Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2004:AO3417

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
28-01-2004
Datum publicatie
20-02-2004
Zaaknummer
Zaaknummer: 295514 OV 04-189
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

............namens de kantonrechters te Breda, Tilburg en Bergen op Zoom aan [verweerder] medegedeeld dat zij het voornemen hebben om [verweerder] voor een periode tot 1 januari 2008 te weigeren als gemachtigde bij de locaties van de sector, .............

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

sector kanton - locaties Breda, Tilburg en Bergen op Zoom

BESCHIKKING

in de zaak van:

De kantonrechters te Breda, Tilburg en Bergen op Zoom: mrs Leijten,Bouwen,Koopman,Nuijten,Spreuwenberg,De Boer,Godrie, Kerkhofs, Poeth, Wallis,Verjans, Minnaar, Bruns en Van den Beld

tegen:[verweerder], wonende te [adres],

verwerende partij,

nader te noemen "[verweerder]"

1. Procesgang

De procedure is ingeleid met een brief van 18 november 2003 van de voorzitter van de sector Kanton, mr Leijten, aan [verweerder]. Daarin heeft deze namens de kantonrechters te Breda, Tilburg en Bergen op Zoom aan [verweerder] medegedeeld dat zij het voornemen hebben om [verweerder] voor een periode tot 1 januari 2008 te weigeren als gemachtigde bij de locaties van de sector, op een vijftal daarin genoemde redenen.

[verweerder] werd uitgenodigd om op 1 december 2003 te verschijnen om zijn standpunt hierop te geven en documenten in zijn voordeel te produceren.

Op 1 december 2003 heeft [verweerder] om uitstel van een week verzocht ter voorbereiding en omdat hij nog wachtte op transcript en cijferlijst uit de VS.

Bij faxbericht van 2 december heeft mr Leijten het verzochte uitstel toegestaan tot 8 december 2003 en nadere vragen aan [verweerder] geformuleerd.

Op 8 december 2003 heeft mr Leijten [verweerder] gehoord, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. [verweerder] verzocht en verkreeg de gelegenheid om tot 1 januari 2004 nog bewijsstukken over te leggen.

[verweerder] heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

De inhoud van deze stukken geldt hier als ingelast. Op die inhoud wordt voor zover nodig hierna teruggekomen.

2. Beoordeling

2.1 Vaststaande feiten:

[verweerder] is bij beschikking van 4 april 2003 door de kantonrechters te Bergen op Zoom voor de duur van een jaar geweigerd als gemachtigde aldaar op te treden omdat, kort gezegd, hij zich ten onrechte uitgaf voor meester in de rechten.

In hoger beroep hiervan heeft [verweerder], voor het eerst, toegegeven dat dit juist was.

Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch heeft in hoger beroep bij beschikking nr R 2003/333 van 8 juli 2003 de periode van weigering teruggebracht tot zes maanden.

De kantonrechters te Breda en Tilburg hebben bij beschikking van 6 juni 2003 dezelfde inhoudelijke beslissing genomen ten aanzien van [verweerder] als de kantonrechters te Bergen op Zoom.

Bij beschikking nr R 2003/509 van 24 september 2003 heeft genoemd Hof in het door [verweerder] aanhangig gemaakte hoger beroep deze laatste beschikking, weigering voor de periode van een jaar, gehandhaafd.

2.2 Nadien hebben zich nieuwe feiten voorgedaan die hierna worden genoemd en beoordeeld:

[verweerder] gaf zich uit voor Juris Doctor (J.D.), afgestudeerd aan de universiteit van Harvard in de V.S. Pas na confrontatie met een schriftelijke verklaring van deze universiteit dat hij deze titel niet van deze universiteit bezat, heeft [verweerder] toegegeven dat deze pretentie onwaar was.

[verweerder] bleef en blijft de titel J.D. voeren. Tijdens het verhoor op 8 december 2003 heeft hij gesteld dat hij deze titel heeft behaald aan de Universiteit St. Thomas in Miami in de V.S. Hij stelt dat hij Harvard had opgevoerd omdat deze universiteit algemeen bekend is en St. Thomas niet. Bewijsstukken van zijn graad aan St. Thomas zegt hij kwijt te zijn geraakt. Hij heeft ze ook na het verkregen uitstel niet overgelegd. Ten aanzien van deze titel herhaalt zich naar het oordeel van de kantonrechters de geschiedenis met betrekking tot de gepretendeerde Nederlandse meestertitel.

Op 8 december 2003 heeft [verweerder] verklaard dat hij de opleiding te Miami in drie jaar heeft behaald en drie jaar in Miami heeft verbleven. Dit was in de periode van juli 1999 tot juli 2002. Zijn verklaring daarover is echter innerlijk tegenstrijdig en ongeloofwaardig, omdat hij volgens eigen opgave in dezelfde periode ook volgde:

- een Meao opleiding, economisch-juridische afdeling, in Nederland,

- in het kader daarvan een stageperiode van maanden bij het Kantongerecht te Bergen op Zoom, en

- vanaf 2001 een opleiding aan de juridische faculteit van de KUB te Tilburg.

De kantonrechters houden het ervoor dat [verweerder] ten derde male ten onrechte een academische titel pretendeert. Hij gebruikt deze titel J.D. in het maatschappelijk verkeer bij de presentatie van zijn juridisch advieskantoor op zijn briefpapier. Daardoor misleidt hij het publiek omtrent zijn kwalificaties.

2.3 Voorts blijft [verweerder] ook anderszins zich schuldig maken aan dergelijke misleiding.

Zijn brief met uitstelverzoek van 1 december 2003 heeft aanleiding gegeven tot nadere vragen aan, en antwoorden van [verweerder]:

In het hoofd van het briefpapier staat onder de naam van het kantoor in opvallende letter vermeld: "Attorney's -Juristen -Merkengemachtigden- Belastingadviseurs".

[verweerder] heeft daaromtrent verklaard dat de enige jurist op het kantoor hijzelf is, op grond van de titel J.D. uit Miami.

Die titel voert hij zoals overwogen ten onrechte. Bovendien zal de aanduiding "jurist" voor het lokale en regionale publiek, de cliëntèle waarop [verweerder] zich in de kantongerechtsprakijk richt, misleidend zijn omdat men daarbij denkt aan een afgestudeerde meester in de rechten aan een Nederlandse universiteit. Dit moet [verweerder] beseffen en de kantonrechters houden het ervoor dat [verweerder] welbewust en wederom de beslissingen van het Gerechtshof heeft genegeerd en zijn belofte bij dat Hof om zich niet meer te bedienen van de meesterstitel daardoor wederom, nu naar de geest, heeft geschonden.

De "attorney" binnen het kantoor is [verweerder] naar eigen zeggen zelf. Hij zou lid zijn van de American Bar Association en van de Massachusets Bar Association.

De Kantonrechters hechten hieraan geen geloof nu de J.D. titel reeds ongeloofwaardig is en deze toch ten grondslag zal moeten liggen aan toelating tot de Bar, nog afgezien van het speciale toelatingsexamen. [verweerder] heeft ook van deze kwalificaties geen deugdelijke bewijsstukken in de vorm van getuigschriften overgelegd.

[verweerder] heeft voorts verklaard omtrent het opleidingsniveau van de medewerkers van zijn kantoor. Hijzelf, zo stelt hij, heeft een afgeronde MBO opleiding, Een medewerker heeft LTS. [verweerder] merkt deze medewerker en zichzelf aan als de "Merkengemachtigden" omdat zij enkele malen een merk hebben gedeponeerd.

Een andere medewerker heeft de opleiding Meao, economisch administratief.

Een andere medewerker wordt vermeld als "Adviseur Luchtvaartrecht". [verweerder] verklaart dat deze medewerker een Commercial Pilot Licence bezit, verkeersvlieger is en uitgebreid colleges heeft gehad over luchtvaartrecht.

De kwalificatie "Belastingadviseurs" baseert [verweerder] op het feit dat hij bezig is met de toelating tot de federatie van belastingadviseurs en een andere medewerker met een LOI opleiding tot belastingadviseur.

De kantonrechters zijn van oordeel dat [verweerder] in zijn briefhoofd te weidse pretenties opvoert gelet op de genoemde, binnen het kantoor aanwezige opleidingen en dus het publiek misleidt.

2.4 In het licht van de voorgeschiedenis is dit alles een voortzetting van de gedraging die reeds eerder heeft geleid tot de weigeringen als gemachtigde. Een voortzetting door een persoon die er niet voor terugschrok om zich bij die eerdere gedragingen te bedienen van door hem geproduceerde valse schriftelijke verklaringen van derden over de zogenaamd behaalde Nederlandse bul.

[verweerder] vermengt, in de hiervoor besproken opzichten, werkelijkheid en fantasie en verliest daardoor voor de kantonrechters de geloofwaardigheid die van een procesgemachtigde mag en dient te worden verlangd.

De kantonrechters menen op grond van het vorenoverwogene dat langdurige uitsluiting van [verweerder] als gemachtigde aangewezen is.

4. Beslissing

De kantonrechters:

Weigeren, ieder voor zich, bijstand of vertegenwoordiging door [verweerder] in aanhangige of nog aanhangige zaken in alle locaties van de sector Kanton van de Rechtbank te Breda tot 1 januari 2008.

Verklaren deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door de genoemde kantonrechters, uitgesproken ter openbare terechtzitting en verzonden door mr. Leijten op 28 januari 2004.