Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ5434

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
14-12-2006
Datum publicatie
02-01-2007
Zaaknummer
424080 ov 06-3476
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoeker op eigen verzoek niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Bergen op Zoom

Zaaknr. 424080 OV VERZ 06-3476

Beschikking d.d. 14 december 2006

inzake

[verzoeker],

h.o.d.n. [handelsnaam],

gevestigd te Etten-Leur,

verzoeker,

gemachtigde: mr. S.M. Wicherlink, medewerkster van ARAG Rechtsbijstand, gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudend te Leusden,

tegen

[verweerders],

in hun hoedanigheid van executeurs in de nalatenschap van wijlen [overledene]

correspondentieadres [adres],

verweerders,

niet verschenen.

1. Het verloop van het geding

1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het op 28 november 2006 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties;

b. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de mondelinge behandeling ter zitting van 14 december 2006, waar zijn verschenen mr. Wicherlink vergezeld van verzoeker. Verweerders zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

1.2 De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.

1.3 de kantonrechter heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verweerders.

2. Het verzoek

2.1 Verzoeker heeft zich tot de kantonrechter gewend met het verzoek:

- hem primair in zijn verzoek niet ontvankelijk te verklaren, omdat de gehuurde bedrijfsruimte een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7: 290 BW betreft;

- subsidiair de termijn waarbinnen de behuurde bedrijfsruimte te [adres] dient te worden ontruimd, te verlengen tot een termijn van een jaar, dus tot 1 oktober 2007;

- verweerders te veroordelen in de kosten van de procedure.

2.2 Van de zijde van verweerders is geen mondeling of schriftelijk verweer gevoerd.

3. De beoordeling

3.1 Verzoeker stelt dat hij van wijlen [overledene] met ingang van augustus 2000 huurt de bedrijfsruimte, staande en gelegen te [adres], tegen een huurprijs van laatstelijk € 1.134,46 per drie maanden.

3.2 Verzoeker stelt voorts dat hij een brief d.d. 21 juni 2006 van verweerders heeft ontvangen, waarin hem wordt medegedeeld dat hij het gehuurde per 1 oktober 2006 leeg en schoon zal dienen op te leveren; van een huuropzegging is in die brief volgens verzoeker geen sprake.

3.3 Nu de bedrijfsruimte in kwestie onder de bescherming van artikel 7:290 BW valt, is verzoeker van mening dat de huurovereenkomst na 1 oktober 2006 doorloopt en dat hij derhalve primair niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzoek ex artikel

230a BW om de ontruimingstermijn met een jaar te verlengen.

3.4 Met verzoeker is de kantonrechter van oordeel dat, gelet op de door verzoeker omschrijving van zijn bedrijf, een kleinhandel -winkel- in fietsen en bromfietsen inderdaad sprake is van bedrijfsruimte als bedoeld in artikel 7:290 lid 2a BW. De kantonrechter zal verzoeker dan ook niet ontvankelijk verklaren zoals door hem is verzocht.

3.5 Gelet op de omstandigheden van het geval zal de kantonrechter verweerders veroordelen in de kosten van deze procedure.

4. De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek;

- veroordeelt verweerders in de kosten van deze procedure aan de zijde van verzoeker

gevallen, tot op heden begroot op € 465,00, waarvan € 360,00 voor salaris van zijn gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 december 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.