Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2005:AS8846

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
01-03-2005
Datum publicatie
07-03-2005
Zaaknummer
4882-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel omdat een groot gedeelte van de door de benadeelde partijen ingediende vorderingen door de rechtbank is toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2005, 265
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Parketnummer: 4882-04

Beslissing op de vordering ex artikel 36e van het wetboek van strafrecht.

In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres],

heeft de officier van justitie de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.

1 De procedure.

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:

- de vordering, die binnen de in artikel 511b van het wetboek van strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt;

- het strafdossier onder parketnummer 4882-04;

- het rapport van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting;

- de overige stukken.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens is de verdachte gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. Van der Putten, advocaat te Goirle.

2 De beoordeling.

De rechtbank is van oordeel dat de grondslag voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, neergelegd in het rapport van berekening op zich juist is.

De rechtbank ziet echter aanleiding om de vordering van de officier van justitie in zijn geheel af te wijzen.

Hiertoe wordt het volgende overwogen.

In de strafzaak tegen verdachte heeft zich een aantal benadeelde partijen gesteld. Een gedeelte van de door de benadeelde partijen ingediende vorderingen is door de rechtbank toegewezen waarbij verdachte telkens is veroordeeld tot betaling van de schade aan die benadeelde partijen. Gelet op de toewijzing van deze vorderingen ziet de rechtbank thans geen ruimte meer voor toewijzing van de ontnemingsvordering van de officier van justitie.

3 De beslissing.

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie d.d. 26 januari 2005, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.

Deze beslissing is gegeven door mr. Janssen, voorzitter, mr. Kok en mr. Van Gessel, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier Van den Goorbergh en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 maart 2005.