Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2007:BA4097

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
25-04-2007
Datum publicatie
01-05-2007
Zaaknummer
172371 KG ZA 07-138
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Startpagina geen merk.

Het woord Startpagina is beschrijvend komt niet in aanmerking voor merkenrechtelijke bescherming omdat het gaat om een benaming die in het normale taalgebruik gebruikelijk is.

Ook geen bescherming als handelsnaam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

Team handelsrecht

zaaknummer / rolnummer: 172371 / KG ZA 07-138

Vonnis in kort geding van 25 april 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STARTPAGINA BV,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

procureur mr. E.C.M. Wagemakers,

advocaat mr. K.Th.M. Stöpetie te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] HODN MULTIMEDIA HOME SERVICE,

wonende te Oosterhout,

gedaagde,

procureur mr. L.G.M. Delahaije.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling;

- de pleitnota van eiseres met 19 producties;

- de pleitnota van gedaagde met 29 producties.

2. Het geschil

2.1. Eiseres vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

A. Gedaagde te verbieden om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de merk- en handelsnaamrechten van eiseres als in het lichaam van de dagvaarding vermeld te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van euro 10.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagde met de naleving van dit gebod in gebreke zou blijven;

B. Gedaagde te gebieden om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de domeinnaamregistratie startpagina.tv over te dragen aan eiseres, zulks op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van euro 10.000,-- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat gedaagde met de naleving van dit gebod in gebreke zou blijven;

C. te bepalen dat de veroordeling onder B vatbaar is voor reële executie op grond van artikel 3:300 BW, in die zin dat dit vonnis in de plaats treedt van de rechts-handelingen van gedaagde die noodzakelijk zijn om de overdracht van de domeinnaam te bewerkstelligen;

D. te bepalen dat de termijn als bedoeld in artikel 260 Rv (per 1 mei als bedoeld in artikel 1091i Rv) zes maanden zal bedragen, te rekenen vanaf de datum waarop dit vonnis is gewezen;

E. gedaagde te veroordelen in de redelijke en evenredige kosten van het geding, waaronder begrepen de door eiseres gemaakte advocaatkosten.

2.2. Gedaagde voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De feiten

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

a. Eiseres heeft op 24 januari 2003 bij het Benelux Merkenbureau het woordmerk STARTPAGINA.NL gedeponeerd voor de klassen 35, 38 en 42, geregistreerd onder nummer 729.707. Op 1 februari 2006 heeft eiseres een uitdraai van de website www.startpagina.nl als beeldmerk gedeponeerd voor de klassen 9, 16, 35, 38, 41 en 42, geregistreerd onder nummer 793.006.

b. Eiseres exploiteert de website www.startpagina.nl waarop door invoering van een zoekterm gezocht kan worden naar een verzameling overzichtelijk gerubriceerde hyperlinks die betrekking hebben op de ingevoerde zoekterm.

c. De website www.startpagina.nl verwijst tevens naar haar dochterpagina’s, thans circa 5.300, waarvan de naam steeds is samengesteld uit de naam van het onderwerp, gevolgd door de toevoeging “.startpagina.nl”, bijvoorbeeld “auto.startpagina.nl”.

d. De website www.startpagina.nl is in 2005 en 2006 de op een na best bezochte website in Nederland en wordt dagelijks meer dan 4 miljoen maal bezocht.

e. Gedaagde heeft op 27 februari 2002 de domeinnaam www.startpagina.tv geregistreerd.

f. De website www.startpagina.tv is eind 2006 online gegaan en vermeldt onder de kop “STARTPAGINA.TV Internet op TV begint bij Startpagina.TV. Logisch toch…” algemene informatie over IPTV (Internet Protocol TV), alsmede een banner van Google met een vijftal hyperlinks die het onderwerp TV betreffen.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter stelt met toepassing van artikel 4.6 van het Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom (BVIE) vast dat zijn bevoegdheid om van de vorderingen gebaseerd op gestelde merkinbreuk kennis te nemen voort vloeit uit het feit dat gedaagde woonachtig is te Breda.

4.2. Het spoedeisend belang bij de vorderingen is gegeven omdat de gestelde merkinbreuk een voortdurend karakter heeft.

Merkenrecht

4.3. Eiseres grondt haar vorderingen op de stelling dat gedaagde inbreuk maakt op haar merkrechten op “startpagina.nl” door de loutere registratie van de domeinnaam startpagina.tv en door het gebruik dat hij daarvan op dit moment maakt en de dreiging verdere merkinbreuk te maken, in het bijzonder door de domeinnaam te verkopen of door via de domeinnaam diensten te gaan leveren die identiek of soortgelijk zijn aan de diensten waarvoor eiseres haar merken heeft ingeschreven en intensief gebruikt.

4.4.Gedaagde voert als meest verstrekkend verweer dat het woord “startpagina.nl” niet voor merkenrechtelijke bescherming in aanmerking kan komen omdat dit woord uitsluitend beschrijvend is voor de diensten waarvoor het is ingeschreven. Gedaagde verwijst naar de vermelding van het woord startpagina in het Van Dale woordenboek met de betekenis “website die een verzameling koppelingen naar relevante websites over een bepaald onderwerp bevat” en een brief van Van Dale waarin namens de redactie wordt gesteld dat alleen woorden voor opname worden geselecteerd “die voldoende algemeen worden gebruikt om daadwerkelijk te kunnen worden opgenomen”.

Gedaagde wijst er op dat eiseres het woord startpagina op haar website op 25 februari 2007 zelf nog als soortnaam gebruikte door te vermelden: “Startpagina.nl – de startpagina van Nederland!” en eiseres deze woorden pas omstreeks 23 maart 2007 heeft gewijzigd in : ”Startpagina.nl –alles op een rijtje!”

Ter adstructie van de stelling dat het woord startpagina een algemeen en veel door derden gebruikt woord is heeft gedaagde tevens schermafdrukken van de navolgende niet aan eiseres gerelateerde domeinen overgelegd: paardenstartpagina.nl, juridische startpagina, medischestartpagina.nl, startpagina.info, mijnstartpagina.nl, jongeren-startpagina.nl en gamestartpagina.nl.

Gedaagde stelt voorts dat uit het feit dat eiseres het woord “startpagina” niet als merk heeft kunnen inschrijven voor de betreffende klasse, maar wel voor kleding, schoeisel en hoofddeksels blijkt dat het woord startpagina geen merkenrechtelijke bescherming heeft voor de diensten waar het thans om gaat. Gedaagde wijst er voorts op dat de inschrijving van het woord startpagina als merk voor de betreffende diensten is geweigerd, maar dat het woord met de toevoeging .nl wel als merk is geaccepteerd, zodat de extensie “.nl” kennelijk van meer betekenis is dan sommige rechters hebben gedacht en geoordeeld.

Gedaagde voert tenslotte aan dat het woord “startpagina” reeds voor de inschrijving van startpagina.nl als merk een gebruikelijke benaming was geworden voor de diensten waarvoor het is ingeschreven en daarom, óók met de toevoeging .nl, rijp is voor nietigverklaring ex artikel 2.26 BVIE. Daarnaast stelt gedaagde dat eiseres zich op grond van artikel 2.23 lid 1 sub b BVIE niet kan verzetten tegen gebruik in het economisch verkeer van aanduidingen inzake soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst, tijdstip van vervaardiging van de waren of verrichtingen van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten, onder verwijzing naar HvJ EG 7 januari 2005 (IER 2004, 29 Gerolsteiner Brunnen/Putsch) en Voorzieningenrechter rechtbank Arnhem

23-02-2007 (LJN: BA 1719 Outdoor Cooking) .

4.5. Eiseres betwist dat het woord startpagina beschrijvend is en betoogt dat het woord hooguit verwijst naar de eigenschap van de linkverzamelingen, omdat daarmee een zoektocht start naar informatie over een bepaald onderwerp. Eiseres stelt dat zij een van de bekendste internetondernemingen is en dat, gelet op het jarenlange intensieve gebruik de woorden “startpagina.nl” en “startpagina” tevens zijn verworden tot een algemeen bekend merk respectievelijk handelsnaam.

Eiseres voert tevens als verweer dat het woord startpagina meerdere betekenissen heeft, waarvan één, namelijk thematische linkverzameling, specifiek door eiseres is ontwikkeld en -door intensief gebruik- zo bekend is gemaakt dat het woord startpagina als equivalent van een thematische linkverzameling wordt begrepen. Eiseres stelt dat zij niet het alleenrecht op het gebruik van het woord startpagina in de generieke betekenissen van het woord claimt, maar slechts van de betekenis thematische linkverzameling. Tenslotte voert eiseres aan dat het kenmerkende bestanddeel van het merk “startpagina.nl” niet is de extensie “.nl”, maar het woord “startpagina”.

4.6. De voorzieningenrechter overweegt als volgt:

4.6.1. Het Van Dale groot woordenboek van de Nederlandse Taal, 14e editie vermeldt onder het woord “startpagina” de navolgende betekenissen:

1. internetpagina, website die een verzameling koppelingen naar relevante websites over een bepaald onderwerp bevat.

2. internetpagina, website die ingesteld is als openingspagina bij het opstarten van de browser

3. openingpagina van een website.

Op grond van het voorgaande staat vast dat in Nederland algemeen bekend is dat het woord startpagina onder meer betekent: een internetpagina, website die een verzameling koppelingen naar relevante websites over een bepaald onderwerp bevat. Dat eiseres de hiervoor genoemde betekenis zelf zou hebben ontwikkeld is niet aannemelijk.

Vanaf de beginjaren van Internet stellen gebruikers als startpagina in de zin van “openingspagina bij het opstarten van de browser”, bij voorkeur een website in waarop zo handig mogelijk de weg op internet kan worden gezocht. De internetgebruiker heeft daarbij steeds de keuze uit vele websites die, ondermeer door het zo aantrekkelijk mogelijk presenteren van een groot aantal hyperlinks, wedijveren om te worden ingesteld als startpagina in de zin van openingspagina van de browser.

De conclusie luidt dan ook dat het woord startpagina als uitsluitend beschrijvend moet worden aangemerkt voor alledrie de betekenissen die het woord startpagina volgens het Van Dale woordenboek heeft. Door een dergelijk woord te monopoliseren via een merkrecht zouden derden worden verhinderd een website met linkverzamelingen met het in de gangbare taal gebruikelijke woord “startpagina”aan te duiden.

De toevoeging van de extensie “.nl” heeft evenmin enig onderscheidend vermogen, omdat die extensie niet meer betekent dan dat de website afkomstig is uit Nederland.

Zelfs indien de extensie “.nl” enig onderscheidend vermogen zou worden toegedacht, dan is dit zo gering dat gedaagde door de toevoeging van de extensie “.tv” voldoende afstand heeft genomen. De extensie “.tv” zegt weliswaar formeel dat de website afkomstig is van het eiland Tuvalu, maar deze toevoeging verwijst voor de gemiddelde consument niet naar Tuvalu, maar naar de wereldwijd bekende term TV in de betekenis van televisie.

4.6.2. Door eiseres is wel betoogd dat het merk door inburgering onderscheidend vermogen zou hebben verkregen doch daarvan is evenmin sprake.

Allereerst heeft te gelden dat het woord, als onderdeel van het algemeen taalgebruik, voor eenieder vrij te bezigen dient te zijn zonder vrees voor inbreuk op enig intellectueel eigendomsrecht. Het woord “startpagina”al dan niet met toevoeging van de extensie “.nl” is bovendien zozeer puur beschrijvend dat inburgering, indien al mogelijk, slechts dan kan worden aangenomen indien in een aanzienlijk deel van het Nederlands taalgebied de dienst welke eiseres levert op basis van het woord “startpagina” als van haar afkomstig zal worden geïdentificeerd. Daarbij geldt dat ook vanwege het volledig ontbreken van onderscheidend vermogen “ab initio”, de eis mag worden gesteld dat ook buiten Nederland in het Nederlands taalgebied (in Vlaanderen) het merk is ingeburgerd. Dit is niet gebleken, nu eiseres geen gegevens heeft overgelegd die aannemelijk maken dat het in aanmerking komend publiek in het Nederlands taalgebied als gevolg van de confrontatie met de aanduiding “startpagina.nl” in eerste instantie aan de onderneming van eiseres zal denken.

4.6.3. Het beroep van eiseres op bescherming van het woordmerk startpagina.nl als algemeen bekend merk, dat de voorzieningenrechter begrijpt als een beroep op artikel 6bis lid 1 van het Verdrag van Parijs, kan niet slagen omdat op grond van hetgeen hiervoor onder 4.6.2. is overwogen heeft te gelden dat het woordmerk startpagina.nl niet voldoet aan de vereisten van artikel 6 quinquies B sub 2 van voormeld verdrag.

4.6.4. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat in een bodemprocedure naar alle waarschijnlijkheid zal worden beslist dat het beroep van gedaagde op nietigheid van het woordmerk "startpagina.nl”omdat het merk uitsluitend bestaat uit tekens of benamingen die in het normale taalgebruik gebruikelijk zijn geworden conform het bepaalde in

artikel 2.28 lid 1 sub d BVIE, slaagt.

4.6.5. Voor zover de vorderingen zijn gebaseerd op inbreuk op het beeldmerk startpagina.nl is niet aannemelijk dat sprake is van inbreuk, aangezien de lay-out van de webpagina van gedaagde geen enkele overeenstemming vertoont met het door eiseres gedeponeerde beeldmerk.

Handelsnaamrecht

4.7.Eiseres beroept zich tevens op artikel 5 Handelsnaamwet, waartoe zij aanvoert

dat uit de inhoud van de website www.startpagina.tv blijkt dat gedaagde zijn onderneming mede onder de handelsnaam “startpagina.tv” drijft, ondermeer door het hanteren van de slogans “Internet op TV begint bij startpagina.tv” en “Startpagina.tv binnenkort gewoon op de buis”. Volgens eiseres is verwarring te duchten tussen de respectievelijke ondernemingen van partijen en omtrent de herkomst van de door die ondernemingen aangeboden diensten.

4.8. Gedaagde voert als primair verweer dat eiseres zich niet kan beroepen op de Handelsnaamwet omdat eiseres de naam “startpagina.nl” niet als handelsnaam gebruikt, evenmin als gedaagde de naam startpagina.tv als handelsnaam gebruikt. Gedaagde voert hiertoe aan dat de door partijen gebruikte domeinnamen uitsluitend de functie hebben de op de website aangeboden diensten te omschrijven.

Subsidiair stelt gedaagde dat de beschermingsomvang van beschrijvende handelsnamen zich evenmin uitstrekt tot het gebruik van louter beschrijvende termen.

4.9. De voorzieningenrechter overweegt als volgt:

4.9.1. De Handelsnaamwet definieert in artikel 1 een handelsnaam als "de naam waaronder een onderneming wordt gedreven". Beoordeeld moet worden of eiseres voor de door haar gedreven onderneming daadwerkelijk de naam startpina.nl voert in het handelsverkeer.

Voor rechtscheppend gebruik is als regel voldoende dat sprake is van daadwerkelijk voor derden kenbaar gebruik. Ter beoordeling staat of eiseres de door haar gedreven onderneming onder de naam startpagina.nl bij het publiek ter identificatie aandient.

Allereerst heeft te gelden dat de gekozen benaming voor de domeinnaam startpagina.nl gelet op het beschrijvende karakter, enkel slechts als “adres” (van de onderneming) kan worden aangemerkt en niet tevens als handelsnaam.

4.9.2. Eiseres heeft een uittreksel van de kamer van koophandel overgelegd waaruit blijkt dat eiseres de besloten vennootschap Startpagina BV drijft onder de navolgende handelsnamen: Startpagina BV, Startpagina, Startpagina.nl, Overzicht.nl, Startcamera, Startradio, StartTV, PaginaMarkt en PaginaNieuws. Alsmede zijn door eiseres overgelegd schermafdrukken van de website startpagina.nl, een enveloppe met de opdruk:

“Startpagina, alles op een rijtje Postbus 76771 1070 KB Amsterdam”

en een visitekaartje waarop is vermeld:

Startpagina, alles op een rijtje

Carlo van Houtum, Business Unit manager Startpagina

(telefoonnummers) emailadres:carlo@startpagina.nl

Postbus 76773 KB Amsterdam Rijnsburgstraat 9-11 1059 AT Amsterdam

www.startpagina.nl

Uit de overgelegde stukken en uit kennisneming van de inhoud van de website blijkt dat de door eiseres gedreven onderneming zich op de inhoud van de website www.startpagina.nl niet primair onder die door haar gestelde gelijknamige handelsnaam presenteert, nu die website daarvan geen melding maakt. Het woord “startpagina” fungeert op de website als een “uithangbord” van een activiteit en niet van een handelsonderneming. Geheel onderaan de website, welk einde pas na 4 pagina’s scrollen kan worden bereikt, is in onopvallende kleine letters slechts vermeld: copyright 1998-2007 Startpagina BV onderdeel van ilse media”. De conclusie hieruit is derhalve dat eiseres zich op de site www.startpagina.nl niet onder enige handelsnaam aan het publiek presenteert. De tekst op de overgelegde enveloppe en visitekaartje getuigt evenmin van presentatie onder de handelsnaam “startpagina”, nu die tekst lijkt te verwijzen naar de aangeboden dienst, en uit de tekst niet eenduidig blijkt dat sprake is van “startpagina” als handelsnaam voor een onderneming. Vooralsnog kan daarom slechts worden geconcludeerd dat gebleken is van zeer marginaal gebruik om door te dringen bij het publiek als gebruik als handelsnaam. De voorzieningenrechter oordeelt deze wijze van presenteren ternauwernood – nog juist - voldoende.

4.9.3. Kenmerkend voor het handelsnaamrecht is dat aan het onderscheidend vermogen lage eisen worden gesteld en in beginsel iedere aanduiding, ook indien beschrijvend, mits als handelsnaam gevoerd, voor bescherming in aanmerking komt. De grens van de bescherming van beschrijvende handelsnamen wordt echter bereikt als de gevraagde bescherming zou leiden tot monopolisering van algemeen beschrijvende woorden, zodanig dat anderen die niet meer zouden kunnen gebruiken als aanduiding van hun onderneming. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de naam “startpagina” te weinig onderscheidende kracht heeft om als handelsnaam in de zin van de Handelsnaamwet aangemerkt te kunnen worden, nu deze naam, zoals hiervoor onder r.o. 4.6.1. beschreven, als zuiver beschrijvend dient te worden aangemerkt. Een zodanige naam als startpagina, die essentieel is voor het beschrijven van de door beide partijen aangeboden, identieke diensten, mag niet door één partij geclaimd worden, aangezien het ondernemingen, die al dan niet via een website een startpagina aanbieden, dient vrij te staan zich te bedienen van het woord startpagina. Zij hebben een groot belang om dat woord, dat immers de kern van hun diensten aanduidt, te mogen gebruiken. De mogelijkheid dat een handelsnaam zo bekend is geworden dat deze als gevolg van deze bekendheid onderscheidend vermogen heeft verkregen doet zich hier niet voor, integendeel, uit hetgeen hiervoor in het slot onder 4.6.2. is overwogen volgt dat daarvan geen sprake is.

4.9.4. Voor zover al sprake zou zijn van een door gedaagde gevoerde handelsnaam –deze gebruikt de aanduiding www.startpagina.tv immers slechts als webadres- dan geldt dat eventueel verwarringsgevaar in de zin van art. 5 Handelsnaamwet bezwaarlijk kan worden toegeschreven aan het voeren van een gelijke beschrijvende aanduiding, welke essentieel is voor het beschrijven van de aangeboden diensten. De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat de handelsnaamrechtelijke grondslag de vorderingen niet kan dragen.

4.9.5. Nu geen sprake is van inbreuk op de handelsnaam en geen (bijkomende) omstandigheden zijn gesteld die het gedrag van gedaagde onrechtmatig zouden maken, zijn de vorderingen op die grondslag evenmin toewijsbaar.

4.10. In navolging van eiseres heeft ook gedaagde gevorderd de wederpartij te veroordelen in de redelijke en evenredige kosten van het geding, waaronder begrepen de gemaakte advocaatkosten, een en ander conform het per 1 mei 2007 in werking tredende artikel 1019h Rv, een letterlijke weergave van artikel 14 van Richtlijn 2004/48 EG

(PbEG L 195). Gedaagde stelt dat hij exclusief BTW, griffierecht en behandelingstijd zitting en nakosten, welke hij schat op minimaal vijf uren, een bedrag van euro 7.549,85 aan advocaatkosten verschuldigd is.

4.11. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan de door gedaagde gevorderde –onbestreden gebleven- vergoeding voor juridische bijstand ten bedrage van, afgerond euro 7.550,--, gelet op de aard en het belang van de zaak, en de aard en de noodzaak van de verrichte werkzaamheden, niet als onevenredig of onredelijk worden aangemerkt.

De gevorderde vergoeding zal worden toegewezen, nu evenmin is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan geoordeeld moet worden dat de billijkheid zich tegen toewijzing verzet.

4.12. Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagde worden begroot op:

- vast recht euro 251,00

- salaris procureur euro 7.550,00

Totaal euro 7.801,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. bepaalt dat de termijn als bedoeld in artikel 260 Rv (per 1 mei als bedoeld in artikel 1091i Rv) zes maanden bedraagt, te rekenen vanaf de datum waarop dit vonnis is gewezen

5.3. veroordeelt eiseres in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op EUR 7.801,00;

5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Weide en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. Schütz op 25 april 2007.