Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ3846

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
01-12-2006
Datum publicatie
06-12-2006
Zaaknummer
417628 AZ 06-1052
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

proceskosten bij vroegtijdig intrekken ontbindingsverzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector kanton

Locatie Tilburg

zaak/rolnr.: 417628-AZ-06-1052

beschikking d.d. 1 december 2006

inzake

[verdachtezoekster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. M.A.P.J. van den Biggelaar, advocaat te Waalre,

tegen:

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij,

gemachtigde: mr. J.A.J. Dappers, advocaat te Ravenstein.

1. Het verloop van het geding

1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:

a. het op 12 oktober 2006 ter griffie ontvangen verzoekschrift met 9 producties;

b. het daarop ontvangen verweerschrift met 3 producties;

c. een faxbericht van de gemachtigde van verzoekster d.d. 6 november 2006 met 5 producties;

d. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de mondelinge behandeling ter zitting van 7 november 2006;

e. de pleitnota van de gemachtigde van verzoekster d.d. 7 november 2006;

f. een faxbericht van de gemachtigde van verzoekster d.d. 15 november 2006;

g. een schrijven van de gemachtigde van verweerster d.d. 23 november 2006;

h. een faxbericht van de gemachtigde van verzoekster d.d. 24 november 2006.

1.2 De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.

Partijen zullen verder worden aangeduid als [verzoekster] respectievelijk [verweerster].

2. Het verzoek en de beoordeling

2.1 De kantonrechter overweegt dat [verzoekster] haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst na mondelinge behandeling ter zitting heeft ingetrokken middels een faxbericht d.d. 15 november 2006.

2.2 [verweerster] heeft bij schrijven d.d. 23 november gesteld zich niet met de intrekking van het verzoek te kunnen verenigen en om uitspraak gevraagd.

2.3 [verzoekster] heeft zich naar aanleiding van de brief van [verweerster] op het standpunt gesteld dat het niet meer mogelijk is om uitspraak te doen, nu zij haar verzoek heeft ingetrokken en [verweerster] geen zelfstandig verzoek heeft ingediend.

2.4 De kantonrechter overweegt dat, in tegenstelling tot de dagvaardingsprocedure,

geen bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn opgenomen omtrent proceskosten bij afbreking van instantie in verzoekschriftprocedures. Naar het oordeel van de kantonrechter kan een verzoekende partij, in dit geval [verzoekster], geheel zelfstandig tot intrekking van het verzoek overgaan. Door het ontbreken van een verzoek is een inhoudelijke beoordeling daarvan niet meer mogelijk. Wel acht de kantonrechter zich, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het bepaalde in artikel 7:685, negende lid Burgerlijk Wetboek, bevoegd om een beslissing te geven omtrent de proceskosten. Daartoe is met name reden waar een mondelinge behandeling reeds heeft plaatsgehad.

De kantonrechter zal derhalve beslissen als volgt.

3. De beslissing

De kantonrechter:

verstaat dat het verzoek is ingetrokken;

verwijst de verzoekende partij in de kosten van de procedure en veroordeelt deze derhalve tot betaling van die kosten aan de zijde van de verwerende partij gevallen en tot op heden begroot op € 400,- voor salaris van de gemachtigde van de verwerende partij.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Godrie, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2006, in tegenwoordigheid van de griffier mr J.E. Meijer.