Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2002:AE3836

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
07-06-2002
Datum publicatie
07-06-2002
Zaaknummer
108426/KG ZA 02-259
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

108426/KG ZA 02-259 RECHTBANK BREDA

7 juni 2002 Sector Handelsrecht

Voorzieningenrechter

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

1. [eiser], h.o.d.n. L.E.O. EVENTS,

wonende te [woonplaats],

2. de stichting STICHTING TOP 100 ALL TIMES LIVE,

gevestigd en kantoorhoudende te Made, gemeente Drimmelen,

e i s e r s bij dagvaarding van 22 mei 2002,

procureur: mr. N.A.M. Sinjorgo,

advocaat: mr. M. Ellens te Amsterdam,

t e g e n :

1. [gedaagde 1], h.o.d.n. CAFÉ-BAR [naam café],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

g e d a a g d e n,

procureur: mr. N. T. ter Haar Romeny,

advocaat: mr. H.J. van der Tak te Doorn.

1. Het verloop van het geding.

Dit blijkt uit de navolgende door partijen ter vonniswijzing overgelegde stukken:

de dagvaarding;

- de pleitaantekeningen van mr. Ellens en de door eisers in het geding gebrachte producties;

- de pleitnota, tevens houdende eis in reconventie van mr. van der Tak;

- de door gedaagden in het geding gebrachte producties.

Partijen hebben voorts ter zitting hun stellingen mondeling nader toegelicht.

2. Het geschil.

Eisers, hierna ook te noemen [eiser] en de Stichting, vorderen om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. gedaagden te gebieden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de

voorbereiding, de organisatie en de feitelijke uitvoering van het muziekevenement Top 100 Live, te houden op zaterdag 22 juni 2002 te Made, gemeente Drimmelen, te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van een dwangsom van € 4.500,-- per overtreding respectievelijk per dag of gedeelte van een dag dat gedaagden daarmee in gebreke zijn;

2. gedaagden te gebieden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de

Burgemeester van de Gemeente Drimmelen te informeren dat de organisatie van het muziekevenement Top 100 Live is gestaakt en dat het muziekevenement op zaterdag 22 juni 2002 geen doorgang zal vinden, alsmede hiervan mededeling te doen middels het uitgeven van een persbericht gericht aan de lokale media in en rond de gemeente Drimmelen, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,-- per overtreding respectievelijk per dag of gedeelte van een dag dat gedaagden daarmee in gebreke zijn;

3. gedaagden te gebieden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het gebruik van de naam en/of het teken Top 100 Live te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,-- per overtreding respectievelijk per dag of gedeelte van een dag dat gedaagden daarmee in gebreke zijn;

4. voor zover nodig op grond van artikel 50 lid 6 TRIPS-verdrag een termijn, waarbinnen een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt, te bepalen;

5. gedaagden te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen verschotten en gemachtigdensalaris.

Gedaagden hebben de vorderingen bestreden en vorderen in reconventie:

Verweerders te veroordelen om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis:

1. elk gebruik en/of verwijzing naar de naam TOP 100 ALLER TIJDEN te staken en gestaakt te houden;

2. de voorbereiding van en de kaartverkoop voor een muziekevenement waarvoor zij geen vergunning hebben verkregen op of rond 22 juni a.s. in Made of omgeving te staken en gestaakt te houden;

3. openbaarmaking van de in de pleitnota van eisers genoemde foto- en videoportretten, ondermeer op de internetsite w ww.top100alltimes.nl\com te staken en gestaakt te houden;

4. mededelingen aan B&W van de gemeente Drimmelen en Oosterhout te verzenden, evenals persberichten aan BN/De Stem en lokale media, een en ander conform door henzelf in conventie van eisers in reconventie gevorderd;

5. met veroordeling van verweerders in de kosten van de procedure, waaronder begrepen de verschotten en salaris.

In conventie en in reconventie

3. De voorlopige beoordeling en de gronden daarvoor.

3.1

Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

- [eiser] drijft onder de naam [eiser] Evenementen Organisatie (L.E.O. Events), een onderneming die zich bezighoudt met het organiseren van evenementen, zoals popfestivals en jaarmarkten en de verhuur en organisatie van evenementen en de benodigdheden daartoe.

- [eiser] is in het jaar 2000 benaderd door de heer [betrokkene] van Café [naam café] te Made om gezamenlijk in Made een Top 100 te organiseren, welke door diverse bands live ten gehore zou worden gebracht.

- De gemeente Drimmelen heeft aan [betrokkene] een horeca- en evenementenvergunning verleend voor een op 8 juli 2000 te houden muziekfestival onder de naam Top 100 All Times dat werd gehouden op het terrein van de hondenvereniging Made (HV Made).

- Bij besluit van 28 mei 2001 heeft de gemeente Drimmelen aan de Stichting Top 100 All Times Live i.o. een evenementenvergunning verleend voor het muziekfestival Top 100 All Times Live op de vierde zaterdag in juni van het jaar 2001, terwijl de horecavergunning is verleend aan gedaagde sub 1, hierna te noemen [gedaagde 1].

- Bij overeenkomst van 23 juni 2001 zijn [eiser] en [gedaagde 1] ondermeer het navolgende overeengekomen:

Gedurende het Top-100 All Times georganiseerd door de heer [eiser], uit [woonplaats], per 23-06-2001 maakt deze gebruik van Art. 35-vergunning van de [gedaagde 1] te [woonplaats].

De heer [eiser] verklaart hierbij dat hij GEHEEL verantwoordelijk is voor de totale gang van zaken, de drankverkoop gedurende dit evenement.

Ook voor ALLE lusten en lasten die hier uit voortvloeien.

Hij vrijwaart de [gedaagde 1] voor eventuele problemen en calamiteiten die voor-tijdens en na dit evenement kunnen of mogen ontstaan.

Ook is de afspraak dat er een vergoeding wordt betaald (….)

- [eiser] heeft na de succesvolle afloop van het festival op 23 juni 2001 in de pers en op de website w ww.top100alltimes.nl\com bekend gemaakt dat het festival een

terugkerend evenement wordt dat jaarlijks op de vierde zaterdag in juni in Made zal worden georganiseerd.

- Op 24 oktober 2001 heeft [eiser] het woordmerk "Top 100 All Times Live" laten registreren bij het Benelux Merkenbureau voor de klassen 9, 16, 25, 41 en 42.

- De Stichting i.o. heeft op 31 oktober 2001 bij de Burgemeester van de gemeente Drimmelen een aanvraag ingediend voor het houden van een muziekfestival op 22 juni 2002 onder de naam Top 100 All Times Live op de locatie parkeerplaats De Schutberg, welke aanvraag bij beslissing van 8 april 2002 is afgewezen.

- [gedaagde 1] en gedaagde sub 2, hierna te noemen van Meggelen, hebben op 21 november 2001 eveneens een aanvraag ingediend voor het houden van een muziekfestival op zaterdag 22 juni 2002, onder de naam Top 100 Live op de locatie van HV Made, op welke aanvraag bij beslissing van 10 april 2002 positief is beslist.

- [eiser] heeft op 29 april 2002 de stichting Stichting Top 100 All Times Live opgericht.

In conventie:

3.2

Eisers stellen dat gedaagden inbreuk maken op de auteurs- en merkenrechten van [eiser] en op de handelsnaamrechten van de Stichting, dan wel dat gedaagden onrechtmatig handelen jegens eisers door op de vierde zaterdag in juni te Made een muziekevenement te organiseren, aanvankelijk onder de naam Top 100 Live, thans onder de naam Top 100 Aller Tijden Live, terwijl gedaagden er zeer wel mee bekend zijn dat [eiser] in de twee voorafgaande jaren met succes op diezelfde datum en op de zelfde locatie en met dezelfde bands een muziekfestival heeft georganiseerd onder de naam Top 100 All Times (Live), en voornemens was ook dit jaar eenzelfde festival te organiseren..

3.3

Gedaagden betwisten dat het auteursrecht een rol speelt in deze zaak en betogen dat [eiser] geen rechten kan ontlenen aan zijn merk kan ontlenen, omdat dit merk wel gedeponeerd, maar nog niet geregistreerd en gepubliceerd is, terwijl gedaagden krachtens een licentieovereenkomst gerechtigd zijn tot gebruik van het wèl geregistreerde en gepubliceerde merk: "Top 100 Aller tijden". De handelsnaam, die door de Stichting wordt gevoerd, is, zo stellen gedaagden, pas sinds een maand ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Tenslotte stellen gedaagden, dat zij door de muzikanten zijn benaderd, omdat de muzikanten niet langer met [eiser] wensten samen te werken.

Merkenrecht

3.4

De bevoegdheid van deze voorzieningenrechter om van de vorderingen gebaseerd op het Benelux Merkenwet (BMW) kennis te nemen vloeit voort uit het feit dat [eiser] woonachtig is te [woonplaats] in samenhang met art. 37 BMW.

3.5

Voor zover gedaagden stellen dat eisers inbreuk plegen op de merkenrechten van Holland Media Group (HMG) op het merk "Top 100 Aller Tijden", wordt die stelling gepasseerd.

Ingevolge art. 11D BMW kan de licentiehouder slechts een zelfstandige vordering

instellen, indien hij de bevoegdheid daartoe van de merkhouder heeft bedongen.

Uit de licentieovereenkomst tussen HMG en gedaagden van 7 mei 2002 blijkt niet dat gedaagden een dergelijke bevoegdheid bedongen hebben.

3.6

[eiser] stelt dat gedaagden zich niet kunnen verschuilen achter de licentie van HMG, omdat die licentie ziet op het merk "Top 100 Aller Tijden" en het door gedaagden inbreukmakend teken bestaat uit de woorden "Top 100 Aller Tijden Live".

Volgens [eiser] zorgt de toevoeging van het woord "live" voor verwarring bij het in aanmerking komend publiek.

3.7

De door gedaagden gebruikte tekens "Top 100 Live" en "Top 100 Aller Tijden Live" stemmen auditief slechts gedeeltelijk overeen met het merk van [eiser]. Volgens [eiser] is het overeenstemmend gedeelte "Live" inbreukmakend.

Het Van Dale Electronisch Woordenboek (1997) geeft voor het woord "live" de betekenis: ter plekke opgevoerd, dus niet met behulp van opnames of filmbeelden.

Geconcludeerd wordt dat het woord "live" in zo verregaande mate beschrijvend is dat deze aanduiding op zichzelf ieder onderscheidend vermogen mist.

Door een dergelijke aanduiding te monopoliseren via een merkrecht zouden derden worden verhinderd om een live uitvoering van een werk op de in de gangbare taal gebruikelijke wijze aan te duiden. Dit geldt temeer nu gesteld noch gebleken is van een bruikbaar alternatief in de Nederlandse taal voor het woord "live".

Dat sprake zou zijn van begripsmatige overeenstemming, die zorgt voor verwarring, door gebruik van het woord "live" is reeds niet aannemelijk, omdat het woord "live" op zichzelf en in combinatie met muziekuitvoeringen zo breed gebruikelijk is dat dat woord niet onderscheidend en verwarringwekkend meer kan zijn.

Auteursrecht

3.8

Vooropgesteld wordt dat niet is uitgesloten dat een idee voor een evenement in aanmerking kan komen voor auteursrechtelijke bescherming, mits het voldoende is uitgewerkt en geconcretiseerd, zodat het evenement een oorspronkelijk, eigen karakter draagt. Dat is hier echter niet het geval. De in punt 46 van de dagvaarding beschreven elementen van de wijze van uitvoering van het evenement door [eiser], namelijk op de vierde zaterdag in juni in Made, door diverse live-bands en/of live-formaties, met invloed van het publiek op de lijst van 100 te spelen nummers en met voorzieningen voor kinderen en/of volwassenen, bieden onvoldoende aanknopingspunten voor het standpunt van [eiser] dat hij zich op auteursrechtelijke bescherming kan beroepen. Toegegeven kan worden dat het gegeven dat het een jaarlijks terugkerend evenement betreft, dat steeds op de vierde zaterdag van juni in de plaats Made wordt georganiseerd, als bijzonder element kan worden beschouwd, maar een dergelijk geografisch bepaald element leent zich niet voor auteursrechtelijke bescherming.

3.9

Van inbreuk op eventuele auteursrechten op de inhoud van de Top 100 lijsten van partijen is geen sprake, omdat vast staat dat de Top 100 lijsten van partijen inhoudelijk verschillen.

Handelsnaamwet

3.10

Voor een succesvol beroep op artikel 5 van de Handelsnaamwet is allereerst vereist dat gedaagden de inbreukmakende handelsnaam daadwerkelijk als handelsnaam gebruiken, door een onderneming te drijven onder de inbreukmakende naam. Dit laatste is echter gesteld noch gebleken, zodat dit beroep wordt verworpen.

3.11

Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen wordt reeds geconcludeerd dat de vorderingen sub 3 en 4 niet voor toewijzing in aanmerking komen.

Onrechtmatige daad

3.12

[eiser] stelt dat gedaagden onrechtmatig jegens hem handelen door op de vierde zaterdag in juni te Made een muziekevenement te organiseren onder de naam Top 100 Live, met gebruikmaking van hetzelfde concept en dezelfde bands waarmee [eiser] in de twee voorafgaande jaren op diezelfde datum en op de zelfde locatie een muziekfestival heeft georganiseerd onder de naam Top 100 All Times (Live). Volgens [eiser] haken gedaagden daarmee aan bij het succes van [eiser], door expliciet te verwijzen naar de eerdere geslaagde edities van 2000 en 2001, die door [eiser] zijn georganiseerd.

3.13

De voorzieningenrechter begrijpt de stellingen van gedaagden aldus, dat zij door de aan het festival deelnemende muzikanten eind 2001 zijn benaderd om de organisatie van het festival op zich te nemen. Dat een en ander is zo gelopen komt, aldus gedaagden, omdat [eiser] zich in 2001 niet aan afspraken hield, met als gevolg dat de goede naam in opbouw van het festival in het gedrang kwam, waardoor de muzikanten niet langer met hem wensten samen te werken.

3.14

Vooropgesteld wordt dat gedaagden niet "de muzikanten" zijn, zoals de raadsman van gedaagden in zijn pleitnota gedaagden aanduidt, maar de personen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]. [gedaagde 1] speelde bij het festival in 2001 een rol als toeleverancier van dranken.

Ofschoon de rol van [gedaagde 2] niet nader is toegelicht, blijkt uit de producties dat [gedaagde 2] eerder met [gedaagde 1] evenementen te Made zou hebben georganiseerd.

Het enkele feit dat voor het festival in 2001 op naam van [gedaagde 1] de horecavergunning was verleend is niet van doorslaggevend belang, omdat [eiser] algeheel verantwoordelijk was voor de totale gang van zaken en de drankverkoop gedurende het festival van 2001, zie de overeenkomst tussen [eiser] en [gedaagde 1] van 23 juni 2001.

De stelling van gedaagden dat de vergunning voor het festival in 2001 is verleend aan de Stichting i.o. en HV Made gezamenlijk is op geen enkele wijze onderbouwd en niet aannemelijk. Uit de brief van de Gemeente Drimmelen aan de Stichting i.o. van 28 mei 2001 (productie 4 eisers) blijkt immers dat die vergunning is verleend aan de Stichting i.o.

3.15

De kern van het geschil betreft de vraag wie van partijen gerechtigd is de organisatie van het festival op 22 juni 2002 op zich te nemen. Tussen partijen is in confesso dat het idee om een festival te organiseren waarbij de Top 100 van niet recente songs live wordt uitgevoerd, vele malen eerder is vertoond. Het idee om ook in Made een dergelijk festival te organiseren is afkomstig van [betrokkene], die [eiser] in 2000 heeft benaderd om het idee praktisch uit te werken en uit te voeren.

Na het eerste festival in 2000 heeft [betrokkene] zich echter teruggetrokken en heeft [eiser] het festival in 2001 geheel voor eigen rekening en risico georganiseerd. Nadat het festival in 2001 succesvol is gebleken heeft [eiser] bekend gemaakt dat dit festival een terugkerend evenement zou worden dat ieder jaar op de vierde zaterdag van juni te Made zou plaatsvinden. [eiser] stelt terecht dat dankzij zijn organisatie de voorgaande edities van het festival succesvol zijn verlopen en dat hij voor eigen rekening en risico de thans bij het publiek bestaande goodwill heeft opgebouwd. Vast staat dat [eiser] heeft geïnvesteerd in de goodwill voor die plaats en die tijd en die vorm, terwijl die goodwill tevens omvat de bekendheid bij het publiek dat [eiser] in 2001 heeft aangekondigd ieder jaar op de vierde zaterdag in juni te Made een festival te organiseren waarbij de top 100 live wordt uitgevoerd door verschillende bands.

De bekendheid van die datum bij het publiek was kennelijk ook voor gedaagden de aanleiding om op 21 november 2001 bij de gemeente Drimmelen voor die datum: de vierde zaterdag in juni 2002, een vergunning voor het onderhavige festival aan te vragen.

Die aanvraag is overigens gedaan zonder dat gedaagden [eiser] daarover hebben ingelicht, ofschoon gedaagden ermee bekend waren dat [eiser] voornemens was de Stichting op te richten en op naam van die Stichting op 22 juni 2002 een gelijksoortig festival te Made te organiseren. Door uitgerekend op de vierde zaterdag in juni 2002 een soortgelijk festival te organiseren haken gedaagden aan bij het succes van de voorgaande edities en beogen gedaagden thans te oogsten wat [eiser] de afgelopen twee jaar heeft gezaaid. Dit klemt temeer nu de gemeente Drimmelen bij het verlenen van de vergunning aan gedaagden als belangrijk argument heeft meegewogen dat zich tijdens het festival in 2001 geen ongeregeldheden hebben voorgedaan, hetgeen te danken is aan de organisatie van dat festival door [eiser].

Geconcludeerd wordt dan ook dat gedaagden op onrechtmatige wijze profiteren van de goodwill die [eiser] voor eigen rekening en risico heeft opgebouwd door met gebruikmaking van hetzelfde concept dat [eiser] in 2001 dankzij de successen van de voorgaande edities had aangekondigd, namelijk dat het festival jaarlijks op de vierde zaterdag in juni plaats zou vinden, uitgerekend op de vierde zaterdag in juni 2002 met dezelfde bands en op dezelfde locatie een festival met een gelijksoortige naam te organiseren.

3.16

Een en ander zou wellicht anders kunnen zijn indien gedaagden aan kunnen tonen dat de organisatie van het festival in 2000 en 2001 niet naar behoren is verlopen en dat zulks te wijten was aan ernstige tekortkomingen aan de zijde van [eiser]. Gedaagden hebben in dit verband een aantal verwijten richting [eiser] aangevoerd, die hierna puntsgewijs zullen worden besproken.

3.17

Gedaagden hebben aangevoerd dat [eiser] inbreuk maakt op auteursrechten van Buma/Stemra en op intellectuele eigendomsrechten van HMG door op zijn website songteksten te plaatsen en het Yorin-logo af te beelden.

Afgezien van het feit dat niet goed valt in te zien dat de gestelde inbreuken kunnen worden aangemerkt als een ernstige tekortkoming in de zin zoals hiervoor onder r.o. 3.16 is overwogen, is voldoende aannemelijk geworden dat [eiser] met Yorin een overeenkomst heeft gesloten, tevens voor radiocommercials, en dat hij zich niet heeft gerealiseerd dat hij mogelijk aan Buma/Stemra een vergoeding verschuldigd is voor het plaatsen van songteksten. Indien zal blijken dat dit laatste zich voordoet, heeft [eiser] toegezegd die vergoeding te betalen.

3.18

De stelling van gedaagden dat [eiser] bepaalde afspraken niet is nagekomen is door [eiser] weerlegd. Daarbij heeft [eiser] erkend dat er enkele problemen waren, hetgeen volgens hem niet ongebruikelijk is bij dergelijke festivals, maar hij heeft gemotiveerd uiteengezet dat die problemen thans zijn opgelost, ondermeer door aan te voeren dat een de klacht van HV Made omtrent een beschadigd hekwerk is oplost doordat het hek inmiddels is hersteld, dat betalingen aan EHBO-vrijwilligers op dezelfde avond contant zijn geschied en door te verwijzen naar schriftelijke afspraken met HV Made, door gedaagden overgelegd als productie 16, waaruit blijkt dat in de totaalprijs die door [eiser] aan HV Made is betaald, tevens een bedrag is inbegrepen voor arbeid en bewaking.

3.19

De stelling van gedaagden dat in 2001 bleek dat de benadering van [eiser] hoe langer hoe meer een puur commerciële benadering was, met minder hart voor het evenement zelf is door gedaagden niet nader onderbouwd en niet aannemelijk geworden.

Daarbij wordt opgemerkt dat [eiser] juist vanwege zijn kwaliteiten en ervaring op organisatorisch gebied in 2000 door [betrokkene] is benaderd, en dat het een feit van algemene bekendheid is dat voor een succesvolle organisatie en het waarborgen van een terugkerend evenement een commerciële benadering niet gemist kan worden. In de brief van de gemeente Drimmelen van 10 april 2002, verzonden 11 april 2002 aan [gedaagde 1] (productie 6 van eisers) is vermeld dat er bij de vorige edities van het festival geen klachten waren van nabijwonenden over geluidsoverlast en dat er op de dag van het evenement en de dag erna geen aangiften zijn gedaan van vernielingen, zodat geconcludeerd mag worden dat het evenement twee keer eerder naar tevredenheid van de gemeente is verlopen.

3.20

Gedaagden hebben aangevoerd dat de muzikanten niet meer met [eiser] wensen samen te werken. [eiser] heeft dit standpunt, dat namens de muzikanten door de [woordvoerder muzikanten] aan hem is kenbaar gemaakt, gerespecteerd. [eiser] heeft een en ander correct afgewerkt door dit besluit op de website mede te delen en de muzikanten te bedanken voor hun inzet waardoor de voorgaande festivals mede een groot succes zijn geworden.

Dat alle muzikanten niet meer met [eiser] wensen samen te werken is overigens niet geheel duidelijk geworden, aangezien uit de overgelegde producties blijkt dat de mededeling dat de muzikanten van verdere samenwerking met [eiser] afzien uitsluitend is ondertekend door de [woordvoerder muzikanten]. Uit de producties blijkt wel dat bij voornoemde [woordvoerder muzikanten] kennelijk grote weerstand tegen [eiser] bestaat, hetgeen blijkt uit

de inhoud van de door hem aan [eiser] verzonden e-mails, maar de aanleiding voor die weerstand wordt niet duidelijk. Wat daar ook van zij, ook volgens [eiser] staat het de bandleden vrij om de samenwerking met hem te verbreken en om zelf een top 100 te organiseren op een willekeurig door hen te kiezen datum, echter niet op de vierde zaterdag in juni, de datum die [eiser] in 2001 voor de toekomst heeft aangekondigd.

3.21

Gedaagden betogen tenslotte dat eisers thans het publiek misleiden door kaartjes te verkopen voor een festival waarvoor zij nog geen vergunning hebben, waarbij eisers aangegeven dat eenmaal gekochte kaartjes niet worden teruggenomen. [eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij in staat is om op 22 juni 2002 te Oosterhout een compleet festival te organiseren, met vijf andere bands. Ter zitting heeft [eiser] verklaard dat een ambtenaar van de gemeente Oosterhout hem telefonisch heeft medegedeeld dat hem een vergunning zal worden verleend voor het festival op 22 juni 2002 op de locatie Weststad noord te Oosterhout, zodra vast komt te staan dat niet op dezelfde dag op 1,5 kilometer afstand te Made een gelijksoortig popfestival wordt gehouden. Bovendien heeft [eiser] ter terechtzitting toegezegd dat hij reeds verkochte kaarten zal restitueren indien het festival op 22 juni 2002 onverhoopt niet door mocht gaan.

3.22

Het feit dat [eiser] thans nog niet beschikt over een vergunning behoeft niet aan toewijzing van de vordering in de weg te staan, aangezien de belangrijkste reden om die vergunning aan [eiser] te weigeren het feit is dat gedaagden voor dezelfde dag

reeds een vergunning is verleend. Dat het aanvragen van die vergunning op de vierde zaterdag in juni 2002 een onrechtmatige daad van gedaagden jegens [eiser] oplevert is hiervoor onder r.o. 3.15 reeds geconcludeerd. Het is derhalve aan de onrechtmatige handelwijze van gedaagden te wijten dat eisers thans niet over een vergunning beschikken.

3.23

Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen worden de vorderingen sub 1 en 2 toegewezen. Nu gedaagden na het uitbrengen van de dagvaarding de naam Top 100 Live hebben gewijzigd in Top 100 Aller Tijden Live, zullen de vorderingen tevens voor de gewijzigde naam worden toegewezen. Ter wille van de uitvoerbaarheid zal gedaagden voor de nakoming van het sub 2 gevorderde een termijn worden gegund tot 12 uur dinsdag 11 juni 2002. De voorzieningenrechter ziet voorts aanleiding de gevorderde dwangsommen te matigen en maximeren als in de beslissing vermeld.

In reconventie

3.24

De vordering sub 1 wordt afgewezen omdat gesteld noch gebleken is dat gedaagden de bevoegdheid om een zelfstandige vordering instellen van de merkhouder heeft bedongen, conform art. 11D BMW.

3.25

Op grond van hetgeen in conventie onder r.o. 3.12 tot en met 3.23 is overwogen worden de vorderingen sub 2 en 4 afgewezen.

3.26

De auteursrechten op de foto- en videoportretten van muzikanten, die volgens gedaagden op de internetsite w ww.top100alltimes.nl\com worden vertoond, berusten niet bij gedaagden, maar bij de muzikanten zelf. Nu gesteld noch gebleken is dat deze auteursrechten op enige wijze aan gedaagden zijn overgedragen, behoort de vordering sub 3 te worden afgewezen.

4. De kosten.

In conventie en in reconventie:

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] dienen als de in het ongelijk te stellen partij te worden verwezen in de kosten van het geding.

5. De beslissing in kort geding.

De voorzieningenrechter

In conventie:

gebiedt gedaagden om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de voorbereiding, de organisatie en de feitelijke uitvoering van het muziekevenement Top 100 Live en/of Top 100 Aller Tijden Live", te houden op zaterdag 22 juni te Made, gemeente Drimmelen, te staken en gestaakt te houden;

gebiedt gedaagden om uiterlijk dinsdag 11 juni 2002 om 12.00 uur de Burgemeester van de gemeente Drimmelen te informeren dat de organisatie van het muziekevenement Top 100 Live en/of Top 100 Aller Tijden Live is gestaakt en dat het muziekevenement op zaterdag 22 juni 2002 géén doorgang zal vinden, alsmede hiervan mededeling te doen middels het uitgeven van een persbericht gericht aan de lokale media in en rond de gemeente Drimmelen;

bepaalt dat gedaagden een dwangsom verbeuren van € 1.000,-- per dag of gedeelte van een dag dat zij in gebreke blijven aan een van voormelde veroordelingen te voldoen,

met bepaling dat aan dwangsommen maximaal € 25.000,-- kan worden verbeurd;

bepaalt dat een in dit vonnis genoemde dwangsom vatbaar is voor matiging door de bodemrechter voorzover handhaving van verbeurte van die dwangsom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding;

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van het geding deze voorzover aan de zijde van de wederpartij gevallen tot op heden begroot op € 973,92, waaronder begrepen een bedrag van € 703,36 aan salaris;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

weigert het meer of anders gevorderde.

In reconventie:

weigert de gevorderde voorzieningen;

veroordeelt eisende partij in de kosten van het geding deze voorzover aan de zijde van de wederpartij gevallen tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Andel, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting in kort geding van vrijdag 7 juni 2002, in tegenwoordigheid van mr. D.G.E.C.Th. Schütz, waarnemend griffier.