Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2003:AF7855

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
27-02-2003
Datum publicatie
15-05-2003
Zaaknummer
02/2034 WAO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 19 september 2002 (het bestreden besluit), inzake de toekenning van een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Verweerder heeft de stukken ingezonden en verweer gevoerd.

De zaak is behandeld ter zitting van 27 februari 2003, waarbij aanwezig waren eiser en mr. J. Visch als gemachtigde van verweerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

02/2034 WAO RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht

Meervoudige kamer

UITSPRAAK

in de zaak van

A, wonende te B, eiser,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV Bouwnijverheid), verweerder.

**, gevestigd

1. Het procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 19 september 2002 (het bestreden besluit), inzake de toekenning van een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Verweerder heeft de stukken ingezonden en verweer gevoerd.

De zaak is behandeld ter zitting van 27 februari 2003, waarbij aanwezig waren eiser en mr. J. Visch als gemachtigde van verweerder.

2. De beoordeling

2.1 Op grond van de stukken van het geding en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiser is voor 36,62 uren per week werkzaam geweest als timmerman. Voor dat werk is eiser in maart 2001 ongeschikt geworden vanwege rugklachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek heeft verweerder bij besluit van 8 mei 2002 eiser per 11 maart 2002 een WAO-uitkering toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.

Bij het bestreden besluit zijn de bezwaren van eiser tegen dit besluit ongegrond verklaard.

2.2 Eiser heeft tegen het bestreden besluit - kort samengevat - aangevoerd dat hij ernstige rugklachten heeft. Eiser is van mening dat hij maximaal 4 uur per dag of 20 uur per week kan werken. Eiser is voorts van mening dat hij de geduide functies slechts 20 uur per week kan uitoefenen.

2.3 Arbeidsongeschikt in de zin van de WAO is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk niet in staat is met algemeen geaccepteerde arbeid te verdienen hetgeen soortgelijke gezonde personen met arbeid gewoonlijk verdienen. Van belang is dan ook:

- of eiser medische beperkingen heeft en

- of hij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met algemeen geaccepteerde arbeid inkomsten te verwerven.

2.4 Bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling heeft verweerder gebruik gemaakt van het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). Het CBBS vervangt het Functie Informatiesysteem (FIS). Het FIS-belastbaarheidspatroon is vervangen door de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De FML is ontwikkeld door uitvoerende verzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen en universitaire vakspecialisten. De verzekeringsarts vult de FML niet in indien er geen sprake is van duurzaam benutbare mogelijkheden.

De FML is ingedeeld in zes rubrieken: 1. persoonlijk functioneren; 2. sociaal functioneren; 3. aanpassing aan omgevingseisen; 4. dynamische handelingen; 5. statische houdingen; en 6. werktijden. Elke rubriek bevat items waarin de normaalwaarden en beperkingen zijn genoemd. De normaalwaarden vertegenwoordigen een niveau van functioneren waartoe een gezond persoon van 16 tot 65 jaar (de beroepsbevolking) minimaal in staat is. De verzekeringsarts kan ten opzichte van de normaalwaarden lichte, matige en sterke beperkingen aangeven.

Nadat de verzekeringsarts de FML heeft ingevuld, vindt er een arbeidskundige beoordeling plaats. De arbeidsdeskundige onderzoekt de resterende verdiencapaciteit van de verzekerde. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het CBBS. Het CBBS bevat een bestand van functies die geanalyseerd zijn door regionaal arbeidsanalisten. De arbeidsanalist onderzoekt de belastingsaspecten die kenmerkend zijn voor de functie en vermeldt deze op de bij de functie behorende belastingenlijst.

De functiebeschrijvingen zijn geclusterd onder circa 360 SBC-codes. De SBC-codering is de Standaard Beroepen Classificatie 1992 van het Centraal Bureau voor Statistiek.

Het systeem signaleert per geselecteerde functie de mogelijke overschrijdingen van de functionele mogelijkheden van de verzekerde. De arbeidsdeskundige vergelijkt die betreffende punten van de FML met de corresponderende belastingitems (gematcht punt) van de geselecteerde functie. Hij beoordeelt of de functie passend is, eventueel na overleg met de verzekeringsarts. Tevens signaleert het systeem niet-gematchte punten. Dit zijn items op de FML die niet voorkomen op de functiebelastingenlijst. Bij een niet-gematcht punt beoordeelt de arbeidsdeskundige steeds aan de hand van de functiebeschrijving of de geselecteerde functie passend is. Hij kan daarbij nader overleg hebben met de verzekeringsarts.

De rechtbank acht het CBBS niet strijdig met de bepalingen van de WAO en de bepalingen van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Evenmin is de rechtbank gebleken dat het CBBS de rechterlijke toetsing anderszins niet kan doorstaan. De rechtbank ziet dan ook geen grond om te oordelen dat verweerder geen gebruik heeft mogen maken van het CBBS als hulpmiddel voor de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige om de belastbaarheid van een verzekerde en de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid te objectiveren.

2.5 Het bestreden besluit is wat betreft het medische oordeel gebaseerd op rapportages van een verzekeringsarts en een bezwaarverzekeringsarts.

De verzekeringsarts heeft eiser onderzocht en het dossier van eiser bestudeerd. De verzekeringsarts heeft kennisgenomen van de resultaten van eisers bezoek aan de orthopeed. De verzekeringsarts is uitgegaan van de diagnose spondylose. De verzekeringsarts heeft beperkingen geconstateerd met betrekking tot zitten, staan, lang lopen, zwaar dragen en tillen, gebogen werken en klimmen. De beperkingen en belastbaarheid van eiser heeft de verzekeringsarts neergelegd in de functionele mogelijkhedenlijst van 30 januari 2002.

De bezwaarverzekeringsarts heeft het bezwaar van eiser en de beschikbare medische gegevens bestudeerd. De bezwaarverzekeringsarts heeft geconcludeerd dat de door de primaire verzekeringsarts aangegeven mogelijkheden juist zijn.

Op grond van de stukken moet naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat de verzekeringsartsen bij eiser niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld. Met name blijkt uit de rapportages van de verzekeringsartsen dat zij op de hoogte waren van de door eiser gestelde klachten, waaronder rugklachten. Uit de door eiser overgelegde informatie van de afdeling radiologie van 25 mei 2001 volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat er onvoldoende beperkingen zijn aangenomen. Evenmin volgt uit deze informatie dat eiser niet in staat is meer dan vier uur per dag te werken. Eiser heeft overigens geen informatie overgelegd die aanleiding geeft tot twijfel aan de bevindingen van de verzekeringsartsen.

2.6 Op basis van de vastgestelde medische beperkingen heeft de arbeidsdeskundige de arbeidsmogelijkheden van eiser nader onderzocht. Volgens de arbeidsdeskundige is eiser ongeschikt voor de door hem laatst verrichte arbeid als timmerman. Dat is niet in geschil.

Voor de bepaling van de restverdiencapaciteit van eiser heeft de arbeidsdeskundige in aanmerking genomen de drie in de arbeidsmogelijkhedenlijst vermelde functies van interieurverzorger (SBC-code 111330), sjouwer/opperman/hulpbouwvakker (SBC-code 111250) en meteropnemer (SBC-code 315181). Die functies vertegenwoordigen respectievelijk 251, 14 en 18 arbeidsplaatsen. Vergelijking van de loonwaarde die eiser in de middelste van die functies zou kunnen verdienen met het van het laatst verrichte werk als timmerman herleide inkomen, levert volgens de arbeidsdeskundige een verlies aan verdienvermogen op van 38,04%.

De bezwaararbeidsdeskundige heeft nader onderzoek verricht. De bezwaararbeidsdeskundige heeft geconcludeerd dat de geduide functies onveranderd passend worden geacht.

2.7 De rechtbank stelt zich op het standpunt dat het duiden van functies toetsbaar moet zijn. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat door de arbeidsdeskundige, al dan niet na overleg met de verzekeringsarts, inzichtelijk dient te worden gemaakt waarom de geduide functies voor een verzekerde als passend kunnen worden beschouwd. De rechtbank is daarbij van oordeel dat de arbeidsdeskundige bijzondere aandacht dient te besteden aan de signaleringen die het CBBS geeft ten aanzien van mogelijke overschrijdingen van de functionele mogelijkheden van een verzekerde ten opzichte van de in de functie gevraagde belasting en de signaleringen van de niet-gematchte punten. De beweegredenen van een arbeidsdeskundige om een functie (ondanks signaleringen) te accepteren dienen inzichtelijk te zijn.

Daargelaten dat de bovengenoemde signaleringen niet in de gedingstukken worden vermeld, zoals voorheen in het FIS ten aanzien van (schijnbare) overschrijdingen middels asterisken (*) het geval was, blijkt uit het dossier niet dat door de arbeidsdeskundige en de bezwaararbeidsdeskundige bijzondere aandacht aan deze signaleringen is besteed. De beweegredenen van de arbeidsdeskundigen om de geduide functies ondanks deze signaleringen passend te achten, zijn onderbelicht gebleven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat uit het onderhavige dossier niet, althans onvoldoende, kan worden afgeleid dat de geduide functies voor eiser passend zijn.

Verweerders gemachtigde heeft ter zitting aangegeven dat zij over de geschiktheid van de op de arbeidsmogelijkhedenlijst vermelde functies nader overleg heeft gehad met de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige. Dit heeft geresulteerd in een schriftelijke toelichting. Per functie is uiteengezet waarom deze, al dan niet, als passend voor eiser kan worden beschouwd.

De rechtbank is gelet op deze toelichting voldoende overtuigd van de geschiktheid van eiser voor de functies sjouwer/opperman/bouwvakker en meteropnemer. De rechtbank houdt echter twijfel over de geschiktheid van eiser voor de functie van interieurverzorger. Hierbij merkt de rechtbank op dat de verzekeringsarts op de FML uitdrukkelijk heeft aangegeven dat eiser lopen tijdens het werk moet kunnen afwisselen met zitten en staan, terwijl in de ter zitting gegeven toelichting over deze functie is aangegeven dat het lopen slechts kan worden afgewisseld met staan. De rechtbank is onvoldoende gebleken dat in deze functie het lopen en staan kan worden afgewisseld met zitten.

Deze functie kan evenwel worden vervangen door andere op de arbeidsmogelijkhedenlijst voorkomende functies, zoals de functie van portier/bewaker/toezichthouder (SBC-code 342020). De belasting in deze functie blijft, mede gezien de toelichting ter zitting en de functiebelastingenlijst, binnen eisers belastbaarheid. Vervanging van de functie van interieurverzorger door de functie portier/bewaker/toezichthouder leidt niet tot indeling in een hogere arbeidsongeschiktheidsklasse.

Gezien het vorenstaande heeft verweerder terecht de mate van arbeidsongeschiktheid per 11 maart 2002 gewaardeerd op 35 tot 45%. Het beroep dient dan ook ongegrond te worden verklaard.

3. De beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gegeven door mrs. J.G.M. Wouters, G.M.J. Kok en C.J.M. Volkers, rechters, en uitgesproken in het openbaar door mr. Wouters, in tegenwoordigheid van mr. J.H.C.W. Vonk als griffier, op 27 februari 2003.

Tegen deze uitspraak kunnen partijen en andere belanghebbenden hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De termijn daarvoor bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op