Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2006:AV0671

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
30-01-2006
Datum publicatie
31-01-2006
Zaaknummer
801362-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het ten laste van verdachte bewezen verklaarde levert de volgende misdrijven op: verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd, met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd, en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan acht voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar op voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering en de veroordeelde dadertherapie voor plegers van seksuele delicten bij Het Dok of een soortgelijke instelling zal volgen voor de termijn dat die behandeling in overleg met de reclassering noodzakelijk wordt geacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Parketnummer(s): 801362-05

1 Partijen. Onderzoek van de zaak.

In de zaak onder voormeld parketnummer van de officier van justitie in het arrondissement Breda tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in HvB De Torentijd te Middelburg

heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank het volgende vonnis gewezen.

De rechtbank heeft de gedingstukken gezien en de zaak onderzocht ter terechtzitting. Zij heeft de vordering van de officier van justitie gehoord en het verweer dat naar voren is gebracht door de verdachte en de raadsman, mr. van der Hout, advocaat te Bergen op Zoom.

2 De tenlastelegging.

De verdachte staat terecht, ter zake dat

1.

hij op een tijdstip in de periode van 30 september 2000 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte een thermometer in de anus van die [slachtoffer 1] gestopt/geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 1] naar een afzonderlijke ruimte (gelegen in een schuur aan perceel [naam perceel]) heeft meegenomen en/of

- de toegangsdeur van voornoemde ruimte heeft afgesloten en/of

- die [slachtoffer 1] tegen zijn wil een of meer kledingstukken uit heeft laten trekken en/of

- die [slachtoffer 1] (vervolgens) op een matras in voornoemde ruimte heeft laten liggen/plaatsnemen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] - zakelijk weergegeven - heeft gezegd dat hij het tegen niemand mocht zeggen en/of (aldus) door zijn psychische en/of fysieke overmacht/overwicht (voortvloeiende uit de feitelijke verhouding volwassene-kind) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

en/of

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 30 september 2000 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, althans in Noord-Brabant, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het masseren en/of betasten en/of wrijven van/over het lichaam en/of de billen en/of de penis van die [slachtoffer 1] en/of

- het (onder de douche) insmeren met zeep van het lichaam en/of de penis van die [slachtoffer 1] en/of het (onder de douche) laten insmeren van zijn, verdachtes, rug met zeep door die [slachtoffer 1] en/of

- het laten betasten van zijn, verdachtes, penis en/of testikels/scrotum door die [slachtoffer 1] en/of

- het kussen op de wang(en) en/of mond van die [slachtoffer1] en/of het laten kussen op zijn, verdachtes, gezicht en/of mond door die [slachtoffer 1] en/of

- het vastpakken van en/of trekken aan de penis van die [slachtoffer 1]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte

- die [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes, auto naar een afgelegen/afgezonderde plek heeft vervoerd en/of

- die [slachtoffer 1] naar een afgezonderde ruimte (gelegen in een schuur aan perceel [naam perceel]) heeft meegenomen en/of

- de toegangsdeur(en) van voornoemde ruimte heeft dichtgedaan en/of afgesloten en/of

- die [slachtoffer 1] tegen zijn wil een of meer kledingstuk(ken) uit heeft laten trekken en/of die [slachtoffer 1] tegen zijn wil heeft uitgekleed en/of

- die [slachtoffer 1] op een matras in voornoemde ruimte heeft laten liggen/plaatsnemen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] - zakelijk weergegeven - heeft gezegd dat hij het tegen niemand mocht zeggen en/of (aldus) door zijn psychische en/of fysieke overmacht/overwicht (voortvloeiende uit de feitelijke verhouding volwassene-kind) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een tijdstip in de periode van 30 september 2000 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, met [slachtoffer 1], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte een thermometer in de anus van die [slachtoffer 1] gestopt/geduwd;

en/of

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 30 september 2000 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, althans in Noord-Brabant, met [slachtoffer 1], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

- het masseren en/of betasten en/of wrijven van/over het lichaam en/of de billen en/of de penis van die [slachtoffer 1] en/of

- het (onder de douche) insmeren met zeep van het lichaam en/of de penis van die [slachtoffer 1] en/of het (onder de douche) laten insmeren van zijn, verdachtes, rug met zeep door die [slachtoffer 1] en/of

- het laten betasten van zijn, verdachtes, penis en/of testikels/scrotum door die [slachtoffer 1] en/of

- het kussen op de wang(en) en/of mond van die [slachtoffer 1] en/of het laten kussen op zijn, verdachtes, gezicht en/of mond door die [slachtoffer 1] en/of

- het vastpakken van en/of trekken aan de penis van die [slachtoffer 1];

art 247 wetboek van strafrecht

art 245 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 december 2003 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het (onder de kleding) wrijven over het (boven)lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- het (onder de kleding) wrijven over en/of knijpen in en/of trekken aan de penis van die [slachtoffer 2] en/of

- het kussen op het lichaam en/of de mond en/of wang(en) van die [slachtoffer 2] en/of

- het plaatsen van een ei tussen de billen van die [slachtoffer 2] en/of

- het (naakt) liggen tegenover/onder die [slachtoffer 2], waarbij de (blote) penis van verdachte tegen de (blote) penis van die [slachtoffer 2] (aan)kwam en/of

- het (in bad) insmeren met zeep van het lichaam en/of de penis van die [slachtoffer 2] en/of het laten insmeren met zeep van zijn, verdachtes, lichaam door die [slachtoffer 2] en/of

- het in de mond nemen van de penis van die [slachtoffer 2]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte,

- dicht achter die [slachtoffer 2] is gaan staan en/of

- die [slachtoffer 2] in een auto heeft meegenomen en/of

- die [slachtoffer 2] naar afgezonderde ruimtes (te weten een feestzaaltje in een schuur en/of een camper, (beide) gelegen aan perceel [naam perceel]) heeft meegenomen en/of

- de toegangsdeur(en) van voornoemd feestzaaltje heeft dichtgedaan en/of afgesloten en/of

- die [slachtoffer 2] (in voornoemd feestzaaltje) tegen zijn wil een of meer kledingstuk(ken) uit heeft laten trekken en/of die [slachtoffer 2] (tegen zijn wil) heeft uitgekleed en/of

- die [slachtoffer 2] op een matras (in voornoemd feestzaaltje) heeft laten liggen/plaatsnemen en/of

- tegen die [slachtoffer 2] - zakelijk weergegeven - heeft gezegd dat hij het tegen niemand mocht zeggen en/of

- die [slachtoffer 2] voor voornoemde seksuele handelingen geld heeft (aan)geboden en/of (aldus) door zijn psychische en/of fysieke overmacht/overwicht (voortvloeiende uit de feitelijke verhouding volwassene-kind) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 december 2003 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, met [slachtoffer 2], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

- het (onder de kleding) wrijven over het (boven)lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- het (onder de kleding) wrijven over en/of knijpen in en/of trekken aan de penis van die [slachtoffer 2] en/of

- het kussen op het lichaam en/of de mond en/of wang(en) van die [slachtoffer 2] en/of

- het plaatsen van een ei tussen de billen van die [slachtoffer 2] en/of

- het (naakt) liggen tegenover/onder die [slachtoffer 2], waarbij de (blote) penis van verdachte tegen de (blote) penis van die [slachtoffer 2] (aan)kwam en/of

- het (in bad) insmeren met zeep van het lichaam en/of de penis van die [slachtoffer 2] en/of het laten insmeren met zeep van zijn, verdachtes, lichaam door die [slachtoffer 2] en/of

- het in de mond nemen van de penis van die [slachtoffer 2];

art 247 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 23 september 2005, althans op een tijdstip in de periode van 1 september 2005 tot en met 30 september 2005, te Steenbergen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het (over de kleding) wrijven over het (boven)lichaam van die [slachtoffer 3]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte

- die [slachtoffer 3] naar een afgezonderde ruimte (te weten een feestzaaltje in een schuur, gelegen aan perceel [naam perceel]) heeft meegenomen en/of

- de toegangsdeur(en) van voornoemd feestzaaltje heeft dichtgedaan en/of afgesloten en/of

- die [slachtoffer 3] (in voornoemd feestzaaltje) (tegen zijn wil) een of meer kledingstukken uit heeft laten trekken en/of

- die [slachtoffer 3] op een matras (in voornoemd feestzaaltje) heeft laten liggen/plaatsnemen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] - zakelijk weergegeven - heeft gezegd dat hij thuis niets mocht vertellen van wat er gebeurde en/of (aldus) door zijn psychische en/of fysieke overmacht/overwicht (voortvloeiende uit de feitelijke verhouding volwassene-kind) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 september 2005, althans op een tijdstip in de periode van 1 september 2005 tot en met 30 september 2005 te Steenbergen, met [slachtoffer 3], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (over de kleding) wrijven over het (boven)lichaam van die [slachtoffer 3];

art 247 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op een tijdstip in de periode van 1 januari 2004 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het (over de kleding) voelen aan en/of wrijven over het lichaam van die [slachtoffer 4] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 4] naar een afgezonderde ruimte (te weten een feestzaaltje in een schuur, gelegen aan [naam perceel]) heeft meegenomen en/of

- de toegangsdeur(en) van voornoemd feestzaaltje heeft dichtgedaan en/of afgesloten en/of (aldus) door zijn psychische en/of fysieke overmacht/overwicht (voortvloeiende uit de feitelijke verhouding volwassene-kind) voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een tijdstip in de periode van 1 januari 2004 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, met [slachtoffer 4], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (over de kleding) voelen aan en/of wrijven over het lichaam van die [slachtoffer 4];

art 247 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 augustus 1998 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het (onder de kleding) wrijven over en/of knijpen in en/of grijpen/vastpakken aan de penis en/of testikels/scrotum van die [slachtoffer 5] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte met lichamelijk(e) en/of geestelijk(e) overmacht en/of overwicht (voortvloeiende uit de feitelijke verhouding volwassene-kind), die [slachtoffer 5] heeft overrompeld en/of (aldus) voor die [slachtoffer 5] een een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 augustus 1998 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, met [slachtoffer 5], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (onder de kleding) wrijven over en/of knijpen in en/of grijpen/vastpakken aan de penis en/of testikels/scrotum van die [slachtoffer 5];

art 247 Wetboek van Strafrecht

3 De geldigheid van de dagvaarding.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4 De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5 De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Zij kan dus in haar vordering worden ontvangen.

6 Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7 De bewezenverklaring.

7.1 Vrijspraak en de gronden daarvoor.

Door het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair en 5 primair is ten laste gelegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Verdachte werd onder 2 primair en 5 primair aanranding verweten. In deze gevallen is onvoldoende vast komen te staan dat naast de feitelijke verhouding van volwassene-kind er andere feitelijkheden hebben plaatsgevonden die een bedreigende situatie hebben doen ontstaan.

7.2 Hetgeen bewezen is.

Door het onderzoek ter terechtzitting is evenwel naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1. Primair

hij op een tijdstip in de periode van 1 november 2003 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte een thermometer in de anus van die [slachtoffer 1] gestopt/geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 1] naar een afzonderlijke ruimte (gelegen in een schuur aan perceel [naam perceel]) heeft meegenomen en/of

- de toegangsdeur van voornoemde ruimte heeft afgesloten en/of

- die [slachtoffer 1] tegen zijn wil een of meer kledingstukken uit heeft laten trekken en/of

- die [slachtoffer 1] (vervolgens) op een matras in voornoemde ruimte heeft laten liggen/plaatsnemen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] - zakelijk weergegeven - heeft gezegd dat hij het tegen niemand mocht zeggen en/of

(aldus) door zijn psychische en/of fysieke overmacht/overwicht (voortvloeiende uit de feitelijke verhouding volwassene-kind) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

en/of

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 november 2003 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, althans in Noord-Brabant, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het masseren en/of betasten en/of wrijven van/over het lichaam en/of de billen en/of de penis van die [slachtoffer 1] en/of

- het (onder de douche) insmeren met zeep van het lichaam en/of de penis van die [slachtoffer 1] en/of het (onder de douche) laten insmeren van zijn, verdachtes, rug met zeep door die [slachtoffer 1] en/of

- het laten betasten van zijn, verdachtes, penis en/of testikels/scrotum door die [slachtoffer 1] en/of

- het kussen op de wang(en) en/of mond van die [slachtoffer 1] en/of het laten kussen op zijn, verdachtes, gezicht en/of mond door die [slachtoffer 1] en/of

- het vastpakken van en/of trekken aan de penis van die [slachtoffer 1] en

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte

- die [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes, auto naar een afgelegen/afgezonderde plek heeft vervoerd en/of

- die [slachtoffer 1] naar een afgezonderde ruimte (gelegen in een schuur aan perceel [naam perceel]) heeft meegenomen en/of

- de toegangsdeur(en) van voornoemde ruimte heeft dichtgedaan en/of afgesloten en/of

- die [slachtoffer 1] tegen zijn wil een of meer kledingstuk(ken) uit heeft laten trekken en/of die [slachtoffer 1] tegen zijn wil heeft uitgekleed en/of

- die [slachtoffer 1] op een matras in voornoemde ruimte heeft laten liggen/plaatsnemen en/of

- tegen die [slachtoffer 1] - zakelijk weergegeven - heeft gezegd dat hij het tegen niemand mocht zeggen en/of

(aldus) door zijn psychische en/of fysieke overmacht/overwicht (voortvloeiende uit de feitelijke verhouding volwassene-kind) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2. Subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 december 2003 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, met [slachtoffer 2], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

- het (onder de kleding) wrijven over het (boven)lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- het (onder de kleding) wrijven over en/of knijpen in en/of trekken aan de penis van die [slachtoffer 2] en/of

- het kussen op het lichaam en/of de mond en/of wang(en) van die [slachtoffer 2] en/of

- het plaatsen van een ei tussen de billen van die [slachtoffer 2] en/of

- het (naakt) liggen tegenover/onder die [slachtoffer 2], waarbij de (blote) penis van verdachte tegen de (blote) penis van die [slachtoffer 2] (aan)kwam en/of

- het (in bad) insmeren met zeep van het lichaam en/of de penis van die [slachtoffer 2] en/of het laten insmeren met zeep van zijn, verdachtes, lichaam door die [slachtoffer 2] en/of

- het in de mond nemen van de penis van die [slachtoffer 2]

3. Primair

hij op of omstreeks 23 september 2005, althans op een tijdstip in de periode van 1 september 2005 tot en met 30 september 2005, te Steenbergen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het (over de kleding) wrijven over het (boven)lichaam van die [slachtoffer 3]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte

- die [slachtoffer 3] naar een afgezonderde ruimte (te weten een feestzaaltje in een schuur, gelegen aan perceel [naam perceel]) heeft meegenomen en/of

- de toegangsdeur(en) van voornoemd feestzaaltje heeft dichtgedaan en/of afgesloten en/of

- die [slachtoffer 3] (in voornoemd feestzaaltje) (tegen zijn wil) een of meer kledingstukken uit heeft laten trekken en/of

- die [slachtoffer 3] op een matras (in voornoemd feestzaaltje) heeft laten liggen/plaatsnemen en/of

- tegen die [slachtoffer 3] - zakelijk weergegeven - heeft gezegd dat hij thuis niets mocht vertellen van wat er gebeurde en/of

(aldus) door zijn psychische en/of fysieke overmacht/overwicht (voortvloeiende uit de feitelijke verhouding volwassene-kind) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

4. Primair

hij op een tijdstip in de periode van 1 februari 2005 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het (over de kleding) voelen aan en/of wrijven over het lichaam van die [slachtoffer 4] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 4] naar een afgezonderde ruimte (te weten een feestzaaltje in een schuur, gelegen aan [naam perceel]) heeft meegenomen en/of

- de toegangsdeur(en) van voornoemd feestzaaltje heeft dichtgedaan en/of afgesloten en/of (aldus) door zijn psychische en/of fysieke overmacht/overwicht (voortvloeiende uit de feitelijke verhouding volwassene-kind) voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

5. Subsidiair

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 augustus 1998 tot en met 3 oktober 2005 te Steenbergen, met [slachtoffer 5], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het (onder de kleding) wrijven over en/of knijpen in en/of grijpen/vastpakken aan de penis en/of testikels/scrotum van die [slachtoffer 5];

De rechtbank heeft bij feiten 1 primair en 4 primair de ten laste gelegde periode gewijzigd naar een kortere periode, hiermee is verdachte niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen onder 1 primair, 2 subsidiar, 3 primair, 4 primair en 5 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8 Het bewijs.

De overtuiging van de rechtbank, dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

8.1 De bewijsmiddelen.

De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 16 januari 2006 en de aangifte bij

- feit 1 van [vertegenwoordiger slachtoffer 1] namens [slachtoffer 1] (pagina 144 van het eind proces-verbaal);

- feit 2 van [vertegenwoordiger slachtoffer 2] namens [slachtoffer 2] (pagina 109 van het eind proces-verbaal);

- feit 3 van [vertegenwoordiger slachtoffer 3] namens [slachtoffer 3] (pagina 100 van het eind proces-verbaal);

- feit 4 van [vertegenwoordiger slachtoffer 4] namens [slachtoffer 4] (pagina 121 van het eind proces-verbaal);

- feit 5 van [vertegenwoordiger slachtoffer 5] namens [slachtoffer 5] (pagina 165 van het eind proces-verbaal).

De rechtbank acht op grond van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

9 De strafbaarheid van het bewezene.

Het ten laste van verdachte bewezen verklaarde levert de volgende misdrijven op:

1. Verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

2. Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

3. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

4. Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

5. Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

10 De strafbaarheid van verdachte.

Verdachte is strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard, nu niet is gebleken van enige omstandigheid die zijn strafbaarheid zou opheffen.

11 De straffen en maatregelen.

11.1 De algemene overwegingen omtrent de straf.

Op grond van de aard van het bewezene alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, die zij hierna zal bepalen.

11.2 De bijzondere overwegingen omtrent de straf.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd aan de verdachte voor de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan een gedeelte van acht maanden voorwaardelijk. Verder vorderde zij de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact, ook als dat dadertherapie zou inhouden en een proeftijd van drie jaar.

Verdachte heeft gedurende een langere periode vriendjes van zijn zoon, die bij hem thuis logeerden en/of lid waren van de ‘bouwclub’, seksueel benaderd. Hij heeft gelegenheden gecreëerd waarin hij alleen met deze jongens kon zijn en heeft ze vervolgens betast aan hun lichaam. Een aantal jongens heeft hij tevens aan hun geslachtsdelen betast en heeft hen gekust. Bij een jongen heeft verdachte tevens een thermometer in diens anus gestopt.

Verdachte heeft aldus op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van de slachtoffers geschonden. Bovendien heeft verdachte aldus het vertrouwen van zowel ouders als van de slachtoffers, in hem als vader van een vriendje bij wie de kinderen in veilige handen zouden moeten zijn, geschaad.

Het is een feit van algemene bekendheid dat als gevolg van dat fysieke misbruik de geestelijke gezondheid van de slachtoffers ernstig kan worden geschaad. Deze geestelijke schade kan van lange duur zijn temeer omdat een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, door dit delict is doorkruist. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk nimmer stilgestaan en heeft zijn eigen bevrediging vooropgesteld.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met de motivatie van verdachte om behandeling te ondergaan. Dit wordt mede onderschreven door de conclusies in de rapporten van [naam], reclasseringsmedewerker en door psycholoog J.J. van der Weele. Verdachte komt hieruit naar voren als een zwakbegaafd persoon, verder kent zijn persoonlijkheid ontwijkende en afhankelijke kenmerken. In de rapporten wordt begeleiding door de reclassering geadviseerd zodat verdachte onder meer dadertherapie voor plegers van seksuele delicten kan gaan volgen.

Gelet op de ernst van de feiten en de veelvuldigheid waarmee verdachte de feiten gepleegd heeft en dat verdachte zowel , komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de feiten en de persoon van de verdachte. De rechtbank zal dan ook verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf van na te melden duur. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

Daarnaast zal zij aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen ten einde verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen en een verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk te maken. Tevens acht de rechtbank het volgen van een dadertherapie als door de reclassering voorgesteld, noodzakelijk. De rechtbank zal dit tevens als bijzondere voorwaarde opleggen.

12 De overwegingen omtrent de vordering van de benadeelde partij.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft schadevergoeding gevorderd tot een bedrag van € 5035, alsmede toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente van de datum van het schadeveroorzakend delict, ter zake van hetgeen onder 1 primair is bewezen verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezen verklaarde rechtstreekse materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 35,-. Daarom kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

Daarnaast is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 primair bewezen verklaarde immateriële schade heeft geleden. Bij wijze van voorschot stelt de rechtbank de schade op een bedrag van € 3000,-. Daarom kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen. Het overige gedeelte van deze vordering is niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft schadevergoeding gevorderd tot een bedrag van € 2050,12 alsmede toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente van de datum van het schadeveroorzakend delict, ter zake van hetgeen onder 2 subsidiair is bewezen verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 subsidiair bewezen verklaarde rechtstreekse materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 50,12. Daarom kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

Daarnaast is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 subsidiair bewezen verklaarde immateriële schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag van € 2000,-. Daarom kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft schadevergoeding gevorderd tot een bedrag van € 2050,12 alsmede toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente van de datum van het schadeveroorzakend delict, ter zake van hetgeen onder 3 primair is bewezen verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 3 primair bewezen verklaarde rechtstreekse materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 50,12. Daarom kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

Daarnaast is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 3 primair bewezen verklaarde immateriële schade heeft geleden. Bij wijze van voorschot stelt de rechtbank de schade op een bedrag van € 1000,-. Daarom kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen. Het overige gedeelte van deze vordering is niet van zo eenvoudige aard dat die vordering zich leent voor behandeling in dit strafgeding. Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij in dat deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft schadevergoeding gevorderd tot een bedrag van € 2000,- alsmede toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente van de datum van het schadeveroorzakend delict, ter zake van hetgeen onder 5 subsidiair is bewezen verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 5 subsidiair bewezen verklaarde rechtstreekse immateriële schade heeft geleden tot een bedrag van € 2000,-. Daarom kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De rechtbank zal daarnaast aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedrag ten behoeve van de slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5], nu verdachte jegens deze naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die aan deze door het strafbare feit, genoemd onder 1 primair, 2 subsidiair, 3 primair en 5 subsidiair is toegebracht.

13 De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 24c, 36f, 57, 242, 246, 247 van het wetboek van strafrecht.

14 De beslissing.

RECHTDOENDE beslist de rechtbank als volgt.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 primair en 5 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 7.2 is omschreven.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 2 subsidiair, 3 primair, 4 primair en 5 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de onder 9 vermelde strafbare feiten.

Zij verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Zij veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 MAANDEN.

Zij beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte groot acht maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt bepaald op drie jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of na te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de reclassering;

- dat de veroordeelde dadertherapie voor plegers van seksuele delicten bij Het Dok of een soortgelijke instelling zal volgen voor de termijn dat die behandeling in overleg met de reclassering noodzakelijk wordt geacht.

Zij draagt overeenkomstig artikel 14d van het wetboek van strafrecht voormelde reclasseringsinstelling op de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarden.

Zij bepaalt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht in mindering zal worden gebracht bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf.

Zij wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 3035,- (zegge: drieduizend vijfendertig euro), te vermeerderen met de kosten van tenuitvoerlegging en de gebruikelijke kosten van invordering en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het tijdstip waarop het onder 1 primair bewezenverklaarde werd gepleegd tot aan de dag der algehele voldoening. Zij bepaalt dat deze benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. (BP.14)

Zij verwijst de verdachte in de kosten die de benadeelde partij ter zake van rechtsbijstand heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Zij wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2050,12 (zegge: tweeduizend vijftig euro en twaalf eurocent), te vermeerderen met de kosten van tenuitvoerlegging en de gebruikelijke kosten van invordering en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het tijdstip waarop het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde werd gepleegd tot aan de dag der algehele voldoening. Zij verwijst de verdachte in de kosten die de benadeelde partij ter zake van rechtsbijstand heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Zij wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1050,12 (zegge: duizend vijftig euro en twaalf eurocent), te vermeerderen met de kosten van tenuitvoerlegging en de gebruikelijke kosten van invordering en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het tijdstip waarop het onder 3 primair bewezenverklaarde werd gepleegd tot aan de dag der algehele voldoening. Zij bepaalt dat deze benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. (BP.14)

Zij verwijst de verdachte in de kosten die de benadeelde partij ter zake van rechtsbijstand heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Zij wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 2000,- (zegge: tweeduizend euro), te vermeerderen met de kosten van tenuitvoerlegging en de gebruikelijke kosten van invordering en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf het tijdstip waarop het onder 5 subsidiair bewezenverklaarde werd gepleegd tot aan de dag der algehele voldoening. Zij verwijst de verdachte in de kosten die de benadeelde partij ter zake van rechtsbijstand heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Zij legt daarnaast aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van voornoemde slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5], te betalen een som geld ten bedrage van respectievelijk:

[slachtoffer 1]: € 3035,- (zegge: drieduizend vijfendertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 61 dagen;

[slachtoffer 2]: € 2050,12 (zegge: tweeduizend en vijftig euro en twaalf eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 41 dagen;

[slachtoffer 3]: € 1050,12 (zegge: duizend vijftig euro en twaalf eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 21 dagen;

[slachtoffer 5] : € 2000,- (zegge: tweeduizend), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 40 dagen,

met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Zij verstaat dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan de verplichting opgelegd bij de hierboven genoemde schademaatregel, de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij van het overeenkomstige bedrag komt te vervallen. Indien en voor zover verdachte de toegekende schadevergoeding heeft betaald aan deze benadeelde partij, komt daarmee de schademaatregel voor het betaalde bedrag te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kok, voorzitter, mr. Janssen en mr. Zuidema, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Koorn en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 januari 2006, zijnde mr. Zuidema buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.