Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2005:AU7047

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
29-11-2005
Datum publicatie
29-11-2005
Zaaknummer
800076-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft tegenover een viertal vrouwen voorgedaan alsof hij de mogelijkheid had om via sessies de vrouwen met hun problemen te helpen doordat dat hij de gave had om te demagnetiseren. Vervolgens heeft hij deze vrouwen gedurende een lange periode behandeld. Voordat verdachte de behandelingen startte, heeft hij de vrouwen onder invloed van een slaapmiddel gebracht door hen een glas water met daarin een ring en het slaapmiddel, leeg te laten drinken. Vervolgens heeft verdachte, terwijl de vrouwen buiten bewustzijn waren of zich in een toestand van lichamelijke onmacht verkeerden, seksuele handelingen met de vrouwen verricht. Bij een tweetal vrouwen is verdachte ook seksueel binnengedrongen in het lichaam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Parketnummer: 800076-05

1 Partijen. Onderzoek van de zaak.

In de zaak onder voormeld parketnummer van de officier van justitie in het arrondissement Breda tegen:

[naam verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats] (Nederlands Indië),

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring De Boschpoort, Nassausingel 26 te Breda,

heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank het volgende vonnis gewezen.

De rechtbank heeft de gedingstukken gezien en de zaak onderzocht ter terechtzitting. Zij heeft de vordering van de officier van justitie gehoord en het verweer dat naar voren is gebracht door de verdachte en de raadsman, mr. Van ‘t Land, advocaat te Breda.

2 De tenlastelegging.

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het wetboek van strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht terzake dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 1996 tot

en met 31 december 2002 te Breda, althans in het arrondissement Breda, door

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan

van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte

(telkens)

- (één of meer van) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht

en/of

- zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of aan de vagina

van die [slachtoffer 1] gelikt;

- (over) de vagina en/of (in) de liesstreek en/of (over) de buik en/of de

(boven)benen, in elk geval (over) het lichaam van die [slachtoffer 1] betast/

gewreven/gestreeld en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 1] gekust en/of betast/ vastgepakt

en/of daarover gewreven en/of

- die [slachtoffer 1] gezoend

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens)

die [slachtoffer 1] (een) hoeveelhe(i)d(en) Seresta (Forte) en/of Loramet 2mg en/of

Oxazepam (50mg), in elk geval bedwelmend(e)/verdovend(e) en/of

spierverlammend(e) (slaap)middel(en) heeft toegediend en/of hij, verdachte,

misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht

van hem, verdachte op die [slachtoffer 1], bestaande uit:

- het (grote) leeftijdsverschil tussen hem, verdachte en die [slachtoffer 1] en/of

- de omstandigheid dat hij verdachte, tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd

- zakelijk weergegeven - dat hij spirituele en/of paranormale gaven bezat

en/of dat hij haar kon behandelen/genezen,

art 242 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 1996 tot

1 oktober 2002 te Breda, althans in het arrondissement Breda, met

[slachtoffer 1], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 1] in staat van

bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige

gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed

dat die [slachtoffer 1] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te

bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer

handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte

(telkens)

- (één of meer van) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht

en/of

- zijn penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of aan de vagina

van die [slachtoffer 1] gelikt en/of

- (over) de vagina en/of in de liesstreek en/of (over) de buik en/of de

(boven)benen, in elk geval (over) het lichaam van die [slachtoffer 1]

betast/gewreven/gestreeld en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 1] heeft gekust en/of

betast/vastgepakt en/of daarover gewreven en/of

- die [slachtoffer 1] gezoend;

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2002

tot en met 31 december 2002 te Breda, met [slachtoffer 1], van wie hij, verdachte,

wist dat die [slachtoffer 1] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of

lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige

ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die

[slachtoffer 1] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of

kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en)

heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte (telkens)

- (één of meer van) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht

en/of

- zijn penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of aan de vagina

van die [slachtoffer 1] gelikt en/of

- (over) de vagina en/of in de liesstreek en/of (over) de buik en/of de

(boven)benen, in elk geval (over) het lichaam van die [slachtoffer 1]

betast/gewreven/gestreeld en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 1] heeft gekust en/of

betast/vastgepakt en/of daarover gewreven en/of

- die [slachtoffer 1] gezoend;

art 243 Wetboek van Strafrecht

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 1996 tot

en met 7 februari 1997 te Breda, althans in het arrondissement Breda, ontucht

heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, althans de aan zijn zorg,

opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde [slachtoffer 1], geboren op

[geboortedatum], bestaande die ontucht hierin dat hij (telkens)

- (één of meer van) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] heeft

geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 1] heeft geduwd/gebracht

en/of

- zijn tong in de vagina van die [slachtoffer 1] heeft geduwd/gebracht en/of aan de

vagina van die [slachtoffer 1] heeft gelikt en/of

- (over) de vagina en/of (in) de liesstreek en/of (over) de buik en/of de

(boven)benen, in elk geval (over) het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft

betast/gewreven/gestreeld en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 1] heeft gekust en/of betast/

vastgepakt en/of daarover gewreven en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gezoend;

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 1996 tot

31 december 2002 te Breda, althans in het arrondissement Breda, met

[slachtoffer 1], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 1] in staat van

bewusteloosheid of lichamelijke onmacht of (vanaf 1 oktober 2002) verminderd

bewustzijn verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of

ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 1] niet of

onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of

daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, bestaande uit

- het likken aan de vagina van die [slachtoffer 1] en/of

- het wrijven/strelen/betasten van/over de vagina en/of (in) de liesstreek

en/of de buik en/of de (boven)benen, in elk geval het lichaam van die [slachtoffer 1]

en/of

- het kussen en/of betasten/vastpakken van en/of wrijven over de borst(en)

en/of tepel(s) van die [slachtoffer 1] en/of

- het zoenen van die [slachtoffer 1];

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november

2000 tot en met 31 juli 2002 te Breda door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een)

handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte

(telkens)

- zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

- (één of meer van) zijn vinger(s) en/of zijn tong in de vagina van die

[slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

- aan de vagina en/of de borst(en)/tepel(s) van die [slachtoffer 2] gelikt en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 2] gekust/in de mond genomen

en/of betast/vastgepakt en/of daarover gewreven en/of

- (over) de vagina en/of de buik en/of (boven)benen, in elk geval (over) het

lichaam van die [slachtoffer 2] betast/gewreven/gestreeld en/of

- zich laten aftrekken door die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] (op de mond) gezoend

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte

die [slachtoffer 2] (een) hoeveelhe(i)d(en) Seresta (Forte) en/of Loramet 2mg en/of

Oxazepam (50mg), in elk geval bedwelmend(e)/verdovend(e) en/of

spierverlammend(e) (slaap)middel(en) heeft toegediend en/of hij, verdachte,

misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht

van hem, verdachte op die [slachtoffer 2], bestaande uit

- het (grote) leeftijdsverschil tussen hem, verdachte en die [slachtoffer 2] en/of

- de omstandigheid dat hij, verdachte, tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd

- zakelijk weergegeven - dat hij spirituele en/of paranormale gaven bezat

en/of dat hij haar kon behandelen/genezen en/of dat de voornoemde

(ontuchtige) handeling(en) bij de behandeling hoorden en/of dat hij van zijn

overleden [naam familielid] had gehoord dat hij dit moest doen en/of dat hij,

verdachte, nog maar twee jaar te leven had,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november

2000 tot en met 31 juli 2002 te Breda, met [slachtoffer 2], van wie hij,

verdachte, wist dat die [slachtoffer 2] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke

onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of

ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 2] niet of

onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of

daartegen weerstand te bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte (telkens)

- zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

- (één of meer van) zijn vinger(s) en/of zijn tong in de vagina van die

[slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

- aan de vagina en/of de borst(en)/tepel(s) van die [slachtoffer 2] gelikt en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 2] gekust/in de mond genomen

en/of betast/vastgepakt en/of daarover gewreven en/of

- (over) de vagina en/of de buik en/of (boven)benen, in elk geval (over) het

lichaam van die [slachtoffer 2] betast/gewreven/gestreeld en/of

- zich laten aftrekken door die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] (op de mond) gezoend

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november

2000 tot en met 31 juli 2002 te Breda, terwijl hij toen werkzaam was in de

gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 2], die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachte's hulp en/of

zorg had toevertrouwd, immers heeft hij (telkens)

- zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

- (één of meer van) zijn vinger(s) en/of zijn tong in de vagina van die

[slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

- aan de vagina en/of de borst(en)/tepel(s) van die [slachtoffer 2] gelikt en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 2] gekust/in de mond genomen

en/of betast/vastgepakt en/of daarover gewreven en/of

- (over) de vagina en/of de buik en/of (boven)benen, in elk geval (over) het

lichaam van die [slachtoffer 2] betast/gewreven/gestreeld en/of

- zich laten aftrekken door die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] (op de mond) gezoend;

art 243 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 december 2994 tot

en met 31 december 1996 te Breda, in elk geval in het arrondissement Breda,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het

ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3], hebbende

verdachte (telkens)

- (één of meer van) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 3]

geduwd/gebracht en/of

- (over) de vagina en/of de schaamstreek en/of de (boven)benen en/of de

arm(en), in elk geval (over) het lichaam van die [slachtoffer 3]

betast/gewreven/gestreeld en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 3] betast/vastgepakt en/of

daarover gewreven en/of daarin geknepen en/of

- die [slachtoffer 3] gezoend

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat hij,

verdachte, die [slachtoffer 3] (een) hoeveelhe(i)d(en) Seresta (Forte) en/of

Loramet 2mg en/of Oxazepam (50mg), in elk geval bedwelmend(e)/verdovend(e)

en/of

spierverlammend(e) (slaap)middel(en) heeft toegediend en/of hij, verdachte,

misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht

van hem, verdachte op die [slachtoffer 3], bestaande uit:

- het (grote) leeftijdsverschil tussen hem, verdachte en die [slachtoffer 3] en/of

- de omstandigheid dat hij verdachte, tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd

- zakelijk weergegeven - dat hij spirituele en/of paranormale gaven bezat

en/of dat hij haar kon behandelen/genezen en/of dat hij, verdachte, haar

positieve krachten zou geven waardoor zij negatieve krachten zou overwinnen,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 december 1994 tot

en met 31 december 1996 te Breda, in elk geval in het arrondissement Breda,

met [slachtoffer 3], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 3] in staat

van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een

zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar

geestvermogens leed dat die [slachtoffer 3] niet of onvolkomen in staat was haar

wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te

bieden, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3],

hebbende verdachte (telkens)

- (één of meer van) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 3]

geduwd/gebracht en/of

- (over) de vagina en/of de schaamstreek en/of de (boven)benen en/of de

arm(en), in elk geval (over) het lichaam van die [slachtoffer 3]

betast/gewreven/gestreeld en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 3] betast/vastgepakt en/of

daarover gewreven en/of daarin geknepen en/of

- die [slachtoffer 3] gezoend;

art 243 Wetboek van Strafrecht

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 december 1994 tot

en met 26 december 1996 te Breda ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg

en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer 3],

geboren op [geboortedatum], immers heeft hij, verdachte (telkens)

- (één of meer van) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 3]

geduwd/gebracht en/of

- (over) de vagina en/of de schaamstreek en/of de (boven)benen en/of de

arm(en), in elk geval (over) het lichaam van die [slachtoffer 3]

betast/gewreven/gestreeld en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 3] betast/vastgepakt en/of

daarover gewreven en/of daarin geknepen en/of

- die [slachtoffer 3] gezoend

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 december 1994 tot

en met 31 december 1996 te Breda, met [slachtoffer 3], van wie hij, verdachte,

wist dat die [slachtoffer 3] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht

verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke

stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 3] niet of

onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te

maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en)

heeft gepleegd, (telkens) bestaande uit

- het betasten/wrijven/strelen van/over de vagina en/of de

schaamstreek en/of de (boven)benen en/of de arm(en), in elk geval het lichaam

van die [slachtoffer 3] en/of

- het betasten/vastpakken van en/of wrijven over en/of knijpen in de borst(en)

en/of tepel(s) van die [slachtoffer 3] en/of

- en/of het zoenen van die [slachtoffer 3];

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 april 1990

tot en met 30 juni 2004 te Breda en/of Hoogerheide en/of Etten-Leur, in elk

geval in het arrondissement Breda, althans in Nederland en/of te Postel,

althans in België (telkens) waren, te weten Seresta (Forte) en/of Loramet 2mg

en/of Oxazepam (50 mg), zijnde (telkens) ((een) middel(en) bevattende)

benzodiazepine(n), althans benzodiazepine(n), (telkens) heeft uitgedeeld (te

weten (telkens) deze stof(fen) in een drinkglas/-kop heeft gedaan (waarin zich

(suiker)water, althans een vloeistof bevond) en/of (vervolgens) (telkens) dat

glas/die kop heeft overhandigd en/of (telkens) deze stof(fen) als/onder de

noemer van vitaminepilletjes heeft overhandigd) aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of

[slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13],

(telkens) wetende dat deze waren voor het leven en/of de gezondheid schadelijk

zijn en dat schadelijk karakter heeft verzwegen;

art 174 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij (op een tijdstip) in of omstreeks het jaar 2002 te Breda, door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 13] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van

een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het zoenen (op de mond)

van die [slachtoffer 13] en/of het betasten/strelen/wrijven over het (boven)been (in de

richting van de vagina) van die [slachtoffer 13] en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) uit het toedienen van een hoeveelheid Seresta (Forte)

en/of Loramet 2mg en/of Oxazepam (50mg), in elk geval van (een) bedwelmend(e)/

verdovend(e) en/of spierverlammend(e) (slaap)middel(en) bij die [slachtoffer 13] en/of de

omstandigheid dat hij verdachte, tegen die [slachtoffer 13] heeft gezegd - zakelijk

weergegeven - dat hij spirituele en/of paranormale gaven bezat en/of dat hij

haar kon behandelen/genezen;

art 246 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij (op een tijdstip) in of omstreeks het jaar 2002 te Breda, met [slachtoffer 13], van

wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 13] in staat van bewusteloosheid of

lichamelijke onmacht of (vanaf 1 oktober 2002) verminderd bewustzijn

verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke

stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 13] niet of onvolkomen in staat

was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand

te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

het zoenen (op de mond) van die [slachtoffer 13] en/of het betasten/strelen/wrijven over

het (boven)been (in de richting van de vagina) van die [slachtoffer 13];

art 247 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2001

tot en met 31 december 2002, althans in of omstreeks het jaar 2001 of 2002 te

Breda, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot

het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande

uit het door hem, verdachte, betasten van de borst(en) van die [slachtoffer 9] en

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) uit het toedienen van

(een) hoeveelhe(i)d(en) Seresta (Forte) en/of Loramet 2mg en/of Oxazepam

(50mg), in elk geval van (een) bedwelmend(e)/verdovend(e) en/of

spierverlammend(e) (slaap)middel(en) bij die [slachtoffer 9] en/of de omstandigheid dat

hij verdachte, tegen die [slachtoffer 9] heeft gezegd - zakelijk weergegeven - dat hij

spirituele en/of paranormale gaven bezat en/of dat hij haar kon

behandelen/genezen;

art 246 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari

2001 tot en met 31 december 2002, althans in of omstreeks het jaar 2001 of

2002 te Breda, met [slachtoffer 9], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 9]

in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht of (vanaf 1 oktober 2002)

verminderd bewustzijn verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige

ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die

[slachtoffer 9] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of

kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het betasten van de borst(en) van

die [slachtoffer 9];

art 247 Wetboek van Strafrecht

3 De geldigheid van de dagvaarding.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4 De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5 De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Hij kan dus in zijn vordering worden ontvangen.

6 Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7 Schorsing van het onderzoek ter terechtzitting.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting de rechtbank verzocht de zaak aan te houden teneinde de zaak terug te verwijzen naar de rechter-commissaris opdat deze de getuigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hoort, althans dat de rechter-commissaris een deskundige benoemt die een betrouwbaarheidsrapportage over de genoemde getuigen op zal stellen. De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verzoek het volgende.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 24 juni 2005 heeft de verdediging reeds eerder aan de rechtbank verzocht de getuigen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] door de rechter-commissaris te doen horen. De rechtbank heeft toen het verzoek om getuige [slachtoffer 1] te horen afgewezen, gelet op de gezondheidstoestand van voornoemde getuige. De rechtbank heeft ten aanzien van het verzoek om de getuigen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] de stukken in handen van de rechter-commissaris gesteld, zodat deze kon bewerkstelligen dat door de FPD een onderzoek werd ingesteld naar de gezondheidstoestand van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. Verder heeft de rechtbank beslist dat (slechts) indien de FPD van mening is dat de gezondheidstoestand van beide getuigen door het afleggen van een verklaring ernstig in gevaar zou worden gebracht, de rechter-commissaris de betrouwbaarheid van de door [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] afgelegde verklaringen laat onderzoeken.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het thans voorliggende verzoek van de raadsman een herhaling is van hetgeen hij al eerder ter terechtzitting van 24 juni 2005 heeft verzocht en op welk verzoek de rechtbank, die thans in dezelfde samenstelling zit, op 24 juni 2005 reeds een beslissing heeft genomen.

Per 1 januari 2005 is artikel 321 van het wetboek van strafvordering komen te vervallen. Volgens dit artikel kon, in alle gevallen waarin na schorsing het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat, nog nieuwe, niet eerder opgeroepen getuigen worden opgeroepen. Genoemd artikel schepte de mogelijkheid tot het onbeperkt doen van verzoeken om nieuwe getuigen te horen. Met artikel 321 van het wetboek van strafvordering heeft de wetgever beoogd te voorkomen dat steeds nieuwe / herhaalde verzoeken om het horen van getuigen kunnen worden gedaan.

Gelet op vorenstaande en nu de raadsman bij zijn hernieuwde verzoek tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 15 november 2005 geen nieuwe gronden heeft aangevoerd om zijn verzoek te onderbouwen, zal het verzoek worden afgewezen.

8 De bewezenverklaring.

8.1 Vrijspraak en de gronden daarvoor.

Aan verdachte is onder de feiten 1 primair en 1 eerste subsidiair tenlaste gelegd dat hij

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1].

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. Aangeefster [slachtoffer 1] heeft niets over het seksueel binnendringen van verdachte verklaard. Verdachte heeft ontkend dit gedaan te hebben. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte van de aan hem onder de feiten 1 primair en 1 eerste subsidiair dient te worden vrijgesproken, nu wettig bewijs in het dossier ontbreekt.

Aan verdachte is onder feit 4 tenlaste gelegd dat hij aan een groep van personen in een bepaalde periode middelen heeft uitgedeeld waarvan hij wist dat deze middelen schadelijk waren voor het leven en/of gezondheid van die groep personen en dat verdachte het schadelijk karakter van die middelen heeft verzwegen. De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken van dit feit, nu de schadelijkheid van de stoffen niet kan worden vastgesteld. De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de schadelijkheid van de stoffen gezocht dient te worden in de hoeveelheden waarin verdachte de stoffen heeft uitgedeeld.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Uit het dossier is niet vast komen te staan dat de uitgedeelde middelen op zich zelf bij normaal gebruik schadelijk zijn. Uit het feit, zoals dit is tenlaste gelegd, blijkt niet dat de schadelijkheid in casu anders is bedoeld dan in de zin van het normale gebruik van de middelen. De rechtbank is daarom met de raadsman van oordeel dat verdachte van het aan hem onder feit 4 tenlaste gelegde dient te worden vrijgesproken.

Aan verdachte is onder feit 6 primair en 6 subsidiair - kort gezegd - tenlaste gelegd dat hij [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten van de borsten van die [slachtoffer 9]. De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken van dit feit, nu wettig bewijs in het dossier ontbreekt. De rechtbank overweegt hiertoe dat [slachtoffer 9] in haar aangifte niet heeft verklaard dat verdachte aan haar borsten heeft gezeten. Daarnaast heeft verdachte hieromtrent niets verklaard. Gelet hierop is de rechtbank met de raadsman van oordeel dat wettig bewijs terzake dit feit ontbreekt en verdachte derhalve van dit feit vrijgesproken dient te worden.

Door het onderzoek ter terechtzitting is daarom, gelet op hetgeen hiervoor is omschreven, naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder de feiten 1 primair, 1 eerste subsidiair, 4, 6 primair en 6 subsidiair is ten laste gelegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

8.2 Hetgeen bewezen is.

Door het onderzoek ter terechtzitting is evenwel naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte:

Ten aanzien van feit 1 tweede subsidiair:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 1996 tot

en met 7 februari 1997 te Breda, althans in het arrondissement Breda, ontucht

heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, althans de aan zijn zorg,

opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde [slachtoffer 1], geboren op

[geboortedatum], bestaande die ontucht hierin dat hij (telkens)

- (één of meer van) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] heeft

geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 1] heeft geduwd/gebracht

en/of

- zijn tong in de vagina van die [slachtoffer 1] heeft geduwd/gebracht en/of aan de

vagina van die [slachtoffer 1] heeft gelikt en/of

- (over) de vagina en/of (in) de liesstreek en/of (over) de buik en/of de

(boven)benen, in elk geval (over) het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft

betast/gewreven/gestreeld en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 1] heeft gekust en/of betast/

vastgepakt en/of daarover gewreven en/of

- die [slachtoffer 1] heeft gezoend;

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 1996 tot

31 december 2002 te Breda, althans in het arrondissement Breda, met

[slachtoffer 1], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 1] in staat van

bewusteloosheid of lichamelijke onmacht of (vanaf 1 oktober 2002) verminderd

bewustzijn verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of

ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 1] niet of

onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of

daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, bestaande uit

- het likken aan de vagina van die [slachtoffer 1] en/of

- het wrijven/strelen/betasten van/over de vagina en/of (in) de liesstreek

en/of de buik en/of de (boven)benen, in elk geval het lichaam van die [slachtoffer 1]

en/of

- het kussen en/of betasten/vastpakken van en/of wrijven over de borst(en)

en/of tepel(s) van die [slachtoffer 1] en/of

- het zoenen van die [slachtoffer 1];

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van feit 2 primair:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november

2000 tot en met 31 juli 2002 te Breda door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een)

handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte

(telkens)

- zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

- (één of meer van) zijn vinger(s) en/of zijn tong in de vagina van die

[slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

- aan de vagina en/of de borst(en)/tepel(s) van die [slachtoffer 2] gelikt en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 2] gekust/in de mond genomen

en/of betast/vastgepakt en/of daarover gewreven en/of

- (over) de vagina en/of de buik en/of (boven)benen, in elk geval (over) het

lichaam van die [slachtoffer 2] betast/gewreven/gestreeld en/of

- zich laten aftrekken door die [slachtoffer 2] en/of

- die [slachtoffer 2] (op de mond) gezoend

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte

die [slachtoffer 2] (een) hoeveelhe(i)d(en) Seresta (Forte) en/of Loramet 2mg en/of

Oxazepam (50mg), in elk geval bedwelmend(e)/verdovend(e) en/of

spierverlammend(e) (slaap)middel(en) heeft toegediend en/of hij, verdachte,

misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht

van hem, verdachte op die [slachtoffer 2], bestaande uit

- het (grote) leeftijdsverschil tussen hem, verdachte en die [slachtoffer 2] en/of

- de omstandigheid dat hij, verdachte, tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd

- zakelijk weergegeven - dat hij spirituele en/of paranormale gaven bezat

en/of dat hij haar kon behandelen/genezen en/of dat de voornoemde

(ontuchtige) handeling(en) bij de behandeling hoorden en/of dat hij van zijn

overleden [naam familielid] had gehoord dat hij dit moest doen en/of dat hij,

verdachte, nog maar twee jaar te leven had,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van feit 3 primair:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 1996 tot

en met 31 december 1996 te Breda, in elk geval in het arrondissement Breda,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het

ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3], hebbende

verdachte (telkens)

- (één of meer van) zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 3]

geduwd/gebracht en/of

- (over) de vagina en/of de schaamstreek en/of de (boven)benen en/of de

arm(en), in elk geval (over) het lichaam van die [slachtoffer 3]

betast/gewreven/gestreeld en/of

- de borst(en) en/of tepel(s) van die [slachtoffer 3] betast/vastgepakt en/of

daarover gewreven en/of daarin geknepen en/of

- die [slachtoffer 3] gezoend

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat hij,

verdachte, die [slachtoffer 3] (een) hoeveelhe(i)d(en) Seresta (Forte) en/of

Loramet 2mg en/of Oxazepam (50mg), in elk geval bedwelmend(e)/verdovend(e)

en/of

spierverlammend(e) (slaap)middel(en) heeft toegediend en/of hij, verdachte,

misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht

van hem, verdachte op die [slachtoffer 3], bestaande uit:

- het (grote) leeftijdsverschil tussen hem, verdachte en die [slachtoffer 3] en/of

- de omstandigheid dat hij verdachte, tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd

- zakelijk weergegeven - dat hij spirituele en/of paranormale gaven bezat

en/of dat hij haar kon behandelen/genezen en/of dat hij, verdachte, haar

positieve krachten zou geven waardoor zij negatieve krachten zou overwinnen,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van feit 5 primair:

hij (op een tijdstip) in of omstreeks het jaar 2002 te Breda, door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 13] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van

een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het zoenen (op de mond)

van die [slachtoffer 13] en/of het betasten/strelen/wrijven over het (boven)been (in de

richting van de vagina) van die [slachtoffer 13] en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) uit het toedienen van een hoeveelheid Seresta (Forte)

en/of Loramet 2mg en/of Oxazepam (50mg), in elk geval van (een) bedwelmend(e)/

verdovend(e) en/of spierverlammend(e) (slaap)middel(en) bij die [slachtoffer 13] en/of de

omstandigheid dat hij verdachte, tegen die [slachtoffer 13] heeft gezegd - zakelijk

weergegeven - dat hij spirituele en/of paranormale gaven bezat en/of dat hij

haar kon behandelen/genezen;

art 246 Wetboek van Strafrecht

Hetgeen onder de feiten 1 tweede subsidiair, 2 primair, 3 primair en 5 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de begindatum van de onder feit 3 primair tenlaste gelegde periode nog in het bijzonder het volgende.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de tenlastelegging op vordering van de officier van justitie gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het wetboek van strafvordering. Daarbij is de begindatum van de tenlaste gelegde periode met betrekking tot feit 3 primair veranderd van 1 mei 1996 in 27 december 1994. De officier van justitie is tot deze wijziging gekomen naar aanleiding van het feit dat aangeefster [slachtoffer 3] heeft verklaard dat het gebeuren heeft plaatsgevonden toen zij 16 jaar was. De rechtbank heeft in haar bewezenverklaring de begindatum teruggebracht naar de oorspronkelijk tenlaste gelegde datum, te weten 1 mei 1996. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de oorspronkelijk tenlaste gelegde periode nu uit de aangifte d.d. 26 oktober 2004 van [slachtoffer 3] blijkt dat zij zich in het jaartal heeft vergist. Gelet hierop spreekt de rechtbank verdachte ten aanzien van de periode 27 december 1994 tot 1 mei 1996 partieel vrij.

De rechtbank overweegt ten aanzien van feit 5 primair nog in het bijzonder het volgende. Aan verdachte is tenlaste gelegd dat hij aangeefster [slachtoffer 13] tijdens een ‘sessie’ op haar mond heeft gezoend. Uit het e-mail bericht van aangeefster blijkt slechts dat verdachte getracht heeft haar op haar mond te zoenen. Zij verklaart immers: “toen probeerde hij me ook op mijn mond te zoenen, ik had niet de kracht in me om overeind te komen maar wendde mijn gezicht af naar rechts”. Naar het oordeel van de rechtbank is hier dus slechts sprake van een poging, welke niet tenlaste is gelegd. Gelet hierop dient verdachte naar het oordeel van de rechtbank vrijgesproken van dit onderdeel, nu wettig bewijs ontbreekt.

9 Het bewijs.

De overtuiging van de rechtbank, dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

9.1 De bewijsmiddelen.

9.2 De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.

De verdediging heeft ter terechtzitting aangevoerd dat aan de bekennende verklaringen van verdachte geen waarde gehecht dient te worden, nu verdachte deze verklaringen afgelegd zou hebben naar aanleiding van toezeggingen van de politie dat hij, nadat hij een bekennende verklaring zou hebben afgelegd, vrijgelaten zou worden. De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer het volgende.

Verdachte heeft in eerste instantie bij de politie ontkennende verklaringen afgelegd. Vervolgens heeft verdachte bij vordering tot inbewaringstelling tegenover de rechter-commissaris verklaard dat hij ontuchtige handelingen heeft gepleegd met de vrouwen die genoemd zijn in de feiten 1 tot en met 3. Hierna heeft verdachte bij de politie een aantal bekennende verklaringen afgelegd.

Deze bekennende verklaringen bevatten details op de verschillende onderwerpen waarover verdachte gehoord is. In de eerste plaats beschrijft verdachte de periodes waarin de ‘sessies’ hebben plaatsgehad. Daarnaast heeft verdachte verklaard over de frequentie waarmee deze ‘sessies’ hebben plaatsgehad. Tevens heeft verdachte verklaard waar de ‘sessies’ hebben plaatsgehad. Bovendien geeft verdachte in detail aan, welke medicijnen en in welke hoeveelheden hij de medicijnen aan de aangeefsters heeft uitgedeeld. Ook geeft hij daarbij specificaties over de wijze waarop hij de medicijnen heeft uitgedeeld. Zo heeft verdachte ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 3] verklaard dat voorafgaande aan haar tweede ‘sessie’ thuis een flesje geprepareerd heeft met drie of vier capsules Loramet. Voorts heeft verdachte gedetailleerd verklaard over de aard van de handelingen die hij bij de aangeefsters heeft verricht. Daarbij heeft verdachte ook over zaken verklaard, waar niet over is gesproken in de aangiftes. Zo heeft hij ten aanzien van aangeefster [slachtoffer 1] verklaard dat hij haar op haar mond heeft gezoend. Aangeefster [slachtoffer 1] heeft hieromtrent zelf niets verklaard. Tevens heeft verdachte aangeven dat hij bij de tweede sessie van aangeefster [slachtoffer 2] geen medicijn heeft gebruikt omdat zij nog op de fiets naar huis moest. Voorts blijkt uit de bekennende verklaringen die verdachte bij de politie heeft afgelegd niet dat hem voorafgaande aan de verhoren specifieke informatie uit de aangiftes ter ore is gekomen. Ten slotte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte niet alle handelingen waarover de slachtoffers verklaard hebben heeft bekend. Gelet op deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er wel degelijk waarde aan de bekennende verklaringen van verdachte toegekend kan worden.

De stelling van de verdediging dat verdachte bekennende verklaringen is gaan afleggen na toezeggingen door de politie dat hij in vrijheid zou worden gesteld na het afleggen van dergelijke verklaringen, is naar het oordeel van de rechtbank geheel niet aannemelijk geworden.

De verdediging heeft ter terechtzitting verzocht de verdachte vrij te spreken van hetgeen hem onder de feiten 1, 2 en 3 is tenlaste gelegd, aangezien er twijfels bestaan omtrent de betrouwbaarheid van de door de aangeefsters afgelegde verklaringen. De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer het volgende.

Los gezien van de bekennende verklaringen die de verdachte heeft afgelegd, sluiten de verklaringen van de aangeefsters ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 op elkaar aan en ondersteunen genoemde verklaringen elkaar ook op onderdelen. Daarnaast heeft de verdediging tenminste één verklaring, te weten de verklaring van aangeefster [slachtoffer 3], op betrouwbaarheid kunnen toetsen. Deze verklaring kan – hetgeen door de verdediging ook niet is betwist – als betrouwbaar worden aangemerkt. De rechtbank is, gelet op hetgeen hiervoor is omschreven, van oordeel dat niet gesteld kan worden dat onder deze omstandigheden getwijfeld zou moeten worden aan de betrouwbaarheid van de (andere) aangiftes. Dat de aangiftes van tevoren op elkaar zijn afgestemd – zoals door de verdediging gesuggereerd – acht de rechtbank niet aannemelijk geworden.

Ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 2 primair overweegt de rechtbank in het bijzonder nog het volgende. Aan verdachte is onder andere tenlaste gelegd dat hij zijn penis in de vagina van aangeefster heeft geduwd / gebracht. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte al jaren impotent is. De rechtbank overweegt hiertoe dat getuige [slachtoffer 11] heeft verklaard dat de verdachte wel een erectie kon krijgen, na het gebruik van een viagra-pil. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de eventuele impotentie van de verdachte bij wel gebruik niet in de weg heeft hoeft te staan aan de handeling voornoemd.

Concluderend komt de rechtbank ten aanzien van de bewezenverklaring van de aan verdachte onder de feiten 1 tweede subsidiair, 2 en 3 tot het volgende oordeel. Gelet op de verklaringen van de aangeefsters en de in een eerder stadium afgelegde bekennende verklaringen van verdachte, waarbij tevens de verklaringen van aangeefsters en verdachte in hun onderling verband en samenhang dienen te worden bezien, is de rechtbank van oordeel dat de feiten 1 tweede subsidiair, 2 primair en 3 primair wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Ten aanzien van feit 5 heeft de raadsman ter terechtzitting verzocht verdachte vrij te spreken, nu er als enig bewijsmiddel een e-mailbericht voorhanden zou zijn en er gelet hierop geen wettig, laat staan overtuigend bewijs in het dossier voorhanden zou zijn. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

In het eind-procesverbaal bevindt zich op pagina 104 een proces-verbaal van bevindingen

d.d. 8 maart 2005, welk proces-verbaal is opgemaakt naar aanleiding van een e-mailbericht van [slachtoffer 13]. In dat e-mail bericht, dat in het eind-procesverbaal op pagina 106 is terug te vinden, beschrijft zij – kort gezegd – het volgende. [slachtoffer 13] beschrijft dat zij een sessie bij verdachte heeft ondergaan in of omstreeks het jaar 2002. Voordat de sessie startte en tijdens de sessie heeft zij vrij kleine pilletjes ingenomen. Verdachte heeft gezegd dat dit vitaminepilletjes waren. Tijdens de sessie voelde zij zich lichamelijk gezien heel zwaar en had zij haar lichaam niet meer onder controle, in die zin dat haar spieren slap voelden en zij niet de kracht had om goed overeind te komen. Ten slotte beschrijft zij dat verdachte tijdens de sessie heeft geprobeerd haar op haar mond te zoenen en dat verdachte zijn hand op haar bovenbeen heeft gelegd en deze hand vanaf haar knie naar boven heeft bewogen. Daarnaast heeft aangeefster [slachtoffer 1] verklaard dat verdachte haar vriendin, genaamd [slachtoffer 13], wel eens heeft behandeld. Ten slotte is er samenhang tussen de handelwijze van verdachte, zoals [slachtoffer 13] deze beschrijft en de verklaringen die de aangeefsters ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 hebben afgelegd. Gelet op deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat hetgeen aan verdachte onder feit 5 is tenlaste gelegd, wettig en overtuigend bewezen kan worden.

10 De strafbaarheid van het bewezene.

Het ten laste van verdachte bewezen verklaarde levert de volgende misdrijven op:

Ten aanzien van feit 1 tweede subsidiair:

Ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd

en

met iemand van wie hij weet dat zij in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeert buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2 primair:

Verkrachting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3 primair:

Verkrachting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 5 primair:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

11 De strafbaarheid van verdachte.

Verdachte is strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard, nu niet is gebleken van enige omstandigheid die zijn strafbaarheid zou opheffen.

12 De straffen en maatregelen.

12.1 De algemene overwegingen omtrent de straf.

Op grond van de aard van het bewezene alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, die zij hierna zal bepalen.

12.2 De bijzondere overwegingen omtrent de straf.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd aan de verdachte voor het onder de feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4, 5 primair en 6 primair tenlastegelegde op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de op te leggen straf het volgende.

Verdachte heeft tegenover een viertal vrouwen voorgedaan alsof hij de mogelijkheid had om via sessies de vrouwen met hun problemen te helpen doordat dat hij de gave had om te demagnetiseren. Vervolgens heeft hij deze vrouwen gedurende een lange periode behandeld. Voordat verdachte de behandelingen startte, heeft hij de vrouwen onder invloed van een slaapmiddel gebracht door hen een glas water met daarin een ring en het slaapmiddel, leeg te laten drinken. Vervolgens heeft verdachte, terwijl de vrouwen buiten bewustzijn waren of zich in een toestand van lichamelijke onmacht verkeerden, seksuele handelingen met de vrouwen verricht. Bij een tweetal vrouwen is verdachte ook seksueel binnengedrongen in het lichaam. De rechtbank tilt zwaar aan deze feiten en wel gelet op het volgende.

Uit het dossier is gebleken dat de aangeefsters die verdachte heeft behandeld, allen geestelijk gezien niet lekker in hun vel zaten. Zij hebben verdachte in vertrouwen genomen, omdat hij vertelde dat hij hen kon helpen met hun problemen. Tijdens de behandelingen heeft verdachte op een grove wijze misbruik gemaakt van het in hem gestelde vertrouwen, door seksuele handelingen met de aangeefsters te verrichten. Dit alles heeft verdachte voor elkaar gekregen door alvorens de behandeling te starten, de vrouwen onder invloed van een slaapmiddel te brengen. Op die manier konden de vrouwen zich niet verzetten tegen de handelingen van verdachte. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte geen enkel respect heeft getoond voor de lichamelijk integriteit van de aangeefsters. Tevens heeft verdachte de vrouwen met nog meer problemen op het geestelijke vlak opgezadeld.

Over verdachte is een pro justitia rapportage uitgebracht d.d. 4 april 2005 door psycholoog Van Kemenade. Uit dit rapport blijkt onder meer het volgende. De psycholoog ziet geen aanwijzingen voor acute psychiatrische problematiek of de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis bij verdachte. Wel is verdachte volgens de psycholoog een egocentrische man die zijn eigen belang niet van dat van anderen kan onderscheiden en op grond daarvan geneigd is om grenzen te overschrijden. Wanneer de tenlaste gelegde feiten bewezen kunnen worden, dan zijn deze naar het oordeel van de psycholoog volledig toe te rekenen aan verdachte.

Ook psychiater Boeykens heeft een rapport over verdachte uitgebracht d.d. 15 februari 2005. Uit dit rapport blijkt onder meer dat volgens Boeykens duidelijke aanwijzingen voor een persoonlijkheidsstoornis ontbreken.

Ten slotte is over de verdachte een reclasseringsrapportage uitgebracht d.d. 21 april 2005. Gelet op het feit dat verdachte de aan hem tenlaste gelegde feiten ten tijde van het opmaken van dit rapport ontkende, kan de rapporteur geen alternatieven aanreiken met betrekking tot de strafrechtelijke afdoening van de zaak. Wel stelt de rapporteur dat, indien verdachte strafbaar wordt geacht, middels een verplicht reclasseringscontact getracht kan worden om verdachte inzicht te geven in zijn handelen.

Ten aanzien van de soort straf heeft de raadsman ter terechtzitting verzocht om de op te leggen straf zo vorm te geven dat verdachte, gelet op zijn huidige medische situatie, nog maar voor een geringe duur in detentie zal verblijven.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten en de persoon van verdachte een gevangenisstraf voor lange duur noodzakelijk is. De rechtbank is van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf in deze zaak, gelet op de ernst van de feiten niet meer aan de orde is. De rechtbank is van oordeel dat de stelling van de raadsman dat verdachte bij een langere detentie waarschijnlijk niet levend uit deze detentie zal komen, onvoldoende onderbouwd is en daarmee dan ook niet aannemelijk is geworden. Wel zal de rechtbank er rekening mee houden dat het uitzitten van de op te leggen gevangenisstraf voor verdachte vanwege zijn gezondheidstoestand zwaarder zal zijn dan voor andere gedetineerden.

De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot de hierna te noemen gevangenisstraf.

13 De overwegingen omtrent het beslag.

13.1 De overwegingen omtrent de verbeurdverklaring.

Het volgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp:

7 1.00 STK Ring Kl:goud

-

goudkleurige damesring met steentje

is vatbaar voor verbeurdverklaring.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is immers gebleken dat de bewezen verklaarde feiten zijn begaan met behulp van dit voorwerp.

Voorts is gebleken dat het voorwerp aan verdachte toebehoort.

14 De overwegingen omtrent de vordering van de benadeelde partij.

De benadeelde partij [slachtoffer 10] heeft schadevergoeding gevorderd tot een bedrag van € 750,- terzake van hetgeen verdachte onder feit 4 is ten laste gelegd. Nu voor dat feit aan verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd en nu daarvoor ook niet artikel 9a van het wetboek van strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij in de vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.

15 De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 55, 57, 242, 246, 247(oud), 247 en 249 van het wetboek van strafrecht.

16 De beslissing.

RECHTDOENDE beslist de rechtbank als volgt.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder de feiten 1 primair, 1 eerste subsidiair, 4, 6 primair en 6 subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 8.2 is omschreven.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder de feiten 1 tweede subsidiair, 2 primair, 3 primair en 5 primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de onder 10 vermelde strafbare feiten.

Zij verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Zij veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierenvijftig (54) maanden.

Zij bepaalt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht in mindering zal worden gebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf.

Zij verklaart verbeurd het onder 13.1 omschreven voorwerp.

Zij bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 10] niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Zij veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, begroot op nihil. (BP.16)

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Kralingen, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Kok, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Van de Weijgert en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 november 2005.