Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2003:AN9926

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
01-12-2003
Datum publicatie
15-12-2003
Zaaknummer
02-004211-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte haalt thuis vuurwapen en schiet vervolgens in de richting van drie op hem af lopende personen waarbij het willekeur was wie al of niet werd getroffen. Verdachte heeft niet bewust op de afzonderlijke personen willen schieten. Ook wanneer betreffende personben vluchten blijft verdachte schieten.

Bij een drugstransactie richt op enig moment verdachte zich tegen de koper van de drugs en neemt hij een vuurwapen ter hand. Wanneer de koper vlucht wordt hem door verdachte nageroepen te stoppen. Wanneer dit niet gebeurd loopt verdachte het slachtoffer achterna en vervolgens wordt door verdachte zonder pardon op de wegvluchtende man geschoten.

Verdachte en zijn vriendin worden op straat aangesproken door een persoon. Op enig moment ontstaat een woordenwisseling waarbij over en weer wordt gescholden. Verdachte en zijn vriendin voelen zich door het latere slachtoffer bedreigd met een mes. Hierop neemt verdachte een vuurwapen ter hand en schiet van korte afstand op het slachtoffer die hierbij in de hartstreek wordt geraakt. Ook nadat het slachtoffer van hem wegvlucht wordt door verdachte nog gericht op hem geschoten waarbij het slachtoffer nog enkele malen wordt geraakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Parketnummer: 02-004211-03

1 Partijen. Onderzoek van de zaak.

In de zaak onder voormeld parketnummer van de officier van justitie in het arrondissement [adres] tegen:

[verdachte],

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres],

thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Nieuw Vosseveld 1 te Vught,

heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank het volgende vonnis gewezen.

De rechtbank heeft de gedingstukken gezien en de zaak onderzocht ter terechtzitting. Zij heeft de vordering van de officier van justitie gehoord en het verweer dat naar voren is gebracht door de verdachte en de raadsman.

2 De tenlastelegging.

De verdachte staat terecht, terzake dat

1.

hij op of omstreeks 14 maart 2003 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [W.v.O.] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig

overleg, met een vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, een of meer kogels heeft afgevuurd in en/of/althans in de richting

van het lichaam van die [W.v.O.], terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 maart 2003 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een

ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [W.v.O.]),

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk

letsel (te weten: twee, althans een, schotwond(en) in de linkerbil en/of een

(uit)schotwond in de rechterlies en/of een bloeduitstorting rondom de

endeldarm en/of bij de prostaat), heeft toegebracht, door opzettelijk, na kalm

beraad en rustig overleg, althans opzettelijk met een vuurwapen, althans met

een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een of meer kogels af te vuren in

en/of/althans in de richting van het lichaam van die [W.v.O.];

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 maart 2003 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen, aan een persoon genaamd [W.v.O.], opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen, althans

met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een of meer kogels heeft

afgevuurd in en/of/althans in de richting van het lichaam van die [W.v.O.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 14 maart 2003 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [W.v.O.] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig

overleg, met een vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, een of meer kogels heeft afgevuurd in en/of/althans in de richting

van het lichaam van die [W.v.O.], terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 maart 2003 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een

ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [W.v.O.]),

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk

letsel (te weten: een schampschotwond aan de binnenzijde van het linkerbeen,

althans aan het been), heeft toegebracht, door opzettelijk, na kalm beraad en

rustig overleg, althans opzettelijk met een vuurwapen, althans met een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp, een of meer kogels af te vuren in en/of/althans

in de richting van het lichaam van die [W.v.O.];

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 maart 2003 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen, aan een persoon genaamd [W.v.O.], opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen, althans

met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een of meer kogels heeft

afgevuurd in en/of/althans in de richting van het lichaam van die [W.v.O.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op of omstreeks 14 maart 2003 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [L.v.O.] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig

overleg, met een vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, een of meer kogels heeft afgevuurd in en/of/althans in de richting

van het lichaam van die [L.v.O.], terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 maart 2003 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans

alleen, aan een persoon genaamd [L.v.O.], opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen, althans

met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een of meer kogels heeft

afgevuurd in en/of/althans in de richting van het lichaam van die [L.v.O.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 14 maart 2003 te Breda met een ander of anderen, op een

voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke

ruimte, te weten een winkelpand (Electra) aan de Haagdijk 53, openlijk in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen [W.v.O.] en/of [B.],

welk geweld bestond uit het meerdere malen, althans eenmaal, (met de vuist)

slaan tegen de (rechter)wang, althans tegen en/of in de richting van het

hoofd/lichaam, van die [v. O.] en/of het duwen/trekken/schoppen van/tegen

die [v. O.] en/of het vastpakken van en/of opdringen tegen/in de richting

van die [v. O.] en/of [B.];

5.

hij op of omstreeks 15 december 2002 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [[C.] van

het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een of

meer kogels heeft afgevuurd in, althans in de richting van, het lichaam van

die [C.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 december 2002 te Breda tezamen en in vereniging met

anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [P.C.]),

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk

letsel (een schotwond in het been), heeft toegebracht, door opzettelijk, na

kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk met een vuurwapen, althans

een op een vuurwapen gelijkend voorwerp een of meer kogels af te vuren in,

althans in de richting van, het lichaam van die [C.];

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 december 2002 te Breda ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een) ander(en)

aan een persoon genaamd [P.C.], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp een of meer kogels heeft afgevuurd in, althans in de

richting van, het lichaam van die [C.], terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op of omstreeks 14 juli 2000 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [O.B.M.] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig

overleg, met een pistool, althans met een op een pistool gelijkend voorwerp,

een of meer kogels heeft afgevuurd in, althans in de richting van, het lichaam

van die [B.M.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet

is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 juli 2000 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een

ander, althans alleen, aan een persoon (te weten O. [B.M.]), opzettelijk

en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te

weten: een schotwond in de linkerschouder en/of een schotwond in de linkerbil

en/of een schotwond in de borst, net onder het hart), heeft toegebracht, door

opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk met een

pistool, althans met een op een pistool gelijkend voorwerp, een of meer kogels

af te vuren in, althans in de richting van, het lichaam van die [B.M.];

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 14 juli 2000 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd O. [B.M.], opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een pistool,

althans met een op een pistool gelijkend voorwerp, een of meer kogels heeft

afgevuurd in, althans in de richting van, het lichaam van die [B.M.],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij op of omstreeks 07 februari 2003 te Breda, althans in het arrondissement

Breda, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Nokia) en/of een

headset en/of een adapter, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan[K.], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [K.], gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, de plastic tas

(met daarin die mobiele telefoon en/of die headset en/of die adapter)

(onverhoeds) heeft vastgepakt en/of (met kracht) kapot gerukt, althans (met

kracht) uit de hand van die [K.] gerukt;

8.

hij op of omstreeks 16 maart 2003, althans in of omstreeks de maand maart 2003

te Breda, althans in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, een

of meer wapens van categorie II, te weten een Riotgun (merk Maverick,

serienummer MV55236B), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

3 De geldigheid van de dagvaarding.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4 De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5 De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Zij kan dus in haar vordering worden ontvangen.

6 Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7 De bewezenverklaring.

7.1 Vrijspraak en de gronden daarvoor.

Door het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank niet overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de dagvaarding onder 4. en 7. is ten laste gelegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

7.2 Hetgeen bewezen is.

Door het onderzoek ter terechtzitting is evenwel naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1. primair

op 14 maart 2003 te Breda, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [W.v.O.] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig

overleg, met een vuurwapen kogels heeft afgevuurd in en in de richting van het lichaam van die [W.v.O.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. primair

op 14 maart 2003 te Breda, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [W.v.O.] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig

overleg, met een vuurwapen meer kogels heeft afgevuurd in de richting van het lichaam van die [W.v.O.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3. primair

op 14 maart 2003 te Breda, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [L.v.O.] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig

overleg, met een vuurwapen kogels heeft afgevuurd in de richting van het lichaam van die [L.v.O.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

5. primair

op 15 december 2002 te Breda, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om , opzettelijk en met voorbedachten rade [P.C.] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

met een vuurwapen een kogel heeft afgevuurd in het lichaam van die [C.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

6. primair

op 14 juli 2000 te Breda, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om , opzettelijk O. [B.M.] van het leven te beroven, met dat opzet , met een pistool kogels heeft afgevuurd in het lichaam van die [B.M.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

8.

op of omstreeks 16 maart 2003 te Breda, een wapen van categorie II, te weten een Riotgun (merk Maverick, serienummer MV55236B), voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8 Het bewijs.

De overtuiging van de rechtbank, dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

8.1 De bewijsmiddelen.

9 De strafbaarheid van het bewezene.

Het ten laste van verdachte bewezen verklaarde levert de volgende misdrijven op:

1. primair tot en met 3. primair: De voortgezette handeling van poging tot moord.

5. primair: Poging tot moord.

6. primair: Poging tot doodslag.

8. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit

is begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

10 De strafbaarheid van verdachte.

Verdachte is strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard, nu niet is gebleken van enige omstandigheid die zijn strafbaarheid zou opheffen.

11 De straffen en maatregelen.

11.1 De algemene overwegingen omtrent de straf.

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het in de dagvaarding onder 4. ten laste gelegde feit. Voor de overige ten laste gelegde feiten heeft zij gevorderd de verdachte te veroordelen tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren.

Op grond van de aard van het bewezene alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, die zij hierna zal bepalen.

11.2 De bijzondere overwegingen omtrent de straf.

Verdachte heeft zich -behoudens ten aanzien van het in de bewezenverklaring onder 8. vermelde feit- zich zowel bij de politie als ter terechtzitting zich beperkt tot een blote ontkenning van de bewezenverklaarde feiten. Ook heeft verdachte niet mee willen werken aan een persoonlijkheidsonderzoek en is ook door de Reclassering niet omtrent hem gerapporteerd. De rechtbank is derhalve beperkt in haar mogelijkheden om bij de strafbepaling rekening te houden met de persoon van verdachte. Blijkens het uittreksel van de justitiële documentatiedienst is verdachte eerder in aanraking geweest met de strafrechter doch niet voor geweldsdelicten.

Ten aanzien van de in de bewezenverklaring opgenomen feiten onder 1. tot en met 3.:

Blijkens de bewijsmiddelen is verdachte na een voorval in een winkel, waarbij hij aanwezig was geweest, op straat aangesproken door een drietal personen. Dit waren de betrokken bedrijfsleider van voormelde winkel en diens vader en broer. Op enig moment is door verdachte en de latere slachtoffers over en weer geslagen. Nadat betrokken partijen uit elkaar waren gegaan is verdachte kort nadien teruggekeerd naar de plaats van het eerdere incident met -naar later blijkt- een met scherpe munitie geladen vuurwapen. Op het moment dat genoemde vader en zonen zich ook weer op straat begeven begint verdachte gericht op hen te schieten waarbij de vader ernstig wordt gewond, de ene zoon een schampschot aan zijn been bekomt en de andere zoon zich ternauwernood achter een auto kan verbergen.

Naar het oordeel van de rechtbank staan deze drie feiten, ofschoon elk op zichzelf een misdrijf opleverende, in zodanig verband dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling. Immers het handelen van verdachte is voortgekomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit tot het schieten in de richting van de drie op hem af lopende personen waarbij het willekeur was wie al of niet werd getroffen en verdachte niet bewust op de afzonderlijke personen heeft willen schieten.

Ten aanzien van het in de bewezenverklaring opgenomen feit onder 5.:

Blijkens de bewijsmiddelen is verdachte in eerste instantie betrokken bij een handel in drugs. Op enig moment richt verdachte zich tegen de koper van de drugs en neemt hij een vuurwapen ter hand. Wanneer de koper vlucht wordt hem door verdachte nageroepen te stoppen. Wanneer dit niet gebeurd loopt verdachte het slachtoffer achterna en wordt vervolgens door verdachte zonder pardon op de wegvluchtende man geschoten waarbij deze in een been wordt geraakt.

Ten aanzien van het in de bewezenverklaring opgenomen feit onder 6.:

Blijkens de bewijsmiddelen worden verdachte en zijn vriendin aangesproken door een persoon. Op enig moment ontstaat een woordenwisseling waarbij over en weer wordt gescholden. Verdachte en zijn vriendin voelen zich door het latere slachtoffer bedreigd met een mes. Hierop neemt verdachte een vuurwapen ter hand en schiet van korte afstand op het slachtoffer die hierbij in de hartstreek wordt geraakt. Ook nadat het slachtoffer van hem wegvlucht wordt door verdachte nog gericht op hem geschoten waarbij het slachtoffer nog enkele malen wordt geraakt.

Door te handelen als voormeld heeft verdachte telkens het gevaar geaccepteerd dat hij de slachtoffers dodelijk zou verwonden. Hij heeft derhalve zich willens en wetens aan dit risico blootgesteld, met dien verstande dat hij de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard en op de koop toe genomen. Verdachte heeft in die zin zijn opzet gericht op poging tot van het leven beroven van de slachtoffers. Slechts door een gelukkig toeval is een en ander voor de slachtoffers niet met fatale gevolgen geëindigd.

Dat verdachte bij dit alles meerdere keren heeft geschoten en blijkens de verwondingen aan de achterzijde van het lichaam ook nog is blijven schieten toen de slachtoffers van hem wegvluchtten wordt verdachte ernstig aangerekend.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere pogingen tot het plegen van een van de ernstigste feiten die het Wetboek van Strafrecht kent. Dergelijke feiten veroorzaken niet alleen lichamelijk en psychisch leed bij de slachtoffers maar ook gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de maatschappij en worden als schokkend ervaren, temeer nu deze feiten alle plaatsvonden op de openbare weg. In het bijzonder geldt dit bij het schietincident op de Haagdijk, een drukke winkelstraat waar zich op dat moment een groot aantal winkelende mensen bevond.

Daarnaast had verdachte in de woning van zijn vriendin een zogenaamde riotgun verborgen. Dit soort wapens kenmerkt zich door hun aanpassing als bestemd voor het niet zichtbaar meedragen en wordt regelmatig gebruikt bij het plegen van ernstige misdrijven. Door hun verwoestende werking, soms met ingrijpende gevolgen, veroorzaken zij dan veelal groot gevaar en ernstige gevoelens van onveiligheid. Verdachte was, naar hij zelf heeft verklaard, voornemens dit wapen te verkopen. Hij heeft daarbij slechts oog gehad op zijn eigen financieel gewin, volledig voorbijgaand aan het gevaar van dergelijke wapens in handen van kwaadwillenden. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens in het algemeen en dit soort wapens in het bijzonder.

Gelet op vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat ondanks de jonge leeftijd van verdachte niet kan worden volstaan met een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals hierna te melden.

12 De overwegingen omtrent het beslag.

12.1 De overwegingen omtrent de onttrekking aan het verkeer.

De volgende in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen :

vijf gripzakjes cocaine (+/- 3,5 gram) en

een plakje hashish 82 gram;

zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Immers deze voorwerpen zijn middelen als bedoeld in de artikelen 2 en/of 3 van de Opiumwet.

12.2 De overwegingen omtrent de teruggave.

12.2.1

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in beslag genomen voorwerpen, te weten

een zwartkleurig mes, GERBER portland

een beigekleurige mobiele telefoon, NOKIA 6510 IBN

aan [E.C.], [adres], omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt en er geen wettelijke grond bestaat om deze voorwerpen verbeurd te verklaren dan wel te onttrekken aan het verkeer.

12.2.2

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in beslag genomen voorwerpen, te weten

een Nederlands paspoort in een zwart lederen hoesje tnv verdachte

een blauwkleurige jas, NIKE 3/4 met capuchon en Nike teken op achterzijde

een rijbewijs Nederlandse Antillen in zwart lederen hoesje tnv verdachte

een zwartkleurige jas, NIKE 3/4 met capuchon met witte bovenzijde en bies over de mouwen

een internationaal rijbewijs tnv verdachte

een witkleurige schoen, NIKE sport met blauwe Nike-tekens en blauwe streep in zool

een mapje met vliegticket en reisbescheiden

een zwartkleurige pet, NIKE baseball met wit Nike-teken voor en achterzijde

vier Duracell batterijen ultra M3 in een verpakking

een blauwkleurig potje zalf, DAX

een blauwkleurig washandje

een zwarte riem, SILVERCREEK 95 cm

een zilverkleurige mobiele telefoon, NEC N21I, met oplaadeenheid en rood draagkoord

een blauwkleurige pet, MEGAUSA zonneklep

een grijskleurige walkman, SONY D-E307CK, met koptelefoon

een blauwkleurige zwembroek bermuda

vier cd's in een box, "Schureiname 2003"

twee Duracell batterijen AA

een blauwkleurig boek. Agua Viva, in spaanse taal

een tondeuse, BABYLISS T21, met lader en overig toebehoren

een haarborstel

een deodorant, REXONA

een geelkleurige zonnebril, V&D

een aankoopbon Dutyfree bon luchthaven Schiphol

twee blauwkleurige schoenen, NIKE, maat 43

een blauwkleurig shirt, FILA t-shirt met rode hals en schouders, maat xl

een blauwkleurige trainingsbroek, KAPPA

een zwartkleurig shirt, SNOOP DOGG t-shirt maat XXL

een blauwkleurige regenjas, SNOOP DOGG maat L, met figuur op de rug

tweewitkleurige schoenen, TUNED AIR air max pl, maat 42,5 met veters

een blauwkleurige trainingsbroek, SNOOP DOGG, maat L

een beigekleurige jas, ICKX, maat XL

een zwartkleurige koffer, TRANSIT, met uitschuifbaar handvat en wieltjes

een kapot goudkleurig hangslot, PAOLO SALOTTO

dertien diverse kleuren onderbroeken

een witkleurig washandje

een witkleurige tandenborstel, AQUAFRESH

een deodorant, REXONA

zes petjes, diverse merken en kleuren

een blauwkleurige muts, SPEED DEVILS

vijf bermuda-model korte broeken

vier lange broeken

twee grijskleurige sokken,

aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

13 De overwegingen omtrent de vordering van de benadeelde partij.

De benadeelde partij [W.v.O.], [adres], heeft schadevergoeding gevorderd tot een bedrag van € 6.008,-- terzake van hetgeen hierboven onder 7.2 sub 1. primair is bewezen verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van dit feit rechtstreekse schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. Daarom kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De rechtbank zal daarnaast aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van na te melden bedrag ten behoeve van voornoemd slachtoffer, nu verdachte jegens deze naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die aan deze door het voornoemde strafbare feit is toegebracht.

14 De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 56, 57, 63, 91, 287 en 289 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 55, 56 en 60 van de Wet wapens en munitie en voorts artikel 13a van de Opiumwet.

15 De beslissing.

RECHTDOENDE beslist de rechtbank als volgt.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte in de dagvaarding onder 4. en 7. is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verklaart het in de dagvaarding onder 1. primair, 2. primair, 3. primair, 5. primair, 6. primair en 8. ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 7.2 is omschreven.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de dagvaarding onder 1. primair, 2. primair, 3. primair, 5. primair, 6. primair en 8. meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Zij verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de onder 9. vermelde strafbare feiten.

Zij verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Zij veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien jaren.

Zij bepaalt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht in mindering zal worden gebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf.

Zij verklaart aan het verkeer onttrokken de hiervoor onder 12.1 omschreven voorwerpen

.

Zij gelast de teruggave aan [E.C.], [adres] van de hiervoor onder 12.2.1 omschreven voorwerpen.

Zij gelast de teruggave aan verdachte van de hiervoor onder 12.2.2 omschreven voorwerpen.

Zij wijst de vordering van de benadeelde partij [W.v.O.], [adres] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 6.008,-- (zegge: zesduizend en acht euro), te vermeerderen met de kosten van tenuitvoerlegging en de gebruikelijke kosten van invordering.

Zij verwijst de verdachte in de kosten die de benadeelde partij ter zake van rechtsbijstand heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Zij legt daarnaast aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van voornoemd slachtoffer [W.v.O.], [adres], te betalen een som geld ten bedrage van € 6.008,-- (zegge: zesduizend en acht euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 120 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Zij verstaat dat, indien en voor zover verdachte heeft voldaan aan de verplichting opgelegd bij de hierboven genoemde schademaatregel, de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij van het overeenkomstige bedrag komt te vervallen. Indien en voor zover verdachte de toegekende schadevergoeding heeft betaald aan deze benadeelde partij, komt daarmee de schademaatregel voor het betaalde bedrag te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. De Ruijter, voorzitter, mr. Peters en mr. Van der Maesen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Joosen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 1 december 2003, zijnde mr. Van der Maesen buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.