Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2003:AI5672

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
16-07-2003
Datum publicatie
04-09-2003
Zaaknummer
121938 KG ZA 03-336
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De vraag of bij het publiek verwarring is te duchten tussen de handelsnamen ‘Parklaan landschapsarchitecten’ en 'Parklaan Hoveniers' wordt negatief beantwoord. Verschillende toepassingsgebieden en regio's.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IER 2003, 75

Uitspraak

121938 KG ZA 03-336 RECHTBANK BREDA

Sector Handelsrecht

Voorzieningenrechter

16 juli 2003

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

1. [eiser],

en

2. [eiser],

beiden wonende te 's Hertogenbosch,

tezamen vormende de maatschap Parklaan

Landschapsarchitecten,

gevestigd te 's Hertogenbosch

e i s e r s bij dagvaarding van 2 juli 2003,

procureur: mr. J.B. Hendrix,

t e g e n :

[gedaagde],

wonende te Oisterwijk,

g e d a a g d e ,

procureur: mr. J.M. van Luyck,

advocaat : mr. M. Schoor.

1. Het verloop van het geding.

Dit blijkt uit de navolgende door partijen ter vonniswijzing overgelegde stukken:

- de dagvaarding;

- de pleitnota van mr. Schoor en de door hem in het geding gebrachte producties.

Partijen hebben voorts hun standpunten ter terechtzitting mondeling toegelicht.

2. Het geschil.

Eisers, verder te noemen Parklaan c.s., vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voor-raad en op de minuut, gedaagde, verder te noemen [gedaagde], te veroordelen om binnen 5 dagen na de betekening van het ten deze te wijzen vonnis:

A. Het woord "Parklaan" uit zijn handelsnaam te verwijderen dan wel te wijzigen als de voorzieningenrechter zal bepalen, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- of een zodanig bedrag als de voorzieningen-rechter zal bepalen, voor iedere dag of een deel daarvan dat hij, [gedaagde], na voormelde betekening in gebreke blijft aan het in deze te wijzen vonnis te voldoen;

B. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding.

[gedaagde] heeft daartegen verweer gevoerd.

3. De voorlopige beoordeling en de gronden daarvoor.

3.1.

Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

- Parklaan c.s. zijn sinds 1997 actief als landschapsarchitecten onder de handels-naam 'Parklaan landschapsarchitecten'.

- [gedaagde] heeft een hoveniersbedrijf. Dat bedrijf was gevestigd te Udenhout. Aanvankelijk handelde [gedaagde] onder de naam [gedaagde] Hoveniers. Sinds april 2003 is het bedrijf van [gedaagde] gevestigd te Oisterwijk aan de Parklaan. Sedertdien hanteert hij de handelsnaam Parklaan Hoveniers. Onder die naam heeft [gedaagde] ook geadverteerd in het Brabants Dagblad.

- Parklaan c.s. hebben [gedaagde] op 5 mei 2003 gesommeerd het gebruik van de handelsnaam 'parklaan', al dan niet in samenhang met 'hovenier(s)' te staken, aan welke sommatie [gedaagde] weigert te voldoen.

3.2.

Parklaan c.s. leggen aan hun vordering ten grondslag dat [gedaagde] door in de handelsnaam van zijn onderneming het kenmerkende bestanddeel 'parklaan' te bezigen, een handelsnaam voert die dermate gering afwijkt van die van Parklaan c.s., dat bij het publiek verwarring tussen beide ondernemingen te duchten is. Aldus maakt [gedaagde] volgens hen inbreuk op artikel 5 Handelsnaamwet dan wel op de in artikel 6:162 BW besloten liggende zorgvuldigheidsnorm. Parklaan c.s. voeren aan dat de vrees voor verwarring volgt uit de omstandigheid dat partijen, zowel naar de aard van hun werkzaamheden alsmede naar geografie, op hetzelfde terrein werkzaam zijn.

3.3.

[gedaagde] verweert zich door te stellen dat Parklaan c.s. geen spoedeisend belang hebben bij de gevorderde voorziening. Voorts stelt [gedaagde] dat partijen zich niet dan wel nauwelijks bezig houden met dezelfde werkzaamheden, terwijl zij ook geografisch niet dan wel nauwelijks in hetzelfde gebied werkzaam zijn. Subsidiair voert [gedaagde] aan dat een belangenafweging tussen de schade die hij lijdt bij toewijzing van de vordering en het belang van Parklaan c.s., gelet op de lakse wijze waarop zij dat belang in de aanloop tot deze procedure in rechte hebben willen effectueren, dient te leiden tot afwijzing van de vordering.

3.3.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter hebben Parklaan c.s. in beginsel belang bij de gevorderde voorziening gelet op de verstrekkende en lang-durige gevolgen die de gestelde vrees voor verwarring bij het publiek met zich mee kunnen brengen. Parklaan c.s. hebben er weliswaar lang over gedaan om dat belang in rechte te behartigen, doch niet in die mate dat daarom de spoedeisend-heid aan dat belang ontnomen wordt.

3.4.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat artikel 5 Handelsnaamwet het voeren van een handelsnaam verbiedt die reeds door een ander rechtmatig wordt gevoerd, of die van diens handelsnaam slechts in zo geringe mate afwijkt dat, in verband met de aard van beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek tussen de onder die handelsnamen gedreven ondernemingen verwarring te duchten is. Nu het kenmerkende bestanddeel de handelsnamen van partijen, zijnde 'parklaan', identiek is, moet er van uitgegaan worden dat beide handelsnamen slechts in geringe mate afwijkend zijn.

3.5.

Parklaan c.s. richten zich, naar uit de door [gedaagde] als productie 3 overgelegde uitdraai van hun website blijkt, op de architectuur van het landschap, ofwel het ontwerp en vormgeving van de buitenruimte. Op vragen van de voorzieningen-rechter hebben eisers verklaard dat hun vaste medewerker en hun freelance medewerkers, zich bezig houden met creatieve, vormgevende werkzaamheden, terwijl eisers zelf daarnaast adviseren en begeleiden terzake de realisering van de ontwerpen. Uit de website blijkt voorts dat tuinen slechts een toepassingsgebied is voor hun ontwerpen, naast 'natuur en recreatie', 'stad & land', 'infrastructuur', 'pleinen en parken' en 'kunst en landschap' en dat in deze categorieën het merendeel van de activiteiten plaatsvinden. [gedaagde] verricht, naar blijkt uit de handelsregisterinschrijving, door [gedaagde] als productie 1 overgelegd, hovenierswerkzaamheden. Ter terechtzitting heeft [gedaagde] toegelicht dat hij vooral uitvoerende werkzaamheden verricht in het kader van de aanleg en het onderhoud van tuinen bij particulieren en het midden en kleinbedrijf, doch ook diensten verleent terzake het ontwerp van de door hem aan te leggen tuinen.

3.6.

De werkzaamheden van de ondernemingen van partijen hebben derhalve een raakvlak terzake het ontwerp van tuinen. Uit productie 3 bij dagvaarding blijkt dat eisers in en rond Brabant in de periode 1997 tot en met 2003 slechts 10 tuinen hebben ontworpen. Gelet op de overige projecten op de projectenlijst, productie 3 zijdens [gedaagde], vormt het ontwerp van tuinen als zodanig, slechts een zeer klein onderdeel van de onderneming van Parklaan c.s. De in de productie 3 bij dagvaarding genoemde tuinontwerpen hebben bovendien veelal een enigszins bijzonder karakter, welke naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter uitstijgen boven de ontwerpwerkzaamheden van een hovenier werkzaam voor particulieren en het midden- en kleinbedrijf. Parklaan c.s. richten zich, naar zij ter terechtzitting verklaard hebben, op het ontwerp van 'bijzondere tuinen', terwijl bij [gedaagde] het tuinontwerp ziet op 'gangbare' tuinen. De voorzieningenrechter leidt hieruit af dat ook met betrekking tot het ontwerpen van tuinen, de werkzaamheden van partijen in feite verschillende toepassingsgebieden hebben. In dit verband is voorts van belang dat partijen bij het ontwerpen van tuinen geografisch niet of nauwelijks in dezelfde regio werkzaam zijn. Uit het door [gedaagde] overgelegde klantenbestand blijkt dat zijn onderneming voornamelijk actief is in de regio rondom Tilburg, terwijl uit productie 3 bij dagvaarding blijkt dat de tuinontwerpen van Parklaan c.s. in de periode van 1997 tot 2003 voornamelijk in Oost-Brabant verwezenlijkt zijn.

3.7.

Bovengenoemde verschillen komen ook tot uitdrukking in de presentatie van partijen naar het publiek. [gedaagde] presenteert zich als een in alle opzichten regulier hoveniersbedrijf werkzaam in de regio rondom Tilburg. Zulks blijkt uit de door [gedaagde] als productie 7 overgelegde advertenties. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat Parklaan c.s. niet hebben betwist dat het artikel waarin de naamsverandering van [gedaagde] wordt beschreven in de Tilburgse Koerier is verschenen, alsmede dat [gedaagde] niet heeft geadverteerd in de regio-editie Den Bosch van het Brabants Dagblad. Parklaan c.s. presenteren zich daarentegen, naar uit hun website blijkt, als een landelijk opererend architectenbureau dat zich toelegt op landschapsarchitectuur. Het bovenstaande vindt voorts bevestiging in de vermeldingen in de telefoongids regio 's Hertogenbosch/Boxtel, overgelegd door [gedaagde] als producties 5 en 6, alwaar immers [gedaagde] niet vermeldt staat en Parklaan c.s. wel, in de rubriek 'landschapsarchitecten/ontwerpers.'

3.9.

Aldus zijn de feitelijke activiteiten van de ondernemingen van partijen in hoofd-zaak verschillend, de overeenstemmende werkzaamheden, zijnde het ontwerp van tuinen, worden in verschillende marktsegmenten uitgevoerd, te weten 'bijzondere tuinen' en 'gangbare tuinen', terwijl deze werkzaamheden geografisch niet, dan wel nauwelijks, in dezelfde regio verricht worden. Partijen doen zich publiekelijk ook uitdrukkelijk voor als landschapsarchitecten respectievelijk hovenier. Een en ander in overweging nemende concludeert de voorzieningenrechter voorshands dat, gelet op de aard van de beide ondernemingen alsmede hun vestigingsplaats, de gestelde te duchten verwarring, onvoldoende aannemelijk is geworden.

3.10

Voornoemd oordeel wordt nog versterkt door het feit dat Parklaan c.s. de door hun gestelde te duchten verwarring niet hebben onderbouwd. De als productie 9 bij dagvaarding overgelegde brief van 'Groenstudio' kan niet als een begin van onderbouwing van vrees voor verwarring dienen, nu uit die brief juist blijkt dat de afzender de beide ondernemingen van partijen zeer goed weet te onderscheiden.

3.10.

Nu Parklaan c.s. de feiten en omstandigheden waarop hun vordering is gebaseerd onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt, zal de voorziening worden geweigerd.

4. De kosten.

Parklaan c.s. dienen als de in het ongelijk gestelde partij te worden verwezen in de kosten van het geding.

5. De beslissing in kort geding.

De voorzieningenrechter:

weigert de gevorderde voorziening,

veroordeelt Parklaan c.s. in de kosten van het geding deze voorzover aan de zijde van de wederpartij gevallen tot op heden begroot op € 908,--, waaronder begrepen een bedrag van € 703,-- aan procureurssalaris,

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Weide, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in kort geding van 16 juli 2003, in tegenwoordigheid van mr. Bonder, waarnemend griffier.