Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2000:AA9192

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
29-12-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
4216-99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE BREDA

Parketnummer: 4216-99

1 Partijen. Onderzoek van de zaak.

In de zaak onder voormeld parketnummer van de officier van justitie in het arrondissement Breda tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in de P.I.,

heeft de vierde kamer van deze rechtbank het volgende vonnis gewezen.

De rechtbank heeft de gedingstukken gezien en de zaak onderzocht ter terechtzitting. Zij heeft de vordering van de officier van justitie gehoord en het verweer dat naar voren is gebracht door de verdachte en de raadsman.

2 De tenlastelegging.

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het wetboek van strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht terzake dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in

elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en)

van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of een of meer andere

middelen, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of dat/die andere middel(en)

(telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(deeldossier 8)

art 2 lid 1 ahf/ond a letter B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in

het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het

opzettelijk bereiden en/of bewerken, en/of verwerken van(een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine en/of een

of meer andere middelen (telkens) voorkomende op lijst I van de Opiumwet voor

te bereiden en/of te bevorderen , een of meer anderen heeft getracht te

bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te

lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of heeft getracht zich en/of

een of meer anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het

plegen van dat/die feit(en) te verschaffen en/of voorwerpen en/of

vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voor

handen heeft gehad waarvan hij wist of ernstige redenen had om te vermoeden

dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, hebbende hij, verdachte,

(telkens) (zakelijk weergegeven)

- contacten gelegd en/of onderhouden met een of meer leverancier(s) van

grondstoffen ten behoeve van de bereiding van voornoemde MDMA en/of amfetamine

en/of

- opdracht gegeven tot het leggen van contacten met een of meer leverancier(s)

van bedoelde grondstoffen en/of

- contacten gelegd en/of onderhouden met een of meer producent(en) en/of

bereider(s) van (voornoemde) MDMA en/of amfetamine en/of

- die producent(en) en/of bereider(s) aangestuurd of geinstrueerd

- zich laten informeren met betrekking tot de stand van zaken ten aanzien van

die productie en/of die bereiding;

(deeldossier 8)

(artikel 2 jo 10a Opiumwet)

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt

en/of vervoerd en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft

gebracht (ongeveer) 61.911 pillen bevattende MDMA en/of (ongeveer) 48,1

kilogram amfetamine en/of (ongeveer) 50 kilogram amfetamine en/of een of meer

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of een

of meer andere middelen, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of dat/die andere

middel(en) (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

(deeldossiers 9 en 11), ((deeldossier 14))

art 2 lid 1 ahf/ond a letter B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in

het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het

opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of

binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland te brengen van(een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine en/of een

of meer andere middelen (telkens) voorkomende op lijst I van de Opiumwet voor

te bereiden en/of te bevorderen , een of meer anderen heeft getracht te

bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te

lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of heeft getracht zich en/of

een of meer anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het

plegen van dat/die feit(en) te verschaffen en/of voorwerpen en/of

vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voor

handen heeft gehad waarvan hij wist of ernstige redenen had om te vermoeden

dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, hebbende hij, verdachte,

(telkens) (zakelijk weergegeven)

- contacten gelegd en/of onderhouden met een of meer (mogelijke) afnemer(s)

van (voornoemde) MDMA en/of amfetamine en/of

- contacten gelegd en/of onderhouden met een of meer producent(en) en/of

bereider(s) van (voornoemde) MDMA en/of amfetamine en/of

- contacten gelegd en/of onderhouden met een of meer tussenperso(o)n(en)

en/of prijsafspraken gemaakt;

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 mei 1996

tot en met 11 oktober 1999 te Etten-Leur en/of Sint Willebrord, gemeente

Rucphen en/of Breda en/of Hoeven, gemeente Halderberge, in elk geval in het

arrondissement Breda en/of te Amsterdam, in elk geval in het arrondissement

Amsterdam,in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een duurzaam samenwerkingsverband van personen, te weten hij,

verdachte en/of [mededaders] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie

tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

-het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen

van hoeveelheden, althans een hoeveelheid van (een) middel(en) (telkens)

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

-het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken,verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of het opzettelijk aanwezig hebben van hoeveelheden,

althans een hoeveelheid van (een) middel(en) (telkens) vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst I,

zulks terwijl hij oprichter en/of bestuurder en/of leider van voormelde

organisatie was;

(deeldossier 17)

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 11 oktober 1999 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

althans in het arrondissement Breda, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, munitie van categorie III, te weten 40, althans een

hoeveelheid, kogelpatronen voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(deeldossier 16)

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

art 55 lid 3 ahf/ond b Wet wapens en munitie

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en met 1 augustus 1998 te

Amsterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en/of te Breda, in elk

geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, ABN/AMRO Bank N.V. heeft bewogen tot de afgifte

van een hypothecaire geldlening van f 265.000,- of daaromtrent, in elk geval

van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde

hypothecaire geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een

vals of vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat hij,

verdachte een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 60.294,78 of daaromtrent, zulks terwijl hij in

werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen,

waardoor ABN/AMRO Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en met 1 augustus 1998 te

Amsterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en/of te Breda, in elk

geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e)

werkgeversverklaring en/of loonoverzicht, - (elk) zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat

geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s), ten behoeve van de aanvraag van een

hypothecaire geldlening voornoemd(e) geschrift(en) heeft/hebben doen toekomen

aan de ABN/AMRO Bank N.V. en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

uit voornoemde werkgeversverklaring en/of voornoemd loonoverzicht zou moeten

blijken, dat hij, verdachte, een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A.

met een brutojaarsalaris van f 60.294,78 of daaromtrent, zulks terwijl hij,

verdachte, in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden

heeft verricht en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 1998 tot en met 31 december 1998

te Rotterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, in elk geval in

Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, A.S.R. Bank N.V. heeft bewogen tot de afgifte van een

hypothecaire geldlening van f 425.000,- of daaromtrent, in elk geval van enig

geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde hypothecaire

geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een vals of

vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat hij,

verdachte een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 87.750,- of daaromtrent, zulks terwijl hij in

werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen, waardoor

A.S.R. Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 november 1998 tot en met 1 december 1998

te Rotterdam en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e)

werkgeversverklaring en/of loonoverzicht, - (elk) zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat

geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s), ten behoeve van de aanvraag van een

hypothecaire geldlening voornoemd(e) geschrift(en) heeft/hebben doen toekomen

aan A.S.R. Bank N.V. en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat uit

voornoemde werkgeversverklaring en/of voornoemd loonoverzicht zou moeten

blijken, dat hij, verdachte, een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A.

met een brutojaarsalaris van f 87.750,- of daaromtrent, zulks terwijl hij,

verdachte, in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden

heeft verricht en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 18 november 1998 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

althans in het arrondissement Breda een koopakte (betreffende het pand

[adres])- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers

heeft verdachte valselijk zijn handtekening onder voornoemde koopakte

geplaatst, waarin als koopprijs een geldbedrag van f 425.000,- is vermeld,

terwijl de werkelijke koopprijs een hoger geldbedrag (ongeveer f 600.000,- of

daaromtrent) betrof, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De geldigheid van de dagvaarding.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4 De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5 De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Zij kan dus in haar vordering worden ontvangen.

6 Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7 De bewezenverklaring.

Door het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt hoeveelheden, en in

elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en)

van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of een of meer andere

middelen, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of dat/die andere middel(en)

(telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt

en/of vervoerd en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft

gebracht (ongeveer) 61.911 pillen bevattende MDMA en/of (ongeveer) 48,1

kilogram amfetamine en/of (ongeveer) 50 kilogram amfetamine en/of een of meer

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of een

of meer andere middelen, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of dat/die andere

middel(en) (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

I;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 mei 1996

tot en met 11 oktober 1999 te Etten-Leur en/of Sint Willebrord, gemeente

Rucphen en/of Breda en/of Hoeven, gemeente Halderberge, in elk geval in het

arrondissement Breda en/of te Amsterdam, in elk geval in het arrondissement

Amsterdam,in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een duurzaam samenwerkingsverband van personen, te weten hij,

verdachte en/of [mededaders] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie

tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

-het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen

van hoeveelheden, althans een hoeveelheid van (een) middel(en) (telkens)

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

-het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken,verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of het opzettelijk aanwezig hebben van hoeveelheden,

althans een hoeveelheid van (een) middel(en) (telkens) vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst I,

zulks terwijl hij oprichter en/of bestuurder en/of leider van voormelde

organisatie was;

4.

hij op of omstreeks 11 oktober 1999 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

althans in het arrondissement Breda, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, munitie van categorie III, te weten 40, althans een

hoeveelheid, kogelpatronen voorhanden heeft gehad;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en met 1 augustus 1998 te

Amsterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en/of te Breda, in elk

geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, ABN/AMRO Bank N.V. heeft bewogen tot de afgifte

van een hypothecaire geldlening van f 265.000,- of daaromtrent, in elk geval

van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde

hypothecaire geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een

vals of vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat hij,

verdachte een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 60.294,78 of daaromtrent, zulks terwijl hij in

werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen,

waardoor ABN/AMRO Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 1998 tot en met 31 december 1998

te Rotterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, in elk geval in

Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, (A.)S.R. Bank N.V. heeft bewogen tot de afgifte van een

hypothecaire geldlening van f 425.000,- of daaromtrent, in elk geval van enig

geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde hypothecaire

geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een vals of

vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat hij,

verdachte een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 87.750,- of daaromtrent, zulks terwijl hij in

werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen, waardoor

(A.)S.R. Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

7.

hij op of omstreeks 18 november 1998 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

althans in het arrondissement Breda een koopakte (betreffende het pand

[adres])- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers

heeft verdachte valselijk zijn handtekening onder voornoemde koopakte

geplaatst, waarin als koopprijs een geldbedrag van f 425.000,- is vermeld,

terwijl de werkelijke koopprijs een hoger geldbedrag (ongeveer f 600.000,- of

daaromtrent) betrof, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8 Het bewijs.

De overtuiging van de rechtbank, dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

8.1 De bewijsmiddelen.

8.2.

De bewijsoverwegingen.

De raadsman heeft ter terechtzitting ten aanzien van feit 1 primair aangevoerd dat het opzettelijk aanwezig hebben van pillen, bevattende MDMA, met een gewicht van 36,25 gram bewezen kan worden verklaard, nu deze bij de huiszoeking in de woning van verdachte zijn aangetroffen en verdachte dit feit heeft bekend. Niet is vast te stellen dat verdachte tezamen en in vereniging opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, aldus de raadsman.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de bewijsmiddelen blijkt de nauwe samenwerking van verdachte met anderen tot het produceren van de verdovende middelen. Gebleken is dat gebruik is gemaakt van verschillende loodsen voor de opslag van grondstoffen en het vervaardigen van synthetische drugs.Uit de observaties, de tapgesprekken en huiszoekingen leidt de rechtbank de betrokkenheid van verdachte bij dit feit af. Met hem werd overleg gevoerd en hij coördineerde activiteiten. Het tapgesprek van 6 februari 1999 (open lijn gesprek om 18.46 uur) is hiervoor illustratief. Verdachte zegt in dit gesprek:

“Ik heb die gast nog gesproken die eh wouen dan zo’n eh, ons laboratorium huren zeg maar of lenen dat waren die gasten van [X.] uit Tilburg…”. Uit andere tapgesprekken is gebleken dat er kort daarvoor was ingebroken in de loods waar geproduceerd werd. Ook de veelvuldige telefoongesprekken tussen [medeverdachte] en verdachte geven aan dat met verdachte frequent overleg was over de stand van zaken in de productie.

Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte dit feit mede heeft gepleegd.

De raadsman heeft ter terechtzitting ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat verdachte de drugstransactie van 61.911 XTC-pillen niet mede heeft gepleegd.

Voor de aflevering van de 48,1 en 50 kg amfetamine geldt hetzelfde, aldus de raadsman.

De rechtbank is van oordeel dat uit de tapgesprekken en de observaties de betrokkenheid van verdachte bij de aflevering van de pillen op 24 juni 1998 aan [belanghebbende] blijkt. [medeverdachte] is weliswaar degene geweest die de pillen heeft afgeleverd aan [belanghebbende], maar [medeverdachte] stond voor en na de aflevering in nauw contact met verdachte. Direct na de aflevering, 4 minuten nadat [medeverdachte] en [belanghebbende] uit elkaar gaan, belt [medeverdachte] met verdachte. Verdachte vraagt dan of alles goed is en [medeverdachte] antwoordt dan dat het al gebeurd is.

Bij de aflevering van de 48,1 en 50 kg amfetamine heeft [medeverdachte] in opdracht van verdachte en [medeverdachte] gehandeld. Verdachte coördineerde de afleveringen. Verdachte voerde (indirect) overleg met [medeverdachte] over betalingen.

Mede gelet op de samenhang met de overige tegen verdachte bewezenverklaarde feiten acht de rechtbank het medeplegen van dit feit eveneens bewezen.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte geen deel heeft uitgemaakt van de criminele organisatie.

De rechtbank acht dit feit bewezen, nu er naar haar oordeel sprake is van een organisatie als waarop wordt gedoeld in artikel 140 van het wetboek van strafrecht. Van een dergelijke organisatie kan worden gesproken bij een gestructureerd samenwerkingsverband, waarin de verschillende betrokken personen telkens een vaste rol vervullen. Het samenwerkingsverband heeft geruime tijd, enige jaren, bestaan. De deelnemers aan de organisatie hebben een zodanige rol vervuld dat de organisatie daardoor kon functioneren. Uit de processtukken komt de rol van verdachte naar voren als die van leider van de organisatie.

De raadsman heeft ten aanzien van de feiten 5 en 6 aangevoerd dat verdachte niet op de hoogte was van de valsheid van de werkgeversverklaringen en loonstroken.

Ten aanzien van feit 5 is de rechtbank van oordeel dat als er al sprake is geweest van een dienstverband van verdachte bij Imak BVBA, het opgegeven bruto jaarsalaris van verdachte bij Imak ad f 60.294,78 niet in overeenstemming is met het bedrag dat verdachte, blijkens de aangifte loonbelasting van Imak over 1998 vermeldend een bedrag ad f 32.384,-, verdiende.

Ten aanzien van feit 6 overweegt de rechtbank dat het opgegeven bruto jaarsalaris van [medeverdachte] ad f 87.750,- eveneens niet in overeenstemming is met zijn fiscale inkomen over 1998. [medeverdachte] heeft verklaard de werkgeversverklaringen te hebben ingevuld. Het loonoverzicht lag ten grondslag aan deze werkgeversverklaring.

Verdachte is zich ervan bewust geweest, althans had zich moeten realiseren, dat geldgevers in het algemeen niet bereid zouden zijn hypothecaire leningen ten belope van f 265.000,- respectievelijk f 425.000,- te verstrekken uitsluitend op basis van een jaarinkomen van de geldnemer ad f 32.384,-.

De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander de banken heeft bewogen tot het afgeven van de hypothecaire geldleningen en aldus deze heeft opgelicht.

Ten aanzien van feit 7 overweegt de rechtbank dat verdachte wist dat het bedrag vermeld in de koopakte onjuist was. In werkelijkheid bedroeg de koopprijs f 600.000,- en geen

f 425.000,-. Het plaatsen van zijn handtekening onder deze akte maakt de koopakte vals.

De rechtbank verwijst hiervoor naar de getuigenverklaring van [getuige], die inhoudt dat

f 425.000,- op papier werd gezet en f 175.000,- zwart zou worden betaald.

9 De strafbaarheid van het bewezene.

Het ten laste van verdachte bewezen verklaarde levert de volgende misdrijven op:

1. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

2. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

3. Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl hij leider is van de organisatie.

4. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot munitie van categorie III.

5. Medeplegen van oplichting.

6. Medeplegen van oplichting.

7. Valsheid in geschrift.

10 De strafbaarheid van verdachte.

Verdachte is strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard, nu niet is gebleken van enige omstandigheid die zijn strafbaarheid zou opheffen.

11 De straffen en maatregelen.

11.1 De algemene overwegingen omtrent de straf.

Op grond van de aard van het bewezene alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, die zij hierna zal bepalen.

11.2 De bijzondere overwegingen omtrent de straf.

Verdachte heeft zich gedurende een geruime periode in georganiseerd crimineel verband schuldig gemaakt aan de productie en handel in amfetamine en MDMA.

Verdachte heeft binnen die organisatie een leidende rol vervuld. Hij hield zich veelal op de achtergrond, maar had niettemin de feitelijke zeggenschap in de organisatie. Hij was de spil in het samenwerkingsverband die door de overige deelnemers op de hoogte werd gehouden van de ontwikkelingen binnen de organisatie.

De georganiseerde internationale handel in hard drugs is uitermate lucratief, waarbij degenen die zich hiermee inlaten zich uitsluitend door eigen winstbejag laten leiden. Verdovende middelen als amfetamine en MDMA leveren een ernstig gevaar voor de volksgezondheid op en het gebruik ervan werkt criminaliteit in de hand.

Bovendien brengt de productie van synthetische drugs ernstige milieu-schade met zich mee, nu de rest- en afvalstoffen in veel gevallen in het milieu gedumpt worden.

Door het voorhanden hebben van kogelpatronen heeft verdachte de Wet, wapens en munitie overtreden.

Door het verwerven van een hypothecaire geldlening op grond van een valse voorstelling van zaken heeft verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan oplichting. Daarnaast heeft hij valsheid in geschrift gepleegd door het ondertekenen van een valselijk opgemaakte koopakte.

Verdachte heeft een strafblad terzake van het plegen van misdrijven, ook terzake van het overtreden van de Opiumwet.

De rechtbank acht gelet op de ernst van voornoemde feiten het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats.

12 De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 47, 57, 63, 91, 140, 225, 326 van het wetboek van strafrecht en de artikelen 2, 10, 13, 14 van de Opiumwet en de artikel 26, 55, 56 en 60 van de Wet wapens en munitie.

13 De beslissing.

RECHTDOENDE beslist de rechtbank als volgt.

Zij verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 7 is omschreven.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de onder 9 vermelde strafbare feiten.

Zij verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Zij veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaar.

Zij bepaalt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht in mindering zal worden gebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Renneberg, voorzitter, mr. Van Rijkom en mr. Schnitzler-Strijbos, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Oostlander-Vink en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 december 2000.

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE BREDA

Parketnummer: 4216-99

1 Partijen. Onderzoek van de zaak.

In de zaak onder voormeld parketnummer van de officier van justitie in het arrondissement Breda tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in de P.I.,

heeft de vierde kamer van deze rechtbank het volgende vonnis gewezen.

De rechtbank heeft de gedingstukken gezien en de zaak onderzocht ter terechtzitting. Zij heeft de vordering van de officier van justitie gehoord en het verweer dat naar voren is gebracht door de verdachte en de raadsman.

2 De tenlastelegging.

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het wetboek van strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht terzake dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in

elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en)

van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of een of meer andere

middelen, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of dat/die andere middel(en)

(telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(deeldossier 8)

art 2 lid 1 ahf/ond a letter B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in

het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het

opzettelijk bereiden en/of bewerken, en/of verwerken van(een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine en/of een

of meer andere middelen (telkens) voorkomende op lijst I van de Opiumwet voor

te bereiden en/of te bevorderen , een of meer anderen heeft getracht te

bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te

lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of heeft getracht zich en/of

een of meer anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het

plegen van dat/die feit(en) te verschaffen en/of voorwerpen en/of

vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voor

handen heeft gehad waarvan hij wist of ernstige redenen had om te vermoeden

dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, hebbende hij, verdachte,

(telkens) (zakelijk weergegeven)

- contacten gelegd en/of onderhouden met een of meer leverancier(s) van

grondstoffen ten behoeve van de bereiding van voornoemde MDMA en/of amfetamine

en/of

- opdracht gegeven tot het leggen van contacten met een of meer leverancier(s)

van bedoelde grondstoffen en/of

- contacten gelegd en/of onderhouden met een of meer producent(en) en/of

bereider(s) van (voornoemde) MDMA en/of amfetamine en/of

- die producent(en) en/of bereider(s) aangestuurd of geinstrueerd

- zich laten informeren met betrekking tot de stand van zaken ten aanzien van

die productie en/of die bereiding;

(deeldossier 8)

(artikel 2 jo 10a Opiumwet)

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt

en/of vervoerd en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft

gebracht (ongeveer) 61.911 pillen bevattende MDMA en/of (ongeveer) 48,1

kilogram amfetamine en/of (ongeveer) 50 kilogram amfetamine en/of een of meer

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of een

of meer andere middelen, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of dat/die andere

middel(en) (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

(deeldossiers 9 en 11), ((deeldossier 14))

art 2 lid 1 ahf/ond a letter B Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in

het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het

opzettelijk verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of

binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland te brengen van(een)

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine en/of een

of meer andere middelen (telkens) voorkomende op lijst I van de Opiumwet voor

te bereiden en/of te bevorderen , een of meer anderen heeft getracht te

bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te

lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of heeft getracht zich en/of

een of meer anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het

plegen van dat/die feit(en) te verschaffen en/of voorwerpen en/of

vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voor

handen heeft gehad waarvan hij wist of ernstige redenen had om te vermoeden

dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, hebbende hij, verdachte,

(telkens) (zakelijk weergegeven)

- contacten gelegd en/of onderhouden met een of meer (mogelijke) afnemer(s)

van (voornoemde) MDMA en/of amfetamine en/of

- contacten gelegd en/of onderhouden met een of meer producent(en) en/of

bereider(s) van (voornoemde) MDMA en/of amfetamine en/of

- contacten gelegd en/of onderhouden met een of meer tussenperso(o)n(en)

en/of prijsafspraken gemaakt;

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 mei 1996

tot en met 11 oktober 1999 te Etten-Leur en/of Sint Willebrord, gemeente

Rucphen en/of Breda en/of Hoeven, gemeente Halderberge, in elk geval in het

arrondissement Breda en/of te Amsterdam, in elk geval in het arrondissement

Amsterdam,in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een duurzaam samenwerkingsverband van personen, te weten hij,

verdachte en/of [mededaders] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie

tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

-het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen

van hoeveelheden, althans een hoeveelheid van (een) middel(en) (telkens)

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

-het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken,verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of het opzettelijk aanwezig hebben van hoeveelheden,

althans een hoeveelheid van (een) middel(en) (telkens) vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst I,

zulks terwijl hij oprichter en/of bestuurder en/of leider van voormelde

organisatie was;

(deeldossier 17)

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 11 oktober 1999 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

althans in het arrondissement Breda, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, munitie van categorie III, te weten 40, althans een

hoeveelheid, kogelpatronen voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(deeldossier 16)

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

art 55 lid 3 ahf/ond b Wet wapens en munitie

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en met 1 augustus 1998 te

Amsterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en/of te Breda, in elk

geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, ABN/AMRO Bank N.V. heeft bewogen tot de afgifte

van een hypothecaire geldlening van f 265.000,- of daaromtrent, in elk geval

van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde

hypothecaire geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een

vals of vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat hij,

verdachte een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 60.294,78 of daaromtrent, zulks terwijl hij in

werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen,

waardoor ABN/AMRO Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en met 1 augustus 1998 te

Amsterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en/of te Breda, in elk

geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e)

werkgeversverklaring en/of loonoverzicht, - (elk) zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat

geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s), ten behoeve van de aanvraag van een

hypothecaire geldlening voornoemd(e) geschrift(en) heeft/hebben doen toekomen

aan de ABN/AMRO Bank N.V. en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

uit voornoemde werkgeversverklaring en/of voornoemd loonoverzicht zou moeten

blijken, dat hij, verdachte, een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A.

met een brutojaarsalaris van f 60.294,78 of daaromtrent, zulks terwijl hij,

verdachte, in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden

heeft verricht en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 1998 tot en met 31 december 1998

te Rotterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, in elk geval in

Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, A.S.R. Bank N.V. heeft bewogen tot de afgifte van een

hypothecaire geldlening van f 425.000,- of daaromtrent, in elk geval van enig

geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde hypothecaire

geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een vals of

vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat hij,

verdachte een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 87.750,- of daaromtrent, zulks terwijl hij in

werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen, waardoor

A.S.R. Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 november 1998 tot en met 1 december 1998

te Rotterdam en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e)

werkgeversverklaring en/of loonoverzicht, - (elk) zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat

geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s), ten behoeve van de aanvraag van een

hypothecaire geldlening voornoemd(e) geschrift(en) heeft/hebben doen toekomen

aan A.S.R. Bank N.V. en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat uit

voornoemde werkgeversverklaring en/of voornoemd loonoverzicht zou moeten

blijken, dat hij, verdachte, een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A.

met een brutojaarsalaris van f 87.750,- of daaromtrent, zulks terwijl hij,

verdachte, in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden

heeft verricht en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 18 november 1998 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

althans in het arrondissement Breda een koopakte (betreffende het pand

[adres])- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers

heeft verdachte valselijk zijn handtekening onder voornoemde koopakte

geplaatst, waarin als koopprijs een geldbedrag van f 425.000,- is vermeld,

terwijl de werkelijke koopprijs een hoger geldbedrag (ongeveer f 600.000,- of

daaromtrent) betrof, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De geldigheid van de dagvaarding.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4 De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5 De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Zij kan dus in haar vordering worden ontvangen.

6 Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7 De bewezenverklaring.

Door het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt hoeveelheden, en in

elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en)

van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of een of meer andere

middelen, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of dat/die andere middel(en)

(telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 1997

tot en met 11 oktober 1999 te Zundert en/of Rucphen en/of Baarle-Nassau en/of

Rijsbergen, gemeente Zundert en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans

in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt

en/of vervoerd en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft

gebracht (ongeveer) 61.911 pillen bevattende MDMA en/of (ongeveer) 48,1

kilogram amfetamine en/of (ongeveer) 50 kilogram amfetamine en/of een of meer

hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA en/of een

of meer andere middelen, zijnde amfetamine en/of MDMA en/of dat/die andere

middel(en) (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst

I;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 mei 1996

tot en met 11 oktober 1999 te Etten-Leur en/of Sint Willebrord, gemeente

Rucphen en/of Breda en/of Hoeven, gemeente Halderberge, in elk geval in het

arrondissement Breda en/of te Amsterdam, in elk geval in het arrondissement

Amsterdam,in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een duurzaam samenwerkingsverband van personen, te weten hij,

verdachte en/of [mededaders] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie

tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

-het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen

van hoeveelheden, althans een hoeveelheid van (een) middel(en) (telkens)

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

-het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken,verkopen, afleveren,

verstrekken, vervoeren en/of het opzettelijk aanwezig hebben van hoeveelheden,

althans een hoeveelheid van (een) middel(en) (telkens) vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst I,

zulks terwijl hij oprichter en/of bestuurder en/of leider van voormelde

organisatie was;

4.

hij op of omstreeks 11 oktober 1999 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

althans in het arrondissement Breda, tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, munitie van categorie III, te weten 40, althans een

hoeveelheid, kogelpatronen voorhanden heeft gehad;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en met 1 augustus 1998 te

Amsterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en/of te Breda, in elk

geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, ABN/AMRO Bank N.V. heeft bewogen tot de afgifte

van een hypothecaire geldlening van f 265.000,- of daaromtrent, in elk geval

van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde

hypothecaire geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een

vals of vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat hij,

verdachte een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 60.294,78 of daaromtrent, zulks terwijl hij in

werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen,

waardoor ABN/AMRO Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

6.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 1998 tot en met 31 december 1998

te Rotterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, in elk geval in

Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, (A.)S.R. Bank N.V. heeft bewogen tot de afgifte van een

hypothecaire geldlening van f 425.000,- of daaromtrent, in elk geval van enig

geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde hypothecaire

geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een vals of

vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat hij,

verdachte een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 87.750,- of daaromtrent, zulks terwijl hij in

werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen, waardoor

(A.)S.R. Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

7.

hij op of omstreeks 18 november 1998 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen,

althans in het arrondissement Breda een koopakte (betreffende het pand

[adres])- zijnde een geschrift dat bestemd was om tot

bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers

heeft verdachte valselijk zijn handtekening onder voornoemde koopakte

geplaatst, waarin als koopprijs een geldbedrag van f 425.000,- is vermeld,

terwijl de werkelijke koopprijs een hoger geldbedrag (ongeveer f 600.000,- of

daaromtrent) betrof, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8 Het bewijs.

De overtuiging van de rechtbank, dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

8.1 De bewijsmiddelen.

8.2.

De bewijsoverwegingen.

De raadsman heeft ter terechtzitting ten aanzien van feit 1 primair aangevoerd dat het opzettelijk aanwezig hebben van pillen, bevattende MDMA, met een gewicht van 36,25 gram bewezen kan worden verklaard, nu deze bij de huiszoeking in de woning van verdachte zijn aangetroffen en verdachte dit feit heeft bekend. Niet is vast te stellen dat verdachte tezamen en in vereniging opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt materiaal bevattende amfetamine en/of MDMA, aldus de raadsman.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de bewijsmiddelen blijkt de nauwe samenwerking van verdachte met anderen tot het produceren van de verdovende middelen. Gebleken is dat gebruik is gemaakt van verschillende loodsen voor de opslag van grondstoffen en het vervaardigen van synthetische drugs.Uit de observaties, de tapgesprekken en huiszoekingen leidt de rechtbank de betrokkenheid van verdachte bij dit feit af. Met hem werd overleg gevoerd en hij coördineerde activiteiten. Het tapgesprek van 6 februari 1999 (open lijn gesprek om 18.46 uur) is hiervoor illustratief. Verdachte zegt in dit gesprek:

“Ik heb die gast nog gesproken die eh wouen dan zo’n eh, ons laboratorium huren zeg maar of lenen dat waren die gasten van [X.] uit Tilburg…”. Uit andere tapgesprekken is gebleken dat er kort daarvoor was ingebroken in de loods waar geproduceerd werd. Ook de veelvuldige telefoongesprekken tussen [medeverdachte] en verdachte geven aan dat met verdachte frequent overleg was over de stand van zaken in de productie.

Gelet hierop acht de rechtbank bewezen dat verdachte dit feit mede heeft gepleegd.

De raadsman heeft ter terechtzitting ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat verdachte de drugstransactie van 61.911 XTC-pillen niet mede heeft gepleegd.

Voor de aflevering van de 48,1 en 50 kg amfetamine geldt hetzelfde, aldus de raadsman.

De rechtbank is van oordeel dat uit de tapgesprekken en de observaties de betrokkenheid van verdachte bij de aflevering van de pillen op 24 juni 1998 aan [belanghebbende] blijkt. [medeverdachte] is weliswaar degene geweest die de pillen heeft afgeleverd aan [belanghebbende], maar [medeverdachte] stond voor en na de aflevering in nauw contact met verdachte. Direct na de aflevering, 4 minuten nadat [medeverdachte] en [belanghebbende] uit elkaar gaan, belt [medeverdachte] met verdachte. Verdachte vraagt dan of alles goed is en [medeverdachte] antwoordt dan dat het al gebeurd is.

Bij de aflevering van de 48,1 en 50 kg amfetamine heeft [medeverdachte] in opdracht van verdachte en [medeverdachte] gehandeld. Verdachte coördineerde de afleveringen. Verdachte voerde (indirect) overleg met [medeverdachte] over betalingen.

Mede gelet op de samenhang met de overige tegen verdachte bewezenverklaarde feiten acht de rechtbank het medeplegen van dit feit eveneens bewezen.

Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte geen deel heeft uitgemaakt van de criminele organisatie.

De rechtbank acht dit feit bewezen, nu er naar haar oordeel sprake is van een organisatie als waarop wordt gedoeld in artikel 140 van het wetboek van strafrecht. Van een dergelijke organisatie kan worden gesproken bij een gestructureerd samenwerkingsverband, waarin de verschillende betrokken personen telkens een vaste rol vervullen. Het samenwerkingsverband heeft geruime tijd, enige jaren, bestaan. De deelnemers aan de organisatie hebben een zodanige rol vervuld dat de organisatie daardoor kon functioneren. Uit de processtukken komt de rol van verdachte naar voren als die van leider van de organisatie.

De raadsman heeft ten aanzien van de feiten 5 en 6 aangevoerd dat verdachte niet op de hoogte was van de valsheid van de werkgeversverklaringen en loonstroken.

Ten aanzien van feit 5 is de rechtbank van oordeel dat als er al sprake is geweest van een dienstverband van verdachte bij Imak BVBA, het opgegeven bruto jaarsalaris van verdachte bij Imak ad f 60.294,78 niet in overeenstemming is met het bedrag dat verdachte, blijkens de aangifte loonbelasting van Imak over 1998 vermeldend een bedrag ad f 32.384,-, verdiende.

Ten aanzien van feit 6 overweegt de rechtbank dat het opgegeven bruto jaarsalaris van [medeverdachte] ad f 87.750,- eveneens niet in overeenstemming is met zijn fiscale inkomen over 1998. [medeverdachte] heeft verklaard de werkgeversverklaringen te hebben ingevuld. Het loonoverzicht lag ten grondslag aan deze werkgeversverklaring.

Verdachte is zich ervan bewust geweest, althans had zich moeten realiseren, dat geldgevers in het algemeen niet bereid zouden zijn hypothecaire leningen ten belope van f 265.000,- respectievelijk f 425.000,- te verstrekken uitsluitend op basis van een jaarinkomen van de geldnemer ad f 32.384,-.

De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een ander de banken heeft bewogen tot het afgeven van de hypothecaire geldleningen en aldus deze heeft opgelicht.

Ten aanzien van feit 7 overweegt de rechtbank dat verdachte wist dat het bedrag vermeld in de koopakte onjuist was. In werkelijkheid bedroeg de koopprijs f 600.000,- en geen

f 425.000,-. Het plaatsen van zijn handtekening onder deze akte maakt de koopakte vals.

De rechtbank verwijst hiervoor naar de getuigenverklaring van [getuige], die inhoudt dat

f 425.000,- op papier werd gezet en f 175.000,- zwart zou worden betaald.

9 De strafbaarheid van het bewezene.

Het ten laste van verdachte bewezen verklaarde levert de volgende misdrijven op:

1. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

2. Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

3. Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl hij leider is van de organisatie.

4. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot munitie van categorie III.

5. Medeplegen van oplichting.

6. Medeplegen van oplichting.

7. Valsheid in geschrift.

10 De strafbaarheid van verdachte.

Verdachte is strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard, nu niet is gebleken van enige omstandigheid die zijn strafbaarheid zou opheffen.

11 De straffen en maatregelen.

11.1 De algemene overwegingen omtrent de straf.

Op grond van de aard van het bewezene alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, die zij hierna zal bepalen.

11.2 De bijzondere overwegingen omtrent de straf.

Verdachte heeft zich gedurende een geruime periode in georganiseerd crimineel verband schuldig gemaakt aan de productie en handel in amfetamine en MDMA.

Verdachte heeft binnen die organisatie een leidende rol vervuld. Hij hield zich veelal op de achtergrond, maar had niettemin de feitelijke zeggenschap in de organisatie. Hij was de spil in het samenwerkingsverband die door de overige deelnemers op de hoogte werd gehouden van de ontwikkelingen binnen de organisatie.

De georganiseerde internationale handel in hard drugs is uitermate lucratief, waarbij degenen die zich hiermee inlaten zich uitsluitend door eigen winstbejag laten leiden. Verdovende middelen als amfetamine en MDMA leveren een ernstig gevaar voor de volksgezondheid op en het gebruik ervan werkt criminaliteit in de hand.

Bovendien brengt de productie van synthetische drugs ernstige milieu-schade met zich mee, nu de rest- en afvalstoffen in veel gevallen in het milieu gedumpt worden.

Door het voorhanden hebben van kogelpatronen heeft verdachte de Wet, wapens en munitie overtreden.

Door het verwerven van een hypothecaire geldlening op grond van een valse voorstelling van zaken heeft verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan oplichting. Daarnaast heeft hij valsheid in geschrift gepleegd door het ondertekenen van een valselijk opgemaakte koopakte.

Verdachte heeft een strafblad terzake van het plegen van misdrijven, ook terzake van het overtreden van de Opiumwet.

De rechtbank acht gelet op de ernst van voornoemde feiten het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats.

12 De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 47, 57, 63, 91, 140, 225, 326 van het wetboek van strafrecht en de artikelen 2, 10, 13, 14 van de Opiumwet en de artikel 26, 55, 56 en 60 van de Wet wapens en munitie.

13 De beslissing.

RECHTDOENDE beslist de rechtbank als volgt.

Zij verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 7 is omschreven.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de onder 9 vermelde strafbare feiten.

Zij verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Zij veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen jaar.

Zij bepaalt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht in mindering zal worden gebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Renneberg, voorzitter, mr. Van Rijkom en mr. Schnitzler-Strijbos, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Oostlander-Vink en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 december 2000.