Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2003:AN8743

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
20-11-2003
Datum publicatie
24-11-2003
Zaaknummer
274631 MB VERZ 03-84
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Op grond van artikel 6 lid 1 WAHV moet een betrokkene beroep instellen bij de officier van justitie in het arrondissement waar de gedraging is verricht. In deze zaken is beroep ingesteld bij de officier van justitie te Soesterberg bij het

Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM). Deze afwijkende procedure is geregeld middels mandatering door de Hoofofficieren aan het BVOM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector Kanton - locatie Bergen op Zoom

BESLISSING van de kantonrechter

op het op 10 april 2003 ten parkette van de officier van justi-tie te Soesterberg, Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie, ontvan-gen beroepschrift ex artikel 9 van de Wet admini-stra-tiefrech-telijke handhaving verkeersvoor-schriften (WAHV) van:

[betrokkene],

wonende te [adres],

nader te noemen "betrokkene".

Het beroep is behandeld ter openbare terecht-zitting van donderdag 6 november 2003, waarbij het Openbaar Ministerie (OM) werd vertegenwoordigd door de heer mr. J.M. Valente. Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Evenmin heeft hij op andere wijze gereageerd op de oproep ter zitting te verschijnen.

Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aanteke-ning gehouden.

1. Inleiding

Aan betrokkene is bij beschikking van 23 januari 2003 een sanc-tie, te weten een boete van € 52,00

opge-legd terzake van de door het Centraal Justitieel Incasso Bureau ("CJIB") als volgt omschreven gedraging: "overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen, wegwerkzaamheden (bord A1) tot en met 10 km per uur", verricht op 17 december 2002 te Moerdijk, op De Rijksweg A16 Oostbaan aldaar, met een personenauto voorzien van het kenteken [kenteken]. Tegen die beschikking is door betrokkene beroep ingesteld bij de officier van justitie. Bij beslissing van 9 april 2003, waarin voor de motivering is verwezen naar de aan betrokkene verzonden brief van 31 maart 2003, heeft de officier van justitie de sanctie gehandhaafd. Het onderhavige beroep richt zich tegen die beslissing.

2. Beoordeling

De kantonrechter heeft kennis genomen van de omstandigheid dat, in afwijking van hetgeen is bepaald in artikel 6 lid 1 WAHV beroep is ingesteld bij de officier van justitie in Soesterberg in plaats van bij de officier van justitie in het arrondissement waar de gedraging is verricht.

Bij navraag is gebleken dat deze procedure is geregeld door middel van mandatering door de hoofdofficieren van justitie aan het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM). Niet gebleken is dat dit mandaatsbesluit deugdelijk is gepubliceerd. Nu het gaat om mandatering op grond van artikel 6 WAHV acht de kantonrechter dit wel wenselijk.

Gebleken is voorts dat sprake is van ondermandatering, maar dat hier geen besluit aan ten onder lag. Ook dit dient naar het oordeel van de kantonrechter te worden hersteld.

De kantonrechter is evenwel van oordeel dat betrokkene op grond van bovenvermelde formele gebreken niet in zijn belangen is geschaad zodat de beschikking van de officier van justitie in zoverre in stand kan blijven.

Betrokkene is, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6:9 lid 2 Awb, tijdig tegen de beslissing van de officier van justitie in beroep gekomen, zodat hij daarin kan worden ontvangen.

Het verweer van betrokkene komt er -kort gezegd- op neer dat hij verzoekt om foto's van de gedraging, ijkgegevens en datum van de apparatuur en de wettelijke bevoegdheid van de radarcontroleur. Voorts heeft betrokkene aangevoerd dat hij niet in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord door de officier van justitie en dat hij het niet eens is met het feit dat hij zelf een afschrift van de fotografische opname moet opvragen.

Het beroep van betrokkene faalt. De motivering van de beslissing van de officier van justitie is duidelijk. Voor zover het verweer gedaan door betrokkene daarmee niet reeds voldoende is ontzenuwd overweegt de kantonrechter nog als volgt.

Betrokkene heeft bij schrijven van 10 maart 2003 de gelegenheid gekregen binnen 2 weken te reageren indien hij door de officier van justitie gehoord wilde worden. Uit de in het dossier bevindende stukken blijkt dat betrokkene hier geen gebruik, binnen de gestelde termijn, van heeft gemaakt. Overigens is betrokkene, nu hij niet is gehoord door de officier van justitie, niet in zijn belangen geschaad daar voor hem nog de mogelijkheid open stond om beroep in te stellen bij de kantonrechter en daar te worden gehoord. Betrokkene heeft echter van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Uit het zaakoverzicht, dat deel uitmaakt van de processtukken blijkt, dat de gereden snelheid is vastgesteld met behulp van een voor de meting en op de voorgeschreven wijze gebruikt verkeersmeetmiddel, dat de geconstateerde snelheid het resultaat is van een uitgevoerde correctie op de gemeten radarsnelheid, overeenkomstig de richtlijn van de vecom en dat als soort radar is gebruikt, radarapparatuur van het merk multa nova.

Gelet hierop en in aanmerking nemende het "blote", niet nader ter zitting, gemotiveerde verweer van betrokkene, ziet de kantonrechter in deze zaak geen aanleiding te twijfelen aan de nauwkeurigheid van de gebruikte apparatuur.

Nog daargelaten dat geen wettelijke bepaling voorschrijft dat in een geval als het onderhavige het ijkrapport van de apparatuur waarmee de snelheid is gemeten deel uitmaakt van de stukken, acht de kantonrechter in deze ook geen grond aanwezig om dit rapport alsnog aan de stukken toe te (laten) voegen.

Nu ook overigens niet is gebleken van feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel aanleiding zouden kunnen of moeten geven, kan de conclusie niet anders luiden dan dat het beroep van betrokkene ongegrond dient te worden verklaard

3. Beslissing

De kantonrechter verklaart het door betrokkene gedane beroep ongegrond.

Deze beslissing is gegeven te Bergen op Zoom door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.

Aangezien de opgelegde sanctie een bedrag van minder dan € 70,-- bedraagt is ingevolge de WAHV het instellen van hoger beroep tegen deze beslissing -in beginsel- niet mogelijk.