Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2000:AA9064

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
22-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
89536/KG ZA 00-539
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

89536/KG ZA 00-539 PRESIDENT VAN DE ARRONDISSEMENTS--

RECHTBANK TE BREDA

22 november 2000

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

e i s e r bij dagvaarding van 31 oktober 2000,

procureur: mr. L.G.M. Delahaije,

t e g e n :

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LOHUIS & CO B.V.,

gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Breda,

g e d a a g d e ,

procureur: mr. R.A.H. Post,

advocaat : mr. K.C.A. Schweers te Rotterdam.

1. Het verloop van het geding.

Dit blijkt uit de navolgende door partijen ter vonniswijzing overgelegde stukken:

- de dagvaarding;

- de door eiser, hierna te noemen [eiser], in het geding gebrachte producties;

- de pleitnota van mr. Schweers en de door gedaagde, hierna te noemen Lohuis, in het geding gebrachte producties.

Partijen hebben voorts ter zitting hun stellingen mondeling nader toegelicht.

2. Het geschil.

[eiser] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Lohuis te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan hem af te geven een Mercedes E 300 met kenteken SH-GB-44, kleur blauw, bouwjaar 1997, met inbouwapparatuur met sleutels en afstandsbediening en met inbegrip van alle zaken die in de auto aanwezig waren op het moment van afgifte door de politie aan Lohuis, zulks op straffe van een dwangsom.

Lohuis heeft de vordering bestreden.

3. De voorlopige beoordeling en de gronden daarvoor.

3.1

Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

Beauchamp Leasing B.V. was een vennootschap die haar bedrijf maakte van het leasen van personenauto’s.

MeesPierson N.V. heeft aan Beauchamp Leasing B.V. een krediet in rekening-courant verstrekt.

Ter meerdere zekerheid voor de terugbetaling van dit krediet is ten behoeve van MeesPierson een bezitloos pandrecht, gevestigd op alle op naam van Beauchamp staande personenauto’s, waaronder de personenauto Mercedes E 300 met kenteken SH-GB-44, kleur blauw, bouwjaar 1997. MeesPierson heeft daarbij de beschikking over het overschrijvingsbewijs van deze auto gekregen.

In de tweede helft van 1998 zijn bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer op onregelmatige wijze vervangende kentekenbewijzen aangevraagd voor onder meer de hierboven bedoelde Mercedes. Deze vervangende (duplikaat)-kentekenbewijzen zijn zonder toestemming van MeesPierson op naam van Exclusive Cars gesteld.

Op 31 december 1998 heeft MeesPierson de kredietovereenkomst opgezegd en op 26 januari 1999 heeft zij het saldo van het krediet opgeëist. Beauchamp heeft dit saldo niet terugbetaald aan MeesPierson.

Op 24 maart 1999 is Beauchamp in staat van faillissement verklaard. Op 1 april 1999 heeft de curator in het faillissement van Beauchamp alle personenauto’s die verpand waren, waaronder voormelde Mercedes verkocht aan Lohuis.

Op 27 juli 2000 is de Mercedes bij een verkeerscontrole door de politie Amsterdam onder [eiser] inbeslaggenomen en na verloop van tijd aan Lohuis afgegeven.

3.2

[eiser] heeft gesteld dat hij gedurende langere tijd zaken heeft gedaan met Exclusive Cars B.V. en Lease Perfect B.V., die daarbij werden vertegenwoordigd door de heer J. Bemelen. Aanvankelijk heeft hij (in de dagvaarding) verklaard dat hij van alle door hem gekochte auto’s die hij van Perfect Lease in lease heeft gehad, steeds een deel van de koopsom financierde en dat hij, als hij een nieuwe (andere) auto wilde kopen, altijd eerst het oude leasecontract afkocht, zodat die oude auto zijn eigendom werd. Deze auto ruilde hij dan in als aanbetaling.

Hierop terugkomende heeft [eiser] ter zitting gesteld dat, hoewel er formeel steeds een financial leasecontract werd opgesteld bij Lease Perfect door bemiddeling van J. Bemelen, hij feitelijk de auto’s steeds contant kocht door de oude auto in te ruilen en het restant cash, en wel zonder kwitantie, te betalen, waarop hem door Bemelen, de kentekenbewijzen en de sleutels ter hand werden gesteld. De auto’s, waaronder de onderhavige Mercedes, liet hij nooit op eigen naam stellen.

Desgevraagd heeft [eiser] ter zitting verklaard dat hij dit deed, omdat op die wijze verhaal door de fiscus of door derden voor schulden van hem niet mogelijk was. Hij handelde op deze wijze eerst met ene Van der Molen en later met Bemelen. Van Bemelen was bekend dat hij bereid was dit soort transacties aan te gaan.

Op voormelde wijze stelt [eiser] in augustus/september 1998 eigenaar te zijn geworden van de onderhavige Mercedes door deze auto te kopen voor een bedrag van ¦.140.000,-- via genoemde Bemelen en deze te betalen door inruil van een andere Mercedes met contante (bij)betaling van het resterende bedrag.

De ingeruilde Mercedes stelt [eiser] te hebben verkregen door inruil van een BMW 328i cabrio van ¦.60.000,--. Van deze BMW stelt [eiser] eigenaar te zijn geworden toen hij in augustus/september 1998 “het laatste aan Lease Perfect verschuldigde bedrag contant heeft betaald”, hetgeen volgens [eiser] gebruikelijk was bij Lease Perfect.

Volgens [eiser] betaalde hij in alle gevallen elke maand een bedrag van ¦.2.500,-- aan Bemelen en daarvoor aan Van der Molen en betaalden zij daarvan voor hem onder meer autoverzekeringen, wegenbelasting, verkeers- en parkeerboetes e.d.

Ook voor de Mercedes heeft hij gedurende enige tijd dit bedrag betaald, maar hij is daarmee gestopt toen Bemelen zijn verplichtingen ter zake van de verzekering niet nakwam.

Volgens [eiser] is hij eigenaar te goeder trouw van de Mercedes geworden en heeft de politie zijn Mercedes ten onrechte aan Lohuis afgegeven.

3.3

Lohuis heeft betoogd dat de onderhavige Mercedes destijds door Nordic Management Consultants B.V. is ingebracht in Beauchamp Leasing B.V. die op haar beurt de Mercedes via Lease Perfect in lease heeft gegeven aan een derde. De groene kaart stond daarom destijds op naam van Nordic. Volgens Lohuis is de Mercedes, nadat door middel van valsheid in geschrifte een duplikaat kentekenbewijs deel I was bemachtigd dat op naam was gesteld van Exclusive Cars, door personen die betrokken waren bij Lease Perfect, onder wie met name Bemelen, aan [eiser] afgegeven.

Door aankoop van de Mercedes is zij, aldus Lohuis, de enig rechthebbende op die auto geworden. De originele bij de Mercedes behorende kentekenbewijzen, waaronder het overschrijvingsbewijs, zijn tengevolge van die overname in haar bezit gekomen.

Lohuis is van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat [eiser] de Mercedes heeft geleasd of gekocht, nu hij geen originele kentekenbewijzen, geen leasecontract, geen aankoopfactuur en geen betalingsbewijzen kan tonen, zodat hij dus nooit bezitter of eigenaar te goeder trouw is geworden. Bovendien moet aan de stellingen van [eiser] dat hij de auto gekocht heeft getwijfeld worden, omdat [eiser] de auto nooit op eigen naam heeft laten zetten en hij geen autoverzekeringspremie en wegenbelasting betaalde.

Op grond van de dubieuze rol die Bemelen in het geheel heeft gespeeld acht Lohuis diens verklaring van 16 oktober 2000 dat [eiser] al het verschuldigde ter zake de Mercedes in termijnen heeft betaald ongeloofwaardig.

Volgens Lohuis is niet gebleken dat Bemelen bevoegd was om namens Lease Perfect of Exclusive Cars te handelen. Artikel 3:86 lid 1 BW biedt [eiser] geen bescherming tegen de onbevoegdheid van Exclusive Cars/Lease Perfect, omdat niet is gebleken dat de overdracht anders dan om niet is geschied en/of dat [eiser] ter zake te goeder trouw zou zijn geweest.

Ook lid 3 van artikel 3:86 BW kan [eiser] volgens Lohuis niet baten, omdat hij de auto blijkens zijn eigen stelling niet kocht van een erkend garagebedrijf maar kennelijk van genoemde Bemelen die geen zaken deed op de wijze zoals in artikel 3:86 lid 3 sub a BW omschreven.

Tenslotte heeft Lohuis nog aangevoerd dat zij de door [eiser] genoemde roerende zaken niet in de betreffende Mercedes heeft aangetroffen en dus niet in staat is deze terug te geven.

3.4

Onweersproken staat vast dat Beauchamp Leasing B.V. eigenaar is geweest van de onderhavige Mercedes en dat de curator in het faillissement van Beauchamp op 1 april 1999 met Lohuis een overeenkomst heeft gesloten waarbij onder andere de onderhavige Mercedes aan Lohuis is verkocht.

Voorts staat vast dat de Mercedes zonder toestemming van MeesPierson op naam van Exclusive Cars is gesteld en dat Exclusive Cars, voor wie Bemelen optrad, nooit eigenaar van de Mercedes is geworden, zodat zij niet bevoegd was de Mercedes te vervreemden.

Gelet op die onbevoegdheid dient [eiser] aannemelijk te maken dat de Mercedes aan hem in eigendom is overgedragen anders dan om niet, alsmede dat hij bij die overdracht te goeder trouw was.

3.5

Vooropgesteld moet worden dat [eiser] zeer weinig stukken heeft overgelegd die zijn verhaal omtrent de transactie die hij zou hebben gesloten, ondersteunen. [eiser] kan niets anders overleggen dan duplicaten van het kentekenbewijs en een verklaring van Bemelen. Bescheiden die de gestelde overeenkomst aannemelijk maken en waaruit blijkt dat hij in het kader van die overeenkomst de eigendom heeft verkregen ontbreken. De overgelegde kentekenbewijzen zijn in dat verband onvoldoende omdat de overhandiging van die stukken ook past in een afwikkeling waarbij naar buiten toe de schijn van eigendom wordt geconstrueerd en het enkele overhandigen van degelijke stukken geen eigendomsoverdracht bewijst. Zeker nu de betreffende stukken steeds op naam van Exclusive cars zijn blijven staan.

Uitgaande van de stelling van [eiser] dat hij in augustus/september 1998 de eigendom heeft verkregen omdat hij toen de prijs van de auto volledig heeft betaald, had hij een stuk moeten overleggen waaruit blijkt dat hij het verschil tussen de waarde van de Mercedes en de waarde van de ingeruilde auto heeft betaald en daarmee de eigendom heeft verkregen. Zo’n stuk ontbreekt. Die gestelde wijze van afwikkelen is bovendien in strijd met hetgeen Bemelen heeft verklaard, namelijk dat “de rest van het bedrag in termijnen is betaald”, maar ook met hetgeen [eiser] uiteindelijk desgevraagd heeft verklaard, namelijk dat hij na de betreffende transactie nog is doorgegaan met betaling van maandelijkse termijnen van ¦.2500,--. Dergelijke bedragen duiden eerder op een lease overeenkomst dan op een koop.

Voorzover [eiser], door de verwijzing naar het vonnis van de president in kort geding van 30 juni 1999, heeft willen betogen dat zich ten aanzien van hem een soortgelijke afwikkeling heeft voorgedaan als in dat vonnis aan de orde was, derhalve een leasecontract in het kader waarvan hij de eigendom heeft verkregen door, na afbetaling van alle leasepenningen het resterende aankoopbedrag te betalen, dan ontbreekt niet alleen het leasecontract, maar ook enig bewijs van betaling.

Bovendien valt een dergelijke wijze van afwikkeling uit de verklaring van Bemelen niet op te maken.

De geloofwaardigheid van de verklaring van Bemelen is bovendien discutabel omdat Bemelen in de door hem tegenover de politie afgelegde verklaringen waarin hij spreekt over de door hem aan derden verkochte c.q. overgedragen auto’s die ten onrechte op naam van Exclusive Cars waren gesteld, de naam Van [eiser] in het geheel niet noemt. Hij kan zich ten aanzien van verkopen aan particulieren alleen de naam van een onduidelijke Italiaan herinneren.

Indien veronderstellenderwijs er echter van wordt uitgegaan dat [eiser] wel anders dan om niet heeft verkregen, kan hem dat niet baten omdat van goede trouw vooralsnog niet is gebleken. De door [eiser] overgelegde groene kaart staat op naam van een vennootschap (Nordic Management Consultants B.V.) waarmee [eiser] blijkens zijn stellingen nooit zaken had gedaan. Hij deed immers zaken met Lease Perfect. Hij had daaruit derhalve kunnen afleiden dat er nog een andere vennootschap bij de auto was betrokken en het had op zijn weg gelegen om daarover bij Bemelen informatie op te vragen Dat is niet gebeurd. Bovendien was Nordic daarmee de derde vennootschap die een rol speelde in het geheel, naast Lease perfect met wie de overeenkomst zou zijn gesloten en Exclusive cars op wiens naam het kenteken stond. Een dergelijke betrokkenheid van vennootschappen had [eiser] er toe moeten brengen vragen te stellen. Zeker indien het zo is als uit de stellingen van [eiser] kan worden opgemaakt, dat Bemelen een persoon is die bereid was om met de waarheid omtrent tenaamstelling van auto’s de hand te lichten.

Vorenstaande leidt tot de slotsom dat [eiser] niet heeft aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij op enig tijdstip, anders dan om niet en te goeder trouw, eigenaar van de onderhavige Mercedes is geworden, zodat de vordering behoort te worden afgewezen.

4. De kosten.

[eiser] dient als de in het ongelijk te stellen partij te worden verwezen in de kosten van het geding.

5. De beslissing in kort geding.

De president

weigert de gevorderde voorziening;

verwijst eiser [eiser] in de kosten van het geding en veroordeelt hem tot betaling aan gedaagde Lohuis van de aan haar zijde gevallen kosten, tot op heden begroot op ¦.1.950,--;

verklaart dit vonnis ten aanzien van die kosten uitvoer-baar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Kooijman, fungerend president, en uitgesproken ter openba-re terecht-zit-ting in kort geding van woensdag 22 november 2000, in tegenwoordig-heid van W.J.M. de Haan, waarne-mend griffier.

89536/KG ZA 00-539 PRESIDENT VAN DE ARRONDISSEMENTS--

RECHTBANK TE BREDA

22 november 2000

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

e i s e r bij dagvaarding van 31 oktober 2000,

procureur: mr. L.G.M. Delahaije,

t e g e n :

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LOHUIS & CO B.V.,

gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Breda,

g e d a a g d e ,

procureur: mr. R.A.H. Post,

advocaat : mr. K.C.A. Schweers te Rotterdam.

1. Het verloop van het geding.

Dit blijkt uit de navolgende door partijen ter vonniswijzing overgelegde stukken:

- de dagvaarding;

- de door eiser, hierna te noemen [eiser], in het geding gebrachte producties;

- de pleitnota van mr. Schweers en de door gedaagde, hierna te noemen Lohuis, in het geding gebrachte producties.

Partijen hebben voorts ter zitting hun stellingen mondeling nader toegelicht.

2. Het geschil.

[eiser] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Lohuis te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan hem af te geven een Mercedes E 300 met kenteken SH-GB-44, kleur blauw, bouwjaar 1997, met inbouwapparatuur met sleutels en afstandsbediening en met inbegrip van alle zaken die in de auto aanwezig waren op het moment van afgifte door de politie aan Lohuis, zulks op straffe van een dwangsom.

Lohuis heeft de vordering bestreden.

3. De voorlopige beoordeling en de gronden daarvoor.

3.1

Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen van partijen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:

Beauchamp Leasing B.V. was een vennootschap die haar bedrijf maakte van het leasen van personenauto’s.

MeesPierson N.V. heeft aan Beauchamp Leasing B.V. een krediet in rekening-courant verstrekt.

Ter meerdere zekerheid voor de terugbetaling van dit krediet is ten behoeve van MeesPierson een bezitloos pandrecht, gevestigd op alle op naam van Beauchamp staande personenauto’s, waaronder de personenauto Mercedes E 300 met kenteken SH-GB-44, kleur blauw, bouwjaar 1997. MeesPierson heeft daarbij de beschikking over het overschrijvingsbewijs van deze auto gekregen.

In de tweede helft van 1998 zijn bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer op onregelmatige wijze vervangende kentekenbewijzen aangevraagd voor onder meer de hierboven bedoelde Mercedes. Deze vervangende (duplikaat)-kentekenbewijzen zijn zonder toestemming van MeesPierson op naam van Exclusive Cars gesteld.

Op 31 december 1998 heeft MeesPierson de kredietovereenkomst opgezegd en op 26 januari 1999 heeft zij het saldo van het krediet opgeëist. Beauchamp heeft dit saldo niet terugbetaald aan MeesPierson.

Op 24 maart 1999 is Beauchamp in staat van faillissement verklaard. Op 1 april 1999 heeft de curator in het faillissement van Beauchamp alle personenauto’s die verpand waren, waaronder voormelde Mercedes verkocht aan Lohuis.

Op 27 juli 2000 is de Mercedes bij een verkeerscontrole door de politie Amsterdam onder [eiser] inbeslaggenomen en na verloop van tijd aan Lohuis afgegeven.

3.2

[eiser] heeft gesteld dat hij gedurende langere tijd zaken heeft gedaan met Exclusive Cars B.V. en Lease Perfect B.V., die daarbij werden vertegenwoordigd door de heer J. Bemelen. Aanvankelijk heeft hij (in de dagvaarding) verklaard dat hij van alle door hem gekochte auto’s die hij van Perfect Lease in lease heeft gehad, steeds een deel van de koopsom financierde en dat hij, als hij een nieuwe (andere) auto wilde kopen, altijd eerst het oude leasecontract afkocht, zodat die oude auto zijn eigendom werd. Deze auto ruilde hij dan in als aanbetaling.

Hierop terugkomende heeft [eiser] ter zitting gesteld dat, hoewel er formeel steeds een financial leasecontract werd opgesteld bij Lease Perfect door bemiddeling van J. Bemelen, hij feitelijk de auto’s steeds contant kocht door de oude auto in te ruilen en het restant cash, en wel zonder kwitantie, te betalen, waarop hem door Bemelen, de kentekenbewijzen en de sleutels ter hand werden gesteld. De auto’s, waaronder de onderhavige Mercedes, liet hij nooit op eigen naam stellen.

Desgevraagd heeft [eiser] ter zitting verklaard dat hij dit deed, omdat op die wijze verhaal door de fiscus of door derden voor schulden van hem niet mogelijk was. Hij handelde op deze wijze eerst met ene Van der Molen en later met Bemelen. Van Bemelen was bekend dat hij bereid was dit soort transacties aan te gaan.

Op voormelde wijze stelt [eiser] in augustus/september 1998 eigenaar te zijn geworden van de onderhavige Mercedes door deze auto te kopen voor een bedrag van ¦.140.000,-- via genoemde Bemelen en deze te betalen door inruil van een andere Mercedes met contante (bij)betaling van het resterende bedrag.

De ingeruilde Mercedes stelt [eiser] te hebben verkregen door inruil van een BMW 328i cabrio van ¦.60.000,--. Van deze BMW stelt [eiser] eigenaar te zijn geworden toen hij in augustus/september 1998 “het laatste aan Lease Perfect verschuldigde bedrag contant heeft betaald”, hetgeen volgens [eiser] gebruikelijk was bij Lease Perfect.

Volgens [eiser] betaalde hij in alle gevallen elke maand een bedrag van ¦.2.500,-- aan Bemelen en daarvoor aan Van der Molen en betaalden zij daarvan voor hem onder meer autoverzekeringen, wegenbelasting, verkeers- en parkeerboetes e.d.

Ook voor de Mercedes heeft hij gedurende enige tijd dit bedrag betaald, maar hij is daarmee gestopt toen Bemelen zijn verplichtingen ter zake van de verzekering niet nakwam.

Volgens [eiser] is hij eigenaar te goeder trouw van de Mercedes geworden en heeft de politie zijn Mercedes ten onrechte aan Lohuis afgegeven.

3.3

Lohuis heeft betoogd dat de onderhavige Mercedes destijds door Nordic Management Consultants B.V. is ingebracht in Beauchamp Leasing B.V. die op haar beurt de Mercedes via Lease Perfect in lease heeft gegeven aan een derde. De groene kaart stond daarom destijds op naam van Nordic. Volgens Lohuis is de Mercedes, nadat door middel van valsheid in geschrifte een duplikaat kentekenbewijs deel I was bemachtigd dat op naam was gesteld van Exclusive Cars, door personen die betrokken waren bij Lease Perfect, onder wie met name Bemelen, aan [eiser] afgegeven.

Door aankoop van de Mercedes is zij, aldus Lohuis, de enig rechthebbende op die auto geworden. De originele bij de Mercedes behorende kentekenbewijzen, waaronder het overschrijvingsbewijs, zijn tengevolge van die overname in haar bezit gekomen.

Lohuis is van oordeel dat niet kan worden aangenomen dat [eiser] de Mercedes heeft geleasd of gekocht, nu hij geen originele kentekenbewijzen, geen leasecontract, geen aankoopfactuur en geen betalingsbewijzen kan tonen, zodat hij dus nooit bezitter of eigenaar te goeder trouw is geworden. Bovendien moet aan de stellingen van [eiser] dat hij de auto gekocht heeft getwijfeld worden, omdat [eiser] de auto nooit op eigen naam heeft laten zetten en hij geen autoverzekeringspremie en wegenbelasting betaalde.

Op grond van de dubieuze rol die Bemelen in het geheel heeft gespeeld acht Lohuis diens verklaring van 16 oktober 2000 dat [eiser] al het verschuldigde ter zake de Mercedes in termijnen heeft betaald ongeloofwaardig.

Volgens Lohuis is niet gebleken dat Bemelen bevoegd was om namens Lease Perfect of Exclusive Cars te handelen. Artikel 3:86 lid 1 BW biedt [eiser] geen bescherming tegen de onbevoegdheid van Exclusive Cars/Lease Perfect, omdat niet is gebleken dat de overdracht anders dan om niet is geschied en/of dat [eiser] ter zake te goeder trouw zou zijn geweest.

Ook lid 3 van artikel 3:86 BW kan [eiser] volgens Lohuis niet baten, omdat hij de auto blijkens zijn eigen stelling niet kocht van een erkend garagebedrijf maar kennelijk van genoemde Bemelen die geen zaken deed op de wijze zoals in artikel 3:86 lid 3 sub a BW omschreven.

Tenslotte heeft Lohuis nog aangevoerd dat zij de door [eiser] genoemde roerende zaken niet in de betreffende Mercedes heeft aangetroffen en dus niet in staat is deze terug te geven.

3.4

Onweersproken staat vast dat Beauchamp Leasing B.V. eigenaar is geweest van de onderhavige Mercedes en dat de curator in het faillissement van Beauchamp op 1 april 1999 met Lohuis een overeenkomst heeft gesloten waarbij onder andere de onderhavige Mercedes aan Lohuis is verkocht.

Voorts staat vast dat de Mercedes zonder toestemming van MeesPierson op naam van Exclusive Cars is gesteld en dat Exclusive Cars, voor wie Bemelen optrad, nooit eigenaar van de Mercedes is geworden, zodat zij niet bevoegd was de Mercedes te vervreemden.

Gelet op die onbevoegdheid dient [eiser] aannemelijk te maken dat de Mercedes aan hem in eigendom is overgedragen anders dan om niet, alsmede dat hij bij die overdracht te goeder trouw was.

3.5

Vooropgesteld moet worden dat [eiser] zeer weinig stukken heeft overgelegd die zijn verhaal omtrent de transactie die hij zou hebben gesloten, ondersteunen. [eiser] kan niets anders overleggen dan duplicaten van het kentekenbewijs en een verklaring van Bemelen. Bescheiden die de gestelde overeenkomst aannemelijk maken en waaruit blijkt dat hij in het kader van die overeenkomst de eigendom heeft verkregen ontbreken. De overgelegde kentekenbewijzen zijn in dat verband onvoldoende omdat de overhandiging van die stukken ook past in een afwikkeling waarbij naar buiten toe de schijn van eigendom wordt geconstrueerd en het enkele overhandigen van degelijke stukken geen eigendomsoverdracht bewijst. Zeker nu de betreffende stukken steeds op naam van Exclusive cars zijn blijven staan.

Uitgaande van de stelling van [eiser] dat hij in augustus/september 1998 de eigendom heeft verkregen omdat hij toen de prijs van de auto volledig heeft betaald, had hij een stuk moeten overleggen waaruit blijkt dat hij het verschil tussen de waarde van de Mercedes en de waarde van de ingeruilde auto heeft betaald en daarmee de eigendom heeft verkregen. Zo’n stuk ontbreekt. Die gestelde wijze van afwikkelen is bovendien in strijd met hetgeen Bemelen heeft verklaard, namelijk dat “de rest van het bedrag in termijnen is betaald”, maar ook met hetgeen [eiser] uiteindelijk desgevraagd heeft verklaard, namelijk dat hij na de betreffende transactie nog is doorgegaan met betaling van maandelijkse termijnen van ¦.2500,--. Dergelijke bedragen duiden eerder op een lease overeenkomst dan op een koop.

Voorzover [eiser], door de verwijzing naar het vonnis van de president in kort geding van 30 juni 1999, heeft willen betogen dat zich ten aanzien van hem een soortgelijke afwikkeling heeft voorgedaan als in dat vonnis aan de orde was, derhalve een leasecontract in het kader waarvan hij de eigendom heeft verkregen door, na afbetaling van alle leasepenningen het resterende aankoopbedrag te betalen, dan ontbreekt niet alleen het leasecontract, maar ook enig bewijs van betaling.

Bovendien valt een dergelijke wijze van afwikkeling uit de verklaring van Bemelen niet op te maken.

De geloofwaardigheid van de verklaring van Bemelen is bovendien discutabel omdat Bemelen in de door hem tegenover de politie afgelegde verklaringen waarin hij spreekt over de door hem aan derden verkochte c.q. overgedragen auto’s die ten onrechte op naam van Exclusive Cars waren gesteld, de naam Van [eiser] in het geheel niet noemt. Hij kan zich ten aanzien van verkopen aan particulieren alleen de naam van een onduidelijke Italiaan herinneren.

Indien veronderstellenderwijs er echter van wordt uitgegaan dat [eiser] wel anders dan om niet heeft verkregen, kan hem dat niet baten omdat van goede trouw vooralsnog niet is gebleken. De door [eiser] overgelegde groene kaart staat op naam van een vennootschap (Nordic Management Consultants B.V.) waarmee [eiser] blijkens zijn stellingen nooit zaken had gedaan. Hij deed immers zaken met Lease Perfect. Hij had daaruit derhalve kunnen afleiden dat er nog een andere vennootschap bij de auto was betrokken en het had op zijn weg gelegen om daarover bij Bemelen informatie op te vragen Dat is niet gebeurd. Bovendien was Nordic daarmee de derde vennootschap die een rol speelde in het geheel, naast Lease perfect met wie de overeenkomst zou zijn gesloten en Exclusive cars op wiens naam het kenteken stond. Een dergelijke betrokkenheid van vennootschappen had [eiser] er toe moeten brengen vragen te stellen. Zeker indien het zo is als uit de stellingen van [eiser] kan worden opgemaakt, dat Bemelen een persoon is die bereid was om met de waarheid omtrent tenaamstelling van auto’s de hand te lichten.

Vorenstaande leidt tot de slotsom dat [eiser] niet heeft aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij op enig tijdstip, anders dan om niet en te goeder trouw, eigenaar van de onderhavige Mercedes is geworden, zodat de vordering behoort te worden afgewezen.

4. De kosten.

[eiser] dient als de in het ongelijk te stellen partij te worden verwezen in de kosten van het geding.

5. De beslissing in kort geding.

De president

weigert de gevorderde voorziening;

verwijst eiser [eiser] in de kosten van het geding en veroordeelt hem tot betaling aan gedaagde Lohuis van de aan haar zijde gevallen kosten, tot op heden begroot op ¦.1.950,--;

verklaart dit vonnis ten aanzien van die kosten uitvoer-baar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Kooijman, fungerend president, en uitgesproken ter openba-re terecht-zit-ting in kort geding van woensdag 22 november 2000, in tegenwoordig-heid van W.J.M. de Haan, waarne-mend griffier.