Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2007:AZ8087

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
07-02-2007
Datum publicatie
12-02-2007
Zaaknummer
408391 CV 06-4884
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

X huurt krachtens overeenkomst van de Gemeente een standplaats op het woonwagencentrum, die in opdracht van de Gemeente door N wordt onderhouden. De woonwagen van X werd op 9 mei 2001 door een kraanwagenverhuurbedrijf verwijderd van het woonwagencentrum, die daarvoor aan N een bedrag in rekening brengt. Voor het op 11 december 2001 terugplaatsen van de woonwagen op het woonwagencentrum bracht een ander kraanwagenverhuurbedrijf bij factuur van 2 januari 2002 een bedrag van € 2.659,50 aan X rekening, welke factuur X heeft betaald. De Gemeente kent X een bijdrage in die kosten toe en treft daarover ook een regeling met X. ,

X vordert in conventie betaling, stellende dat hem het in 2001 toegekende bedrag van € 1.361,64 niet is betaald. De kantonrechter vindt dat de Gemeente bevrijdend heeft betaald doordat het bewuste bedrag binnen de tussen N en de Gemeente bestaande rechtsverhouding onderling is verrekend en X daardoor uiteindelijk is gebaat.

De Gemeente vordert in reconventie terugbetaling van de eenmalige aanvullende betaling van € 1.687,32 omdat X met zijn vordering handelde in strijd met de daaraan verbonden voorwaarden. De kantonrechter overweegt dat X met de enkele schending van de medio 2004 gemaakte afspraak om geen nieuwe claims meer neer te leggen met betrekking tot de kosten voor het weghalen en terugplaatsen van de woonwagen in 2001, nog niet verplicht is tot een terugbetaling van toegekende bijdragen. De bedoelde op X rustende verplichting is toen wel als voorwaarde geformuleerd, maar de overeenkomst werd niet voorwaardelijk overeengekomen en haar werking was daarvan niet afhankelijk gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Bergen op Zoom

zaak/rolnr.: 408391 CV 06-4884

vonnis d.d. 7 februari 2007

inzake

[eiser],

wonende te [woonplaats]

eiser in conventie, verweerder in reconventie,

gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel, advocaat te Roosendaal,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon de [gemeente],

zetelende te [adres],

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. S.J. Mollema-Veltman.

Partijen worden aangeduid als “[eiser]” en “de Gemeente”.

1. Het verloop van het geding

1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het exploot van dagvaarding van 25 juli 2006, met producties;

b. de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

c. de conclusie van repliek in conventie, tevens antwoord in reconventie, met producties;

d. de conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie;

e. de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2 De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.

2. Het geschil

[eiser] vordert in conventie, samengevat, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van de Gemeente tot betaling van

€ 1.615,87, te vermeerderen met wettelijke rente en met veroordeling van de Gemeente in de proceskosten.

De Gemeente vordert in reconventie, samengevat, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [eiser] tot betaling van € 1.687,32, te vermeerderen met wettelijke rente en met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

Partijen weerspreken elkaars vordering.

3. De beoordeling

In conventie en in reconventie:

3.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist staat tussen partijen het navolgende in rechte vast.

- [eiser] huurt krachtens overeenkomst van de Gemeente de standplaats met nummer [adres]. Op die standplaats stond en staat een aan [eiser] in eigendom toebehorende woonwagen.

- Krachtens daartoe met de Gemeente gesloten overeenkomst onderhoudt Nijbod Consultancy B.V. te Eindhoven tegen een door de Gemeente te betalen vast bedrag per jaar, ten behoeve van de Gemeente contacten met bewoners van het woonwagencentrum en verricht Nijbod Consultancy B.V. reparatiewerkzaamheden op het woonwagencentrum.

- Vanwege een voorgenomen verplaatsing van die woonwagen naar een terrein gelegen achter het woonwagencentrum én in verband met een voorgenomen aanpassing van de woonwagen van [eiser], werd de woonwagen van [eiser] op 9 mei 2001 door Heros Kraanwagenverhuur B.V. te Roosendaal verwijderd van het woonwagencentrum en verplaatst naar het daarachter gelegen terrein. Heros Kraanwagenverhuur B.V. bracht daarvoor bij factuur van 31 mei 2001 een bedrag van (omgerekend) € 4.131,67 in rekening aan Nijbod Consultancy B.V.. Bij brief van 28 september 2001 werd van de zijde van de Gemeente aan Nijbod Consultancy B.V. geschreven, samengevat, dat in verband met de terzake door Nijbod Consultancy B.V. aan Heros Kraanwagenverhuur B.V. gegeven opdracht tot verwijdering van de woonwagen van Gemeentewege een bijdrage van (omgerekend) € 1.361,34 wordt betaald middels verrekening met de Nijbod Consultancy B.V. van de Gemeente toekomende normvergoeding voor 2001, maar dat voor het terugplaatsen van de woonwagen van [eiser] door de Gemeente geen financiële vergoeding zal worden gegeven.

- Voor het op 11 december 2001 terugplaatsen van de woonwagen van [eiser] op het woonwagencentrum bracht Heeren Kraanwagenverhuurbedrijf B.V. te Roosendaal bij factuur van 2 januari 2002 een bedrag van € 2.659,50 aan [eiser] in rekening. [eiser] heeft dat gefactureerde bedrag betaald.

- Bij brief van 25 januari 2002 werd van de zijde van de Gemeente aan [eiser] geschreven, samengevat, dat transport- en verplaatsingskosten van een woonwagen in principe voor rekening van de eigenaar is, maar dat zij aan Nijbod Consultancy B.V. heeft meegedeeld dat zij bereid is om betreffende de verwijdering en het terugplaatsen van de woonwagen van [eiser] een bijdrage van (omgerekend) € 1.361,34 beschikbaar te stellen. Bij die brief van 25 januari 2002 werd van de zijde van de Gemeente aan [eiser] verder nog geschreven dat een en ander tussen partijen in hun overleg van 28 december 2001 ook al is besproken, waarbij van de zijde van de Gemeente toen ook uitdrukkelijk is gesteld dat die Gemeentelijke bijdrage beschikbaar was gesteld was voor zowel verwijderen als het terugplaatsen van de woonwagen, zodat [eiser] wist dat de Gemeente geen extra bijdrage voor terugplaatsing meer beschikbaar zou stellen.

- Bij brief van 13 november 2002 werd van de zijde van de Gemeente aan alle bewoners van het woonwagencentrum geschreven, samengevat, dat de Gemeente alleen kosten voor het inhuren van een kraan accepteert indien tijdig vooraf overleg is gepleegd en Gemeente schriftelijk heeft aangegeven met het huren van een kraan in te stemmen.

- De letterlijke tekst van de uiteindelijke brief van 6 augustus 2004 die van de zijde van de Gemeente aan [eiser] is geschreven, was vooraf in zijn geheel neergelegd in een “Conceptbrief aan de heer [eiser]”, welke conceptbrief op 13 juli 2004 door de toenmalige “gemachtigde” van [eiser] “voor akkoord namens dhr. C. [eiser]” is ondertekend. Overeenkomstig die conceptbrief werd bij de brief van 6 augustus 2004 van de zijde van de Gemeente aan [eiser] geschreven, samengevat, dat door [eiser] € 2.659,50 aan meerkosten is gemaakt voor het weghalen en herplaatsen van zijn woonwagen in 2001 waarvoor aan [eiser] bij brief van 28 september 2001 een vergoeding is toegekend van (omgerekend) € 1.361,34 en dat besloten is om in aanvulling op de al in 2001 toegekende vergoeding het resterende bedrag vermeerderd met de rente ten bedrage van totaal € 1.514,17 te betalen alsmede een bedrag van € 173,15 te vergoeden wegens gemaakte onkosten voor juridische bijstand, zodat in totaal eenmalig € 1.687,32 wordt toegekend. Bij die brief werd van de zijde van de Gemeente verder geschreven dat dit inclusief de daaraan gekoppelde voorwaarden met de adviseur van [eiser] is overeengekomen, en waarbij onder meer de volgende voorwaarden werden genoemd:

“1. Met de aanvaarding van dit bedrag wordt door u erkend dat inzake de meerkosten alles en volledig van Gemeentewege aan u is voldaan; 2. U aanvaard(t) hiermede dat u in de toekomst geen verdere of andere vorderingen meer bij de Gemeente kunt en zult instellen inzake de meerkosten van halen en brengen van uw woonwagen in 2001; 3. U erkent hiermede dat de door u verkregen vergoeding éénmalig is, en een gevolg is van een, alleen aan u, gedane toezegging door de voormalige burgemeester van [gemeente] ([X]); 4. U onderschrijft dat u in de toekomst geen nieuwe vorderingen meer kunt instellen bij de Gemeente, inzake het weghalen en plaatsen van een woonwagen”.

- Bij brieven van 25 augustus 2004 en van 1 november 2004 schreef de gemachtigde van [eiser] aan de Gemeente onder verwijzing naar de brief van 6 augustus 2004, samengevat, dat [eiser] akkoord is met de voorwaarden verbonden aan de uitbetaling van de restantuitkering van totaal € 1.687,32, maar dat [eiser] de eerder toegezegde tegemoetkoming van € 1.361,34 nooit daadwerkelijk heeft ontvangen.

- De bij brief van 6 augustus 2004 toegekende € 1.687,32 is door de Gemeente aan [eiser] betaald.

In conventie:

3.2 [eiser] baseert de vordering in conventie op een schending van de verplichting tot betaling van het blijkens haar brief van 6 augustus 2006 verschuldigde bedrag van € 2.659,50 als vergoeding voor de zogenoemde meerkosten voor het weghalen en weer terugbrengen van de woonwagen. [eiser] stelt daartoe, samengevat, dat de Gemeente in gebreke is gebleven met de volledige betaling van dat bedrag, namelijk voor zover het een bedrag van € 1.361,64 betreft. [eiser] maakt verder aanspraak op vergoeding van rente en van buitengerechtelijke (incasso)kosten.

3.3 De Gemeente verweert zich in conventie door, samengevat, te stellen dat in 2001 uit coulance een bijdrage in de kosten van verwijdering van de woonwagen van [eiser] werd betaald en ontkent het gestelde bedrag van € 1.361,64 aan [eiser] verschuldigd te zijn. De Gemeente stelt dat de totale kosten voor het weghalen en terugplaatsen van de woonwagen een bedrag van (omgerekend) € 6.791,17 bedroegen, welke in beginsel volledig voor rekening en risico van [eiser] als eigenaar van die woonwagen komen. De Gemeente stelt ook geen opdracht daartoe te hebben gegeven, maar slechts onverplicht en uit coulance een bijdrage in de kraankosten te hebben geleverd, enkel omdat de toegangsweg naar het woonwagencentrum niet optimaal is en grote woonwagens daardoor moeilijker het centrum op en af kunnen. De Gemeente stelt verder ook de medio 2004 nader gemaakte afspraken te zijn nagekomen door aanvullend nog eenmalig € 1.687,32 te hebben betaald, zodat sprake zou zijn van finale kwijting door [eiser] en deze niets meer te vorderen heeft. De Gemeente ontkent de verschuldigdheid van rente en van buitengerechtelijke (incasso)kosten.

3.4 De kantonrechter overweegt dat [eiser] jegens de Gemeente in beginsel gehouden is de in 2001 gemaakte kosten van verwijdering en van terugplaatsing van zijn woonwagen te dragen. Dit betreft dus zowel het door Heros Kraanwagenverhuur B.V. bij factuur van 31 mei 2001 aan Nijbod Consultancy B.V. gefactureerde bedrag van (omgerekend) € 4.131,67, als het door Heeren Kraanwagenverhuurbedrijf B.V. bij factuur van 2 januari 2002 aan [eiser] gefactureerde bedrag van € 2.659,50. Tussen partijen staat vast dat de Gemeente aan [eiser] als tegemoetkoming in die kosten een bijdrage van (omgerekend) € 1.361,34 heeft toegekend. Het geschil spitst zich vervolgens toe op de vraag of de Gemeente heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting om die tegemoetkoming ten behoeve van [eiser] uit te betalen.

3.5 De Gemeente stelt aan die verplichting te hebben voldaan doordat het bewuste bedrag van (omgerekend) € 1.361,34 blijkens het (als productie 7 bij de conclusie van 13 september 2006 overgelegde) overzicht van de exploitatierekening van Nijbod Consultancy B.V. binnen de tussen Nijbod Consultancy B.V. en de Gemeente bestaande rechtsverhouding onderling is verrekend en aldus feitelijk ten laste van de Gemeente is gekomen en ook door de Gemeente is gedragen. Nu die betaling aan een ander dan [eiser] heeft plaatsgevonden en niet kan worden geoordeeld dat Nijbod Consultancy B.V. bevoegd was die betaling namens [eiser] te ontvangen, heeft de Gemeente daarmee jegens [eiser] echter slechts bevrijdend betaald indien [eiser] door die betaling werd gebaat. Nu vast staat dat [eiser] jegens de Gemeente in beginsel gehouden is de in 2001 gemaakte kosten van verwijdering en van terugplaatsing van zijn woonwagen te dragen, is [eiser] door die betaling alleen gebaat indien Nijbod Consultancy B.V. het bedoelde bedrag van (omgerekend) € 1.361,34 daadwerkelijk heeft betaald aan een van de beide kraanwagenverhuurbedrijven en die betaling ook is aangewend ter delging van de door [eiser] in beginsel verschuldigde kosten vanwege de verwijdering en terugplaatsing van zijn woonwagen in 2001. Omdat tussen partijen vast staat dat [eiser] het door Heeren Kraanwagenverhuurbedrijf B.V. bij factuur van 2 januari 2002 gefactureerde bedrag van € 2.659,50 heeft betaald en de Gemeente ook stelt dat door Nijbod Consultancy B.V. aan Heros Kraanwagenverhuur B.V. werd betaald, spitst het geschil zich meer in het bijzonder toe op de vraag of Heros Kraanwagenverhuur B.V. in mindering op het bij haar factuur van 31 mei 2001 in rekening gebrachte bedrag van (omgerekend) € 4.131,67, van Nijbod Consultancy B.V. (tenminste) een bedrag van (omgerekend) € 1.361,34 betaald heeft gekregen. Nu [eiser] dat als zodanig niet uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist, moet er van worden uitgegaan dat Heros Kraanwagenverhuur B.V. in mindering op het bij haar factuur van 31 mei 2001 in rekening gebrachte bedrag van (omgerekend) € 4.131,67, van Nijbod Consultancy B.V. (tenminste) een bedrag van (omgerekend) € 1.361,34 heeft ontvangen. Omdat [eiser] jegens de Gemeente gehouden is (ook) die door Heros Kraanwagenverhuur B.V. gefactureerde kosten te dragen, is [eiser] door die betaling dus gebaat en heeft de Gemeente met de betaling van eenzelfde bedrag aan Nijbod Consultancy B.V. jegens [eiser] bevrijdend betaald.

3.6 Op grond van het voorgaande zal de vordering in conventie van [eiser] worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiser] in de proceskosten in conventie worden veroordeeld.

In reconventie:

3.7 De Gemeente baseert de vordering in reconventie op een schending van de medio 2004 nader gemaakte afspraken doordat [eiser] ondanks de eenmalige betaling van € 1.687,32 en in strijd met de daaraan verbonden voorwaarden, een vordering inzake de meerkosten van halen en brengen van zijn woonwagen in 2001 heeft ingesteld. De Gemeente stelt, samengevat, daardoor niet meer aan die betaling te zijn gehouden en maakt aanspraak op ongedaan-making van die gedane betaling.

3.8 [eiser] verweert zich in reconventie door, samengevat, te stellen dat geen sprake was van een voorwaardelijke overeenkomst of iets dergelijks, terwijl de Gemeente bovendien beweert dat [eiser] iets wil wat hij al zou hebben gekregen.

3.9 De kantonrechter overweegt dat [eiser] met de ondertekening daarvan op 13 juli 2004, het in de conceptbrief van de zijde van de Gemeente vervatte aanbod aanvaardde. Dat [eiser] niet persoonlijk zelf ondertekende maakt dit niet anders, omdat zijn gevolmachtigde die ondertekening deed in naam van [eiser] en [eiser] daardoor werd gebonden. Daarmee kwam tussen partijen een overeenkomst tot stand zoals weergegeven in de bedoelde conceptbrief en - omdat de letterlijke tekst daarvan werd overgenomen - in de uiteindelijke brief van 6 augustus 2004.

3.10 Bij die medio 2004 gesloten overeenkomst verplichtte [eiser] zich er onder meer toe om jegens de Gemeente, samengevat, na medio 2004 - in aanvulling op de al eerder geclaimde vergoedingen van (omgerekend) € 1.361,34 in 2001 en van € 1.687,32 in 2004 - geen nieuwe claims meer neer te leggen met betrekking tot de kosten voor het weghalen en terugplaatsen van de woonwagen in 2001. Anders dan de Gemeente kennelijk meent, verplicht een enkele schending van die verplichting [eiser] echter nog niet tot een terugbetaling van de bij brief van 6 augustus 2004 toegekende en inmiddels aan [eiser] uitbetaalde € 1.687,32. De bedoelde op [eiser] rustende verplichting is in de gebruikte bewoordingen van de overeenkomst wel als voorwaarde geformuleerd, maar niet kan worden geoordeeld dat de gehele overeenkomst voorwaardelijk werd overeengekomen en dat de werking van de gehele overeenkomst van een dergelijke gebeurtenis afhankelijk werd gesteld. De Gemeente stelt meer in het bijzonder ook niet uitdrukkelijk en gemotiveerd dat het een ontbindende voorwaarde zou betreffen en dat een handelen in strijd met de bedoelde voorwaarde, de overeenkomst als zodanig zou doen vervallen. In ieder geval bieden de stellingen en stukken van partijen voor een dergelijke uitleg van de medio 2004 gesloten overeenkomst geen grond.

3.11 Op grond van het voorgaande zal de vordering in reconventie van de Gemeente worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal de Gemeente in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld.

In conventie en in reconventie:

3.12 Gelet op het voorgaande behoeven de overige geschilpunten geen bespreking meer en wordt als volgt beslist.

4. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

wijst de vordering van [eiser] af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, deze voor zover aan de zijde van de Gemeente gevallen tot op heden begroot op € 580,37, waaronder begrepen een bedrag van € 300,00 voor salaris van de gemachtigde van de Gemeente;

in reconventie:

wijst de vordering van de Gemeente af;

veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding, deze voor zover aan de zijde van [eiser] gevallen tot op heden begroot op € 150,00 zijnde het salaris voor de gemachtigde van [eiser];

Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.W.M. Stienissen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.