Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2003:AF2964

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
02-01-2003
Datum publicatie
15-01-2003
Zaaknummer
239030/MZ/02-17
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK BREDA

Sector Kanton - locatie Bergen op Zoom

BESLISSING OP GROND VAN DE WET ADMINISTRATIEFRECHTELIJKE HANDHAVING VERKEERSVOORSCHRIFTEN (WAHV)

Kantonnummer : 239030/MZ/02-17

CJIB.nummer : [X]

Beslissing van de kantonrechter op het ingestelde verzet van

[betrokkene], wonende te [adres], hierna te noemen betrokkene.

Betrokkene heeft verzet aangetekend tegen het krachtens de Wahv jegens haar uitgevaardigd dwangbevel door de officier van justitie, hierna te noemen officier.

Dit verzet is behandeld ter openbare terechtzitting van 19 december 2002.

Hierbij was [betrokkene] in persoon aanwezig.

Namens de officier is verschenen mr. M. van Leeuwen.

Inleiding

Aan betrokkene is ingevolge de Wahv een administratieve sanctie (betaling van een boete) van

€ 34,04 opgelegd op grond van het feit dat is geconstateerd dat met de auto gekentekend [XX-XX-XX] op 30 oktober 2001 op de Burg. Schneiderlaan te Roosendaal de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom is overschreden tot en met 10 km per uur. Ten tijde van de overtreding stond het kenteken op naam van betrokkene.

Betrokkene heeft verzuimd tegen die beschikking beroep in te stellen bij de officier.

Omdat de beschikking niet tijdig is voldaan, is deze van rechtswege verhoogd. Op 9 april 2002 is het bedrag van de oorspronkelijke sanctie ad € 34,04 door betrokkene voldaan, echter de verschuldigde verhoging is daarbij onbetaald gelaten. Deze sanctie is van rechtswege verder verhoogd, zodat er voor het (restant) bedrag van € 17,02 een dwangbevel jegens betrokkene is uitgevaardigd. Deze is op

8 augustus 2002 aan haar betekend. Betrokkene heeft vervolgens hiertegen op 14 augustus 2002 een schriftelijk verzetschrift ingediend.

In zijn schriftelijk commentaar concludeert de officier tot ongegrondverklaring van het door betrokkene gedane verzet. Betrokkene heeft immers nagelaten beroep tegen de beschikking in te stellen, terwijl zij -volgens de officier- door niet tijdig tot volledige betaling over te gaan, het gevolgde traject inclusief inschakeling van de deurwaarder voor ten uitvoerlegging van het dwangbevel, over zichzelf heeft afgeroepen.

Beoordeling

Ingevolge het bepaalde in artikel 26 lid 3 Wahv kan het verzet zich slechts richten tegen de ten uitvoerlegging van het dwangbevel zelf en kan het niet gericht zijn tegen de (onherroepelijk geworden) beschikking waarbij de administratieve sanctie is opgelegd.

Ter terechtzitting heeft betrokkene aangevoerd dat zij dacht tijdig betaald te hebben en dat zij zich er niet van bewust was dat zij nog een verhoging verschuldigd was. Betrokkene is ervan geschrokken dat het bedrag aan verhogingen ad € 17,02 inmiddels door het gevolgde traject van het uitvaardigen van een dwangbevel is opgelopen tot € 145,55. Temeer daar zij slechts een bijstandsuitkering geniet.

terechtzitting stelt de officier zich op het standpunt dat betrokkene door de verzonden beschikking en aanmaningen had kunnen weten dat zij te laat had betaald en dat zij derhalve nog een bedrag verschuldigd was. Echter gezien de restant sanctie ad € 17,02 enkel bestaat uit van rechtswege opgelegde verhogingen en gezien de oprechte bedoelingen van betrokkene, stelt de officier voor van verder verhaal af te zien en het verzet gegrond te verklaren.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Gezien hetgeen is aangevoerd ter zitting zal de kantonrechter het verzet van betrokkene gegrond verklaren.

Hierbij overweegt de kantonrechter ten overvloede dat het voor hem in de onderhavige situatie volstrekt onbegrijpelijk is dat er voor een dergelijk gering restantbedrag zoveel extra -kosten-verhogende- maatregelen worden ingezet om tot verhaal te komen.

Beslissing

De kantonrechter:

verklaart het verzet van betrokkene gegrond en vernietigt het bestreden dwangbevel;

bepaalt dat hetgeen door betrokkene naar aanleiding van dit dwangbevel reeds is voldaan aan haar dient te worden terugbetaald;

bepaalt dat hetgeen door betrokkene op de voet van artikel 26 Wahv aan griffierecht is voldaan, door de griffier aan haar zal worden vergoed.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing kan -in beginsel- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden, door binnen twee weken na de verzending van de mededeling van de beschikking van de kantonrechter een beroepschrift in te dienen bij de Rechtbank Breda, sector kanton - locatie Bergen op Zoom (Postbus 118, 4600 AC Bergen op Zoom).