Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2000:AA9191

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
29-12-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
4256/99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE BREDA

Parketnummer: 4256/99

1 Partijen. Onderzoek van de zaak.

In de zaak onder voormeld parketnummer van de officier van justitie in het arrondissement Breda tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in de P.I.,

heeft de vierde kamer van deze rechtbank het volgende vonnis gewezen.

De rechtbank heeft de gedingstukken gezien en de zaak onderzocht ter terechtzitting. Zij heeft de vordering van de officier van justitie gehoord en het verweer dat naar voren is gebracht door de verdachte en de raadsman.

2 De tenlastelegging.

De verdachte staat terecht, terzake dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 1998 tot en met 1 december 1998

te Amsterdam en/of te Hoeven, gemeente Halderberge en/of te Sint Willebrord,

gemeente Rucphen en/of te Breda, in elk geval in Nederland tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, ABN/AMRO Bank N.V.

heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van f 270.000,-

of daaromtrent, in elk geval van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of

zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

ten behoeve van voornoemde hypothecaire geldlening een valse of vervalste

werkgeversverklaring en/of een vals of vervalst loonoverzicht verstrekt,

waaruit zou moeten blijken, dat zijn mededader een volledig dienstverband hadbij IMAK B.V.B.A. met een brutojaarsalaris van f 60.288,- of daaromtrent,

zulks terwijl zijn mededader in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder

werkzaamheden heeft verricht en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris

heeft ontvangen,

waardoor ABN/AMRO Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 1998 tot en met 1 december 1998

te Amsterdam en/of te Hoeven, gemeente Halderberge en/of Sint Willebrord,

gemeente Rucphen en/of te Breda,in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft

gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) werkgeversverklaring en/of een en/of een

loonoverzicht, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),

ten behoeve van de aanvraag van een hypothecaire geldlening voornoemd(e)

geschrift(en) heeft/hebben doen toekomen aan de ABN/AMRO Bank N.V. en

bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat uit voornoemde

werkgeversverklaring en/of voornoemd loonoverzicht zou moeten blijken, dat

zijn mededader een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 60.288,- of daaromtrent, zulks terwijl zijn mededader

in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en met 1 september 1998 te

Amsterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en/of te Breda en/of te

Hoeven, gemeente Halderberge, in elk geval in Nederland tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, ABN/AMRO Bank N.V.

heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van f 280.000,-

of daaromtrent, in elk geval van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of

zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

ten behoeve van voornoemde hypothecaire geldlening een valse of vervalste

werkgeversverklaring en/of een vals of vervalst loonoverzicht verstrekt,

waaruit zou moeten blijken, dat zijn mededader een volledig dienstverband had

bij IMAK B.V.B.A. met een brutojaarsalaris van f 60.294,78 of daaromtrent,

zulks terwijl zijn mededader in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder

werkzaamheden heeft verricht en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris

heeft ontvangen,

waardoor ABN/AMRO Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en met 1 september 1998 te

Amsterdam en/of Hoeven, gemeente Halderberge en/of Sint Willebrord, gemeente

Rucphen en/of te Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt

van (een) vals(e) of vervalst(e) werkgeversverklaring en/of een loonoverzicht,

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - als ware die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat

gebruikmaken hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), ten behoeve

van de aanvraag van een hypothecaire geldlening voornoemd(e) geschrift(en)

heeft/hebben doen toekomen aan de ABN/AMRO Bank N.V. en bestaande die

valsheid of vervalsing hierin dat uit voornoemde werkgeversverklaring en/of

voornoemd loonoverzicht zou moeten blijken, dat zijn mededader een volledig

dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een brutojaarsalaris van f 60.294,78

of daaromtrent, zulks terwijl zijn mededader in werkelijkheid niet, dan wel

aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht en/of geen, dan wel

aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 1998 tot en met 1 maart 1999 te

Rotterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en/of te Hoeven, gemeente

Halderberge, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, A.S.R. Bank N.V. heeft bewogen tot de

afgifte van een hypothecaire geldlening van f 295.000,- of daaromtrent, in elk

geval van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde

hypothecaire geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een

vals of vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat zijn

mededader een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 73.710,- of daaromtrent, zulks terwijl zijn mededader

in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen, waardoor

A.S.R. Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 december 1998 tot en met 1 maart 1999 te

Rotterdam en/of Hoeven, gemeente Halderberge en/of Sint Willebrord, gemeente

Rucphen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e)

of vervalst(e) werkgeversverklaring en/of een loonoverzicht, - (elk) zijnde

een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware

die/dat geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin

dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), ten behoeve van de aanvraag van

een hypothecaire geldlening voornoemd(e) geschrift(en) heeft/hebben doen

toekomen aan A.S.R. Bank N.V. en bestaande die valsheid of vervalsing hierin

dat uit voornoemde werkgeversverklaring en/of voornoemd loonoverzicht zou

moeten blijken, dat zijn mededader een volledig dienstverband had bij IMAK

B.V.B.A. met een brutojaarsalaris van f 73.710,- of daaromtrent, zulks terwijl

zijn mededader in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden

heeft verricht en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 1998 tot en met 31 december 1998

te Rotterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, in elk geval in

Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, A.S.R. Bank N.V. heeft bewogen tot de afgifte van een

hypothecaire geldlening van f 425.000,- of daaromtrent, in elk geval van enig

geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde hypothecaire

geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een vals of

vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat zijn

mededader een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 87.750,- of daaromtrent, zulks terwijl zijn mededader

in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen, waardoor

A.S.R. Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 november 1998 tot en met 1 december 1998

te Rotterdam en/of Sint Willebrord, gemeente Rucphen, in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e)

werkgeversverklaring en/of een loonoverzicht, - (elk) zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die/dat

geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij,

verdachte en/of zijn mededader(s), ten behoeve van de aanvraag van een

verdachte en/of zijn mededader(s), ten behoeve van de aanvraag van een

hypothecaire geldlening voornoemd(e) geschrift(en) heeft/hebben doen toekomen

aan A.S.R. Bank N.V. en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat uit

voornoemde werkgeversverklaring en/of voornoemd loonoverzicht zou moeten

blijken, dat zijn mededader een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A.

met een brutojaarsalaris van f 87.750,- of daaromtrent, zulks terwijl zijn

mededader in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden

heeft verricht en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 1996

tot en met 11 oktober 1999 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, althans in

het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland meermalen, althans

eenmaal, (telkens) (een) huurovereenkomst(en) tussen hem, verdachte en/of

Hebubouw B.V. en/of tussen hem, verdachte en "[mevrouw X.] " en/of tussen

hem, verdachte en "[mevrouw X.]" met betrekking tot een of meer onroerend(e) goed(eren), - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte (telkens) valselijk in voornoemde huurovereenkomst(en) een huursom

vermeld, zulks terwijl in werkelijkheid geen huur werd betaald, zulks

(telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 mei 1996

tot en met 11 oktober 1999 te Breda en/of Etten-Leur en/of Sint Willebrord,

gemeente Rucphen en/of Hoeven, gemeente Halderberge, in elk geval in het

arrondissement Breda en/of te Amsterdam, in elk geval in het arrondissement

Amsterdam,in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een duurzaam samenwerkingsverband van personen, te weten hij,

verdachte en/of [medeverdachten] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie tot

oogmerk had

het plegen van misdrijven, namelijk

-het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van

hoeveelheden, althans een hoeveelheid van (een) middel(en) (telkens) vermeld

op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

-het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken,verkopen, afleveren, verstrekken

vervoeren en/of opzettelijk aanwezig hebben van hoeveelheden, althans een

hoeveelheid van (een) middel(en) (telkens) vermeld op de bij de Opiumwet

behorende lijst I;

(deeldossier 17)

art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op of omstreeks 10 september 1998 te Utrecht en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, AMEV Hypotheekbedrijf N.V. heeft

bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van f 75.000,- of daaromtrent, in

elk geval van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een factuur aan voornoemde

bank verstrekt, waaruit zou kunnen blijken, dat een of meer goed(eren) ten

behoeve van de bouw van een of meer woning(en) gelegen aan [perceel] geleverd zouden zijn, zulks terwijl voornoemde factuur in

werkelijkheid (slechts) een offerte met betrekking tot voornoemde goed(eren)

betrof,

waardoor AMEV Hypotheekbedrijf N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

8.

hij op of omstreeks 7 april 1999 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, een

werkgeversverklaring - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte valselijk in voornoemde werkgeversverklaring vermeld, dat [mevrouw X.] in dienst was van Hebubouw B.V. en/of een bruto-inkomen genoot van F

23.587,20 of daaromtrent, zulks terwijl zij niet in dienst was van Hebubouw

B.V. en/of geen salaris heeft ontvangen van Hebubouw B.V., zulks met het

oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen

te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De geldigheid van de dagvaarding.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4 De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5 De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard op grond van het navolgende:

1. Er is een criminele burgerinfiltrant, [dhr. X.], ingezet. Deze is in 1998 gebruikt om te infiltreren op [medeverdachte]. [dhr. X.] en [medeverdachte] waren beiden uit Irak afkomstig en spraken elkaars taal. Vervolgens wilde het openbaar ministerie [dhr. X.] van het toneel doen verdwijnen door hem uit te leveren aan België. Het openbaar ministerie heeft omtrent deze persoon geen opening van zaken willen geven. Het openbaar ministerie heeft de rechtbank opzettelijk willen misleiden.

2. Het openbaar ministerie heeft zich niet ingespannen [dhr. X.] als getuige te doen horen bij de rechter-commissaris. [dhr. X.] is één maal als getuige door de rechter-commissaris gehoord. Dit verhoor werd afgebroken en [dhr. X.] zou opnieuw worden opgeroepen. Het openbaar ministerie heeft steeds gesteld dat de getuige niet meer te traceren was. Gebleken is dat zijn adres echter wel bekend was, want op 17 oktober 2000 is aan de getuige [dhr. X.] bij de grensbewaking op Schiphol een vonnis van de politierechter in Amsterdam betekend.

3. Er is geïnfiltreerd door voornoemde criminele burgerinfiltrant en door het infiltratieteam. Dit is de meest ultieme vorm van observatie. Bepaalde aspecten van iemands privé-leven komen hierdoor bloot te liggen. Aan deze opsporingsmethode ligt geen formele wet ten grondslag. Infiltratie kan worden gezien als stelselmatige observatie.

Het oordeel van de rechtbank:

Ad 1 en 2:

De rechtbank is niet gebleken dat [dhr. X.] een criminele burgerinfiltrant was. Daaromtrent is de chef van de C.I.D. van Midden- en West Brabant, J. Enders, uitgebreid bij de rechter-commisaris gehoord. In 1998 is [dhr. X.] benaderd door de C.I.D. om als informant te werken in Amsterdam. In februari 1998 is [dhr. X.] naar Nederland gekomen. Er is een contract opgesteld tussen [dhr. X.] en de C.I.D. Het was de bedoeling dat hij als gewone informant zou werken. Daaruit zijn enkele contacten met de C.I.D. voortgevloeid. In oktober 1998 is besloten [dhr. X.] niet meer te ontmoeten, nadat gebleken was dat hij internationaal gesignaleerd stond voor België. Vervolgens werd [dhr. X.] aangehouden terzake van een winkeldiefstal in Amsterdam en is hij uitgeleverd aan België. Enders heeft verklaard dat de C.I.D. niet veel wijzer is geworden van de informatie van [dhr. X.] De officier van justitie heeft gesteld dat van de informatie van [dhr. X.] voor het bewijs geen gebruik is gemaakt.

Gelet hierop acht de rechtbank geen aanwijzingen aanwezig dat het openbaar ministerie de rechtbank opzettelijk heeft willen misleiden.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de rechter-commissaris [dhr. X.] opnieuw als getuige heeft willen horen, maar vanwege onbekendheid met diens verblijfplaats [dhr. X.] niet kon worden opgeroepen.

De enkele omstandigheid dat aan [dhr. X.] op Schiphol bij de grensbewaking een vonnis is betekend wil niet zeggen dat het openbaar ministerie op de hoogte was van zijn verblijfplaats.

Van opzettelijke misleiding acht de rechtbank derhalve ook hier geen sprake.

Ad 3:

In dit onderzoek is gebruik gemaakt van infiltratie als opsporingsmiddel. Anders dan de raadsman stelt, is infiltratie niet aan te merken als stelselmatige observatie. Infiltratie is een opsporingsmethode, die is toegestaan indien is voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden. Dat is hier naar het oordeel van de rechtbank het geval.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Zij kan dus in haar vordering worden ontvangen.

6 Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7 De bewezenverklaring.

7.1. Vrijspraak en de gronden daarvoor.

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 5 en 6 is tenlastegelegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 5 is de rechtbank van oordeel dat het enkele feit dat er geen huur wordt betaald, niet betekent dat een huurovereenkomst als vals dient te worden aangemerkt. Nu dit de enige omstandigheid is die in de tenlastelegging staat vermeld voor het plegen van de valsheid in geschrift acht de rechtbank dit feit niet bewezen.

Ten aanzien van feit 6 is de rechtbank van oordeel dat in onvoldoende mate is aangetoond dat verdachte deel uitmaakte van een samenwerkingsverband dat tot oogmerk had het plegen van misdrijven. Verdachte kende de personen van de organisatie en hij heeft financiële transacties met hen afgesloten, zoals genoemd in de tenlastelegging, maar de rechtbank acht het bewijs voor deelname aan een criminele organisatie daarmee niet onomstotelijk geleverd.

7.2. De bewezenverklaring.

Door het onderzoek ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 1998 tot en met 1 december 1998

te Amsterdam en/of te Hoeven, gemeente Halderberge en/of te Sint Willebrord,

gemeente Rucphen en/of te Breda, in elk geval in Nederland tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, ABN/AMRO Bank N.V.

heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van f 270.000,-

of daaromtrent, in elk geval van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of

zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

ten behoeve van voornoemde hypothecaire geldlening een valse of vervalste

werkgeversverklaring en/of een vals of vervalst loonoverzicht verstrekt,

waaruit zou moeten blijken, dat zijn mededader een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een brutojaarsalaris van f 60.288,- of daaromtrent,

zulks terwijl zijn mededader in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder

werkzaamheden heeft verricht en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris

heeft ontvangen,

waardoor ABN/AMRO Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 1998 tot en met 1 september 1998 te

Amsterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en/of te Breda en/of te

Hoeven, gemeente Halderberge, in elk geval in Nederland tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, ABN/AMRO Bank N.V.

heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire geldlening van f 280.000,-

of daaromtrent, in elk geval van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of

zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

ten behoeve van voornoemde hypothecaire geldlening een valse of vervalste

werkgeversverklaring en/of een vals of vervalst loonoverzicht verstrekt,

waaruit zou moeten blijken, dat zijn mededader een volledig dienstverband had

bij IMAK B.V.B.A. met een brutojaarsalaris van f 60.294,78 of daaromtrent,

zulks terwijl zijn mededader in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder

werkzaamheden heeft verricht en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris

heeft ontvangen,

waardoor ABN/AMRO Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 1998 tot en met 1 maart 1999 te

Rotterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen en/of te Hoeven, gemeente

Halderberge, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, A.S.R. Bank N.V. heeft bewogen tot de

afgifte van een hypothecaire geldlening van f 295.000,- of daaromtrent, in elk

geval van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde

hypothecaire geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een

vals of vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat zijn

mededader een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 73.710,- of daaromtrent, zulks terwijl zijn mededader

in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen, waardoor

A.S.R. Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 1998 tot en met 31 december 1998

te Rotterdam en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, in elk geval in

Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, A.S.R. Bank N.V. heeft bewogen tot de afgifte van een

hypothecaire geldlening van f 425.000,- of daaromtrent, in elk geval van enig

geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van voornoemde hypothecaire

geldlening een valse of vervalste werkgeversverklaring en/of een vals of

vervalst loonoverzicht verstrekt, waaruit zou moeten blijken, dat zijn

mededader een volledig dienstverband had bij IMAK B.V.B.A. met een

brutojaarsalaris van f 87.750,- of daaromtrent, zulks terwijl zijn mededader

in werkelijkheid niet, dan wel aanzienlijk minder werkzaamheden heeft verricht

en/of geen, dan wel aanzienlijk minder salaris heeft ontvangen, waardoor

A.S.R. Bank N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

([adres])

7.

hij op of omstreeks 10 september 1998 te Utrecht en/of te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, AMEV Hypotheekbedrijf N.V. heeft

bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van f 75.000,- of daaromtrent, in

elk geval van enig geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid een factuur aan voornoemde

bank verstrekt, waaruit zou kunnen blijken, dat een of meer goed(eren) ten

behoeve van de bouw van een of meer woning(en) gelegen aan de [adres] geleverd zouden zijn, zulks terwijl voornoemde factuur in

werkelijkheid (slechts) een offerte met betrekking tot voornoemde goed(eren)

betrof, waardoor AMEV Hypotheekbedrijf N.V. werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

8.

hij op of omstreeks 7 april 1999 te Sint Willebrord, gemeente Rucphen, een

werkgeversverklaring - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van

enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte valselijk in voornoemde werkgeversverklaring vermeld, dat [mevrouw X.] in dienst was van Hebubouw B.V. en/of een bruto-inkomen genoot van F

23.587,20 of daaromtrent, zulks terwijl zij niet in dienst was van Hebubouw

B.V. en/of geen salaris heeft ontvangen van Hebubouw B.V., zulks met het

oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen

te doen gebruiken;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8 Het bewijs.

De overtuiging van de rechtbank, dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

8.1 De bewijsmiddelen.

8.2.

De bewijsoverweging ten aanzien van feit 4:

Verdachte heeft dit feit ontkend.

De rechtbank is van oordeel dat als er al een dienstverband van [medeverdachte] bij Imak BVBA is geweest het opgegeven bruto jaarsalaris van [medeverdachte] ad f 87.750,- niet overeenkomt met de aangifte loonbelasting van Imak over 1998, waarop als bruto jaarinkomen f 32.334,- staat vermeld. Verdachte heeft verklaard dat hij de werkgeversverklaring heeft ingevuld. Het loonoverzicht heeft volgens verdachte ten grondslag gelegen aan deze werkgeversverklaring.

De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bank heeft bewogen tot het afgeven van de hypothecaire geldlening en aldus heeft opgelicht.

9 De strafbaarheid van het bewezene.

Het ten laste van verdachte bewezen verklaarde levert de volgende misdrijven op:

1, 2, 3, en 4, telkens: Medeplegen van oplichting.

7. Oplichting.

8. Valsheid in geschrift.

10 De strafbaarheid van verdachte.

Verdachte is strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard, nu niet is gebleken van enige omstandigheid die zijn strafbaarheid zou opheffen.

11 De straffen en maatregelen.

11.1 De algemene overwegingen omtrent de straf.

Op grond van de aard van het bewezene alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte de straf behoort te worden opgelegd, die zij hierna zal bepalen.

11.2 De bijzondere overwegingen omtrent de straf.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting en valsheid in geschrift. Door het opmaken en verstrekken van valse werkgeversverklaringen en loonoverzichten en ook één maal een valse factuur heeft verdachte banken bewogen (hypothecaire) geldleningen te geven.

Verdachte had er belang bij dat de appartementen van zijn bouwproject snel zouden worden verkocht. Dit zou volgens verdachte niet gelukt zijn als hij het jaarsalaris van de kopers, zijn mededaders, niet verhoogd had.

Verdachte heeft door deze verkeerde voorstelling van zaken diverse banken opgelicht.

Verdachte heeft een gering strafblad. Hij is niet eerder veroordeeld terzake van het plegen van soortgelijke misdrijven.

De rechtbank acht het opleggen van een gevangenisstraf, zoals hierna zal worden genoemd, op zijn plaats. Een gedeelte daarvan zal zij voorwaardelijk opleggen om te trachten verdachte in de toekomst te weerhouden van het plegen van soortgelijke feiten.

12 De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 47, 57, 225 en 326 van het wetboek van strafrecht.

13 De beslissing.

RECHTDOENDE beslist de rechtbank als volgt.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 5 en 6 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 7.2 is omschreven.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de onder 9 vermelde strafbare feiten.

Zij verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Zij veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden.

Zij beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte groot zes maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt bepaald op twee jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Zij bepaalt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht in mindering zal worden gebracht bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Renneberg, voorzitter, mr. Van Rijkom en mr. Schnitzler-Strijbos, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. Oostlander-Vink en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 29 december 2000.