Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2007:BA3864

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
24-04-2007
Datum publicatie
26-04-2007
Zaaknummer
Awb 06/4495 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WAO-uitkering ingetrokken omdat eiseres geschikt werd bevonden voor de maatmanfunctie als verzekeringsadviseur. Het bestreden besluit kan zowel op medische als op arbeidskundige gronden niet standhouden.

De medische beoordeling is onder meer gestoeld op de expertise van een psycholoog en fysio- en manueel therapeut. Aan dit onderzoek kan niet de conclusie worden toegekend die verweerder daaraan kennelijk heeft toegekend, reeds omdat deze onderzoeker niet tot de beroepsgroep van de medici kan worden gerekend. Verweerder heeft eiseres niet aanvullend door een medisch deskundige laten onderzoeken. Bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid.

Functie wordt gekenmerkt door veelvuldig zitten. Verweerder heeft onvoldoende kunnen aantonen dat eiseres de maatmanfunctie in alle facetten kan vervullen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, team bestuursrecht

procedurenummer: 06 / 4495 WAO

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in de zaak van

[naam eiseres],

wonende te Breda, eiseres,

gemachtigde mr. A.E.E. Vollebregt,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda),

verweerder.

1. Het procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 27 juli 2006 (bestreden besluit), inzake de intrekking van haar arbeidsongeschiktheidsuitkering. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 9 maart 2007, waarbij aanwezig waren de gemachtigde van eiseres en namens verweerder mr. [naam persoon].

2. De beoordeling

2.1 Op grond van de gedingstukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiseres is voor 40 uren per week werkzaam geweest als verzekeringsadviseur (buitendienst). Voor dat werk is eiseres in maart 1998 ongeschikt geworden vanwege lage rugklachten en bekkenklachten als gevolg van zwangerschap/bevalling. Verweerder heeft aan eiseres een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend met ingang van 30 maart 1999, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

Na medisch en arbeidskundig onderzoek heeft verweerder bij besluit van 10 oktober 2005 per 7 december 2005 de WAO–uitkering van eiseres herzien en vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

Tegen dat besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 17 mei 2006 heeft verweerder bepaald dat de uitkering van eiseres per 17 juli 2006 zal worden beëindigd. Verweerder heeft hieraan ten grondslag gelegd dat in bezwaar is gebleken dat eiseres op 6 oktober 2005 geschikt was te achten voor de maatman, zodat reeds per die datum geen sprake was van arbeidsongeschiktheid.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard, met dien verstande dat eiseres per 7 december 2005 onverminderd wordt ingedeeld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35% en dat zij per 17 juli 2006 voor minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht.

2.2 Eiseres heeft in beroep, samengevat, aangevoerd dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet zorgvuldig is geweest omdat onvoldoende rekening is gehouden met de medische informatie van het Spine&Joint Centre en omdat te weinig aandacht is besteed aan haar argumenten en haar dagverhaal. Ten onrechte is eiseres geschikt geacht voor de eigen functie omdat deze niet meer bestaat, althans omdat de arbeidsovereenkomst beëindigd is. Daarnaast overschrijdt deze functie de mogelijkheden van eiseres onder meer ten aanzien van het aaneengesloten zitten en het tillen. Dit blijkt ook uit de door de bezwaarverzekeringsarts opgestelde FML. Ook kent het CBBS de functie van eiseres niet, hetgeen doet vermoeden dat de functie van verzekeringsadviseur buitendienst ofwel niet in voldoende mate voorkomt op de arbeidsmarkt dan wel dat deze door het systeem niet als passend wordt geduid. Voor zover de functie al voorkomt, vertegenwoordigt deze een laag basissalaris dat door middel van het verkrijgen van bonussen kan worden opgehoogd. Dit maakt voor eiseres dat er geen sprake is van vergelijkbare/gelijkwaardige functies zoals door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) al meerdere malen is uitgesproken.

2.3 Arbeidsongeschikt in de zin van de WAO is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is met algemeen geaccepteerde arbeid te verdienen hetgeen soortgelijke gezonde personen met arbeid gewoonlijk verdienen. Van belang is dan ook:

- of eiseres medische beperkingen heeft en

- of zij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met algemeen geaccepteerde arbeid inkomsten te verwerven.

2.4 Het bestreden besluit is wat betreft het medische oordeel gebaseerd op rapportages van een verzekeringsarts en een tweetal bezwaarverzekeringsartsen.

Verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] heeft eiseres op 9 mei 2005 onderzocht en het dossier van eiseres bestudeerd. Verder heeft de verzekeringsarts informatie ingewonnen bij huisarts [naam huisarts]. De verzekeringsarts heeft naar aanleiding van het onderzoek een expertise laten verrichten door [naam psycholoog], psycholoog en fysio- en manueel therapeut van bureau Condite (advies bij ziekteverzuim) te Enschede. [naam psycholoog] heeft met eiseres op 23 mei en 7 juni 2005 gesproken en heeft op 1 juli 2005 verslag uitgebracht van zijn bevindingen. Op de door de verzekeringsarts gestelde vragen heeft [naam psycholoog] onder meer de volgende antwoorden gegeven:

1. Welke verklaring heeft u voor de klachten van betrokkene ? Somatisatie/conversie/ziekte-winstaspect ?

Mijns inziens kan gesproken worden van een primaire somatisatie bij een pijnstoornis. De problematiek kan m.i. niet geduid worden als een conversie. In de algemene dagelijkse activiteiten en het sociaal functioneren levert betrokkene al jaren veel in, en in dat opzicht kan er gesproken worden van een ziekteverlies. In hoeverre in financieel opzicht gesproken kan worden van ziektewinst is moeilijk in te schatten.

2. Welke bijzonderheden levert uw specialistisch onderzoek op ?

Geen aanwijzingen voor bekken instabiliteit, wel een slechte belastbaarheid bij een laag activiteiten niveau.

3. Welke diagnose kunt u stellen ?

De beperkte belastbaarheid kan geduid worden als een "disuse syndrome”.

4. Wat is uw visie ten aanzien van prognose / het ziektebeloop ?

Bij ongewijzigd beleid ongunstigere prognose. Mijns inziens zijn er geen biomedische afwijkingen die volledig herstel in de weg staan.

De verzekeringsarts heeft tevens kennis genomen van de informatie van orthopedisch arts [naam arts] van 4 juli 2005. De verzekeringsarts is vervolgens in de rapportage van 14 september 2005 uitgegaan van de volgende diagnose: Overige ziekten zenuwstelsel. Disuse syndroom/Somatisatie bij pijnstoornis. Cas diagnosecode 8N699.

De verzekeringsarts stelt vast dat de klachten van eiseres ongewijzigd zijn en alleen verklaard kunnen worden op basis van de bekkenproblematiek. Telefonisch overleg met de huisarts leverde nauwelijks nieuwe informatie op. Uit de expertise van Verhoeven komt naar voren dat geen sprake is van conversie maar van somatisatie bij een pijnstoornis. Op zich geeft dit geen aanleiding tot het stellen van beperkingen, maar omdat tevens sprake is van conditieverlies en om eiseres de kans te geven om met behandeling hieraan te werken, worden tijdelijk nog enige beperkingen gesteld ten aanzien van zwaar fysiek en zwaar bekken belastend werk. Een afwisseling tussen zitten, staan en lopen wordt nodig geacht. De beperkingen en de belastbaarheid van eiseres heeft de verzekeringsarts neergelegd in de kritische functionele mogelijkhedenlijst (KFML) van 14 september 2005.

Bezwaarverzekeringsarts [naam bezwaarverzekeringsarts] heeft de beschikbare medische gegevens, waaronder de door eiseres ingebrachte informatie van het Spine & Joint Centre en een artikel van Cecile Röst bestudeerd. De bezwaarverzekeringsarts heeft op basis van een en ander geconcludeerd dat bij eiseres geen sprake is van “Geen Duurzaam Benutbare Mogelijkheden”. Uit de anamnese blijkt dat eiseres door de dag heen weinig staat en loopt en verder vooral zit, “hangt” en ligt. Dat is volgens de bezwaarverzekeringsarts geen normaal en gezond patroon. Het lichamelijk onderzoek komt hiermee overeen evenals de bevindingen van het Spine & Joint Centre. Gezien het klachtenpatroon en de door eiseres aangegeven belemmeringen en beperkingen is sprake van een goede interne consistentie. Het klachtenpatroon en de door eiseres aangegeven belemmeringen/beperkingen passen echter niet binnen de geobjectiveerde afwijkingen/het ziektebeeld. Er is dus sprake van een externe inconsistentie, aldus de bezwaarverzekeringsarts. De bezwaarverzekeringsarts stelt vast dat eiseres bezig is dit aangeleerde en onjuiste gedragspatroon te veranderen. Dit zal wel de nodige tijd en inspanning kosten. Gezien de anamnese, de bevindingen bij onderzoek/ expertise en de informatie van de behandelend sector is de bezwaarverzekeringsarts van mening dat eiseres geschikt is te achten voor passend werk zonder urenbeperking. Door het afwijkende belastingspatroon acht de bezwaarverzekeringsarts de belastbaarheid van eiseres sterk verminderd, vooral ten aanzien van langdurig zitten, staan, lopen, trappen lopen en klimmen. De bezwaarverzekeringsarts heeft aanleiding gezien de FML op 4 april 2006 overeenkomstig het voorgaande aan te passen.

Bezwaarverzekeringsarts Greveling heeft bij memo van 9 juni 2006 nader gereageerd op de bezwaren van eiseres en heeft opgemerkt dat het rapport van het Spine & Joint Centre is gezien en meegewogen door de bezwaarverzekeringsarts. De bezwaarverzekeringsarts ziet in dit rapport geen aanleiding de verzekeringsgeneeskundige beoordeling door bezwaarverzekeringsarts [naam bezwaarverzekeringsarts] te herzien.

2.4.1 De rechtbank is van oordeel dat aan het onderzoek door [naam psycholoog] niet de betekenis kan worden toegekend die verweerder daaraan kennelijk heeft toegekend. Reeds omdat hij niet tot de beroepsgroep van de medici kan worden gerekend, is [naam psycholoog] naar het oordeel van de rechtbank bijvoorbeeld niet bevoegd tot de uitspraak dat bij eiseres geen sprake is van -door de verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] blijkens haar rapportage (B7.4) op 7 januari 2004 nog aangenomen- conversie maar van somatisatie bij een pijnstoornis. Tegen dezelfde achtergrond acht de rechtbank de door verweerder aan [naam psycholoog] voorgelegde vraagstelling ook niet even adequaat. Nu de verzekeringsartsen de bevindingen/het onderzoek van [naam psycholoog] integraal hebben overgenomen, zonder dat zij in die bevindingen/dat onderzoek aanleiding hebben gezien eiseres aanvullend nog door een medische deskundige te laten onderzoeken, is het bestreden besluit wat betreft het medische oordeel onzorgvuldig voorbereid. Dat besluit komt reeds daarom voor vernietiging in aanmerking.

2.5. Los van het bovenstaande dient het bestreden besluit ook voor wat betreft de arbeidsdeskundige beoordeling vernietigd te worden. Veronderstellenderwijs uitgaande van de juistheid van de door bezwaarverzekeringsarts [naam bezwaarverzekeringsarts] opgestelde FML van 4 april 2006, stelt de rechtbank allereerst vast dat de bezwaararbeidsdeskundige [naam bezwaararbeidsdeskundige] in zijn rapport van 24 april 2006 op basis van de vastgestelde medische beperkingen van eiseres heeft geconcludeerd dat na raadpleging van het CBBS onvoldoende passende functies resteren om tot een theoretische schatting te kunnen komen. Op grond daarvan is de bezwaararbeidsdeskundige van mening dat eiseres per 7 december 2005 is in te delen in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 80 tot 100%.

2.5.1 De bezwaararbeidsdeskundige heeft vervolgens op 28 april 2006 gerapporteerd dat hij in zijn eerdere rapportage van 24 april 2006 voorbij is gegaan aan de door de primaire arbeidsdeskundige [naam arbeidsdeskundige] in zijn rapport van 6 oktober 2005 aangegeven geschiktheid van eiseres voor het eigen werk. De bezwaararbeidsdeskundige acht eiseres, ook met de aangepaste FML van 4 april 2006, geschikt voor haar maatmanfunctie van fulltime verzekeringsadviseur.

Volgens de bezwaararbeidsdeskundige komt de functie van fulltime verzekeringsadviseur voor een verzekeringsmaatschappij ook nog onveranderd voor op de vrije arbeidsmarkt.

Senior bezwaararbeidsdeskundige [naam bezwaararbeidsdeskundige] heeft naar aanleiding van de schriftelijke reactie van eiseres d.d. 7 juni 2006 op de rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige van 28 april 2006 onderzocht in hoeverre de functie van verzekeringsadviseur nog op de arbeidsmarkt voorkomt. In zijn memo van 19 juli 2006 heeft de senior bezwaararbeidsdeskundige onder meer aangegeven dat telefonisch contact is opgenomen met verzekeringsmaatschappij Univé, waarin is bevestigd dat nog steeds gewerkt wordt met verzekeringsadviseurs. Het takenpakket is vergelijkbaar met de beschrijving die eiseres bij haar aanvraag in 1999 heeft gegeven. Thans zijn er vacatures voor adviseurs met een salarisbod (afhankelijk van ervaring) van € 28.000 tot € 42.000 met een uitloop naar € 55.000 (laatste inclusief bonussen) bruto per jaar. Navraag bij Monuta Uitvaartverzekeringen levert op dat ook daar de functie van verzekeringsadviseur nog steeds gehanteerd wordt en met een overeenkomstige functie-inhoud als bij Univé. Het salaris ligt zonder bonussen rond de € 36.000 bruto per jaar. Aan een P&O-adviseur van Aegon verzekeringen heeft hij de functiebeschrijving van eiseres ook voorgehouden. Deze adviseur heeft volgens de senior bezwaararbeidsdeskundige de functiebeschrijving onderkend, waarbij hij heeft aangegeven dat de functie, met een salaris van rond de € 44.000 bruto per jaar exclusief bonussen, vooral voorkomt bij de afdeling schade en dat er regelmatig sprake is van vacatures.

2.5.2 De rechtbank stelt ten aanzien van de geschiktheid van eiseres voor het eigen werk allereerst vast dat het dienstverband niet langer bestaat en dat de functie van verzekeringsadviseur binnen het bedrijf waar eiseres werkzaam was sinds een aantal jaren niet meer voorkomt. Indien terugkeer naar de eigen werkgever niet mogelijk is, is een schatting op grond van geschiktheid voor de maatmanfunctie slechts mogelijk indien die functie elders met een gelijke belasting en beloning op de arbeidsmarkt aanwijsbaar is (zie hiervoor onder meer Centrale Raad van beroep (CRvB), 15 september 1998, USZ 1998, 278). Gelet op het door eiseres niet dan wel onvoldoende weersproken onderzoek door senior bezwaararbeidsdeskundige [naam bezwaararbeidsdeskuindige] acht de rechtbank dit genoegzaam aannemelijk geworden.

Met betrekking tot de geschiktheid van eiseres voor het eigen werk geldt verder het volgende.

De functie van verzekeringsadviseur heeft de arbeidsdeskundige Van de Ven in zijn rapportage van 15 januari 2004 onder meer als volgt omschreven:

“Het thuis bezoeken van toekomstige en bestaande cliënten met als doel een diversiteit aan verzekeringen af te sluiten cq schaden af te wikkelen.

Taken:

- bestaande klanten bezoeken per auto

- acquisitie plegen

- telefoneren en administreren

- offertes maken

- schade formulieren invullen en verwerken

- de gestelde doelen (omzet) halen

Werktijden: 8 uur dagdienst.

(…)

Aard van het werk qua mobiliteit: het werk kan wat mobiliteit betreft het best worden omschreven als overwegend zittend en lopend.

(…)

Tijdsdruk: er wordt regelmatig gewerkt onder zeer grote tijdsdruk.

Dwingend werktempo: er wordt gewerkt in dwingend werktempo.

(…)”

De belastbaarheid van eiseres ten aanzien van zitten tijdens het werk is blijkens de FML van 4 april 2006 beperkt tot de helft van de werkdag (ongeveer 4 uren), en tot 6-8 uur per dag, indien korter dan een ½ uur achtereen gezeten wordt.

Uitgaande van de hierboven genoemde beschrijving van de functie-inhoud heeft de bezwaararbeidsdeskundige [naam bezwaararbeidsdeskundige] in zijn rapport van 28 april 2006 het volgende overwogen:

“ (…) dat de functionaris bij de uit te voeren maatmanwerkzaamheden op kantoor en thuis, naar eigen inzicht en behoefte het zitten, staan en lopen af kan wisselen. Dit is kenmerkend voor administratieve arbeid, zeker ook voor thuisarbeid, en daarbij behoeft de belastbaarheid niet overschreden te worden. Ook bij het vereiste autorijden (overwogen is dat binnen een eigen rayon rondom de eigen woonplaats wordt gewerkt), kan de functionaris rekening houden met zijn belastbaarheid door goed te plannen en de autorit naar behoefte kort te onderbreken en zich vertreden. Daarmee kan dan binnen de belastbaarheid van zitten worden gebleven (indien korter dan 1/2e uur achtereen wordt gezeten mag dit 6 tot 8 uur per dag). Het zitten bij klanten thuis of in een vergadering kan normaliter meer dan een half uur achtereen voorkomen, doch indien de functionaris bij aanvang van de bijeenkomst aangeeft dat deze geregeld moet vertreden om niet te lang achtereen te zitten, is uit eigen ervaring vastgesteld dat dit geen noemenswaardige invloed heeft op de doelstelling van de bijeenkomst. Hierdoor wordt overwogen dat dit van de functionaris mag worden gevraagd en de belastbaarheid daarmee niet wordt overschreden.”

Uit de functie-inhoud blijkt dat in de maatmanfunctie, die gekenmerkt wordt door het veelvuldige zitten, regelmatig gewerkt wordt onder zeer grote tijdsdruk, dat er een dwingend werktempo geldt en dat de functionaris de gestelde doelen (omzet) dient te halen. Onder deze omstandigheden, die in onderling verband en samenhang moeten worden bezien, acht de rechtbank de overweging van de bezwaararbeidsdeskundige, dat tijdens autoritten en bij klanten thuis of in een vergadering binnen de belastbaarheid van het zitten kan worden gebleven omdat er, zo begrijpt de rechtbank, een (grote) vrijheidsgraad aanwezig is, een ontoelaatbare relativering die niet wordt gestaafd door de stukken. Steun voor deze opvatting vindt de rechtbank ook in de door eiseres overgelegde, door verweerder niet weersproken, verklaring van de SNS Bank van 31 mei 2006. De voormalig werkgever van eiseres verklaart daarin onder meer het volgende:

“In de praktijk betekende dit voor u en uw collega’s dat u ingezet werd waar het kantoor commerciële kansen zag. Dit kon de gehele regio West Nederland zijn. De bezoeken vonden plaats zowel overdag als in de avonduren. Een bezoek bestond uit het inventariseren van de behoeftes waarop een advies gemaakt werd. Gezien de prestatiedruk was het van belang om binnen één bezoek tot verkoop te komen en de klant van het voorstel te overtuigen. De afspraken werden door kantoor ingepland in vaste blokken van twee en halfuur inclusief reistijd. Gezien de complexiteit van pensioen- en hypotheekadviezen werden deze blokken geregeld overschreden.”

Ook acht de rechtbank nog van belang dat gesteld noch gebleken is dat de bezwaararbeidsdeskundige voor zijn oordeelsvorming overleg heeft gehad met de bezwaarverzekeringsarts [naam bezwaarverzekeringsarts]. Dat overleg had naar het oordeel van de rechtbank bepaald voor de hand gelegen, nu de bezwaarverzekeringsarts in haar rapport met geen woord melding maakte van de geschiktheid van eiseres voor het eigen werk.

De conclusie van het bovenstaande is dat verweerder de rechtbank er niet van heeft kunnen overtuigen dat in het eigen werk van verzekeringsadviseur de belastbaarheid van eiseres niet op ontoelaatbare wijze wordt overschreden.

Reeds omdat de senior bezwaararbeidsdeskundige [naam bezwaararbeidsdeskundige] in zijn memo van 19 juli 2006 uitsluitend het aspect zitten (rubriek 4 “dynamische handelingen” aspect 1 van de FML van 4 april 2006) bespreekt terwijl het in dit geding veeleer gaat over het aspect zitten tijdens het werk (rubriek 4 “dynamische handelingen” aspect 2 van de FML van 4 april 2006), leidt dit memo van de senior bezwaararbeidsdeskundige de rechtbank niet tot een ander oordeel.

2.5.3 Nu eiseres de maatmanfunctie niet in alle facetten kan vervullen, heeft verweerder de geschiktheid van eiseres voor die functie niet kunnen aantonen. Dit kan niet tot een andere uitkomst leiden dan dat eiseres per datum in geding niet in staat kon worden geacht tot het verrichten van arbeid, zodat eiseres per 7 december 2005 onveranderd voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt moet worden geacht. De rechtbank zal met toepassing van het vierde lid van artikel 8:72 van de Algemene wet bestuursrecht (AWB) zelf in deze zin in de zaak voorzien, onder herroeping van de primaire besluiten.

2.6 Waar het beroep gegrond wordt verklaard, dient het griffierecht aan eiseres te worden vergoed. Tevens zal de rechtbank verweerder veroordelen in de proceskosten van eiseres in bezwaar en in beroep, die op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden vastgesteld op het hieronder opgenomen bedrag.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

herroept de primaire besluiten van 10 oktober 2005 en 17 mei 2006 en bepaalt dat deze uitspraak hiervoor in de plaats treedt;

bepaalt dat aan eiseres ingaande 7 december 2005 onveranderd een WAO-uitkering toekomt, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%;

gelast dat het UWV aan eiseres het door haar betaalde griffierecht van € 38,- vergoedt;

veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 966,-, te betalen door het UWV.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Sierkstra, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. E.G.F. Vliegenberg, griffier, in het openbaar uitgesproken op

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De termijn daarvoor bedraagt zes weken en begint op de dag na verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op: