Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2007:BB0456

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
14-06-2007
Datum publicatie
25-07-2007
Zaaknummer
AWB 06/5692
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende is exploitant van een eenmanszaak, welke de rechtsopvolger is van vennootschap onder firma waarin zij medefirmant was . Het waterschap heeft over hetzelfde belastingjaar twee aanslagen opgelegd, omdat in haar optiek sprake is van twee afzonderlijke gebruikers. De rechtbank oordeelt dat ter zake van dit feitelijk gebruik van de onroerende zaak, in het onderhavige geval, op grond van een redelijke wetstoepassing slechts éénmaal een aanslag kan worden opgelegd en vernietigt de tweede aanslag verontreinigingsheffing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2007/1066
FutD 2007-1444
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 06/5692

Uitspraakdatum: 14 juni 2007

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende], eiseres,

en

de heffingsambtenaar van het waterschap, verweerder.

Eiseres wordt hierna aangeduid als belanghebbende.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 13 november 2006 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende voor het belastingjaar 2006 opgelegde aanslag verontreinigingsheffing oppervlaktewater.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 mei 2007 te [woonplaats]. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van haar echtgenoot, alsmede de verweerder.

1. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar, alsmede de aanslag;

- gelast dat het waterschap het door belanghebbende betaalde griffierecht van

€ 281 aan deze vergoedt.

2. Gronden

2.1. Belanghebbende is een natuurlijk persoon en exploiteert vanaf 1 januari 2006 samen met haar schoonzus in vennootschap-onder-firmaverband (hierna: vof) een winkelbedrijf onder de naam ]vof], in de onroerende zaak [adres] te [woonplaats]. In april 2006 heeft de schoonzus haar activiteiten beëindigd en sindsdien zet belanghebbende het winkelbedrijf alleen voort onder de naam [vof] op dezelfde locatie.

2.2. Met dagtekening 9 oktober is aan [vof] ter zake van het object [adres] te [woonplaats] een aanslag verontreinigingsheffing oppervlaktewater opgelegd naar één vervuilingseenheid. Met dezelfde dagtekening is vervolgens aan belanghebbende ter zake van hetzelfde object en hetzelfde belastingjaar eveneens een aanslag waterschapsbelastingen naar één vervuilingseenheid opgelegd.

2.3. Ter zitting is komen vast te staan, dat tussen partijen enkel in geschil is het antwoord op de vraag of in het onderhavige geval aan belanghebbende ter zake van hetzelfde object en hetzelfde belastingjaar terecht een tweede aanslag is opgelegd.

2.4. De rechtbank is van oordeel dat een redelijke wetstoepassing van het bepaalde in artikel 18, van de Wet verontreinigingsheffing oppervlaktewateren en artikel 3 en 4 van de Verordening verontreinigingsheffing waterschap 2004 met zich meebrengt, dat ter zake van het ongewijzigd feitelijk gebruik van een onroerende zaak, zoals in het onderhavige geval het object, slechts eenmaal een aanslag kan worden opgelegd. Nu in het onderhavige geval het feitelijke gebruik gedurende het heffingstijdvak niet is gewijzigd, belanghebbende was en is het gehele heffingstijdvak feitelijk gebruiker gebleven, dient de tweede aanslag te worden vernietigd. De rechtbank is hierbij van oordeel dat de overgang van een samenwerkingsverband in de vorm van een vof, naar een eenmanszaak betreffende één en dezelfde natuurlijk persoon geen wijziging in het feitelijk gebruik vormt in de zin van de in 2.4 genoemde bepalingen.

2.5. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond verklaard.

2.6. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet is gesteld of gebleken dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Deze uitspraak is gedaan op 14 juni 2007 door mr. C.A.F.M. Stassen, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.M. Dondorp-Loopstra, griffier.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.