Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2004:AO3234

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
04-02-2004
Datum publicatie
09-02-2004
Zaaknummer
003416-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Pinpas fraude

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2004, 156
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Parketnummer: 003416-03

1 Partijen. Onderzoek van de zaak.

In de zaak onder voormeld parketnummer van de officier van justitie in het arrondissement Breda tegen:

[W.J.P.],

geboren op [geboorte datum en plaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda,

heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank het volgende vonnis gewezen.

De rechtbank heeft de gedingstukken gezien en de zaak onderzocht ter terechtzitting. Zij heeft de vordering van de officier van justitie gehoord en het verweer dat naar voren is gebracht door de verdachte en de raadsman, mr. Kok, advocaat te Rotterdam.

2 De tenlastelegging.

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het wetboek van strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht terzake dat

1

hij in of omstreeks de periode van 18 september 2002 tot en met

24 maart 2003 te Breda en/of Schiedam en/of Rumpt en/of Utrecht en/of Veghel

en/of Rotterdam en/of Doetinchem en/of Ten Boer en/of Roden en/of een/of

meerdere (andere) plaats(en) in Nederland, tezamen en in vereniging met

[M.K.] en/of [H.K.] en/of [C.A.] en/of [[Y.] [K.] en/of [H.Y.] en/of [B.D.] en/of [T.V.] en/of [H.D.]

en/of (een) ander(en), althans alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie,

die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- het opmaken of vervalsen ('skimmen') van betaalpassen en/of waardekaarten

(art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht) en/of

- het gebruik maken van en/of voorhanden hebben van valse en/of vervalste

waardekaarten en/of betaalpassen (art 232 lid 2 Wetboek van Strafrecht);

(art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

02 december 2002 tot en met 24 maart 2003 (telkens) te Schiedam en/of

Rotterdam en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer, betaalpas(sen)

en/of waardekaart(en), (telkens) bedoeld voor het verrichten van betalingen

langs geautomatiseerde weg, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens)

valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van een of meer, originele

betaalpas(sen) en/of (een) originele waardekaart(en) [die zijn/is aangeboden

ter betaling bij de betaalautomaat van het Totalpompstation aan de Horvathweg

te Schiedam in de periode 02 december 2002 21.21 uur t/m 03 december 2002

13.56 uur] gekopieerd/geladen naar/op (een) (betaal)pas(sen)/kaart(en) welke

waren/was voorzien van een magneetstrip (tengevolge waarvan met die

laatstgenoemde [valse of vervalste] [betaal/waarde]pas[sen]/kaart[en]

elektronische betalingen ten laste van de rechtmatig[e] eigena[a]r[en] van die

originele betaalpas[sen] en/of waardekaart[en] mogelijk waren/was geworden),

zulks (telkens) met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen;

(ZD-05 Schiedam)

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

02 december 2002 tot en met 03 december 2002, (telkens) te Schiedam, in elk

geval in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer, betaalpas(sen) en/of

waardekaart(en), (telkens) bedoeld voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, (telkens) valselijk op te maken en/of te vervalsen, door

(telkens) valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van een of meer,

originele betaalpas(sen) en/of (een) originele waardekaart(en) [die zijn/is

aangeboden ter betaling bij een betaalautomaat van het Totalpompstation aan de

Horvathweg te Schiedam in de periode 02 december 2002 21.21 uur t/m 03

december 2002 13.56 uur] te kopieren/laden naar/op (een)

(betaal)pas(sen)/kaart(en) welke zijn/is voorzien van een magneetstrip

{tengevolge waarvan met die laatstgenoemde [valse of vervalste]

[betaal/waarde]pas[sen]/kaart[en] elektronische betalingen ten laste van de

rechtmatig[e] eigena[a]r[en] van die originele betaalpas[sen] en/of

waardekaart[en] mogelijk worden/wordt}, zulks (telkens) met het oogmerk

zichzelf of een ander te bevoordelen, met een of meer van zijn mededaders,

althans alleen,

een betaalautomaat van het Totalpompstation gelegen aan de Horvathweg te

Schiedam hebben/heeft opengebroken/geforceerd/opengemaakt en/of (vervolgens)

een magneetstriplezer en/of en/of een folietoetsenbord(je) en/of twee

microcomputers (zgn M-units [ingebouwd in een zwart kastje]), (telkens)

geschikt/bestemd voor het (respectievelijk) aflezen/opslaan/registreren van

data-gegevens (te weten het rekeningnummer en/of de bijbehorende pincode van

een betaalpas en/of waardekaart), hebben/heeft ingebouwd en/of aangesloten

in/op die betaalautomaat,

van het Totalpompstation gelegen aan de Horvathweg te Schiedam, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid.

(ZD 05 Schiedam)

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 232 lid 2 Wetboek van Strafrecht

3

hij op een of meer tijdstip(pen) op 27 december 2002, (telkens) te Roden, in

elk geval in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer, betaalpas(sen) en/of

waardekaart(en), (telkens) bedoeld voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, (telkens) valselijk op te maken en/of te vervalsen, door

(telkens) valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van een of meer,

originele betaalpas(sen) en/of (een) originele waardekaart(en) [die zijn/is

aangeboden ter betaling bij een betaalautomaat van het Tamoilpompstation aan

de Kanaalstraat te Roden in de periode 27 december 2002 02.00 uur t/m 27

december 2002 09.00 uur] te kopieren/laden naar/op (een)

(betaal)pas(sen)/kaart(en) welke zijn/is voorzien van een magneetstrip

{tengevolge waarvan met die laatstgenoemde [valse of vervalste]

[betaal/waarde]pas[sen]/kaart[en] elektronische betalingen ten laste van de

rechtmatig[e] eigena[a]r[en] van die originele betaalpas[sen] en/of

waardekaart[en] mogelijk worden/wordt}, zulks (telkens) met het oogmerk

zichzelf of een ander te bevoordelen, met een of meer van zijn mededaders,

althans alleen,

een betaalautomaat van het Tamoilpompstation gelegen aan de Kanaalstraat te

Roden hebben/heeft opengebroken/geforceerd/opengemaakt en/of (vervolgens) een

folietoetsenbord(je) en/of een zwart kastje (inhoudende twee, althans een

microcomputer[s]), (telkens) geschikt/bestemd voor het (respectievelijk)

aflezen/opslaan/registreren van data-gegevens (te weten het rekeningnummer

en/of de bijbehorende pincode van een betaalpas en/of waardekaart),

hebben/heeft ingebouwd en/of aangesloten in/op die betaalautomaat van het

Tamoilpompstation gelegen aan de Kanaalstraat te Roden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid.

(ZD 07 Roden)

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

19 januari 2003 t/m 24 maart 2003 (telkens) te Rumpt en/of Rotterdam en/of

elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer, betaalpas(sen) en/of

waardekaart(en), (telkens) bedoeld voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers

hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk de

oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van een of meer, originele

betaalpas(sen) en/of (een) originele waardekaart(en) [die zijn/is aangeboden

ter betaling bij een betaalautomaat van het Texacotankstation aan de

Provincialeweg-West te Rumpt, gemeente Geldermalsen, in de periode 19 januari

2003 09.27 uur t/m 22 januari 2003 10.35 uur] gekopieerd/geladen naar/op (een)

(betaal)pas(sen)/kaart(en) welke waren/was voorzien van een magneetstrip

(tengevolge waarvan met die laatstgenoemde [valse of vervalste]

[betaal/waarde]pas[sen]/kaart[en] elektronische betalingen ten laste van de

rechtmatig[e] eigena[a]r[en] van die originele betaalpas[sen] en/of

waardekaart[en] mogelijk waren/was geworden), zulks (telkens) met het oogmerk

zichzelf of een ander te bevoordelen;

(ZD-11 Rumpt)

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

19 januari 2003 t/m 22 januari 2003, (telkens) te Rumpt, gemeente

Geldermalsen, in elk geval in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om (telkens) tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer, betaalpas(sen)

en/of waardekaart(en), (telkens) bedoeld voor het verrichten van betalingen

langs geautomatiseerde weg, (telkens) valselijk op te maken en/of te

vervalsen, door (telkens) valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens

van een of meer, originele betaalpas(sen) en/of (een) originele

waardekaart(en) [die zijn/is aangeboden ter betaling bij een betaalautomaat

van het Texacotankstation gelegen aan de Provincialeweg-west te Rumpt in de

periode 19 januari 2003 09.27 uur t/m 22 januari 2003 10.35 uur] te

kopieren/laden naar/op (een) (betaal)pas(sen)/kaart(en) welke zijn/is voorzien

van een magneetstrip {tengevolge waarvan met die laatstgenoemde [valse of

vervalste] [betaal/waarde]pas[sen]/kaart[en] elektronische betalingen ten

laste van de rechtmatig[e] eigena[a]r[en] van die originele betaalpas[sen]

en/of waardekaart[en] mogelijk worden/wordt}, zulks (telkens) met het oogmerk

zichzelf of een ander te bevoordelen, met een of meer van zijn mededaders,

althans alleen,

een betaalautomaat van het Texacotankstation gelegen aan de

Provincialeweg-west te Rumpt hebben/heeft opengebroken/geforceerd/opengemaakt

en/of (vervolgens) een magneetkaartlezer en/of twee, althans een,

microcomputers (zgn M-units) en/of een folietoetsenbord(je), (telkens)

geschikt/bestemd voor het aflezen/opslaan/registreren van data-gegevens (te

weten het rekeningnummer en/of de bijbehorende pincode van een betaalpas en/of

waardekaart), hebben/heeft ingebouwd en/of aangesloten in/op die

betaalautomaat van het Texacotankstation gelegen aan de Provincialeweg-west te

Rumpt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid.

(ZD 11 Rumpt)

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 232 lid 2 Wetboek van Strafrecht

5

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van

25 december 2002 tot en met 28 januari 2003, (telkens) te Ten Boer, in elk

geval in Nederland, (telkens) ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer, betaalpas(sen) en/of

waardekaart(en), (telkens) bedoeld voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, (telkens) valselijk op te maken en/of te vervalsen, door

(telkens) valselijk de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van een of meer,

originele betaalpas(sen) en/of (een) originele waardekaart(en) [die zijn/is

aangeboden ter betaling bij een betaalautomaat van het Totaltankstation aan de

Groene Zoom te Ten Boer in de periode 25 december 2002 00.06 uur t/m 28

januari 2003 16.00 uur] te kopieren/laden naar/op (een)

(betaal)pas(sen)/kaart(en) welke zijn/is voorzien van een magneetstrip

{tengevolge waarvan met die laatstgenoemde [valse of vervalste]

[betaal/waarde]pas[sen]/kaart[en] elektronische betalingen ten laste van de

rechtmatig[e] eigena[a]r[en] van die originele betaalpas[sen] en/of

waardekaart[en] mogelijk worden/wordt}, zulks (telkens) met het oogmerk

zichzelf of een ander te bevoordelen, met een of meer van zijn mededaders,

althans alleen,

een betaalautomaat van het Totaltankstation gelegen aan de Groene Zoom te Ten

Boer hebben/heeft opengebroken/geforceerd/opengemaakt en/of (vervolgens) een

magneetstriplezer en/of een folietoetsenbord(je) en/of twee microcomputers

(zgn M-units [ingebouwd in een zwart kastje]), (telkens) geschikt/bestemd voor

het (respectievelijk) aflezen/opslaan/registreren van data-gegevens (te weten

het rekeningnummer en/of de bijbehorende pincode van een betaalpas en/of

waardekaart), hebben/heeft ingebouwd en/of aangesloten in/op die

betaalautomaat, van het Totaltankstation gelegen aan de Groene Zoom te Ten

Boer, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is

voltooid.

(ZD 12 Ten Boer)

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/ond 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

25 januari 2003 t/m 28 januari 2003 te Rotterdam en/of Utrecht en/of

Nieuwegein en/of Woerden en/of IJsselstein en/of Huizen en/of Groningen en/of

Hilversum en/of Bussem en/of Emmeloord en/of Montfoort en/of Culemborg en/of

de Meern, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft

gemaakt van (een) (groot aantal) valse of vervalste betaalpas(sen) en/of

waardekaart(en), bedoeld voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, als ware die betaalpas(sen) en/of betaalkaart(en) echt

en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken (telkens) hierin dat hij, verdachte

en/of zijn mededader(s) toen en daar (telkens):

met behulp van die valse of vervalste betaalpas(sen) en/of betaalkaart(en)

(een) (groot aantal) geldopname(s) en/of pintransactie(s) hebben/heeft

gedaan/verricht bij (een) geldautoma(a)t(en) en/of (een) bedrijf/bedrijven

ten bedrage van (totaal) 119.100,00 Euro, althans (telkens) enig geldbedrag,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat (telkens) valselijk:

de oorspronkelijke (magneetstrip)gegevens van 52, althans een of meer,

originele betaalpas(sen) en/of (een) originele waardekaart(en) waren/was

gekopieerd/geladen naar/op (een) (betaal)pas(sen)/kaart(en) welke waren/was

voorzien van een magneetstrip (tengevolge waarvan met die laatstgenoemde

[valse of vervalste] [betaal/waarde]pas[sen]/kaart[en] elektronische

betalingen ten laste van de rechtmatig[e] eigena[a]r[en] van die originele

betaalpas[sen] en/of waardekaart[en] mogelijk waren/was geworden),

in elk geval (telkens) opzettelijk (een) zodanige valse en/of vervalste

betaalpas(sen) en/of waardekaart(en) (telkens) hebben/heeft afgeleverd of

voorhanden heeft/hebben gehad, zulks (telkens) terwijl hij, verdachte en/of

zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moesten/moest vermoeden dat

die betaalpas(sen) of waardekaart(en) (telkens) bestemd waren/was voor zodanig

gebruik;

(ZD-13 Rotterdam)

art 232 lid 2 Wetboek van Strafrecht

3 De geldigheid van de dagvaarding.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4 De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5 De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De verdediging heeft verzocht om de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren wegens het achterhouden van ontlastend materiaal in de vorm van video-opnames terzake het tenlastegelegde feit 6.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting nadrukkelijk verklaard dat deze video-opnames, voor zover zij al zouden bestaan, niet aan de politie zijn overhandigd.

Nu niet is gebleken dat de door de verdediging bedoelde video-opnames aan de politie zijn overhandigd, mist het verweer van de verdediging, naar het oordeel van de rechtbank, feitelijke grondslag.

6 Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7 De bewezenverklaring.

7.1 Vrijspraak en de gronden daarvoor.

Door het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 2 primair en feit 4 primair is ten laste gelegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

7.2 Hetgeen bewezen is.

Door het onderzoek ter terechtzitting is evenwel naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1

in de periode van 18 september 2002 tot en met

24 maart 2003 te Schiedam en Rumpt en Utrecht

en Rotterdam en Ten Boer en Roden enandere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met

[[Y[K.] heeft deelgenomen aan een organisatie,

die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk:

- het opmaken of vervalsen ('skimmen') van betaalpassen en/of waardekaarten

(art 232 lid 1 Wetboek van Strafrecht) en

- het gebruik maken van en/of voorhanden hebben van valse en/of vervalste

waardekaarten en/of betaalpassen (art 232 lid 2 Wetboek van Strafrecht);

2 subsidiair

op tijdstippen gelegen in de periode van

02 december 2002 tot en met 03 december 2002, te Schiedam, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

anderen, opzettelijk betaalpassen en/of

waardekaarten, telkens bedoeld voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, telkens valselijk op te maken door

valselijk de oorspronkelijke magneetstripgegevens van

originele betaalpassen en/of originele waardekaarten te kopieren/laden naar/op (een)

(betaal)pas(sen)/kaart(en) welke zijn voorzien van een magneetstrip

, zulks met het oogmerk

zichzelf of een ander te bevoordelen, met een of meer van zijn mededaders,

een betaalautomaat van het Totalpompstation gelegen aan de Horvathweg te

Schiedam heeft opengemaakt envervolgens

een magneetstriplezer en een folietoetsenbord(je) en twee

microcomputers (zgn M-units [ingebouwd in een zwart kastje]),

geschikt/bestemd voor het aflezen/opslaan/registreren van

data-gegevens (te weten het rekeningnummer en de bijbehorende pincode van

een betaalpas en/of waardekaart), heeft ingebouwd en aangesloten

in/op die betaalautomaat,

van het Totalpompstation gelegen aan de Horvathweg te Schiedam, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3

op 27 december 2002, te Roden, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

anderen, opzettelijk betaalpassen en/of

waardekaarten, telkens bedoeld voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, telkens valselijk op te maken door

valselijk de oorspronkelijke magneetstripgegevens van

originele betaalpassen en/of originele waardekaarten te kopieren/laden naar/op (een)

(betaal)pas(sen)/kaart(en) welke zijn voorzien van een magneetstrip

, zulks met het oogmerk

zichzelf of een ander te bevoordelen, met een of meer van zijn mededaders,

een betaalautomaat van het Tamoilpompstation gelegen aan de Kanaalstraat te

Roden heeft opengemaakt envervolgens een

folietoetsenbord(je) en een zwart kastje bestemd voor het

aflezen/opslaan/registreren van data-gegevens (te weten het rekeningnummer

en/of de bijbehorende pincode van een betaalpas en/of waardekaart),

heeft ingebouwd en aangesloten in/op die betaalautomaat van het

Tamoilpompstation gelegen aan de Kanaalstraat te Roden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4 subsidiair

op tijdstippen gelegen in de periode van

19 januari 2003 t/m 22 januari 2003, te Rumpt, gemeente

Geldermalsen, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk betaalpassen

en/of waardekaarten, telkens bedoeld voor het verrichten van betalingen

langs geautomatiseerde weg, telkens valselijk op te maken door valselijk de oorspronkelijke magneetstripgegevens

van originele betaalpassen en/of originele

waardekaarten te

kopieren/laden naar/op (een) (betaal)pas(sen)/kaart(en) welke zijn voorzien

van een magneetstrip , zulks met het oogmerk

zichzelf of een ander te bevoordelen, met een of meer van zijn mededaders,

een betaalautomaat van het Texacotankstation gelegen aan de

Provincialeweg-west te Rumpt heeft opengemaakt

en twee, althans een,

microcomputer(s) en een folietoetsenbord(je), telkens

geschikt/bestemd voor het aflezen/opslaan/registreren van data-gegevens (te

weten het rekeningnummer en/of de bijbehorende pincode van een betaalpas en/of

waardekaart), heeft ingebouwd en aangesloten in/op die

betaalautomaat van het Texacotankstation gelegen aan de Provincialeweg-west te

Rumpt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

5

op tijdstippen gelegen in de periode van

25 december 2002 tot en met 28 januari 2003, te Ten Boer, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

anderen, opzettelijk betaalpassen en/of

waardekaarten, telkens bedoeld voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, telkens valselijk op te maken door

valselijk de oorspronkelijke magneetstripgegevens van

originele betaalpassen en/of originele waardekaarten te kopieren/laden naar/op (een)

(betaal)pas(sen)/kaart(en) welke zijn voorzien van een magneetstrip

, zulks met het oogmerk

zichzelf of een ander te bevoordelen, met een of meer van zijn mededaders,

een betaalautomaat van het Totaltankstation gelegen aan de Groene Zoom te Ten

Boer heeft opengemaakt envervolgens

een folietoetsenbord(je) en microcomputer(s)

, geschikt/bestemd voor

het aflezen/opslaan/registreren van data-gegevens (te weten

het rekeningnummer en/of de bijbehorende pincode van een betaalpas en/of

waardekaart), heeft ingebouwd en aangesloten in/op die

betaalautomaat, van het Totaltankstation gelegen aan de Groene Zoom te Ten

Boer, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid.

6

op tijdstippen in de periode van

25 januari 2003 t/m 28 januari 2003 te Rotterdam opzettelijk gebruik heeft

gemaakt van een aantal valse betaalpassen , bedoeld voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, als ware die betaalpassen echt

en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken telkens hierin dat hij, verdachte

toen en daar telkens:

met behulp van die valse betaalpassen

een aantal geldopnames heeft

verricht bij geldautomat(en)

ten bedrage van enig geldbedrag,

en bestaande die valsheid hierin dat valselijk:

de oorspronkelijke magneetstripgegevens van

originele betaalpassen waren

gekopieerd naarpassen/kaarten welke waren

voorzien van een magneetstrip (tengevolge waarvan met die laatstgenoemde

valse passen/kaarten elektronische

betalingen ten laste van de rechtmatige eigenaren van die originele

betaalpassen mogelijk waren geworden)

;

Hetgeen onder de feiten 1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8 Het bewijs.

De overtuiging van de rechtbank, dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

8.1 De bewijsmiddelen.

8.2 De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.

· bewijsuitsluiting

- DNA

Naar aanleiding van een daartoe gedane vordering van de officier van justitie tot afname van celmateriaal bij verdachte ten behoeve van een DNA-onderzoek, heeft de rechter-commissaris op 28 april 2003 verdachte hieromtrent gehoord. Verdachte heeft tijdens dit verhoor verklaard voor de afname van celmateriaal toestemming te verlenen, onder de voorwaarde dat zijn celmateriaal slechts voor onderzoek in de onderhavige strafzaak zou mogen worden gebruikt.

Op 19 mei 2003 heeft de rechter-commissaris vervolgens bevolen dat van verdachte celmateriaal dient te worden afgenomen ten behoeve van DNA-onderzoek.

Uit het proces-verbaal van 26 mei 2003 blijkt dat de verzegeling van het DNA-materiaal van verdachte niet geheel correct was uitgevoerd. Hierop heeft de officier van justitie ter zitting van 4 juli 2003 medegedeeld dat zij een nieuw DNA-onderzoek via de rechter-commissaris zou opstarten.

In dit kader heeft de rechter-commissaris -zonder verdachte daartoe opnieuw te horen - op

14 juli 2003 nogmaals bevolen dat van verdachte celmateriaal dient te worden afgenomen ten behoeve van DNA-onderzoek.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld dat, nu verdachte in strijd met de wet niet door rechter-commissaris is gehoord terzake afname van celmateriaal, het bevel van 14 juli 2003 onrechtmatig is gegeven, zodat de resultaten van het daaropvolgende onderzoek niet voor het bewijs mogen worden gebezigd.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en overweegt daartoe het volgende.

Hoewel verdachte formeel gezien vóór afgifte van het tweede bevel van 14 juli 2003 opnieuw gehoord had moeten worden door de rechter-commissaris, is verdachte naar het oordeel van de rechtbank door voormelde handelwijze niet in zijn belangen is geschaad. Dit geldt met name niet, nu verdachte vóór afgifte van het eerste bevel van de rechter-commissaris d.d.

19 mei 2003 wél was gehoord en de afgifte van het tweede bevel d.d. 14 juli 2003 naar het oordeel van de rechtbank slechts gezien dient te worden als een voortzetting van het reeds opgestarte DNA-onderzoek, nu eerdere verzegeling van verdachtes celmateriaal was mislukt.

Daarbij is niet door of namens verdachte naar voren gebracht dat hij niet wenste mee te werken aan het ten tweede male afnemen van DNA-materiaal.

- observatie te Schiedam

De raadsman heeft voorts betoogd dat het proces-verbaal van observatie te Schiedam d.d.

10 december 2002 van het bewijs dient te worden uitgesloten, gelet op de onjuiste weergave van enkele namen van verdachten in voornoemd proces-verbaal.

De rechtbank verwerpt dit verweer nu voornoemd proces-verbaal van observatie slechts als bewijs is gebezigd voor wat betreft de beschreven handelingen aldaar. Voornoemd proces-verbaal is door de rechtbank niet als bewijsmiddel gebezigd terzake de identificatie van de diverse individuele verdachten.

· criminele organisatie

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat er sprake is van een criminele organisatie.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de medeverdachten [Y.] en [K.] voor verdachte elektronische apparatuur in diverse steden in Duitsland hebben gekocht en dat verdachte zich samen met [Y.] en [K.] een aantal maanden heeft bezig gehouden met het trachten te manipuleren van betaalautomaten van onbemande tankstations in Nederland. Hierbij werden door verdachte en voornoemde [Y.] en [K.] de diverse zich in Nederland bevindende onbemande tankstations in kaart gebracht, waarbij verdachte zich concentreerde op het vinden van dergelijke tankstations in het zuiden van Nederland en [Y.] en [K.] zich richtten op het noorden van Nederland.

Bij het manipuleren van betaalautomaten vervulde verdachte een duidelijk technische rol, terwijl [Y.] en [K.] een uitvoerende rol in het geheel speelden. Laatstgenoemden voerden veelal de daadwerkelijke werkzaamheden aan de betaalautomaten uit, terwijl zij ook zorg droegen voor de huur van autobussen.

Uit bovengenoemde omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat verdachte gedurende een zekere tijd gestructureerd samenwerkte met zijn mededaders Zeki [Y.] en [O.] [K.] en er derhalve sprake is geweest van een criminele organisatie, zoals omschreven in artikel 140 van het wetboek van strafrecht.

· poging

- geen begin van uitvoering

Ten aanzien van de onder 2 tot en met 5 tenlastegelegde pogingen tot het valselijk opmaken van betaalpassen heeft de raadsman betoogd dat er slechts sprake kan zijn van een begin van uitvoering als de dader begonnen is met de in de delictsomschrijving neergelegde handeling, in casu het opmaken of vervalsen zelf. De raadsman is van mening dat daarvan in casu geen sprake is. Er zijn volgens de raadsman hoogstens gegevens afgetapt van originele betaalkaarten, maar er zijn in het geheel geen gekopieerde kaarten met afgetapte gegevens bij verdachte en zijn medeverdachten aangetroffen.

Overigens heeft verdachte volgens de raadsman nimmer de intentie gehad om betaalkaarten te kopiëren, maar was hij slechts geïnteresseerd in de vraag of pincodes, in tegenstelling tot wat bankinstellingen hun klanten willen doen geloven, ook daadwerkelijk op betaalpassen zijn terug te vinden.

Terzake het door de raadsman gevoerde betoog stelt de rechtbank zich op het standpunt dat per delict dient te worden vastgesteld wat de karakteristieke handelingen zijn die maken dat een begin van uitvoering dient te worden aangenomen.

Hierbij is de rechtbank van oordeel dat reeds het enkele openschroeven van een betaalautomaat bij een onbemand tankstation voldoende is om in casu een begin van uitvoering aan te nemen. Deze handeling is naar het oordeel van de rechtbank direct gericht op de voltooiing van het opmaken van betaalpassen, nu de pasgegevens - welke essentieel zijn voor het opmaken van betaalpassen - slechts verkregen kunnen worden via een gemanipuleerde kaartlezer welke in de betaalautomaat dient te worden geplaatst.

Het betoog van de raadsman dat verdachte zich slechts uit interesse in het opsporen van pinpasgegevens op betaalkaarten met diverse betaalautomaten van onbemande tankstations bezighield, acht de rechtbank onaannemelijk. Verdachte (feit 6) en medeverdachten hebben immers met gebruikmaking van dezelfde techniek betaalkaarten gekopieerd en opnames gedaan van rekeningen van anderen.

- ondeugdelijke poging

Voor zover er wel sprake zou zijn van een begin van uitvoering ten aanzien van de onder 2 tot en met 5 tenlastegelegde pogingen, heeft de raadsman betoogd dat er in dat geval sprake is van ondeugdelijke pogingen, nu met de aangetroffen apparatuur in de betaalautomaten niet alle gegevens konden worden verzameld die noodzakelijk waren om een bruikbare betaalpas op te maken.

De rechtbank stelt voorop dat uit onderzoek niet telkens duidelijk is gebleken welke elektronische apparatuur er nu precies in de betaalzuilen van de onbemande tankstations was aangebracht. Wel staat voor de rechtbank, met name op grond van de zaak [S.] Rotterdam, onomstotelijk vast dat er technische apparatuur verkrijgbaar is voor particulieren die magneetstripgegevens van betaalpassen en pincodes kan opslaan. Tevens blijkt uit de dossierstukken dat dergelijke apparatuur in het verleden is aangeschaft door verdachte [P.], terwijl ook uit de verklaringen van [H.K.] en [C.A.] blijkt dat [P.] apparatuur voor het kopiëren van pasjes kon leveren. Ayvaz verklaart bovendien dat verdachte de technische kennis zou bezitten om apparatuur in betaalautomaten te installeren en dat hij, verdachte, al ruim 7 á 8 jaar de techniek in huis had om betaalpassen te kopiëren.

Uit bovengenoemde feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat er ten aanzien van de onder 2 tot en met 5 tenlastegelegde pogingen geen sprake is geweest van (absoluut) ondeugdelijke pogingen.

· Feit 6 / video-opnames

De verdediging heeft het openbaar ministerie verzocht nader onderzoek te verrichten naar de video-opnames van de frauduleuze pintransacties in de zaak [S.] Rotterdam. De raadsman verwijst in dit verband naar hetgeen hieromtrent in de aangifte van Interpay Nederland B.V. is opgenomen.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting verklaard dat deze video-opnames, voor zover zij al zouden bestaan, niet aan de politie zijn overhandigd.

De rechtbank acht het niet noodzakelijk het onderzoek ten aanzien van dit punt te heropenen omdat, ook indien uit de video-opnames zou blijken dat verdachte niét de feitelijke pintransacties heeft verricht, verdachte geen enkele redelijke verklaring heeft gegeven voor het aantreffen van de drie postbanktickets in zijn personenauto waarop frauduleuze pintransacties staan vermeld die werden verricht aan het Ambachtsplein te Rotterdam op

25 januari 2003.

Op grond van deze drie postbanktickets en de overige bewijsmiddelen, staat voor de rechtbank de betrokkenheid van verdachte bij feit 6, te weten het pinnen met valse betaalpassen, vast.

9 De strafbaarheid van het bewezene.

Het ten laste van verdachte bewezen verklaarde levert de volgende misdrijven op:

Feit 1:

Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Feiten 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair en 5, telkens:

Poging tot het medeplegen van het opzettelijk valselijk opmaken van een betaalpas of waardekaart bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen, meermalen gepleegd.

Feit 6:

Opzettelijk gebruik maken van een valse betaalpas als ware deze echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

10 De strafbaarheid van verdachte.

Verdachte is strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard, nu niet is gebleken van enige omstandigheid die zijn strafbaarheid zou opheffen.

11 De straffen en maatregelen.

11.1 De algemene overwegingen omtrent de straf.

Op grond van de aard van het bewezene alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, die zij hierna zal bepalen.

11.2 De bijzondere overwegingen omtrent de straf.

Verdachte heeft in de periode september 2002 tot en met maart 2003 deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezighield met het skimmen/vervalsen van betaalpassen en het gebruik maken van deze passen. Verdachte heeft gedurende deze periode binnen de criminele organisatie een belangrijke rol vervuld.

De werkwijze van verdachte en zijn mededaders kenmerkte zich door bij diverse onbemande tankstations te Nederland gemanipuleerde kaartlezers in betaalautomaten aan te sluiten. Door middel van dergelijke gemanipuleerde kaartlezers werd tot viermaal toe op zeer professionele wijze gepoogd de magneetstripinformatie en de pincodes van een groot aantal betaalpassen te dupliceren, waarna zonder toestemming geld van de bankrekeningen van de oorspronkelijke pashouders zou kunnen worden opgenomen.

Voorts heeft verdachte zich in januari 2003 te Rotterdam schuldig gemaakt aan het pinnen met een aantal valse pasjes, waarbij door hem geldbedragen werden buitgemaakt.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte terzake de feiten

1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar.

De rechtbank acht de bewezenverklaarde feiten zeer ernstig van aard. Zij heeft bij het bepalen van de strafmaat in aanmerking genomen dat verdachte deze feiten puur uit winstbejag heeft gepleegd. Door zijn handelwijze heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op het vertrouwen van de consument en de acceptant in zowel het betaalnetwerk als de pinpas. Daarnaast heeft de handelwijze geleid tot financiële schade voor de Nederlandse banken.

Bij de beoordeling van de strafmaat heeft de rechtbank er in het voordeel van verdachte rekening mee gehouden dat verdachte terzake soortgelijke feiten nog niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank heeft zich geen oordeel kunnen vormen omtrent de persoonlijke omstandigheden van verdachte, nu geen voorlichtingsrapport is opgesteld en verdachte tot op de dag van de terechtzitting gebruik heeft gemaakt van zijn zwijgrecht.

Alles tegen elkaar afwegende kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te melden duur met zich medebrengt.

12 De overwegingen omtrent de vordering van de benadeelde partij.

De benadeelde partij Interpay Nederland B.V. heeft schadevergoeding gevorderd tot een bedrag van €. 654.568,08 terzake van hetgeen hierboven bewezen is verklaard.

Aangezien Interpay Nederland B.V. optreedt namens de gezamenlijke banken die de rekeninghouders schadeloos hebben gesteld, kan zij evenwel niet worden aangemerkt als degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, als bedoeld in artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering. Interpay Nederland B.V. is derhalve niet bevoegd zich als benadeelde partij in dit strafproces te voegen. De rechtbank zal Interpay Nederland B.V. niet ontvankelijk verklaren in haar vordering. Interpay Nederland B.V. kan haar vordering alsnog bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

13 De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 45, 47, 57, 140 en 232 van het wetboek van strafrecht.

14 De beslissing.

RECHTDOENDE beslist de rechtbank als volgt.

Zij verklaart de officier van justitie ontvankelijk in haar vordering.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder de feiten 2 primair en 4 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 7.2 is omschreven.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder de feiten 1, 2 subsidiair, 3, 4 subsidiair,

5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de onder 9 vermelde strafbare feiten.

Zij verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Zij veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar.

Zij bepaalt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht in mindering zal worden gebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf.

Zij bepaalt dat de benadeelde partij Interpay Nederland B.V. niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Zij veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, begroot op nihil.(BP.16)

Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Heuvel, voorzitter, mr. Van Oijen en mr. Schoonen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Roelandt en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 4 februari 2004.