Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2004:AO2437

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
27-01-2004
Datum publicatie
27-01-2004
Zaaknummer
128941 / KG ZA 04-41
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vellen van bomen op eigen perceel is onder omstandigheden onrechtmatig jegens belanghebbenden (aanleg golfbaan Teteringen).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

128941 / KG ZA 04-41 RECHTBANK BREDA

27 januari 2004 Sector handelsrecht

Voorzieningenrechter

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

1. MILIEUVERENIGING OOSTERHOUT,

gevestigd te Oosterhout,

2. de vereniging

NATUUR- EN MILIEUVERENIGING TETERINGEN,

zetelend te Teteringen,

3. de vereniging

IVN MARK EN DONGE,

zetelend te Breda,

4. [eiser ],

wonende te Teteringen, gemeente Breda,

5. [eiser],

wonende te Teteringen, gemeente Breda,

6. [eiser],

wonende te Teteringen, gemeente Breda,

7. [eiseres],

wonende te Teteringen, gemeente Breda,

e i s e r s,

procureur: mr. N.Th. ter Haar Romeny,

advocaten: mr. N.Th. ter Haar Romeny en mr. B. Jongedijk-Eijsink,

t e g e n :

1. GEMEENTE BREDA,

zetelend te Breda,

procureur: mr. B.P.M. van Ravels,

2. de besloten vennootschap

DE WILDE PROJEKTMANAGEMENT B.V.,

kantoorhoudend te Tilburg,

vertegenwoordigd door haar directeur H. de Wilde,

3. MISSIEHUIS SINT FRANCISCUS XAVERIUS,

kantoorhoudend te Teteringen, gemeente Breda,

vertegenwoordigd door haar gemachtigde P. Veugelers,

4. [gedaagde],

wonende te Teteringen, gemeente Breda,

verschenen in persoon,

g e d a a g d e n.

1. Het verloop van het geding.

Dit blijkt uit de navolgende, door partijen ter vonniswijzing overgelegde stukken:

- de dagvaarding d.d. 24 januari 2004;

- de akte houdende wijziging van eis;

- de pleitnota en producties van mr. Ter Haar Romeny.

Partijen hebben ter zitting van 26 januari 2004 hun stellingen nader toegelicht.

2. Het geschil.

Eisers vorderen, na wijziging van eis, om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut, gedaagden te verbieden om - zolang ingevolge de daartoe gegeven dan wel te geven uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, sector bestuursrecht, de in de dagvaarding genoemde bestreden besluiten zijn geschorst, - enige activiteit in het plangebied te (doen of laten) verrichten welke in strijd is met de door de voorzieningenrechter van deze rechtbank, sector bestuursrecht, bepaalde c.q. bij volgende uitspraak te bepalen schorsing van de bestreden besluiten en welke activiteit is aan te merken als aanleg van de door De Wilde beoogde golfbaan dan wel voorbereidings-handeling daartoe, alles op straffe van een dwangsom van € 500.000,- voor elke dag dat gedaagden dan wel één van hen zich, aansluitend aan de betekening van dit vonnis, niet aan enig onderdeel van dit vonnis mocht houden, met machtiging aan eisers om dit vonnis ten aanzien van het daarin bepaalde verbod zelf ten uitvoer te (doen) leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, en met veroordeling van gedaagden in de kosten van het geding.

Elk der gedaagden heeft de vordering bestreden.

3. De voorlopige beoordeling en de gronden daarvoor.

3.1

Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

- Projektontwikkelaar De Wilde Projektmanagement B.V., verder te noemen: De Wilde B.V., heeft het plan opgevat om ten noorden van de Laanzichtweg te Teteringen een golfbaan aan te leggen in het gebied 'Om de Haenen'.

- De grond waarop de golfbaan is geprojecteerd, is deels eigendom van de gemeente Breda, deels van De Wilde B.V. en deels van gedaagde sub 3, verder te noemen: Missiehuis SVD.

- De Wilde B.V. heeft met Missiehuis SVD een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot het betreffende perceel van Missiehuis SVD, zulks onder de voor-waarde dat de golfbaan kan worden gerealiseerd.

- Op 12 november 2002 heeft De Wilde B.V., samen met de gemeente Breda als mede-eigenaar, bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verder te noemen: B&W, een aanvraag ingediend ter verkrijging van een vergunning voor de kap van diverse bomen, struweel en bosschages ten behoeve van de aanleg van golfbaan 'Om de Haenen".

- Op 19 december 2001 heeft De Wilde B.V. ten behoeve van de aanleg van golfbaan 'Om de Haenen' B&W verzocht om vrijstelling ex artikel 19 lid 1 WRO van het vigerende bestemmingsplan. Ingevolge dat bestemmingsplan rust op het plangebied een agrarische bestemming.

- Bij primair besluit van 12 maart 2003 hebben B&W de door De Wilde B.V. en de gemeente Breda gevraagde kapvergunning verleend.

- Bij primair besluit van 4 juni 2003 hebben B&W de door De Wilde B.V. gevraagde vrijstelling van het bestemmingsplan verleend voor de aanleg van golfbaan 'Om de Haenen'.

- Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen voornoemde besluiten van B&W.

- Op vordering van een aantal eisers heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, sector bestuursrecht, bij uitspraak van 17 september 2003 beide primaire besluiten geschorst tot zes weken na de verzending van de beslissingen op de bezwaren tegen deze besluiten.

- Bij een op 18 december 2003 verzonden beslissing op bezwaar hebben B&W het besluit tot verlening van vrijstelling van het bestemmingsplan aan De Wilde B.V. gehandhaafd. De schorsing van de verleende vrijstelling loopt derhalve tot en met 29 januari 2003. Op de bezwaren tegen de kapvergunning hebben B&W tot op heden nog niet beslist.

- In de ochtend van zaterdag 24 januari 2004 hebben eisers sub 6 en 7, die aan de noordzijde van het plangebied wonen, geconstateerd dat een shovel doende was om op het aangrenzend perceel van Missiehuis SVD het terrein te ontdoen van bomen, bosschages en oneffenheden. De machinist van de shovel zei hen een opdracht tot het verrichten van die werkzaamheden te hebben ontvangen van gedaagde sub 4, verder te noemen: Veugelers.

3.2

De vordering van eisers is gebaseerd op de stelling dat het verrichten van activiteiten in het kader van de aanleg van golfbaan 'Om de Haenen', als gevolg van de schorsing van de eerdergenoemde primaire besluiten van B&W en een ontgrondingsvergunning door de voorzieningenrechter, niet is toegestaan, noch door de gemeente en De Wilde B.V. noch door derden. Eisers stellen dat de afgelopen zaterdag verrichte activiteiten op instructie dan wel met kennelijke instemming van de gemeente Breda en De Wilde B.V. hebben plaatsgevonden en jegens eisers onrechtmatig zijn.

3.3

Door Veugelers is aangevoerd dat hij namens Missiehuis SVD opdracht heeft gegeven om het betreffende perceel te schonen, zulks met de bedoeling om er maïs te planten. Hij heeft tevens gesteld dat die activiteiten niet vergunningplichtig zijn en dat hij te goeder trouw heeft gehandeld. De gemeente Breda en De Wilde B.V. ontkennen vooraf op de hoogte te zijn geweest van de betreffende activiteiten en daar opdracht of instemming toe te hebben gegeven.

3.4

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de eigenaar van een perceel gerechtigd is om (binnen de grenzen van het vigerende bestemmingsplan) zijn perceel naar eigen inzicht in te richten en te gebruiken, behoudens voorzover voor een bepaalde inrichting of gebruik een vergunning van het bevoegde gezag is vereist. In beginsel moet Missiehuis SVD dan ook bevoegd worden geacht om haar grond te schonen ten behoeve van de aanplant van maïs, mits voor het schonen geen vergunning is vereist. Uit mededelingen van eisers, Veugelers en de gemeente Breda ter zitting volgt dat voor het verwijderen van de jonge bomenaanplant op dat perceel geen kapvergunning van B&W is vereist. Tenzij het perceel van Missiehuis SVD is aan te merken als tuin of erf dan wel is gelegen in de bebouwde kom, had Missiehuis SVD de schoning op grond van artikel 2 Boswet wel moeten melden bij de Minister van Landbouw. Tegen de door die Minister te verlenen vrijstelling zouden belanghebbenden zoals eisers dan bezwaar kunnen maken. Uit het verhandelde ter zitting kan de voorzieningenrechter echter niet opmaken of de Boswet op dit perceel van toepassing is.

3.5

De schoning is jegens eisers onrechtmatig, indien zij plaatsvindt met het oog op de aanleg van golfbaan 'Om de Haenen'. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter laten de volgende omstandigheden vermoeden dat die situatie zich hier voordoet. Het is aanneme-lijk dat De Wilde B.V. en Missiehuis SVD als contractspartijen met elkaar contact hebben over het moment waarop de voorwaarde zal zijn vervuld waaronder zij de koop-overeenkomst aangaande het perceel zijn aangegaan. Met het besluit van B&W van 18 december 2003 is de vervulling van die voorwaarde een stap dichterbij gekomen, zodat eveneens aannemelijk is dat De Wilde B.V. Missiehuis SVD daarover geïnformeerd heeft. In dat licht valt niet in te zien waarom Missiehuis SVD juist daarna het voornemen opvat dan wel uitvoert om de grond te gaan exploiteren middels de verbouwing van maïs, terwijl zij het perceel vanaf 1996 braak heeft laten liggen. Uit de mededeling ter zitting van De Wilde B.V. dat zij haar naastgelegen grond in overleg met Missiehuis SVD ook onlangs heeft geschoond, blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter genoeg-zaam dat schoning van de percelen is aan te merken als een tussen De Wilde B.V. en Missiehuis SVD afgestemde gedraging. Dat de schoning door Missiehuis SVD juist in

het weekend plaats vindt, derhalve op een moment waarop controlerende ambtenaren

van gemeente en provincie niet in functie zijn, versterkt de indruk dat de schoning geen verband houdt met de door Missiehuis SVD opgegeven reden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter weegt bovendien het belang van Missiehuis SVD bij schoning van haar perceel op korte termijn niet op tegen het belang van eisers bij bevriezing van de bestaande situatie. Daarom zal de voorzieningenrechter de door eisers gevraagde voorziening als navolgend toewijzen jegens Missiehuis SVD én, vanwege de voldoende aannemelijk geworden onderlinge afstemming, jegens De Wilde B.V. De, overigens onweersproken, dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

3.6

De betrokkenheid van de gemeente Breda bij de schoning is onvoldoende gebleken. De gemeente Breda heeft weliswaar belang bij verlening van de door haar aangevraagde kapvergunning, doch haar kapvergunning heeft betrekking op een ander perceel. Verder heeft de gemeente Breda ter zitting laten blijken dat zij de schoning door Missiehuis SVD niet kan billijken indien deze plaats vindt met het oog op de aanleg van de golfbaan. Uit het verhandelde ter zitting blijkt verder dat Veugelers niet in persoon maar uit hoofde van zijn functie bij Missiehuis SVD bij de schoning is betrokken. Tegen deze partijen zal de gevraagde voorziening daarom worden geweigerd.

4. De kosten.

Als de in het ongelijk te stellen partij zullen De Wilde B.V. en Missiehuis SVD worden veroordeeld in de kosten van het geding, voorzover gevallen aan de zijde van eisers. Op hun beurt zullen eisers worden veroordeeld in de door de gemeente Breda en Veugelers gemaakte kosten.

5. De beslissing in kort geding.

De voorzieningenrechter:

verbiedt gedaagden sub 2 en 3 om, hangende de schorsing door de bestuursrechter van de primaire besluiten d.d. 12 maart 2003 en 4 juni 2003 en hangende de eventuele schorsing van de beslissing op bezwaar d.d. 18 december 2003 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, enige activiteit in het plangebied van golfbaan 'Om de Haenen' te Teteringen te (doen of laten) verrichten die betrekking heeft op de aanleg van golfbaan 'Om de Haenen', zulks met inbegrip van voorbereidende handelingen in de vorm van grondwerkzaamheden en velling van houtopstand;

machtigt eisers om voornoemd verbod te handhaven met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

bepaalt dat gedaagde sub 2 respectievelijk gedaagde sub 3 een dwangsom verbeurt van € 50.000,- per dag of gedeelte van een dag dat de betreffende gedaagde in gebreke blijft aan voormeld verbod te voldoen, met bepaling dat per gedaagde aan dwangsommen maximaal € 500.000,- kan worden verbeurd;

bepaalt dat een in dit vonnis genoemde dwangsom vatbaar is voor matiging door de bodemrechter voorzover handhaving van verbeurte van die dwangsom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;

veroordeelt gedaagden sub 2 en 3 in de kosten van het geding, voorzover gevallen aan de zijde van eisers, tot op heden begroot op € 978,40 , waaronder begrepen een bedrag van € 703,- aan salaris;

veroordeelt eisers in de kosten van het geding, voorzover gevallen aan de zijde van gedaagde sub 1, tot op heden begroot op € 908,- , waaronder begrepen een bedrag van € 703,- aan salaris;

veroordeelt eisers in de kosten van het geding, voorzover gevallen aan de zijde van gedaagde sub 4, tot op heden begroot op € 205,- ;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoer-baar bij voorraad;

weigert het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W.J.M. Nollen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openba-re terecht-zit-ting in kort geding van dinsdag 27 januari 2004, in tegenwoordig-heid van mr. M.A.M. de Baar, waarne-mend griffier.