. Het dossier dient op de voet van artikel 6:15 van de Awb te worden doorgezonden naar de (voorzieningenrechter) van de rechtbank [woonplaats] (sector bestuursrecht).

2.12. Nu de niet-ontvankelijkheid van het verzoek en de onbevoegdheid van de voorzieningenrechter evident is, kan ingevolge artikel 8:83, derde lid van de Awb uitspraak worden gedaan zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter doet dan ook mondeling uitspraak op grond van artikel 8:84, tweede lid, onderdeel b van de Awb.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan op 31 augustus 2007 door mr. drs. F.J.P.M. Haas, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. L. Abbing-van Kleef griffier.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of ander rechtsmiddel open.