Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2006:AY6191

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
20-06-2006
Datum publicatie
14-08-2006
Zaaknummer
AWB 05/5112
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende werkt als administratief medewerker bij het Consulaat van Marokko te Rotterdam. Op grond van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko kan hij dan kiezen voor toepassing van het sociale zekerheidsstelsel van Marokko. Belanghebbende maakt zijn keuze aannemelijk met verklaringen van CNSS en RCAR.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2007/14.1.6
FutD 2006-1539
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 05/5112

Uitspraakdatum: 20 juni 2006

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Eiser en verweerder worden hierna ook aangeduid als respectievelijk belanghebbende en de inspecteur.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 28 november 2005 op het bezwaar van belanghebbende tegen de in de aan hem opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2002 begrepen premies volksverzekeringen.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2006 te Breda.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, alsmede de inspecteur.

1. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag voor zover deze de premieheffing betreft tot nihil en laat de aanslag voor wat betreft het belastingdeel in stand;

- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 101,25 en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die dit bedrag aan belanghebbende dient te voldoen;

- gelast dat de Staat der Nederlanden het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 37 aan hem vergoedt.

2. Gronden

2.1 Belanghebbende heeft de Marokkaanse nationaliteit en is sinds 1986 als administratief medewerker werkzaam bij het Consulaat van Marokko te [plaats].

2.2 Ter zitting is komen vast te staan dat belanghebbende de status BC van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Nederland heeft ontvangen, hetgeen inhoudt dat hij lid is van het administratief, technisch en bedienend personeel van een consulaat. Belanghebbende is derhalve geen diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger.

2.3 Ingevolge artikel 6, lid 2, van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko (hierna: het Verdrag) zijn op werknemers of met hen gelijkgestelden die werkzaam zijn op het grondgebied van een der Verdragsluitenden Partijen, de wettelijke regelingen van deze Partij van toepassing.

2.4 Ingevolge artikel 8, lid 2, van het Verdrag mogen werknemers die onderdaan zijn van de Verdragsluitende Partij welke door de desbetreffende diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wordt vertegenwoordigd, binnen een termijn van zes maanden na de aanvang van hun werkzaamheden of de inwerkingtreding van dit Verdrag kiezen voor toepassing van de wettelijke regelingen van de vertegenwoordigde Staat. De keuze heeft geen terugwerkende kracht en kan slechts eenmaal worden gedaan.

2.5 Ingevolge artikel 5, lid 1, van het Administratief Akkoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het Verdrag deelt de werknemer die overeenkomstig artikel 8, tweede lid, van het Verdrag zijn keuzerecht uitoefent, dit, door tussenkomst van zijn werkgever, mede aan de in artikel 4, tweede lid, van dit Akkoord genoemde instelling van het land voor welke wettelijke regelingen hij heeft gekozen. Deze instelling deelt dit aan de overeenkomstige instelling van het andere land mede. Ingevolge artikel 4, lid 2, van het Akkoord wordt het bewijsstuk ter zake in Nederland uitgereikt door de Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen en in Marokko door la Caisse Nationale de Sécurité Sociale te Cassablanca (hierna: ook CNSS).

2.6 In geschil is de vraag of belanghebbende voor toepassing van het sociale zekerheidsstelsel van Marokko heeft gekozen, welke vraag belanghebbende bevestigend doch de inspecteur ontkennend beantwoordt.

2.7 Op belanghebbende rust in deze de bewijslast aannemelijk te maken dat hij voor toepassing van het sociale zekerheidsstelsel van Marokko heeft gekozen. Hij heeft daartoe onder meer de volgende stukken overgelegd:

1. Een verklaring van la Caisse Nationale de Sécurité Sociale te Cassablanca, gericht aan [inspecteur], Belastingdienst

, opgesteld in de Franse taal en blijkens de vertaling door een beëdigd vertaler, inhoudende:

"In antwoord op uw bovengenoemd schrijven d.d. 28.11.2005, gericht aan [belanghebbende], inzake zijn verzekeringsplicht voor de Marokkaanse sociale verzekeringen, hebben wij u het genoegen u mede te delen dat betrokkene is aangesloten bij de collectieve pensioenregeling onder nummer [verzekeringsnummer] met ingang van 01.01.1986. Het betreft hier een onafhankelijke instelling van de Marokkaanse Sociale Verzekeringsbank.

Bijgaand doen wij u een kopie toekomen van de verklaring van verzekering die door voornoemde instelling aan betrokkene is verstrekt."

In de Franse, originele versie van de brief wordt de "collectieve pensioenregeling" aangeduid als: Régime Collectif d'Allocation de Retraite".

2. Een verklaring van [directeur], Directeur de Production van la Régime Collectif d'Allocation de Retraite (hierna: ook RCAR), opgesteld in de Franse taal en blijkens de vertaling door een beëdigd vertaler, inhoudende:

"De Collectieve Pensioenregeling (RCAR) verklaart dat [belanghebbende], geboren op 03 januari 1962, is aangesloten bij deze regeling onder nummer [verzekeringsnummer].

De aangiften van salarissen en pensioenbijdragen van betrokkene zijn verricht ten gunste van de RCAR met ingang van 1 januari 1986, de datum waarop betrokkene zich heeft aangesloten."

3. Een verklaring van [werknemer] van RCAR, gericht aan belanghebbende, opgesteld in de Franse taal en blijkens de vertaling door een beëdigd vertaler, inhoudende:

"In antwoord op uw bovengenoemd faxbericht, heb ik de eer u bijgaand een verklaring van aansluiting bij de RCAR te doen toekomen.

Overigens deel ik u mede dat conform de wetteksten voor de Collectieve Pensioenregeling, onderstaande rechten u worden gegarandeerd:

- Een ouderdomspensioen op 60-jarige leeftijd, vanaf 55 jaar of een pensioen na 21 dienstjaren.

- Een arbeidsongeschiktheidsuitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid van verzekerde.

- Een overlijdensuitkering in het geval van overlijden.

- Kinderbijslag vanaf de pensioendatum, bij arbeidsongeschiktheid en overlijden van rechtverkrijgende."

4. "Le Guide du client RCAR".

2.9 De inspecteur heeft hiertegenover primair aangevoerd dat bij de door belanghebbende overgelegde stukken geen verklaring zit van de in artikel 4, lid 2, van het Akkoord genoemde instelling. Alleen al op grond van het ontbreken van deze verklaring is de hoofdregel van toepassing dat de sociale regelingen van Nederland op belanghebbende van toepassing zijn. Subsidiair stel de inspecteur dat niet is bewezen dat de pensioenaanspraken die belanghebbende bij de RCAR heeft opgebouwd, onderdeel van het sociale zekerheidsstelsel van Marokko zijn.

2.10 Ingevolge artikel 4, lid 2, van het Akkoord wordt het bewijsstuk, waarin de keuze voor het sociale verzekeringsstelsel van Marokko is neergelegd, in Marokko uitgereikt door de CNSS. De vorm van dit bewijsstuk is niet bindend in het Akkoord neergelegd.

2.11 Naar het oordeel van de rechtbank heeft belanghebbende met de hiervoor onder 2.8 genoemde verklaring van de CNSS, ondersteund met de verklaringen van de RCAR en "Le Guide du client RCAR", in onderlinge samenhang bezien, aannemelijk gemaakt dat hij sinds zijn indiensttreding bij het consulaat in 1986 aan zijn verzekeringsplicht voor de Marokkaanse sociale verzekeringen heeft voldaan en voor het sociale zekerheidsstelsel van Marokko heeft gekozen. De omstandigheid dat deze verzekering niet bij CNSS is ondergebracht maar bij de RCAR, doet hieraan niet af, nu dit niet als voorwaarde in het Verdrag is gesteld. De rechtbank acht de verklaring van CNSS voldoende duidelijk en leidt uit de door belanghebbende overgelegde stukken, in het bijzonder pagina 7 van de "Guide du client RCAR", af dat, zoals belanghebbende ter zitting heeft gesteld, de RCAR (mede) uitvoerder is van de sociale verzekeringen in Marokko. Het beroep is gegrond.

2.12 De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank zal de inspecteur ook veroordelen in een kostenvergoeding voor de echtgenote van belanghebbende, omdat zij -vanwege een betere beheersing van de Nederlandse taal dan belanghebbende- ter zitting namens belanghebbende het woord heeft gevoerd. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op in totaal € 101,25, te weten € 10,30 aan reiskosten per persoon, € 43,15 aan verletkosten voor belanghebbende en € 37,50 aan verletkosten voor de echtgenote.

Deze uitspraak is gedaan op 20 juni 2006 door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.J. van Balkom, griffier.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ 's-Hertogenbosch; dan wel

- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303,

2500 EH 's-Gravenhage, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.

N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.

Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.

Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een schriftelijke verklaring van de wederpartij gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank;

2 - tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal de rechtbank deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt de indiener de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.