Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BX8806

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
02-10-2012
Zaaknummer
19/10015-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft in het (onherroepelijke) vonnis niet bepaald dat de gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. Desondanks beveelt de rechter-commissaris in het onderhavige geval de voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf aangezien er ernstige redenen zijn te vermoeden dat veroordeelde enige gestelde voorwaarden niet wordt nageleefd. De rechter-commissaris betrekt in zijn in zijn overwegingen het feit dat veroordeelde destijds niet in hoger beroep is gegaan tegen zijn veroordeling, alsmede het feit dat veroordeelde direkt na zijn veroordeling heeft aangegeven gemotiveerd te zijn om een behandeling te ondergaan en heeft uitgedragen de voorwaarde (opname en behandeling in een verslavingskliniek) onmiddellijk na de veroordeling na te leven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN

Sector strafrecht

Parketnummer : 19/810015-12

RC-nummer : 12/9

BEVEL VOORLOPIGE TENUITVOERLEGGING

De rechter commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank;

Overweegt:

Gezien de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement van 28 september 2012, strekkende tot het verlenen van een bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging van een door de politierechter 3 juli 2012 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 538 dagen jegens:

Naam : [verdachte],

Voornamen : [voornamen verdachte]

geboren op : [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats]

adres : [adres verdachte]

Gehoord de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. Knottenbelt.

Bij onherroepelijk vonnis van 3 juli 2012 is veroordeelde door de rechtbank Assen veroordeeld tot onder meer 538 dagen voorwaardelijke gevangenisstraf. Naast de algemene voorwaarde, heeft de rechtbank een aantal bijzondere voorwaarden opgelegd. Deze zijn dat de veroordeelde zich dient te melden bij de Verslavingszorg Noord Nederland teneinde de toen beoogde opname in het IMC op 6 juli 2012 voor te bereiden. Ook is de voorwaarde gesteld dat veroordeelde in het IMC moet meewerken aan een opname en aan behandeling.

Op grond van het rapport van de VNN van 16 juli 2012 is het OM van oordeel dat er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd. Daarom heeft het OM op 19 juli 2012 bevolen veroordeelde aan te houden. Blijkens het proces-verbaal van aanhouding van 28 september 2012 is veroordeelde op 28 september 2012 om 04.03 uur aangehouden. Omdat het OM de aanhouding van de veroordeelde noodzakelijk blijft vinden, heeft het onverwijld, te weten op 28 september 2012, een vordering ingediend bij de rechter-commissaris.

De raadsman heeft gedurende de behandeling van de vordering voorlopige tenuitvoerlegging aangevoerd dat de Rechtbank Assen in haar vonnis van 3 juli 2012 niet heeft bepaald dat de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn en dat dit verzuim tot afwijzing van de vordering dient te leiden. De rechter-commissaris verwerpt dit verweer. Hoewel vastgesteld moet worden dat de rechtbank Assen in bedoeld vonnis niet de clausule als bedoeld in art. 14e lid 1 Sr heeft opgenomen, leidt dit in het onderhavige niet tot een afwijzing van de vordering. De rechter-commissaris heeft vastgesteld dat veroordeelde heeft ingestemd met de opname in het IMC op 6 juli 2012 en toen de intentie hiertoe ook heeft uitgedragen met de behandeling te willen beginnen. Uit het vonnis van 3 juli 2012, ter zake waarvan geen hoger beroep is ingesteld door veroordeelde, blijkt dat veroordeelde zich tijdens de behandeling van de strafzaak gemotiveerd daarvoor heeft opgesteld. De rechter-commissaris houdt het er derhalve voor dat veroordeelde wetens en willens vrijwillig aan de tenuitvoerlegging van de voorwaarden is begonnen.

Met betrekking tot de vordering van de officier van justitie overweegt de rechter-commissaris het volgende. De officier van justitie heeft op 28 september 2012 de hiervoor genoemde vordering ingediend omdat de officier van justitie van oordeel is dat er ernstige reden bestaan voor het vermoeden dat veroordeelde enig gestelde voorwaarde niet heeft nageleefd, te weten: het verblijven in en het zich laten behandelen door het IMC.

Uit het dossier, in het bijzonder uit het daaraan gevoegde rapport van de VNN, en uit het verhandelde ter zitting leidt de rechter-commissaris af dat veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de voorwaarde van opname, verblijf en behandeling in het IMC. Hoewel veroordeelde op 10 juli 2012 in het kader van het toezicht de standaard gedragsregels en de toezichtovereenkomst heeft ondertekend, is hij twee dagen daarna tegen het advies van de begeleiding in, weggegaan. Ondanks het feit dat hem is voorgehouden wat de gevolgen van vroegtijdig vertrek uit het IMC zouden zijn, heeft veroordeelde de opname beƫindigd. Daarna is niets meer van veroordeelde gehoord. Uit het rapport van 18 mei 2012, dat ten behoeve van de rechtbank Assen is opgesteld teneinde het bij de behandeling van de strafzaak te betrekken, volgt dat het recidivegevaar als groot wordt ingeschat, doordat veroordeelde een aantal leefgebieden niet op orde heeft. Onder meer wordt gewezen op het middelengebruik van veroordeelde. De rechter-commissaris is van oordeel dat er ernstige redenen bestaan te vermoeden dat veroordeelde zich niet aan de bijzondere voorwaarden heeft gehouden en zal gaan houden indien de voorlopige tenuitvoerlegging niet zal worden bevolen. Daarmee is dan ook aan de voorwaarde om tot een voorlopige tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde vrijheidsstraf op de voet van art. 14fa lid 5 Sr over te gaan, voldaan. Deze zal dan ook worden bevolen.

De rechter-commissaris beslist als volgt:

beveelt de voorlopige tenuitvoerlegging van de door de rechtbank opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechter-commissaris draagt de VNN op om ten behoeve van de behandeling van de definitieve tenuitvoerlegging te onderzoeken of, en zo ja: op welke termijn en in welke kliniek, veroordeelde bij wijze van eventueel te wijzigen bijzondere voorwaarde ter behandeling van zijn verslaving kan worden opgenomen.

Assen, 28 september 2012

(mr. A.L.J.M.A. Janssens)

De officier van justitie gelast de tenuitvoerlegging van aangehecht bevel en brengt deze ter kennis van verdachte.

Assen, 28 september 2012

De officier van justitie,