Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2004:AO6162

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
14-01-2004
Datum publicatie
24-11-2004
Zaaknummer
280161\CV EXPL 03-6090
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) vordert veroordeling van een voetbalsupporter tot betaling van een bedrag van euro 450,- aan verbeurde boete op grond van haar algemene voorwaarden, wegens opruiing tijdens de wedstrijd NAC-WillemII. Is er sprake van een overeenkomst tussen de voetbalsupporter en de KNVB? Zijn de standaardvoorwaarden van de KNVB op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing? De kantonrechter oordeelt dat door het kopen van een toegangsbewijs voor de wedstrijd, die is gespeeld in een door de KNVB georganiseerde competitie, de supporter niet alleen met de betaaldvoetbalorganisatie (in casu NAC), maar ook met de KNVB een overeenkomst heeft gesloten.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 843a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2004/70

Uitspraak

Rechtbank Breda

Sector Kanton-Locatie Breda

vonnis in de zaak van

de vereniging met rechtspersoonlijkheid

KONINKLIJKE NEDERLANDSE VOETBALBOND,

gevestigd en kantoorhoudende te Zeist,

eiseres,

gemachtigde: A.J. Visser, gerechtsdeurwaarder te Nieuwegein,

tegen:

1. [gedaagde],

2. [gedaagde 2], beiden in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [minderjarige], en wonende te [woonplaats], aan de [adres],

gedaagden,

procederende in persoon.

1. De procesgang

Het verloop van het geding blijkt uit:

- de inleidende dagvaarding d.d. 10 september 2003 met producties;

- de conclusie van antwoord met een productie;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

De inhoud van voormelde stukken dient als hier overgenomen en ingelast te worden beschouwd.

2. Het geschil

Eiseres vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden, in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige], te veroordelen om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 566,55, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 450,- vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der voldoening, met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding.

Gedaagden hebben verweer gevoerd.

3. De beoordeling

3.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken dan wel op grond van de niet weersproken inhoud van de producties kan van het volgende worden uitgegaan.

- [minderjarige] heeft op 23 september 2001 de voetbalwedstrijd NAC-Willem II bijgewoond.

- De betaaldvoetbalorganisatie NAC heeft eiseres middels een meldingsformulier civiele uitsluiting kenbaar gemaakt dat [minderjarige] zich tijdens de wedstrijd NAC-Willem II op 23 september 2001 schuldig heeft gemaakt aan opruiend gedrag in de richting van het gastenvak.

- Bij exploot van 27 november 2001 heeft eiseres [minderjarige] geïnformeerd dat hij wegens overtreding van haar standaardvoorwaarden een boete ad € 450,- verschuldigd is en heeft zij aan [minderjarige] een stadionverbod voor de duur van twaalf maanden opgelegd.

- [minderjarige] heeft tegen deze beslissing beroep aangetekend bij de Commissie van Toezicht van eiseres. De Commissie heeft bij beslissing van 14 februari 2002 de beslissing van eiseres waartegen het beroep is ingesteld, bevestigd.

3.2

Eiseres legt aan haar vordering, kort weergegeven, ten grondslag dat [minderjarige] zich op 23 september 2001 schuldig heeft gemaakt aan opruiing en daardoor het aanzien en het belang van het voetbal heeft geschaad. Eiseres heeft daartoe gesteld dat [minderjarige] zich heeft bevonden in de groep van waaruit zaken op het veld en naar het gastenvak zijn gegooid.

[minderjarige] heeft daarmee de standaardvoorwaarden, onder meer bevattende voorschriften waaraan bezoekers van voetbalwedstrijden zich moeten houden, overtreden en voormelde boete van € 450,- verbeurd. Die standaardvoorwaarden zijn door de vermelding op de toegangskaart dan wel seizoenskaart op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing, aldus eiseres.

Gedaagden voeren aan dat [minderjarige] zich niet schuldig heeft gemaakt aan opruiend gedrag. Volgens gedaagden zijn de maatregelen aan [minderjarige] opgelegd, omdat hij op 30 oktober 2001 tijdens een gesprek bij NAC, waar een video getoond werd van de betreffende wedstrijd, heeft geweigerd een naam van een supporter te geven uit angst voor represailles.

Bovendien kan volgens gedaagden aan [minderjarige] geen boete opgelegd worden, omdat hij de standaardvoorwaarden niet heeft ontvangen en evenmin een overeenkomst met eiseres heeft gesloten. Voor zover [minderjarige] wel een overeenkomst met eiseres heeft gesloten, is deze overeenkomst vernietigbaar omdat hij minderjarig is, aldus gedaagden.

3.3

De kantonrechter overweegt als volgt.

Gedaagden hebben in de eerste plaats aangevoerd dat [minderjarige] geen overeenkomst met eiseres heeft gesloten.

De wedstrijd van NAC te Breda tegen Willem II te Tilburg is gespeeld in een competitie, die is georganiseerd door eiseres.

Door het kopen van een toegangsbewijs voor de wedstrijd van NAC tegen Willem II heeft [minderjarige] niet alleen met NAC B.V. een overeenkomst gesloten, maar ook met eiseres omdat zij (en niet NAC B.V.) heeft bepaald dat NAC tegen Willem II speelde.

Het feit dat [minderjarige] minderjarig is, brengt niet met zich mee dat de tussen hem en NAC gesloten overeenkomst vernietigbaar is. Een minderjarige is op grond van het bepaalde in artikel 1:234 BW bekwaam rechtshandelingen te verrichten, mits hij met toestemming van zijn wettelijke vertegenwoordigers handelt. Gesteld noch gebleken is dat gedaagden [minderjarige] geen toestemming hebben verleend een toegangskaart voor de betreffende voetbalwedstrijd te kopen. Bovendien wordt die toestemming verondersteld te zijn verleend, indien het een rechtshandeling betreft ten aanzien waarvan het in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van de leeftijd van [minderjarige] deze zelfstandig verrichten. Het kopen van een toegangskaart voor een voetbalwedstrijd is naar het oordeel van de kantonrechter een rechtshandeling, waarvan het in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat jongeren in de leeftijd van 14 jaar deze zelfstandig verrichten.

Als door gedaagden niet bestreden staat vast, dat op de achterzijde van de toegangsbewijzen wordt verwezen naar de toepasselijkheid van de standaardvoorwaarden van eiseres.

De omstandigheid dat [minderjarige] de standaardvoorwaarden niet heeft ontvangen en geen kennis heeft kunnen nemen van die voorwaarden, brengt niet met zich mee dat die voorwaarden niet zouden gelden in de rechtsverhouding tussen eiseres en [minderjarige].

Voldoende voor toepasselijkheid is dat voor of bij het sluiten van de overeenkomst naar de standaardvoorwaarden wordt verwezen, hetgeen i.c. het geval is.

Artikel 6:232 BW bepaalt bovendien dat ook als bij het sluiten van de overeenkomst de gebruiker begreep of moest begrijpen dat de wederpartij de inhoud daarvan niet kende, de wederpartij ook dan aan de algemene voorwaarden is gebonden.

Een beding in algemene voorwaarden is krachtens artikel 6:233 sub b BW vernietigbaar indien de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van die voorwaarden kennis te nemen.

Ook indien gedaagden hebben beoogd de vernietigbaarheid van een beding in de standaardvoorwaarden in te roepen, is de kantonrechter van oordeel dat de bedingen waarop eiseres zich beroept niet voor vernietiging in aanmerking komen.

Aannemelijk is dat terhandstelling van die voorwaarden redelijkerwijs niet mogelijk is en niet is bestreden dat de voorwaarden ter inzage liggen op de griffie van de arrondissementsrechtbank te Utrecht, dat zij kunnen worden ingezien bij de ingangen van de stadions en dat zij desverzocht door de KNVB kosteloos worden toegezonden. Onder deze omstandigheden heeft eiseres aan [minderjarige] een redelijke mogelijkheid geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.

De kantonrechter overweegt ten overvloede dat een en ander niet wegneemt dat het gewenst voorkomt, dat van die voorwaarden ook kennis kan worden genomen via de website van eiseres.

Volgens eiseres is het ingevolge artikel 7.5 van de standaardvoorwaarden verboden zich op een wijze te gedragen die door anderen als provocerend of als bedreigend kan worden ervaren en verbeurt krachtens artikel 10.4 van de standaardvoorwaarden een ieder die in strijd handelt met het in de standaardvoorwaarden bepaalde een boete van € 450,- per overtreding.

Daar waar door gedaagden gemotiveerd wordt betwist dat [minderjarige] zich schuldig heeft gemaakt aan opruiend gedrag, is het aan eiseres te bewijzen dat [minderjarige] tijdens de wedstrijd NAC-Willem II op 23 september 2001 zaken op het veld en naar het gastenvak heeft gegooid.

Nu eiseres bewijs heeft aangeboden van haar stellingen door alle middelen rechtens, speciaal door het horen van getuigen (waaronder beveiligingspersoneelsleden en medewerkers van de betaaldvoetbalorganisatie) en het tonen van de videobeelden die door de bewakingscamera's zijn genomen, zal de kantonrechter haar op na te melden wijze hiertoe in de gelegenheid stellen.

Eiseres wordt, nu de betreffende standaardvoorwaarden niet bij de stukken zijn gevoegd, tevens in de gelegenheid gesteld bij akte de standaardvoorwaarden in het geding te brengen.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4. De beslissing

De kantonrechter:

- stelt eiseres in de gelegenheid op de rolzitting van woensdag 28 januari 2004 te 10.00 uur bij akte de standaardvoorwaarden in het geding te brengen;

- laat eiseres toe, draagt haar voor zover nodig ambtshalve op, te bewijzen dat [minderjarige] zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing door het gooien van zaken op het veld en naar het gastenvak tijdens de wedstrijd NAC-Willem II op 23 september 2001;

- verwijst de zaak naar voormelde rolzitting van woensdag 28 januari 2004 te 10.00 uur opdat eiseres dan bij akte meldt of zij wil trachten dat bewijs te leveren en zo ja, op welke wijze zij het verlangde bewijs wenst te leveren;

- bepaalt, voor het geval het bewijs bijgebracht zal worden door getuigen, dat eiseres uiterlijk op genoemde zitting het aantal en de personalia van de getuigen zal opgeven alsmede de verhinderdata van de getuigen en de gemachtigden van beide partijen in de komende drie maanden;

- bepaalt, dat eiseres voormelde mededelingen kan doen vóór voormelde terechtzitting door een schriftelijke opgave aan de griffie toe te zenden (Postbus 90003, 4800 PA Breda) of ter griffie af te geven;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.G.P.M. Spreuwenberg en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 januari 2004.