Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2001:AD8422

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
23-10-2001
Datum publicatie
24-01-2002
Zaaknummer
209529 OV/01-1671
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

KANTONGERECHT TE BERGEN OP ZOOM

Zaaknr.: 209529 OV / 01-1671

1. Inleiding

Op 10 oktober 2001 is ter griffie van dit kantongerecht een verzoek ingekomen van:

[verzoeker], (woonplaats),

hierna te noemen [verzoeker],

gemachtigde: mr. P.C.M. Dirven, advocaat te Etten-Leur,

waarbij [verzoeker] zich tot de kantonrechter wendt met het verzoek:

om hem te belasten met het gezag over [zoon] en om de afgifte van deze minderjarige aan hem te bevelen.

In het verzoekschrift wordt -kort gezegd- gesteld dat [verzoeker] in de periode van 23 oktober 1996 tot 4 juli 2001 heeft samengewoond met [partner] en dat uit deze samenleving op 21 januari 1999 is geboren [minderjarige] voornoemd, welk kind op 22 januari 1999 door verzoeker is erkend.

Op 4 juli 2001 is de moeder van de minderjarige overleden en korte tijd later heeft de oma van de minderjarige (van [oma] het kind meegenomen naar haar woonplaats[oma] is bij testament van [partner] benoemd tot voogd. Verzoeker wenst, in afwijking van deze testamentaire voogdij, zelf belast te worden met het gezag.

2. Tussentijdse beoordeling

Uit artikel 1:280 Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat een (testamentaire) voogdij begint op het tijdstip waarop de voogd zich bereid heeft verklaard de voogdij te aanvaarden. Deze bereid-verklaring dient te geschieden middels een verklaring afgelegd ter griffie van het kantongerecht dat daartoe bevoegd is. Uit de artikelen 429c Burgerlijke Rechtsvordering (RV) jo 1:12 BW volgt dat een dergelijke verklaring afgelegd dient te worden bij het kantongerecht te Bergen op Zoom. Voornoemde verklaring is tot het moment van indiening van het verzoekschrift niet ter griffie afgelegd, zodat de testamentaire voogdij geen aanvang heeft genomen.

Op grond van artikel 1:253g BW kan de kantonrechter, indien van de ouders diegene overlijdt die het gezag over hun minderjarig kind alleen uitoefende, bepalen dat de overlevende ouder of een derde met het gezag over dit kind wordt belast. Aangezien [verzoeker] de minderjarige heeft erkend, is hij bevoegd een dergelijk verzoek aan de kantonrechter voor te leggen. Het verzoek om de overlevende ouder met het gezag te belasten wordt slechts afgewezen indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd. Deze bepaling is mede van toepassing indien de overleden ouder een voogd heeft aangewezen bij uiterste wilsbeschikking.

Wederom gezien bovengenoemde artikelen 429c RV jo 1:12 BW is de kantonrechter te Bergen op Zoom de bevoegde rechter in deze.

De kernvraag waarover de kantonrechter dient te oordelen is: wat is in het belang van het kind, de testamentaire voogdij waarbij de oma van moederszijde tot voogd is benoemd dan wel toewijzing van het onderhavige verzoek om de vader met het gezag te belasten.

De kantonrechter acht het in deze zinvol om eerst belanghebbenden te horen omtrent deze aangelegenheid.

-2-

Zaaknr.: 209529 \ OV 01-1671

3. Beslissing

De Kantonrechter:

nodigt belanghebbenden, te weten:

- verzoeker, met diens raadsman mr. P.C.M. Dirven;

- testamentair voogd [oma];

- de Raad voor de Kinderbescherming;

uit te verschijnen op de terechtzitting van:

dinsdag 20 november 2001 om 15.00 uur

waarbij het een mondelinge behandeling van het onderhavige verzoekschrift zal plaatsvinden, bij het kantongerecht te Bergen op Zoom, aan de Stationsstraat 28.

Aan een eventuele niet-verschijning kunnen de gevolgen worden verbonden die de kantonrechter passend acht.

De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gegeven te Bergen op Zoom door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en door deze op

23 oktober 2001 in het openbaar uitgesproken in het bijzijn van de griffier.