Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BY7446

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
28-12-2012
Datum publicatie
28-12-2012
Zaaknummer
19.997514-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een werkstraf voor verschillende overtredingen van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de Wet wapens en munitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer: 19.997514-11

Vonnis van de meervoudige economische kamer d.d. 28 december 2012 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [datum] 1961,

wonende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 14 december 2012.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. P.C.H. van Schooten, advocaat te Rolde.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van

1 mei 2011 t/m 31 oktober 2011, te Anloo in de gemeente Aa en Hunze en/of

(elders) in de provincie Drenthe,

al dan niet opzettelijk een werkzame stof,

te weten aldicarb en/of parathion (methyl),

voorhanden en/of in voorraad heeft gehad en/of

-al dan niet in een gewasbeschermingsmiddel- heeft gebruikt;

artikel 1a Wet op de economische delicten

art 19 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

2.

hij op of omstreeks 31 oktober 2011 te Anloo in de gemeente Aa en Hunze

al dan niet opzettelijk tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

althans alleen, een of meer gewasbeschermingsmiddelen,

genaamd Condor, Birlane strooimiddel, Luxan paraquat-G, Luxan DNOC-Olie

geconcentreerd, Luxan Paraquat, Ridomil 25 WP en/of Luxan Simazin,

voorhanden en/of in voorraad heeft gehad,

terwijl dat/die middel(en) niet (meer) ingevolge de "Wet

gewasbeschermingsmiddelen en biociden" was/waren toegelaten;

artikel 1a Wet op de economische delicten

art 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden

3.

verdachte op of omstreeks 31 oktober 2011 te Anloo in de gemeente Aa en Hunze,

een aantal kogelpatronen (40 stuks) voorhanden heeft gehad, zijnde munitie in

de zin van de "Wet Wapens en Munitie" van categorie II resp. III;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

4.

hij op of omstreeks 31 oktober 2011

te Anloo, in de gemeente Aa en Hunze,

heeft gehandeld in strijd met een krachtens artikel 6 van de "Wet wapens en

munitie" vastgesteld voorschrift,

verbonden aan de in artikel 26 van die wet genoemde en op 3 maart 2007 aan hem

afgegeven jachtakte,

aangezien een aantal (hagel)patronen in strijd met voorschrift 4 buiten de/een

bergplaats werd bewaard;

art 6 Wet wapens en munitie

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. W.H. Frank acht hetgeen onder 1, 2, 3 en 4 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

ten aanzien de feiten 1, 2 en 3:

* 180 uren werkstraf, subsidiair 3 maanden hechtenis;

* verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen niet

teruggegeven voorwerpen;

ten aanzien feit 4:

* een geldboete van € 500,--, subsidiair 10 dagen hechtenis.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmotivering

Ten aanzien van feit 1:

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte voor dit feit dient te worden vrijgesproken, nu niet kan worden bewezen dat verdachte de werkzame stoffen aldicarb en/of parathion (mythyl) heeft gebruikt.

De rechtbank kan zich niet in de zienswijze van de raadsman vinden. De rechtbank acht op grond van te melden bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aldicarb heeft gebruikt.

Tijdens de zoeking1 op 31 oktober 2012 te Anloo zijn potten met grijze korrels (vermoedelijk aldicarb) inbeslaggenomen. Uit een onderzoeksrapport van het Central Veterinary Institute te Lelystad2 blijkt dat de glazen potten met korrels inderdaad aldicarb bevatten. Verdachte heeft daarnaast ter terechtzitting verklaard dat hij temik aanwezig heeft gehad en dat temik hetzelfde is als aldicarb. De rechtbank merkt hierbij op dat blijkens de in artikel 1 lid 2 van de Wet gewasbeschermings-middelen en biociden omschreven definitie van "gebruiken" mede wordt verstaan "de aanwezigheid van de werkzame stof".

Ten aanzien van feit 2:

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte ook voor dit feit niet kan worden veroordeeld, nu verdachte niet de bewuste kennis had over de aanwezigheid van de middelen op de boerderij van zijn overleden vader. Tevens kan volgens de raadsman alleen de aanwezigheid van de middelen Condor, Luxan paraquat-G en Luxan paraquat worden vastgesteld, nu alleen deze middelen zijn onderzocht.

De rechtbank is op grond van te melden bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de hiervoor door de raadsman genoemde gewasbeschermingsmiddelen voorhanden heeft gehad. De rechtbank is van oordeel dat verdachte verantwoordelijk is voor de aanwezigheid van de aangetroffen gewasbeschermingsmiddelen, daaraan doet niet af dat verdachte niet exact wist om welke middelen het ging.

Op 31 oktober 2011 zijn te Anloo inbeslaggenomen3 de gewasbeschermingsmiddelen Condor, Luxan paraquat-G en Luxan paraquat. Deze middelen zijn onderzocht door het Central Veterinary Institute te Lelystad4 met een positief resultaat met betrekking tot de werkzame stoffen. Uit het proces-verbaal van bevindingen van de Algemene Inspectiedienst5 blijkt dat de gewasbeschermingsmiddelen die zijn aangetroffen, gewasbeschermingsmiddelen zijn als bedoeld in artikel 1 van de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Wgb). De middelen Luxan Paraquat -G, Luxan Paraquat zijn niet meer in Nederland toegelaten. Verdachte heeft verklaard6 dat hij voor het landbouwspul bij zijn moeder te Anloo verantwoordelijk is. Er stond volgens hem ook een kast voor gewasbeschermingsmiddelen in de schuur; daar stond onder andere Paraquat.

Ten aanzien van feit 3:

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen:

- de uitkomsten van een zoeking met inbeslagname7;

- een technisch onderzoek door verbalisant [naam verbalisant]8;

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd.

Ten aanzien van feit 4:

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen:

- het aantreffen bij een zoeking van de munitie9;

- de jachtakte van verdachte10;

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte terzake van dit feit dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aangezien verdachte kort voor de zoeking terug was gekomen van de jacht in Duitsland en derhalve nog niet de tijd heeft gehad de patronen deugdelijk op te bergen.

De rechtbank kan zich niet in dit standpunt van de raadsman van verdachte vinden dat verdachte (door tijdgebrek) in de onmogelijkheid verkeerde om de patronen in een bergplaats overeenkomstig de jachtakte op te bergen, nu verdachte blijkbaar wel de tijd had om zijn geweer in een bergplaats te plaatsen.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 mei 2011 t/m 31 oktober 2011, te Anloo in de gemeente Aa en Hunze, opzettelijk een werkzame stof, te weten aldicarb heeft gebruikt;

2.

hij op 31 oktober 2011 te Anloo in de gemeente Aa en Hunze, opzettelijk gewasbeschermingsmiddelen, genaamd Condor, Luxan paraquat-G en Luxan Paraquat,

voorhanden heeft gehad, terwijl die middelen niet (meer) ingevolge de "Wet

gewasbeschermingsmiddelen en biociden" waren toegelaten;

3.

verdachte op 31 oktober 2011 te Anloo in de gemeente Aa en Hunze, een aantal kogelpatronen (40 stuks) voorhanden heeft gehad, zijnde munitie in de zin van de "Wet Wapens en Munitie" van categorie II resp. III;

4.

hij op 31 oktober 2011 te Anloo, in de gemeente Aa en Hunze, heeft gehandeld in strijd met een krachtens artikel 6 van de "Wet wapens en munitie" vastgesteld voorschrift, verbonden aan de in artikel 26 van die wet genoemde en op 3 maart 2007 aan hem afgegeven jachtakte,

aangezien een aantal hagelpatronen in strijd met voorschrift 4 buiten de bergplaats werd bewaard.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1: Overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens artikel 19 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan,

strafbaar gesteld bij artikel 6 van de Wet op de economische delicten;

onder 2: Overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens artikel 20 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, opzettelijk begaan,

strafbaar gesteld bij artikel 6 van de Wet op de economische delicten;

onder 3: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapen en munitie;

onder 4: Handelen in strijd met artikel 6 van de Wet wapens en munitie,

strafbaar gesteld bij artikel 54 van de Wet wapen en munitie.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking, de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verschillende overtredingen van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de Wet wapens en munitie.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich als jager niet aan de geldende

regelgeving betreffende het voorhanden hebben van munitie en het veilig opbergen ervan (volgens de voorschriften op zijn jachtakte) heeft gehouden. De algemene veiligheid van personen is hiermee in het geding. Daarnaast heeft verdachte (gewasbeschermings-) middelen gebruikt en voorhanden gehad, die niet (meer) volgens eerdergenoemde Wet zijn toegelaten. Dergelijke middelen kunnen een gevaar opleveren voor de volksgezondheid.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging tevens rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 09 november 2012, waaruit is gebleken dat verdachte niet eerder is veroordeeld en met voormelde eis van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman van verdachte.

Daarnaast zal de rechtbank bij de bepaling van de hoogte van de straf mee laten wegen dat de media grote aandacht voor deze zaak hebben (gehad) en dat het onderzoek groot naar buiten is gebracht als vergiftiging van roofvogels en andere predatoren. Verdachte werd hiermee uitdrukkelijk in verband gebracht. Deze media-aandacht heeft nog steeds grote impact op verdachte. De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie deze feiten (in welke vorm dan ook) niet aan verdachte heeft tenlastgelegd.

De rechtbank is gelet op de hiervoor vermelde overwegingen van oordeel dat een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, uit het oogpunt van vergelding niet alleen gerechtvaardigd, maar ook passend en geboden is. De rechtbank heeft bij het vaststellen van de op te leggen geldboete rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte voorzover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, in de mate waarin de rechtbank dat nodig acht met het oog op een passende bestraffing van de verdachte.

Motivering van de verbeurdverklaring

De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslaggenomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring, aangezien het voorwerpen zijn met behulp waarvan de feiten zijn begaan, terwijl deze goederen aan verdachte toe behoren.

Motivering van de maatregel onttrekking aan het verkeer

De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, aangezien met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard, dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 22c, 22d, 23, 24, 24c, 33, 33a, 36b, 36c, 57, 62 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Daarnaast heeft de rechtbank gelet op de artikelen 1a en 2 van de Wet op de economische delicten en artikel 56 van de Wet wapens en munitie.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

ten aanzien de feiten 1, 2 en 3:

- een taakstraf bestaande uit 80 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren arbeid per dag voor de in verzekering doorgebrachte dagen.

ten aanzien feit 4:

- een geldboete ten bedrage van € 500,00, met bevel dat indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen zal worden toegepast.

De rechtbank verklaart verbeurd de navolgende in beslag genomen voorwerpen:

- 8) Notitiebriefje;

- 1) Notitiebriefje met daarop jachtnotities

De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de navolgende in beslag genomen voorwerpen:

- 7) Bolletjes pistool

- 11) Paraquat

- 12) Kraai, spreeuwen, eendagskuikens

- 15) Hagelpatronen

- 16) 650 hagelpatronen

- 17) 20 (kogel)patronen

- 1) Aangebroken verpakking Ridomil

- 2) Lege verpakking Birlane

- 3) Fles Parathion Condor

- 4) Verpakking DVC

- 5) Verpakking Reglone met toelatingsnummer

- 6) Verpakking Paraquat

- 7) Grote glazen pot korrels (Aldicarb)

- 8) Kleine glazen pot met korrels (Aldicarb)

- 9) Plastic zak met lege verpakking Norit

- 1) Doorzichtige plastic zak met enkele kleine zwarte korreltjes

- 2) Witte plastic zak met daarin plastic handschoenen

- 3) Zwarte plastic zak die een chemische lucht verspreidde

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, en mr. J.J. Schoemaker en mr. H. de Wit, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 28 december 2012, zijnde mr. Schoemaker buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 op pagina 840/841 van het proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL038S 2012008936 (het PV)

2 op pagina 493 van het PV

3 op pagina 799/800 en 840/841 van het PV

4 op pagina 491 en 496 van het PV

5 op pagina 482/483 van het PV

6 op pagina 873 van het PV

7 op pagina 799/800 en 834 van het PV

8 op pagina 595/596491 en 496 van het PV

9 op pagina 799/800 van het PV

10 op pag 6 van het aanvullend proces-verbaal van politie Drenthe, registratienummer: PL038S 2012008936 (PV1)

??

??

??

??

Parketnummer: 19.997514-11

Uitspraak d.d.: 28 december 2012 8

vonnis