Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBBRE:2000:AA8402

Instantie
Rechtbank Breda
Datum uitspraak
22-09-2000
Datum publicatie
18-01-2002
Zaaknummer
99/2086 WET JA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Indien een kadastraal perceel verschillende gebruiksvormen kent, dient per gebruiksvorm te worden bezien of deze afwijkt van de toegedachte bestemming. Volstaan kan worden met gedeeltelijke aanwijzing perceel.

Aanwijzing nader aangegeven percelen als percelen waarop de artt. 10 t/m 24, 26 en 27 Wvg van toepassing zijn. Een van de kadastrale percelen is in gebruik voor wonen, weiland en bouwland en daarnaast zijn de op het perceel aanwezige voormalige stal en schuur in gebruik voor bedrijfsdoeleinden. Op het perceel rust de bestemming "bedrijfsdoeleinden met bijbehorende voorzieningen". Voor zover het perceel thans reeds in gebruik is voor bedrijfsdoeleinden, kan niet op voorhand worden gesproken van een van de toegedachte bestemming afwijkend gebruik.

Indien een kadastraal perceel verschillende gebruiksvormen kent zal per gebruiksvorm moeten worden bezien of deze afwijkt van de toegedachte bestemming. De zienswijze van verweerder dat een gedeeltelijke aanwijzing van een kadastraal perceel niet mogelijk is, vindt geen steun in de Wvg. Art. 2.1 Wvg spreekt niet over kadastrale percelen, doch over gronden waarop het voorkeursrecht kan worden toegepast. Voorts wordt in de lijst van kadastrale percelen die zijn aangewezen en die van het aanwijzingsbesluit deel uit maken, naast de kadastrale grootte ook de aan te wijzen grootte vermeld.

Gegrond beroep.

De raad van de gemeente Tilburg , verweerder.

mr. Janssen

Wetsverwijzingen
Wet voorkeursrecht gemeenten 2, geldigheid: 2000-09-22
Wet voorkeursrecht gemeenten 2, geldigheid: 2000-09-22
Wet voorkeursrecht gemeenten 2a, geldigheid: 2000-09-22
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

99/2086 WET JA ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE BREDA

Veertiende kamer

Uitgesproken d.d.: 22 september 2000

UITSPRAAK

in het geding tussen:

A, echtgenote van B, wonende te C, eiseres,

en

de raad van de gemeente Tilburg, te Tilburg, verweerder.

1. Procesverloop:

Eiseres heeft bij brief van 25 november 1999 beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 27 september 1999, verzonden 20 oktober 1999 (hierna: het bestreden besluit).

Verweerder heeft de op deze zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en bij brief van 23 december 1999 een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 14 augustus 2000.

Eiseres is in persoon verschenen bijgestaan door haar gemachtigde dhr A. Brekkers.

Verweerder is verschenen bij gemachtigden mr. M.J. Weerts, F. van Grinsven en B. Cornielje.

2. Beoordeling:

Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting neemt de rechtbank de volgende feiten als vaststaand aan.

Bij besluit van 12 april 1999 heeft verweerder besloten op grond van artikel 2 van de Wvg een aantal aan eiseres in eigendom toebehorende percelen aan te wijzen als percelen waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: Wvg) van toepassing zijn. Het betreft het perceel, kadastraal bekend, gemeente Tilburg, sectie […], nummer […], groot […] m2, met de omschrijving "weiland", het perceel, kadastraal bekend, sectie […] nummer […], groot […] m2 met de omschrijving "weiland, huis, stal, schuur en bouwland" en de percelen, kadastraal bekend sectie […] nummers […] en […] met een oppervlakte van respectievelijk […] m2 en […] m2 met de omschrijving "Bouwland". Als planologische basis voor de vestiging van dit voorkeursrecht geldt het, eveneens bij besluit van 12 april 1999 vastgestelde, bestemmingsplan "Nieuwe Warande fase I".

Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren van eiseres tegen dit besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dat besluit, samengevat, aangevoerd dat het huidig gebruik van de percelen aan het […] niet afwijkt van de toegedachte bestemming. Daarbij heeft eiseres er op gewezen dat de agrarische activiteiten ter plaatse al jaren geleden zijn gestaakt en dat daarvoor in de plaats zijn gekomen bedrijfsactiviteiten van diverse kleine ondernemingen. Dit gebruik past binnen de toegedachte bestemming van bedrijfsdoeleinden, zodat verweerder ten onrechte het voorkeursrecht op haar percelen heeft gevestigd.

Inmiddels hebben Gedeputeerde Staten goedkeuring onthouden aan het gedeelte van het bestemmingsplan met de bestemming "nog uit te werken woningbouwgedeelte". Een klein gedeelte van het perceel, kadastraal bekend […] en een klein gedeelte van het perceel kadastraal bekend […] viel onder die bestemming. Dit impliceert, zoals burgemeester en wethouders (hierna: b en w) de rechtbank bij brief van 13 juli 2000, hebben bericht dat voor die gedeelten geen bestemmingsplan meer geldt waarop het voorkeursrecht gebaseerd kan worden. Gelet op het bepaalde in artikel 5 van de Wvg hebben b en w het voorkeursrecht op die gedeelten van de percelen doen vervallen. Voorts heeft verweerder bij besluit van 3 juli 2000 op basis van artikel 8 van de Wvg een nieuw voorkeursrecht gevestigd. Tegen dit besluit is afzonderlijk bezwaar en beroep mogelijk. Eiseres heeft van die mogelijkheid ook gebruik gemaakt.

Anders dan eiseres, blijkens het verhandelde ter zitting, van uit is gegaan is het voorkeursrecht grotendeels op de percelen van eiseres blijven rusten op basis van artikel 2 van de Wvg. De rechtbank zal dan ook overgaan tot een inhoudelijke behandeling van het beroep van eiseres, waarbij ter beoordeling staan de percelen c.q. perceelsgedeelten, waarop het voorkeursrecht is blijven rusten op basis van artikel 2 Wvg.

De rechtbank overweegt op basis van de door eiseres aangevoerde beroepsgronden als volgt.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wvg kunnen bij besluit van de gemeenteraad gronden, begrepen in een structuurplan, waarbij aanwijzingen zijn gegeven voor de bestemming, of in een bestemmingsplan, worden aangewezen als gronden, waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van toepassing zijn.

Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel komen voor een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid alleen in aanmerking de gronden, waaraan bij het structuurplan, onderscheidelijk het bestemmingsplan een niet-agrarische bestemming is toegedacht, onderscheidelijk is gegeven en waarvan het gebruik afwijkt van dat plan.

Ingevolge artikel 2a, eerste lid, van de Wvg kan een besluit als bedoeld in artikel 8 genomen worden door de raad van een gemeente, waaraan zelfstandig of samen met andere gemeenten blijkens nationaal of provinciaal ruimtelijk beleid uitbreidingscapaciteit is toegedacht of gegeven. In gevallen waarin een zodanige capaciteit niet is toegedacht of toegekend, wordt het besluit niet genomen dan nadat van gedeputeerde staten een verklaring van geen bezwaar is verkregen.

Tussen partijen is niet in geschil dat aan de gemeente Tilburg blijkens nationaal of provinciaal ruimtelijk beleid uitbreidingscapaciteit is toegedacht, als bedoeld in artikel 2a van de Wvg.

Verweerder was dan ook bevoegdheid een aanwijzingsbesluit te nemen.

In het bestemmingsplan "Nieuwe Warande fase I" hebben de percelen van eiseres, met uitzondering van het perceel A 2963, de bestemming "bedrijfsdoeleinden met bijbehorende voorzieningen". Ingevolge artikel III.3 van de bestemmingsplanvoorschriften zijn de als zodanig aangewezen gronden onder meer bestemd voor bedrijven, welke door hun aard geen onevenredige belasting c.q. aantasting veroorzaken ten opzichte van de aangrenzende woon- en recreatiegebied.

Perceel […], dat thans in gebruik is als weiland, heeft de bestemming Natuurgebied, bos. De percelen […] en […] zijn in gebruik als bouwland.

Vastgesteld moet dan ook worden dat de toegedachte bestemming van deze drie percelen afwijkt van het huidige gebruik. Voldaan wordt derhalve aan de voorwaarde van artikel 2, tweede lid, van de Wvg.

Voorts moet worden geoordeeld dat verweerder in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot vestiging van het voorkeursrecht op deze percelen gebruik heeft kunnen maken. Het beroep is zoverre ongegrond.

Perceel sectie […] nummer […] is in gebruik voor wonen, weiland, bouwland. Tevens zijn de op het perceel aanwezige voormalige stal en schuur in gebruik voor bedrijfsdoeleinden.

Verweerder heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat, gelet op de geringe omvang van het gebruik van het perceel voor bedrijfsdoeleinden, te weten circa […] m2 en gelet op het feit dat in het nieuwe bestemmingsplan geen plaats is voor (bedrijfs)woningen, er in totaliteit sprake is van een van de toegedachte bestemming afwijkend gebruik.

De rechtbank kan die opvatting van verweerder niet delen. Voorzover het perceel van eiseres thans reeds in gebruik is voor bedrijfsdoeleinden kan niet op voor hand worden gesproken van een van de toegedachte bestemming afwijkend gebruik. Indien een kadastraal perceel verschillende gebruiksvormen kent zal per gebruiksvorm bezien moet worden of deze afwijkt van de toegedachte bestemming. Voorzover verweerder in dit verband ter zitting heeft betoogd dat een gedeeltelijke aanwijzing van een kadastraal perceel niet mogelijk is, is de rechtbank van oordeel dat deze zienswijze geen steun vindt in de Wvg. Artikel 2, eerste lid van de Wvg spreekt immers niet over kadastrale percelen, doch over gronden waarop het voorkeursrecht kan worden toegepast. Voorts wordt in de lijst van kadastrale percelen die zijn aangewezen en die van het aanwijzingsbesluit deel uit maken, naast de kadastrale grootte ook de aan te wijzen grootte vermeld.

Verweerder heeft dan ook ten onrechte niet onderzocht of de op het perceel van eiseres aanwezige bedrijven passen in de nieuwe bestemming "bedrijfsdoeleinden". Het bestreden besluit is in zoverre genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb.

Het beroep is in zoverre gegrond en het bestreden besluit, voorzover dit betrekking heeft op het perceel […], komt wegens strijd met voormelde wetsbepaling voor vernietiging in aanmerking.

Verweerder zal met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift van eiseres dienen te nemen.

Nu niet gebleken is van op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten van eiseres, zal een proceskostenveroordeling achterwege blijven.

Wel dient het griffierecht aan eiseres te worden vergoed.

3. Beslissing:

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit, voorzover dit betrekking heeft op het bezwaarschrift van eiseres tegen de vestiging van het voorkeursrecht op het perceel kadastraal bekend sectie […] nummer […];

verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

draagt verweerder op een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift van eiseres te nemen;

C95: (gelast dat het griffierecht wordt vergoed)gelast dat de gemeente Tilburg eiseres het door haar betaalde griffierecht van ¦ 225,= vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan en uitgesproken in het openbaar door mr. Janssen, in tegenwoordigheid van mr. Korten als griffier, op 22 september 2000

Tegen deze uitspraak kunnen partijen, alsmede iedere andere belanghebbende, hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken en vangt aan op de dag na de datum van verzending van het afschrift van deze uitspraak.

Afschrift verzonden d.d.:

ze