Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2007:BA3884

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
13-04-2007
Datum publicatie
26-04-2007
Zaaknummer
07/1564
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Hangende beroep inzake een bouwvergunning voor acht lichtmasten voor een tennisvereniging is die vergunning geschorst. Dat is onmiddellijk telefonisch medegedeeld aan alle betrokkenen. Twee lichtmasten waren al geplaatst. Twee dagen daarna hebben verzoekers gemeld dat nog twee lichtmasten zijn geplaatst en hebben zij de voorzieningenrechter aanvullend verzocht de tennisvereniging te gelasten alle lichtmasten te verwijderen, subsidiair te verbieden de lichtmasten te gebruiken.

Gelet op de schorsing zijn twee van de vier masten illegaal geplaatst. De tennisvereniging heeft aldus het bouwverbod van art. 40 Woningwet overtreden.

Omdat niet is uitgesloten dat de bouwvergunning in stand blijft en voorts de masten niet in gebruik kunnen worden genomen, wordt het verzoek niet ingewilligd. De handelwijze van de tennisvereniging is wel aanleiding deze rechtspersoon te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, team bestuursrecht

procedurenummer: 07 / 1564 VV

uitspraak van de voorzieningenrechter

in de zaak van

[verzoeker] e.a.,

wonende te Breda, verzoekers,

gemachtigde mr. J.P.M. Sio

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda,

verweerder.

1. Het procesverloop

Bij besluit van 28 februari 2006 heeft verweerder aan Tennisvereniging [naam vereniging] een bouwvergunning verleend voor het plaatsen van acht lichtmasten op het perceel [adres] te Breda.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaarschriften ingediend.

Bij besluit van 19 oktober 2006 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren ongegrond verklaard en de bouwvergunning in stand gelaten.

Vervolgens hebben verzoekers bij afzonderlijke brieven van 22 november 2006 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Op 26 maart 2007 heeft verzoeker [naam verzoeker] geconstateerd dat een aanvang was genomen met de plaatsing van de lichtmasten en heeft hij verzocht de bouwvergunning per omgaande te schorsen, in afwachting van de uitspraak in de bodemzaak.

Dit verzoek heeft de voorzieningenrechter ingewilligd. De bouwvergunning voor het plaatsen van de acht lichtmasten is op maandag 26 maart 2007 om 16:00 uur geschorst.

Deze uitspraak is onmiddellijk daarna telefonisch medegedeeld

- aan de heer [naam vertegenwoordiger], de ter plaatse aanwezige vertegenwoordiger van [naam bedrijf], het bedrijf dat door Tennisvereniging [naam vereniging] is ingeschakeld om de masten te plaatsen;

- aan de heer [naam penningmeester], penningmeester van Tennisvereniging [naam vereniging];

- aan de behandelend ambtenaar van de gemeente Breda, mevrouw [naam behandelend ambtenaar] en

- aan de gemachtigde van de omwonenden, mr. J.P.M. Sio.

Op het moment van uitspreken van de schorsing waren er twee lichtmasten geplaatst.

Op dinsdagochtend 27 maart 2007 om ongeveer 09:15 uur heeft de heer [naam directeur], directeur van [naam bedrijf] bij de (griffier van de) rechtbank geverifieerd of de bouwvergunning daadwerkelijk geschorst was en vervolgens heeft hij gevraagd of het was toegestaan om de bestaande toestand op een verantwoorde manier te verankeren. De voorzieningenrechter heeft daarmee ingestemd en ten behoeve daarvan is later die ochtend - op verzoek van de voorzieningenrechter - een inspecteur van het gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht naar de bouwlocatie gegaan om daarover afspraken te maken.

Op dinsdagochtend 27 maart 2007 om ongeveer 10:30 uur is het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak naar alle betrokken partijen toegezonden.

Op woensdagochtend 28 maart 2007 heeft de gemachtigde van verzoekers per telefax laten weten dat er ondanks de geschorste bouwvergunning toch nog twee lichtmasten zijn geplaatst en heeft zij de voorzieningenrechter aanvullend verzocht om Tennisvereniging [naam vereniging] te gelasten de vier lichtmasten alsnog te verwijderen en subsidiair om Tennisvereniging [naam vereniging] te verbieden deze vier lichtmasten in gebruik te nemen. Daarnaast is verzocht om Tennisvereniging [naam vereniging] te veroordelen in de proceskosten.

Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb is behandeling ter zitting achterwege gelaten.

2. De beoordeling

2.1 Naar aanleiding van het aanvullend verzoek is door de griffier van de rechtbank telefonisch contact gezocht met de heer [naam directeur]. De heer [naam directeur] verklaarde dat hij maandagavond 26 maart 2007 een gesprek heeft gehad met de heer [naam penningmeester] en dat laatstgenoemde hem opdracht heeft gegeven om door te gaan met de bouw totdat er een schriftelijke bevestiging van de uitspraak van de voorzieningenrechter is ontvangen. De heer [naam directeur] is op dinsdagochtend 27 maart 2007 eerst gestopt met zijn bouwactiviteiten nadat omwonenden hem het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak hadden getoond. Op dat moment waren er wederom twee lichtmasten geplaatst. Door deze gang van zaken is even later die ochtend door de gemeentelijke bouwinspecteur geconstateerd dat er vier lichtmasten waren geplaatst en zijn er afspraken gemaakt over het verankeren van deze vier lichtmasten.

Gelet op de op maandag 26 maart 2007 om 16:00 uur reeds uitgesproken en bekendgemaakte schorsing zijn er derhalve op dinsdagochtend 27 maart 2007 twee lichtmasten illegaal geplaatst en dient het bestuur van Tennisvereniging [naam vereniging] op de voet van artikel 108 van de Woningwet te worden aangemerkt als overtreder van het in artikel 40 van de Woningwet neergelegde bouwverbod.

De voorzieningenrechter ziet in deze overtreding echter geen aanleiding om het verzoek tot verwijdering van de vier lichtmasten in te willigen, aangezien niet uitgesloten is dat de bouwvergunning in stand blijft. Voorts is van de zijde van het gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht benadrukt dat de vier reeds geplaatste lichtmasten niet in gebruik genomen kunnen en mogen worden en dat daarop ook zal worden toegezien. Onder deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter evenmin aanleiding het subsidiaire verzoek in te willigen. De voorzieningenrechter ziet evenwel in de handelwijze van Tennisvereniging [naam vereniging] aanleiding om deze rechtspersoon te veroordelen in de proceskosten van verzoekers, die op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden vastgesteld op het hieronder opgenomen bedrag.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

veroordeelt Tennisvereniging [naam vereniging] in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 322,--, te betalen door het bestuur van Tennisvereniging [naam vereniging].

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, en in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, in het openbaar uitgesproken op 13 april 2007.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Afschrift verzonden op: 13 april 2007