Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BY7449

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
28-12-2012
Datum publicatie
28-12-2012
Zaaknummer
19.997510-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Werkstraf voor het uitzetten van fazanten in de vrije natuur en het voorhanden hebben van een wapen en munitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.997510-11

Vonnis van de meervoudige economische kamer d.d. 28 december 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1953,

wonende [woonplaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 14 december 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. P.C.H. van Schooten, advocaat te Rolde.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

verdachte op of omstreeks 21 oktober 2011 te Eldersloo,

in de gemeente Aa en Hunze en/of te Witten in de gemeente Assen

al dan niet opzettelijk

dieren, te weten een aantal (ongeringde) fazanten,

en/ of producten van dieren, te weten een aantal (6) houtsnippen en/of een

aantal (2) holenduiven,

behorende tot een beschermde inheemse of beschermde uitheemse diersoort,

heeft vervoerd en/of onder zich heeft gehad;

artikel 1a Wet op de economische delicten

art 13 lid 1 ahf/ond a Flora- en faunawet

2.

verdachte op of omstreeks 21 oktober 2011

te Eldersloo in de gemeente Aa en Hunze

al dan niet opzettelijk dieren, te weten een aantal fazanten,

in de vrije natuur heeft uitgezet;

artikel 1a Wet op de economische delicten

art 14 lid 1 Flora- en faunawet

3.

verdachte op of omstreeks 21 oktober 2011 te Witten in de gemeente Assen

een aantal knalpatronen (49 of 50 stuks) en/of een afgeschoten huls en/of een

kogelpunt voorhanden heeft gehad, zijnde munitie in de zin van de "Wet Wapens

en Munitie" van categorie III;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

4.

verdachte op of omstreeks 21 oktober 2011 te Witten in de gemeente Assen

een wapen van categorie I, te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. W.H. Frank acht hetgeen onder 1, 2, 3 en 4 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

* 60 uren werkstraf, subsidiair 1 maand hechtenis;

* verbeurdverklaring, onttrekking aan het verkeer dan wel teruggave aan verdachte van

inbeslaggenomen niet teruggegeven voorwerpen.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

Ten aanzien van feit 1:

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat verdachte ongeringde fazanten heeft vervoerd of onder zich heeft gehad. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat de onder verdachte aangetroffen houtsnippen en holenduiven vanwege een vrijstelling geen strafbaar feit opleveren, nu deze vogels in Duitsland zijn geschoten.

De rechtbank acht op grond van na te melden bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ongeringde fazanten, en producten van houtsnippen en holenduiven onder zich heeft gehad.

Uit het proces-verbaal van bevindingen1 blijkt dat verbalisanten op 21 oktober 2011 constateren dat verdachte op meerdere plaatsen van de kwekerij te Eldersloo en op de kwekerij zelf een aantal fazanten uitzet.

Uit een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant2 blijkt dat direct nadat verdachte de kwekerij had verlaten op de kwekerij een aantal ongeringde fazanten werden gezien en aangetroffen.

Verdachte verklaart3 dat hij in totaal een stuk of 12 fazanten heeft uitgezet. De ringen zijn afgeknipt.

Uit een verslag van verslag van binnentreden4 in de loods op het defensieterrein te Witten alwaar verdachte werkzaam is blijkt dat op 21 oktober 2011 in beslag is genomen aantal dode dieren waaronder 6 houtsnippen en 2 holenduiven die waren ingevroren in een diepvries. Houtsnippen en holenduiven zijn beschermde inheemse diersoorten.

De rechtbank zal verdachte ter zake het onder zich hebben van de houtsnippen en holenduiven ontslaan van alle rechtsvervolging, nu verdachte genoegzaam heeft aangetoond dat deze vogels in Duitsland zijn geschoten. Gelet op artikel 11 lid 2 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten is mitsdien geen sprake van een strafbaar feit.

Ten aanzien van feit 2:

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen:

- een proces-verbaal van bevindingen;5

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd.

Ten aanzien van feit 3:

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen:

- een proces-verbaal van inbeslagname;6

- een technisch onderzoek van verbalisant [naam verbalisant];7

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte terzake van het voorhanden hebben van de knalpatronen dient te worden ontslagen van alle rechtvervolging, nu verdachte uit hoofde van zijn functie als schietbaanverzorger bij defensie, de patronen onder zich mocht hebben.

De rechtbank kan zich niet in deze zienswijze van de raadsman vinden. De rechtbank overweegt hierbij dat de bij artikel 3a lid 1 van de Wet wapens en munitie bepaalde uitzonderingssituatie voor personen werkzaam bij de krijgsmacht zich hier niet voor doet. Uit de artikelen 1 en 2 van de Regeling wapens en munitie krijgsmachtpersoneel 1997 blijkt dat burgerambtenaren in dienst bij de Minister van Defensie en werkzaam bij een schietinrichting gerechtigd zijn munitie van categorie III voorhanden te hebben, voor zover de uitoefening van de dienst zulks vereist. De rechtbank is van oordeel dat in casu de uitoefening van de dienst het voorhanden hebben van de munitie niet vereist, nu verdachte heeft verklaard dat hij de munitie al jaren ergens achter in een kast heeft liggen.

De raadsman heeft daarnaast aangevoerd dat verdachte terzake van het voorhanden hebben van de afgeschoten huls en kogelpunt ook dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu verdachte de huls en kogelpunt op grond van zijn jachtakte onder zich mocht hebben.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte inderdaad op grond van zijn jachtakte deze munitie onder zich mocht. Zij zal derhalve verdachte (partieel) ontslaan van alle rechtsvervolging.

Ten aanzien van feit 4:

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte voor dit feit niet kan worden veroordeeld, nu onduidelijk is of het inbeslaggenomen voorwerp als een geluidsdemper kan worden gekwalificeerd.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van na te noemen bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte een geluidsdemper voorhanden heeft gehad.

Uit een verslag van verslag van binnentreden8 in de loods op het defensieterrein te Witten alwaar verdachte werkzaam is blijkt dat op 21 oktober 2011 een geluiddemper in beslag is genomen.

Uit het technisch onderzoek9 van verbalisant [naam verbalisant] van de onder verdachte inbeslaggenomen wapens blijkt dat de geluiddemper een wapen is in de zin van artikel 2 lid 1 categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie.

Verdachte verklaart10 dat de aangetroffen geluidsdemper van hem is.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

verdachte op 21 oktober 2011 te Eldersloo, in de gemeente Aa en Hunze en te Witten in de gemeente Assen, opzettelijk dieren, te weten een aantal ongeringde fazanten, en producten van dieren, te weten een aantal (6) houtsnippen en een aantal (2) holenduiven, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, onder zich heeft gehad;

2.

verdachte op 21 oktober 2011 te Eldersloo in de gemeente Aa en Hunze, opzettelijk dieren, te weten een aantal fazanten, in de vrije natuur heeft uitgezet;

3.

verdachte op 21 oktober 2011 te Witten in de gemeente Assen een aantal knalpatronen en een afgeschoten huls en een kogelpunt voorhanden heeft gehad, zijnde munitie in de zin van de "Wet Wapens en Munitie" van categorie III;

4.

verdachte op 21 oktober 2011 te Witten in de gemeente Assen een wapen van categorie I, te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1: Overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan,

strafbaar gesteld bij artikel 6 van de Wet op de economische delicten;

onder 2: Overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens artikel 14, eerste lid, van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan,

strafbaar gesteld bij artikel 6 van de Wet op de economische delicten;

onder 3: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapen en munitie;

onder 4: Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapen en munitie.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking, de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verschillende overtredingen van de Flora- en faunawet en de Wet wapens en munitie.

Verdachte heeft op 21 oktober 2011 een aantal fazanten in de vrije natuur uitgezet. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij zich als jager niet aan de geldende

regelgeving heeft gehouden, die strekt tot de bescherming van inheemse diersoorten. Van

verdachte - reeds jaren in het bezit van een jachtakte - mag worden verwacht dat hij

zorgvuldig omgaat met de fauna. Daarnaast heeft verdachte munitie en een geluiddemper voorhanden gehad in strijd met de wet wapens en munitie.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging tevens rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 27 april 2012, waaruit is gebleken dat verdachte niet eerder is veroordeeld en met voormelde eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman van verdachte.

Daarnaast zal de rechtbank bij de bepaling van de hoogte van de straf mee laten wegen dat de media grote aandacht voor deze zaak hebben (gehad) en dat het onderzoek groot naar buiten is gebracht als vergiftiging van roofvogels en andere predatoren. Verdachte werd hiermee uitdrukkelijk in verband gebracht. Deze media-aandacht heeft nog steeds grote impact op verdachte. De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie deze feiten (in welke vorm dan ook) niet aan verdachte heeft tenlastgelegd.

De rechtbank is gelet op de hiervoor vermelde overwegingen van oordeel dat een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, uit het oogpunt van vergelding niet alleen gerechtvaardigd, maar ook passend en geboden is.

Motivering van de verbeurdverklaring

De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslaggenomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring, aangezien het voorwerpen zijn met behulp waarvan de feiten zijn begaan, terwijl deze goederen aan verdachte toe behoren.

Motivering van de maatregel onttrekking aan het verkeer

De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, aangezien met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard, dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 22c, 22d, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de artikelen 1a en 2 van de Wet op de economische delicten en artikel 56 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan.

De rechtbank stelt vast dat het onder 1 bewezen verklaarde voor wat betreft de zinsnede "en producten van dieren, te weten een aantal (6) houtsnippen en een aantal (2) holenduiven," en onder 4 voor wat betreft de zinsnede "en een afgeschoten huls en een kogelpunt" geen strafbare feiten opleveren en dat verdachte deswege wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank stelt vast dat het overige bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

- een taakstraf bestaande uit 40 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren arbeid per dag voor de in verzekering doorgebrachte dagen.

De rechtbank verklaart verbeurd de navolgende in beslag genomen voorwerpen:

3) Pootring en snavelkapjes

5) 3 witte zakken

6) Deel van pootring

5) 2 groene jute zakken

11)Memo

12) Aantekeningen (voor maken munitie)

18) Briefjes met aantekeningen

21) Geeltje met 06-nummer

22) Veertje en metalen dingetjes

23) Zak met veertjes

13) Veertjes

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de navolgende in beslag genomen voorwerpen:

1) Patronen in afvalcontainer in tuin

1) Zak met fazantenveren en stront

2) Mollentabletten + injectienaalden

4) 50 stuks munitie

8) Doosje breekampullen

9) Geluiddemper + patroon

19) Zak met korrels en buisje gif

26) 6 houtsnippen en 2 holenduiven

27) duif met prikkeldraad

De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte de navolgende in beslag genomen voorwerpen:

3) 2 notitieboekjes

2) Jachtdocument

4) Boa legitimatiebewijs

8) Tang met geel handvat

12) Agenda 2011

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, en mr. J.J. Schoemaker en mr. H. de Wit, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 28 december 2012, zijnde mr. Schoemaker buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 op pagina 186/187 van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL038S 2012008936 (het PV)

2 op pagina 188/189 van het PV

3 op pagina 748ev van het PV

4 op pagina 682-690 van het PV

5 op pagina 186/187 van het PV

6 op pagina 682-690 van het PV

7 op pagina 295/296 van het PV

8 op pagina 682-690 van het PV

9 op pagina 295/296 van het PV

10 op pagina 756ev van het PV

??

??

??

??

Parketnummer: 19.997510-11

Uitspraak d.d.: 28 december 2012 9

vonnis