Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2006:AZ1374

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
25-10-2006
Datum publicatie
02-11-2006
Zaaknummer
165273 KG ZA 06-449
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering ex art. 843a Rv tot inzage van in beslag genomen bescheiden in verband met auteursrechtelijke inbreuk slechts beperkt toegestaan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2006, 596
BIE 2007, 89
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

Team handelsrecht

zaaknummer / rolnummer: 165273 / KG ZA 06-449

Vonnis in kort geding van 25 oktober 2006

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SLC HOLDING B.V.,

gevestigd te Zevenbergen,

eiseres,

procureur mr. E. van der Kolk,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

R.L. STAKENBURG BEHEER BV,

gevestigd te Breda,

2.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VALAR GROEP BV,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

gedaagden,

procureur mr. drs. E.C.M. Wagemakers,

advocaat mr. J.C. Debije te Rotterdam.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van SLC

- de pleitnota van gedaagden.

2. Het geschil

2.1. SLC vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair

1. SLC en de door haar in te schakelen derden te machtigen om inzage te hebben, kopieën te maken, te bewerken en kennis te nemen van de blijkens het procesverbaal van deurwaarder Van Empelen op 12 september 2006, op grond van het door deze rechtbank op 17 augustus 2006 afgegeven verlof, in beslag genomen gegevens en gegevensdragers;

2. gedaagden te bevelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis volledige medewerking te verlenen aan SLC en de door haar in te schakelen derden om inzicht te verkrijgen in alle gegevens en de in beslag genomen gegevensdragers, waaronder mede begrepen het verstrekken van wachtwoorden en broncodes en systeemsoftware/ operating systeem -onder andere DL4- aan SLC ter beschikking te stellen, zodat optimale controle van in beslag genomen gegevens mogelijk is, alles op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag;

subsidiair

3. De 4i Trust Group B.V. te machtigen tot inzage en bewerking van de in beslag genomen gegevens en gegevensdragers om te bezien of uit de in beslag genomen gegevens en/of gegevensdragers blijkt dat door gedaagden de veroordelingen bij kort geding vonnis de data 20 februari 2006 niet zijn nagekomen en welke inkomsten met de in eigendom aan SLC toebehorende software en/of software rechten zijn gerealiseerd en 4i Trust Group B.V. te machtigen om hierover aan SLC te rapporteren;

4. gedaagden te bevelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis volledige medewerking te verlenen aan de 4i Trust Group B.V. en desgevraagd behulpzaam te zijn bij het verkrijgen van inzage in de in beslag genomen gegevens en gegevensdragers en de 4i Trust Group B.V. de daartoe benodigde wachtwoorden, broncodes etc. te verstrekken op straffe van een dwangsom van € 1000,00 per dag;

alles met veroordeling van gedaagden, hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van het geding, de kosten van beslaglegging en forensisch accountant daaronder begrepen, en deze kostenveroordeling eveneens uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

1.2. Gedaagden voeren verweer.

3. De feiten

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

a. Bij vonnis in kort geding van 20 februari 2006 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank aan gedaagden (en een aantal andere (rechts-)personen) ondermeer een verbod opgelegd om nog langer inbreuk te maken op de in eigendom aan SLC toebehorende intellectuele en industriële eigendom en op de auteursrechten van het softwarepakket Commerce, met alle daarbij behorende broncodes en documentatie, op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 75.000,--.

b. Gedaagden en een aantal andere (rechts-) personen hebben tegen voornoemd kort geding vonnis hoger beroep ingesteld bij het Hof te ’s-Hertogenbosch en hebben op 27 juni 2006 een memorie van grieven genomen.

c. SLC heeft op 12 september 2006 ten laste van Valar Groep op grond van art. 843a Rv conservatoir beslag gelegd op de in het proces-verbaal van beslaglegging genoemde gegevens en gegevensdragers, waarna kopieën van de in beslag genomen gegevens en gegevensdragers ter gerechtelijke bewaring zijn afgegeven aan deurwaarder W.W.H. van de Donk.

d. SLC heeft bij dagvaarding van 13 september 2006 gedaagden en een aantal andere (rechts-)personen gedagvaard in bodemprocedure waarin SLC vordert deze gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 248.846,91 tot vergoeding van schade die SLC stelt te hebben geleden als gevolg van inbreuk op haar auteursrechten op het softwarepakket Commerce.

4. De beoordeling

4.1. SLC grondt haar vordering op de stelling dat zij spoedeisend belang heeft bij inzage in de in beslag genomen gegevens en gegevensdragers om te kunnen verifiëren of Valar Groep dwangsommen heeft verbeurd ingevolge overtreding van het bij vonnis in kort geding van 20 februari 2006 opgelegde verbod. SLC stelt dat zij daartoe dient te controleren of de programma’s C-XE en VBS van Valar Groep een ongeoorloofde verveelvoudiging vormen van het programma Commerce en tevens wenst te onderzoeken welke inkomsten door Valar Groep met de in eigendom aan SLC toebehorende software en/of software rechten zijn gerealiseerd.

4.2. Valar Groep stelt dat SLC de door de wetgever beoogde reikwijdte en bedoeling van art. 843a Rv vergaand heeft overschreden door beslag te leggen op werkelijk alle papieren en digitaal vastgelegde administratie, documenten en gegevens van Valar Groep, terwijl de bijzondere exhibitieplicht van art. 843a Rv nadrukkelijk de inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden betreft. Het ontgaat Valar Groep welk rechtmatig belang SLC zou hebben bij inzage in alle documenten en op computers aanwezige gegevens, zoals die aanwezig waren tijdens de beslaglegging, temeer nu toewijzing van de vordering zou betekenen dat de complete blauwdruk van de onderneming inclusief bedrijfsgeheimen ter beschikking zou komen van SLC.

Valar Groep stelt zich op het standpunt dat zij volledig heeft voldaan aan de veroordelingen in het kort geding vonnis van 20 februari 2006, waartoe zij aanvoert dat er sindsdien geen enkel pakket Commerce of CX-E meer is verkocht en dat overigens hetzelfde geldt voor de combinatie van software VBS. Valar Groep betwist dat op enige wijze sprake is geweest van inbreuk op de rechten op het softwarepakket Commerce.

Kort samengevat voert Valar Groep hiertoe aan dat CX-E een nieuw ontwikkeld programma is, dat van begin af aan is ontwikkeld door softwarespecialisten van Valar Groep en waarbij geen sprake is geweest van overname van auteursrechtelijk beschermde elementen van Commerce. Ten aanzien van VBS (Valar Business Solution) licht Valar Groep toe dat VBS een bundel is van softwarepakketten, waarvan meestal ook standaard financieel-administratieve software (een zogenaamd boekhoudpakket) deel uitmaakt. Het boekhoud-pakket dat door Valar Groep werd gebruikt als onderdeel van de totaaloplossing VBS was voorheen Commerce en later CX-E. Valar Groep stelt dat zij sinds het vonnis in kort geding van 20 februari 2006 VBS zonder boekhoudpakket Commerce of CX-E aanbiedt, aangezien dit haar verboden is. Volgens Valar Groep is zij er nog niet in geslaagd om een alternatief te vinden voor het financieel-economisch programma CX-E, en kan zij daarom thans VBS niet aanbieden bij gebreke van de financiëel-administratieve component.

4.3. Als uitgangspunt geldt dat voor toewijzing van een vordering op grond van artikel 843a Rv is vereist dat daarvoor een rechtmatig belang komt vast te staan, alsmede dat het gaat om bepaalde bescheiden. Daarnaast heeft te gelden dat de twee beperkingen vermeld in lid 4 van art. 843a Rv duidelijk maken dat er grenzen zijn aan de verplichting tot het produceren van stukken. De eerste houdt in dat gewichtige redenen daaraan in de weg kunnen staan. De tweede houdt in dat er geen goede grond voor een exhibitieplicht bestaat indien productie van bewijsmiddelen uit oogpunt van een behoorlijke rechtsbedeling kan worden gemist. Daarbij zal in het algemeen aangenomen kunnen worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook gewaarborgd is indien bewijs van de onderwerpelijke feiten redelijkerwijs ook langs andere weg kan worden verkregen.

4.4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat SLC een rechtmatig belang heeft bij inzage in de beslagen gegevens om vast te kunnen stellen of de programma’s C-XE en/of VBS in de zin van de Auteurswet kunnen worden aangemerkt als een ongeoorloofde verveelvoudiging of openbaarmaking van het programma Commerce. Ten aanzien van het programma C-XE heeft de voorzieningenrechter immers bij vonnis in kort geding van 20 februari 2006 geoordeeld dat aannemelijk is dat het programma C-XE een ongeoorloofde bewerking of nabootsing is van het programma Commerce. Dat dit een voorlopig oordeel is, doet aan voornoemd belang niet af.

Ten aanzien van de overige gegevens die SLC wenst in te zien teneinde vast te stellen of Valar Groep pakketten Commerce, C-XE en/of VBS heeft verkocht of gelicenseerd is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bewijs redelijkerwijs ook langs andere weg kan worden verkregen, waarbij vooral aan het deskundigenbericht kan worden gedacht. Aangenomen moet worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook gewaarborgd is zonder dat in de overige gegevens inzage wordt verstrekt op grond van art. 843a Rv.

4.5. Teneinde te onderzoeken of sprake is van inbreuk op auteursrechten zoals hiervoor onder r.o. 4.4 overwogen is het niet noodzakelijk om alle in bewaring genomen gegevens te onderzoeken. Uitsluitend dient inzage te worden verkregen in de softwarematige opbouw en inhoud van de pakketten C-XE en VBS. Teneinde geheimhouding van vertrouwelijke gegevens van de Valar Groep te waarborgen, zal de machtiging tot inzage uitsluitend aan de door SLC in te schakelen derde: de 4i Trust Group B.V. worden verleend en worden beperkt tot uitsluitend die gegevens die noodzakelijk zijn om vast te kunnen stellen of de softwareprogramma’s C-XE en VBS inbreuk maken op de auteursrechten op het computerprogramma Commerce.

Voor zover de vorderingen van SLC er toe strekken haar te machtigen om de beslagen gegevens te bewerken, wordt dit uitdrukkelijk niet toegestaan. SLC heeft daarbij geen rechtmatig belang en heeft overigens desgevraagd geantwoord dat het zeker niet de bedoeling is om de beslagen gegevens te bewerken.

Valar Groep heeft toegezegd haar medewerking te verlenen, maar gesteld dat zij niet in staat is broncodes te verstrekken van onderdelen van VBS die door Valar Groep zijn aangekocht, zoals het programma DL4. Met inachtname van het voorgaande zal de gevorderde medewerking door Valar Groep worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als in de beslissing te melden.

De gevorderde kostenveroordeling ten aanzien van de kosten van beslaglegging en forensisch accountant wordt op grond van het bepaalde in art. 843a lid 1 Rv. afgewezen.

4.6. Valar Groep zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van SLC worden begroot op:

- dagvaarding EUR 71,32

- vast recht 248,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.135,32

4.7. De vorderingen jegens R.L. Stekelenburg Beheer B.V. worden als ongegrond afgewezen, aangezien de beslaglegging uitsluitend ten laste van Valar Groep heeft plaatsgevonden.

4.8. SLC zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten aan de zijde van R.L. Stekelenburg Beheer B.V. worden veroordeeld, welke worden begroot op:

- vast recht 248,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.064,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. machtigt de door SLC ingeschakelde derde, te weten de 4i Trust Group B.V. tot inzage van de in beslag genomen digitale gegevens en gegevensdragers met dien verstande dat de inzage uitsluitend als volgt zal geschieden:

a. de 4i Trust Group B.V. zal de in beslag genomen digitale gegevens en gegevensdragers uitsluitend mogen verkennen voor zover het betreft gegevens die noodzakelijk zijn om vast te kunnen stellen of de softwareprogramma’s C-XE en VBS inbreuk maken op de auteursrechten op het computerprogramma Commerce;

b. de 4i Trust Group B.V. zal vervolgens aan SLC uitsluitend mededeling doen van de hiervoor omschreven gegevens; mogelijk andere aangetroffen informatie zal uitdrukkelijk niet aan SLC bekend mogen worden gemaakt;

c. de 4i Trust Group B.V. zal op geen enkele wijze gebruik maken van mogelijk andere aangetroffen informatie, indien deze haar al bekend zou worden.

5.2. beveelt Valar Groep om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis volledige medewerking te verlenen aan de 4i Trust Group B.V. en desgevraagd behulpzaam te zijn bij het verkrijgen van de hiervoor onder 5.1.a omschreven inzage;

5.3. bepaalt dat Valar Groep voor iedere keer dat zij in strijd handelt met het onder 5.2 bepaalde, aan SLC een dwangsom verbeurt van € 500,--, tot een maximum van € 5.000,--,

5.4. bepaalt dat deze dwangsom vatbaar zal zijn voor matiging door de rechter, voorzover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding,

5.5. veroordeelt Valar Groep in de proceskosten, aan de zijde van SLC tot op heden begroot op EUR 1.135,32,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

5.7. weigert de jegens R.L. Stekelenburg Beheer B.V gevorderde voorzieningen ;

5.8. veroordeelt SLC in de proceskosten aan de zijde van R.L. Stekelenburg Beheer B.V, welke tot op heden zijn begroot op EUR 1.064,--,

5.9. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Lagas en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. Schütz op 25 oktober 2006.?