Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2005:AT3948

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
01-04-2005
Datum publicatie
15-04-2005
Zaaknummer
139864/HA RK 04-187
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

"Dexia-zaak. Verzoek om inzage in persoonsgegevens op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) gedeeltelijk toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

139864/HA RK 04-187 RECHTBANK BREDA

1 april 2005 Sector Handelsrecht

Meervoudige Kamer

B E S C H I K K I N G

inzake het verzoekschrift als bedoeld in artikel 46 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens van:

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

v e r z o e k s t e r ,

t e g e n

de naamloze vennootschap

DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

v e r w e e r s t e r ,

procureur: mr. drs. E.C.M. Wagemakers,

advocaat: mr. W.A.K. Rank.

1. Het verloop van de zaak.

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift, met 4 producties, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 25 november 2004;

- het verweerschrift, met 15 producties, ingekomen ter griffie op 21 december 2004;

- de aantekeningen van de griffier naar aanleiding van de mondelinge behandeling van 18 februari 2005.

Partijen worden hierna aangeduid als [verzoekster] en Dexia.

2. Het verzoek.

Het verzoek van [verzoekster] strekt ertoe Dexia te bevelen tot het verstrekken van een overzicht van haar persoonsgegevens op de voet van artikel 35 Wet Bescherming Persoonsgegevens (verder te noemen WBP).

Dexia heeft verweer gevoerd tegen het verzoek.

3. De beoordeling.

3.1. [verzoekster] heeft haar verzoekschrift tijdig ingediend en is in zoverre ontvankelijk in haar verzoek.

3.2. De rechtbank gaat uit van de volgende tussen partijen vaststaande feiten:

- Op 12 mei 2000 heeft [verzoekster] met (een rechtsvoorganger van) Dexia een effectenlease-overeenkomst gesloten met nummer [overeenkomstnummer] met een lease-som van € 23.683,80.

- Bij brief van 8 februari 2003 heeft de echtgenoot van [verzoekster], de heer [echtgenoot], Dexia bericht dat hij zijn echtgenote geen toestemming heeft gegeven tot het sluiten van de overeenkomst en dat hij zich daarom beroept op de vernietigingsgrond van artikel 1:89 BW.

- Dexia heeft [echtgenoot] en [verzoekster] laten weten dat zij de vernietiging niet aanvaardt.

- De overeenkomst is op 13 mei 2003 door [verzoekster] verlengd onder protest en onder voorbehoud van alle rechten.

- Bij brief van 6 oktober 2004 heeft [verzoekster] Dexia op grond van artikel 35 WBP verzocht haar binnen vier weken te laten weten of Dexia haar persoonsgegevens verwerkt en zo ja, haar binnen vier weken een volledig overzicht daarvan te geven, alsmede haar inlichtingen te verstrekken over het doel van de verwerking(en), de ontvangers van de gegevens en over de herkomst van de gegevens.

- Bij brief van 28 oktober 2004 heeft Dexia dit verzoek afgewezen.

- Naar aanleiding van deze afwijzing heeft [verzoekster] bij brief van 29 oktober 2004 het College Bescherming Persoonsgegevens (verder te noemen CBP) verzocht te bemiddelen.

- Het CBP heeft [verzoekster] bij brief van 3 november 2004 laten weten dat zij na onderzoek naar de handelwijze van Dexia in haar uitspraken van 3 september 2004 en 13 oktober 2004 heeft aangegeven waaraan Dexia dient te voldoen en, nu Dexia heeft aangegeven geen gevolg te geven aan deze uitspraken, bemiddeling door het CBP niet meer zinvol is en [verzoekster] gewezen op de rechtsgang van artikel 46 WBP.

3.3 [verzoekster] verzoekt Dexia te bevelen een overzicht van de door Dexia verwerkte haar betreffende persoonsgegevens te verstrekken (artikelen 35 jo. 46 lid 1 WBP). Het verzoek van [verzoekster] betreft:

- een kopie van de overeenkomst

- het risicoprofiel

- de aankoopbewijzen van de in de overeenkomst genoemde aandelen

- de afschriften van de dividenduitkeringen

- de inventarisatie van haar kredietwaardigheid

- een schriftelijke uitwerking van gevoerde telefoongesprekken

- alle overige documenten die op haar van toepassing zijn

alsmede inlichtingen over het doel van de verwerking(en), de ontvangers van de gegevens en over de herkomst van de gegevens.

3.4 Dexia weerspreekt haar gehoudenheid tot verstrekking van de verzochte gegevens primair op grond van artikel 43 sub e WBP en subsidiair op de gronden dat een aantal verzochte gegevens niet onder het bereik van de WBP valt c.q. [verzoekster] een deel van de verzochte gegevens reeds heeft, dan wel elders kan verkrijgen.

3.5 In artikel 35 lid 1 WBP is, onder meer, bepaald dat een betrokkene het recht heeft zich vrijelijk tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt. Ingevolge artikel 1 aanhef en sub a WBP dient onder persoonsgegevens te worden verstaan elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identifi-ceerbare natuurlijke persoon. Indien zodanige gegevens worden verwerkt, bevat de mededeling van de verantwoordelijke een volledig overzicht daarvan in begrijpelijk vorm, een omschrijving van het doel of doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens (artikel 35 lid 2 WBP).

3.6 Aangezien Dexia persoonsgegevens van [verzoekster] verwerkt, is zij in beginsel gehouden haar daarvan een overzicht zoals hiervoor omschreven te verstrekken, tenzij zich een van de uitzonderingsgronden zoals genoemd in artikel 43 WBP voordoet.

3.7 Dexia voert aan dat haar een beroep op de sub e genoemde uitzonderings-grond van artikel 43 WBP toekomt, inhoudende dat artikel 35 WBP buiten toepassing kan worden gelaten voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen. Dexia stelt daartoe dat [verzoekster] misbruik van recht maakt. Met een beroep op de WBP probeert zij op oneigenlijke wijze haar procespositie ten nadele van Dexia te verbeteren (fishing expedition) en wordt de regeling van artikel 843a Rv doorkruist. Voorts wijst Dexia op de administratieve lasten en ernstige verstoring van haar bedrijfsvoering voortvloeiend uit de vele, soortgelijke bij haar gedane inzageverzoeken.

3.8 Vooropgesteld wordt dat onder ‘anderen’ zoals genoemd in artikel 43 sub e WBP ook de verantwoordelijke, in casu Dexia, is begrepen. Toetsend aan het in artikel 43 WBP neergelegde noodzakelijkheidscriterium en de daaraan inherente belangenafweging is de rechtbank van oordeel dat de door Dexia aangehaalde belangen niet prevaleren boven het belang van [verzoekster] bij het recht op kennisneming van haar betreffende persoonsgegevens.

3.9 Vast staat dat sprake is van een conflictsituatie tussen partijen. Deze omstandigheid rechtvaardigt echter op zichzelf geen uitzondering op de vrijelijke toegang tot persoonsgegevens op grond van de WBP. Ook de Europese Richtlijn (95/46/EG van 24 oktober 1995) spreekt in artikel 12 van een ‘vrijelijk en zonder beperking’ uit te oefenen recht. Daargelaten of het handhaven door Dexia van een onevenwicht in procespositie een rechtens te respecteren belang is in de zin van ‘recht of vrijheid’ ex artikel 43 sub e WBP dat opweegt tegen het belang van [verzoekster] om op de hoogte te worden gesteld van verwerkte persoonsgegevens, laat Dexia in casu na aan te geven welke door [verzoekster] verzochte gegevensverstrekking mogelijk schade zou kunnen toebrengen aan haar processuele positie. Zij onderbouwt niet waarin haar belang is gelegen, zodat daaraan voorbij zal worden gegaan.

3.10 Ook volgt de rechtbank Dexia niet in haar stelling dat door het geven van inzage sprake is van een doorkruising van artikel 843a Rv, omdat via de weg van de WBP de waarborgen van dit artikel worden ontweken. Dexia wijst erop dat dit artikel geen onbeperkt recht op afschrift en inzage geeft, maar als vereisten stelt dat verzoeker een rechtmatig belang moet hebben en moet aangeven welke bescheiden hij wenst.

De rechtbank overweegt dat gesteld noch gebleken is dat [verzoekster] haar recht op inzage van haar persoonsgegevens via de weg van artikel 843a Rv had moeten geldend maken, zodat in die zin van een doorkruising geen sprake is.

Voorst geldt dat, voor zover artikel 843a Rv al extra eisen aan het recht op inzage stelt -welke de WBP niet kent- dit [verzoekster] niet in haar rechten op grond van de WBP beperkt.

Los daarvan overweegt de rechtbank dat het belang van een betrokkene bij inzage op grond van de WBP wordt verondersteld. Ieder moet in de gelegen-heid zijn om na te gaan waar en welke gegevens over hem zijn vastgelegd en verwerkt en, in geval men de gegevensverwerking onrechtmatig vindt, in staat zijn deze aan te vechten. Dat belang is derhalve reeds rechtmatig.

Met betrekking tot de bepaaldheid van de bescheiden heeft [verzoekster] voorts aangegeven welke bescheiden zij wenst in te zien. Weliswaar verzoekt zij ook ‘overige documenten’, maar dit verzoek is gerechtvaardigd ingegeven door het feit dat een betrokkene veelal geen inzicht zal hebben in de verschei-dene door de verantwoordelijke gehouden bescheiden met persoonsgegevens.

3.11 Gezien de oproep in december 2003 van een belangenvereniging om collectief inzageverzoeken bij Dexia in te dienen bij wijze van ‘sinterklaas-cadeautje’ en de informatie van 13 september 2004 op de website van Tros-Radar waarin gewezen wordt op de mogelijkheid om gegevens bij Dexia op te vragen met bijgevoegde voorbeeldbrief, kan volgens Dexia het onder-havige verzoek niet anders worden verstaan dan een poging tot het frustreren van de bedrijfsvoering van Dexia, mede in aanmerking genomen de vele door Dexia ontvangen inzageverzoeken.

De rechtbank volgt Dexia hierin niet. [verzoekster] wil geïnformeerd worden over de in het kader van haar contractuele relatie met Dexia door Dexia verwerkte persoonsgegevens. Zoals hiervoor reeds overwogen wordt het belang van [verzoekster] bij het recht op kennisneming verondersteld. Niet gebleken is dat [verzoekster] met het indienen van haar verzoek tot doel heeft om Dexia te schaden. [verzoekster] heeft namelijk geen inzage-verzoek bij Dexia ingediend naar aanleiding van voornoemde oproep van een belangenvereniging in december 2003. Ook het enkele feit dat het verzoek is gedaan nadat op de website van Tros-Radar hiertoe een voorbeeldbrief is geplaatst, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat [verzoekster] aan Dexia collectief schade probeert toe te brengen. Het onderhavige inzage-verzoek dient derhalve niet als onderdeel van een collectieve actie beoordeeld te worden. Het feit dat ook anderen een verzoek om inzage hebben gedaan, beperkt [verzoekster] niet in haar rechten voortvloeiend uit de WBP.

3.12 Dit laatste vormt ook het uitgangspunt bij de beoordeling van de stelling van Dexia dat zij thans reeds is geconfronteerd met 3000 inzageverzoeken, hetgeen hoge kosten met zich meebrengt en Dexia ernstig in haar bedrijfsvoering belemmert.

Dexia zal dienaangaande aannemelijk moeten maken dat door inwilliging van een verzoek de administratieve lasten zodanig disproportioneel zijn dat zij daardoor in een van haar rechten en vrijheden wordt aangetast of dreigt te worden aangetast (Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 1997/1998, 25.892, nr 3, p. 171). Het belang van Dexia om haar administratieve lasten te beperken is in dat kader niet voldoende. Aangaande het onderhavige verzoek rept Dexia enkel in het kader van de verzochte transcripties van telefoon-gesprekken over tijdrovende administratieve werkzaamheden en daarmee hoge lasten. Nu (onder meer) dit verzoek, zoals hierna wordt overwogen, zal worden afgewezen, zullen dienovereenkomstige kosten zich niet voordoen. De wel te verstrekken gegevens zijn gegevens welke eenvoudigweg vanuit het dossier van [verzoekster] toegankelijk zijn.

Ten slotte is het feit dat Dexia een groot aantal klanten heeft ten gevolge waarvan zij, collectief gezien, hoge kosten moet maken om aan haar verplichtingen op grond van de WBP te kunnen voldoen, een omstandigheid die voor haar rekening komt.

3.13 Nu aan Dexia op grond van het voorgaande geen beroep toekomt op de uitzonderingsgrond van artikel 43 sub e WBP is Dexia jegens [verzoekster] gehouden een overzicht van haar betreffende persoonsgegevens te verstrekken.

3.14 De rechtbank is op grond van de wettekst van artikel 35 lid 2 WBP, de Memorie van Toelichting daarop, de Europese richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 -waarop de WBP gebaseerd is- met Dexia van oordeel dat in het recht op voornoemd overzicht niet het recht op kopieën van de vastgelegde gegevens ligt besloten. In deze stukken wordt steeds slechts gesproken van ‘een volledig overzicht’.

3.15 Dit brengt mee dat het verzoek van [verzoekster] betreffende het verstrekken van een kopie van de overeenkomst zal worden afgewezen. De contractgegevens zijn wel te beschouwen als persoonsgegevens en deze dienen derhalve in beginsel opgenomen te worden in het te verstrekken overzicht. Nu [verzoekster] tijdens de mondelinge behandeling echter heeft aangegeven dat zij een exemplaar van de overeenkomst in haar bezit heeft, is Dexia in casu niet gehouden om van deze persoonsgegevens aan [verzoekster] melding te maken. Het recht op inzage op grond van de WBP strekt immers niet zover dat dit gegevens omvat waarover de betrokkene al c.q. nog beschikt.

3.16 Gegevens die Dexia verwerkt met betrekking tot een zogenaamd risico-profiel (beleggerservaring, beleggingsdoelstelling en de financiële positie van de cliënt) zijn aan te merken als persoonsgegevens. De stelling van Dexia dat zij niet verplicht is om een dergelijk risicoporfiel op te maken, kan onbesproken blijven. Dexia dient immers, indien dergelijke gegevens zijn verwerkt, deze in het te verstrekken overzicht op te nemen.

3.17 Ten aanzien van de aankoopbewijzen van aandelen en afschriften van dividenduitkeringen is de rechtbank met Dexia van oordeel dat dit geen persoonsgegevens zoals bedoeld in artikel 1 aanhef en sub a WBP, maar objectgegevens betreffen. Onbetwist is gesteld dat de aandelen gebundeld werden aangekocht, waarbij het aankoopbewijs (effectennota) aldus betrekking heeft op aandelen voor meerdere contractspartners van Dexia.

De aankoopbewijzen en afschriften van dividenduitkeringen kunnen derhalve niet worden aangemerkt als gegevens die een geïdentificeerde of identificeer-bare persoon betreffen en vallen daarmee buiten het bereik van de WBP.

3.18 Gegevens omtrent de kredietwaardigheid van een betrokkene zijn persoons-gegevens als bedoeld in de WBP. De rechtbank is van oordeel dat Dexia dienaangaande niet kan volstaan met een verwijzing naar het BKR. Voor zover zij gegevens betreffende de kredietwaardigheid heeft ingewonnen en verwerkt en/of aan het BKR informatie heeft verstrekt, dient zij dit te vermelden op het overzicht. Dat [verzoekster] ook zelf bij het BKR gegevens kan opvragen, ontslaat Dexia niet van haar plicht jegens [verzoekster] op grond van de WBP.

3.19 Ten aanzien van het verzoek om een schriftelijke uitwerking van gevoerde telefoongesprekken, wordt het volgende overwogen. Als onbetwist staat vast dat Dexia vanaf augustus 2000 (een aantal) gesprekken heeft opgenomen en bewaard. De stelling van Dexia dat zij wettelijk niet verplicht is om telefoon-gesprekken op te nemen of zodanig op te slaan dat zij gemakkelijk zijn terug te vinden, is niet van belang. Beoordeeld dient immers te worden of Dexia feitelijk in het kader van opgenomen telefoongesprekken persoonsgegevens heeft verwerkt waarop krachtens de WBP recht op inzage bestaat. Vooropgesteld wordt dat voor zover de inhoud van telefoongesprekken is vastgelegd, sprake is van verwerking van persoonsgegevens.

3.20 Naar het oordeel van de rechtbank bestaat geen recht op inzage ten aanzien van opgenomen gesprekken in de periode van augustus 2000 tot en met augustus 2002. Ten aanzien van deze periode is de rechtbank met Dexia van oordeel dat de bandopnamen van telefoongesprekken als zodanig geen bestand zijn in de zin van artikel 1 aanhef en sub c WBP, nu deze bandopnamen geen gestructureerd geheel vormen. Deze bandopnamen vallen derhalve buiten het bereik van het inzagerecht van artikel 35 WBP, zodat Dexia niet gehouden is [verzoekster] te informeren over eventuele gesprekken uit die periode. Dit is anders indien gesprekken met [verzoekster] schriftelijk zijn vastgelegd in het dossier (telefoonnotities). Deze dienen wel te worden opgenomen in het te verstrekken overzicht.

3.21 Ten aanzien van opgenomen gespreken na augustus 2002 staat vast dat de telefoongesprekken zodanig zijn vastgelegd dat deze een bestand in de zin van de WBP vormen. Deze telefoongesprekken voldoen aan de definitie van verwerking van persoonsgegevens als genoemd in artikel 1 aanhef en sub b WBP, zodat op de voet van artikel 35 recht bestaat op inzage in deze gegevens. Dexia heeft hieromtrent gesteld dat zij normaliter op het te verstrekken overzicht de data van de telefoongesprekken aangeeft en de verzoeker daarbij in de gelegenheid stelt, desgewenst, tijdens kantooruren op het hoofdkantoor te Amsterdam de gesprekken te komen beluisteren. Deze werkwijze voldoet naar het oordeel van de rechtbank aan de WBP. Anders dan [verzoekster] verzoekt, omvat het inzagerecht geen recht op transcripties of schriftelijke uitwerkingen van gesprekken. Desalniettemin heeft Dexia wel aangegeven dat verzoekers desgewenst, na het beluisteren van gesprekken op het hoofdkantoor, op eigen kosten een transcriptie kunnen vragen.

Dexia wijst nog wel op de Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen, waarin is bepaald dat een verzoeker enkel recht heeft op het beluisteren van gesprekken, indien sprake is van een interpretatie-geschil of onenigheid met betrekking tot de inhoud van een gesprek.

De rechtbank gaat hieraan voorbij. De gedragscode is immers een uitwerking van de WBP en als zodanig geen regeling welke de rechten voortvloeiend uit de WBP opzij kan zetten c.q. kan inperken.

3.22 Indien overigens nog sprake is van door Dexia verwerkte persoonsgegevens betreffende [verzoekster] in de zin van de WBP, dan dienen deze ook in het te verstrekken overzicht te worden opgenomen.

3.23 Ten slotte dient Dexia in het overzicht op te nemen inlichtingen over het doel van de verwerking(en), de categorieën van gegevens waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens (artikel 35 lid 2 WBP).

3.24 Op grond van het voorgaande zal Dexia worden bevolen een overzicht aan [verzoekster] te doen toekomen met inachtneming van hetgeen onder 3.16, 3.18, 3.20, 3.21, 3.22 en 3.23 is overwogen.

3.25 Dexia zal, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten aan de zijde van [verzoekster] gevallen.

4. De beslissing.

De rechtbank:

beveelt verweerster om aan verzoekster binnen vier weken na heden een volledig overzicht als bedoeld in artikel 35 lid 2 WBP te verstrekken, zulks met inachtneming van hetgeen hiervoor onder 3.16, 3.18, 3.20, 3.21, 3.22 en 3.23 is overwogen;

verwijst verweerster in de kosten aan de zijde van verzoekster gevallen, tot op heden begroot op € 241,--;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Van der Weide, Peters en Van den Bosch-van de Sande en uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 1 april 2005.