Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2007:BB4273

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
18-04-2007
Datum publicatie
26-09-2007
Zaaknummer
428478-CV-07-269
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Pleegmoeder is huurovereenkomst aangegaan terzake studieboeken voor 16-jarige. Eiseres vordert betaling van de inmiddels meerderjarige geworden scholiere. De kantonrechter oordeelt dat de pleegmoeder bij het aangaan van de overeenkomst de belangen van de toen nog minderjarige heeft gewaarborgd. Om die reden kan die inmiddels meerderjarig gewordene tot betaling worden aangesproken. Dat de (pleeg)moeder van gedaagde de kosten (mogelijk) terug kon vragen van Stichting Leergeld doet aan dit oordeel niet af, omdat dit de rechtsverhouding tussen gedaagde en de leverancier van de boeken niet raakt en vernietigbaarheid van de verrichte rechtshandeling niet aan de orde is gelet op het bepaalde in artikel 1:347, tweede lid BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Tilburg

zaak/rolnr.: 428478-CV-0[eiseres]onnis d.d. 18 april 2007[eiseres]

[eiseres],

gevestigd te [plaats],

eiseres,

gemachtigde: M. Timmermans, werkzaam bij AFI, gevestigd te Leeuwarden,

rolgemachtigde: GGN Brabant, gerechtsdeurwaarders te Tilburg,

tegen

[verweerster],

wonende te [adres],

gedaagde, procederend in persoon.

1. Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

1.1 het exploot van dagvaarding van 8 januari 2007;

1.2 de conclusie van antwoord;

1.3 de conclusie van repliek, tevens houdende akte vermeerdering van eis, met 13 producties;

1.4 de conclusie van dupliek.

De inhoud van deze stukken, met inbegrip van de daarbij overgelegde stukken, geldt als hier ingelast.

2. Het geschil

2.1 Eiseres, verder te noemen: [eiseres], heeft bij dagvaarding gevorderd gedaagde, verder te noemen: [verweerster], te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 406,96 (bestaande uit de hoofdsom: € 289,01, buitengerechtelijke incassokosten: € 75,- en contractuele rente:

€ 42,95), vermeerderd met de contractuele rente ad 1% per maand over € 289,01, alsmede [verweerster] in de kosten van het geding te verwijzen.

2.2 [verweerster] heeft tegen de vordering gemotiveerd verweer gevoerd.

2.3 Bij conclusie van repliek heeft [eiseres] haar vordering vermeerderd met een bedrag van € 25,74, alsmede de bedongen rente hierover vanaf 28 september 2007 (lees: 2006, kantonrechter) tot de de dag der algehele voldoening (tot datum conclusie van repliek bedragende € 1,28)

3. De beoordeling

3.1 Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet

of onvoldoende weersproken vast dat:

- [eiseres] medio september 2005 aan [verweerster] diverse (huur) studieboeken heeft geleverd;

- [verweerster], die ten tijde van de bestelling van de studieboeken minderjarig was (16 jaar)

ter zake genoemde levering een factuur d.d. 7 september 2005 ad € 289,01 heeft ontvangen;

- op de overeenkomst de leverings- en betalingsvoorwaarden van [eiseres] van toepassing zijn;

- [verweerster] de bij het boeknummer 1382 horende cd-rom niet (tijdig) heeft ingeleverd.

3.2 [verweerster] heeft in haar verweer gesteld dat zij van medio juni 2005 tot half november 2006 in een pleeggezin heeft gewoond en dat haar pleegmoeder de betreffende boeken heeft besteld. Tevens heeft [verweerster] aangevoerd dat zij het niet terecht vindt dat zij de door [eiseres] gevorderde factuurkosten moet betalen, omdat haar moeder en pleegmoeder destijds deze kosten terug konden krijgen van Stichting Leergeld.

3.3 De kantonrechter overweegt dat uit de stellingen van partijen en de daarbij overgelegde producties voldoende blijkt dat de pleegmoeder van [verweerster] in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van en ten behoeve en in het belang van [verweerster] studieboeken heeft besteld, naar onweersproken is gebleken met toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger. Ten tijde van bestelling van de studieboeken was [verweerster] nog minderjarig en blijkens het door [eiseres] bij conclusie van repliek overgelegde bestelformulier en artikel 3.1 van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden diende de ouder/verzorger voor akkoord te ondertekenen. Nu de pleegmoeder van [verweerster] door het ondertekenen van de overeenkomst de belangen van [verweerster] als minderjarige heeft gewaarborgd is de kantonrechter van oordeel dat [verweerster], thans meerderjarig geworden, zelf tot betaling van de gevorderde hoofdsom kan worden aangesproken. Dat de (pleeg) moeder van [verweerster] de kosten (mogelijk) terug kon vragen van Stichting Leergeld doet aan dit oordeel niet af, omdat dit de rechtsverhouding tussen [verweerster] en [eiseres] niet raakt en vernietigbaarheid van de verrichte rechtshandeling niet aan de orde is gelet op het bepaalde in artikel 1:347, tweede lid BW. De verhouding tussen [verweerster] en haar (pleeg)moeder bezien in het licht van de onderhoudsverplichting jegens haar toen zij nog minderjarig was staat daar buiten. Zo nodig dient [verweerster] deze afzonderlijk tegen hen waar te maken.

3.4 De kantonrechter komt derhalve tot de slotsom dat de bij conclusie van repliek gewijzigde hoofdsom, inclusief de medegevorderde en op grond van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden verschuldigde contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten, voor toewijzing in aanmerking komt.

4. De kosten

Aangezien [verweerster] door wanbetaling aanleiding heeft gegeven tot deze procedure, zal de kantonrechter [verweerster] verwijzen in de kosten van het geding. Met betrekking tot de in voet van de dagvaarding vermelde explootkosten overweegt de kantonrechter dat de kosten in verband met het opvragen van de gegevens uit het GBA worden toegewezen tot een bedrag van € 7,-, nu de meerkosten onvoldoende gespecificeerd zijn.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen behoorlijk bewijs van kwijting te

betalen de somma van € 432,70, vermeerderd met de contractuele rente ad 1% per maand over

€ 289,01 vanaf de dag van dagvaarding tot 21 februari 2007 en vermeerderd over € 314,75 vanaf 21 februari 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

verwijst gedaagde in de kosten van het geding en veroordeelt die partij derhalve tot betaling van deze kosten aan de zijde van eiseres gevallen en tot op heden begroot op € 287,85, waaronder begrepen € 120,- voor salaris van de gemachtigde van eiseres;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.L.L. Poeth, en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.