Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBASS:2012:BX3587

Instantie
Rechtbank Assen
Datum uitspraak
12-06-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
332474 / CV EXPL 11-8059
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanspraak erfgenamen op uitbetaling van door erflater niet-genoten vakantie-uren. Art. 7:641 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0727
Prg. 2012/247
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Assen

Sector kanton

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 332474 \ CV EXPL 11-8059

vonnis van de kantonrechter van 12 juni 2012

in de zaak van

1. [verzoeker],

2. [verzoeker],

3. [verzoeker],

wonende te [woonplaats],

in hun hoedanigheid van erfgenamen van de heer [X],

hierna te noemen: de erven,

eisers,

gemachtigde: mr. H.J.A. van Dijk,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon ALESCON,

hierna te noemen: Alescon,

gevestigd te 7903 AR Hoogeveen, Dieselstraat 3,

gedaagde partij,

gemachtigde: Kragten & Partner.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 21 november 2011 met producties;

de conclusie van antwoord met producties;

de nadere toelichtingen van partijen.

2. De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.1. De heer [X] (hierna: [X] is op 17 augustus 1998 in dienst getreden bij Alescon in de functie van Metaalbewerker A. Op de arbeidsovereenkomst was de CAO WSW (voorheen CAO Sociale Werkvoorziening) van toepassing.

2.2. Op 21 februari 2011 is [X] overleden. Hij had op dat moment 90 niet opgenomen vakantie-uren staan. De erven hebben Alescon herhaaldelijk verzocht over te gaan tot uitbetaling van de openstaande uren. Hieraan heeft Alescon geen gehoor gegeven.

2.3. Eisers sub 1 en 2 zijn de ouders van [X]. Eiseres sub 3 is aldus eisers zijn zuster. [X] laat geen testament achter, was ongehuwd c.q. had geen geregistreerd partnerschap en had geen kinderen.

3. De vordering en het verweer

3.1. Eisers vorderen betaling van een bedrag van € 1.169,83 bruto ter zake van 90 openstaande vakantie-uren, € 300,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente, de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW ad 50 % (€ 584,92) en de kosten van het geding.

3.2. Zij stellen daartoe dat de aanspraak op uitbetaling van verlofuren bij het einde van het dienstverband overgaat op de erfgenamen van de overleden werknemer.

3.3. Alescon voert verweer. Zij stelt primair dat de erven niet hebben voldaan aan hun substantiëringsplicht, subsidiair betwist Alescon dat eiseres sub 3 wettig erfgenaam is en meer subsidiair betwist Alescon dat de erven aanspraak kunnen maken op uitbetaling van niet door [X] genoten vakantie-uren.

4. De beoordeling

Substantiëringsplicht

4.1. Alescon stelt dat de erven niet hebben voldaan aan hun substantiëringsplicht, nu zij geen melding hebben gemaakt van de brief van Alescon aan de erven d.d. 27 september 2011, noch van de inhoud daarvan. Op grond van art. 111 lid Rv. is de eisende partij verplicht de door gedaagde aangevoerde verweren in de dagvaarding te vermelden. De kantonrechter is van oordeel, dat de erven daaraan hebben voldaan. Daartoe hoeft niet alle correspondentie te worden overgelegd.

Wettige erfgenamen

4.2. Nu [X] geen testament achterliet, ongehuwd was, geen geregistreerd partnerschap had en geen kinderen, zijn op grond van art. 4:10 sub b BW de ouders van de erflater tezamen met diens broers en zusters erfgenamen. Alescon stelt zich op het standpunt dat eiseres sub 3 niet bewijst dat zij de zus en de wettige erfgenaam is, zodat zij om die reden niet in haar vordering kan worden ontvangen. De kantonrechter gaat hieraan voorbij. Eisers sub 1 en 2 hebben een uittrekstel uit de Gemeentelijke Basisadministratie en het Centraal; Testamentenregister overgelegd, waaruit volgt dat zij de ouders en wettige erfgenamen van [X] zijn. Nu zij hun vordering samen met eiseres sub 3 hebben ingesteld bestaat er zonder nadere toelichting - die ontbreekt - geen aanleiding om aan de gestelde familierechtelijke verhoudingen te twijfelen.

Aanspraak op uitbetaling niet -genoten vakantie-uren

4.3. De erven stellen dat ook bij pensionering of overlijden van de werknemer aanspraak bestaat op toepassing van art. 7:641 lid 1 BW. Zij verwijzen daartoe naar de uitspraak van de kantonrechter Heerenveen d.d. 29 juni 2011, JAR 2011/198, het losbladig commentaar Arbeidsovereenkomsten en een bijdrage in Arbeidsrecht van [Y].

4.4. Alescon stelt zich (onder verwijzing naar de uitspraak van de kantonrechter Assen d.d. 17 november 2009) op het standpunt dat de erven geen recht hebben op uitbetaling van niet door [X] genoten verlofuren. Het recht op uitbetaling in art. 7:641 BW is uitdrukkelijk toegekend aan de werknemer. De vordering wegens niet genoten vakantie-uren ontstaat én wordt dus eerst vorderbaar en inbaar vanaf het moment van einde van de arbeidsovereenkomst. Eerst als gevolg van zijn overlijden is de arbeidsovereenkomst geëindigd. [X] heeft zelf geen aanspraak kunnen verkrijgen op uitbetaling van zijn vakantie-uren, deze kan dan ook niet door vererving op zijn erfgenamen zijn overgegaan. Alescon wijst op de recuperatiefunctie van verlof. Met de aanspraak ex art. 7:641 BW wordt voorzien in de mogelijkheid voor de werknemer bij de nieuwe werkgever zonder inkomensverlies te kunnen recupereren. Alescon stelt voorts dat het recht op verlof een persoonlijk recht is dat enkel toekomt aan de werknemer zelf. Deze verlofrechten zijn niet overdraagbaar of inwisselbaar voor geld. Het recht op verlof kan daarmee op zichzelf niet worden aangemerkt als een aanspraak op vermogensbestanddelen.

4.5. De kantonrechter oordeelt als volgt. Op grond van artikel 7:641 lid 1 BW heeft een werknemer die bij het einde van de arbeidsovereenkomst nog aanspraak op vakantiedagen heeft, recht op een uitkering in geld tot een bedrag van het loon over een tijdvak overeenkomend met de aanspraak. Het recht op uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen bestaat ongeacht de wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter verwijst naar de Memorie van Toelichting op artikel 1638 ii BW (de voorganger van artikel 7:641 BW). Hierin staat vermeld:

"Dit betekent in het algemeen, dat eenmaal verworven aanspraken op vakantie nimmer worden aangetast, ook dan niet, wanneer de arbeider een dringende reden tot ontslag heeft gegeven. Het ontwerp gaat van het beginsel uit, dat vakantie geen gunst is, maar een recht, hetwelk men zich door de verrichte arbeid heeft verworven."

Nu het overlijden van de werknemer een van de omstandigheden is waardoor een arbeidsovereenkomst eindigt, is de kantonrechter van oordeel dat ook in dat geval aanspraak op vergoeding van niet-genoten vakantiedagen bestaat. Daaraan doet recuperatiefunctie van vakantiedagen naar haar oordeel niet af.

4.6. De kantonrechter overweegt dat de vordering wegens niet-genoten vakantiedagen in de nalatenschap van [X] valt, en daardoor (krachtens erfopvolging onder algemene titel - ex artikel 3:80 en 4:182 BW) toekomt aan zijn erfgenamen. De erven kunnen dan ook uitbetaling van de niet-genoten vakantiedagen vorderen. De kantonrechter overweegt dat een andere conclusie zou leiden tot het ongewenste gevolg dat een werkgever bevoordeeld zou worden door het overlijden van de werknemer.

Het verlofsaldo wordt door Alescon niet betwist, evenmin als het daarmee corresponderende bedrag. De vordering van € 1.169,83 bruto is dan ook toewijsbaar. Nu eisers niet aangeven vanaf wanneer Alescon met de betaling van dat bedrag in verzuim is, zal daarover wettelijke rente worden toegewezen vanaf datum dagvaarding.

4.7. Bij niet-tijdige uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen is de werkgever de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW verschuldigd. Aangezien sprake is van een (juridisch) geschil over de uitleg van artikel 7:641 BW, waarbij partijen zich op verschillende rechterlijke uitspraken beroepen, ziet de kantonrechter aanleiding om de gevorderde wettelijke verhoging te matigen tot nihil.

Buitengerechtelijke kosten

4.8. De erven hebben gesteld buitengerechtelijke kosten gemaakt te hebben en ter zake daarvan een bedrag van € 300,00 gevorderd. Uit de uit het dossier blijkende buitengerechtelijke werkzaamheden volgt dat deze verrichtingen meer hebben omvat dan een enkele (eventueel herhaalde) sommatie of het enkel doen van een niet aanvaard schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De daarop betrekking hebbende kosten zijn dan ook toewijsbaar. Het gevorderde bedrag is bovendien in overeenstemming met de door de kantonrechter gehanteerde staffel. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal overigens worden afgewezen, nu de erven niet hebben gesteld dat deze kosten al daadwerkelijk zijn betaald.

Proceskosten

4.9. Alescon zal als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Alescon om aan de erven te betalen:

- € 1.169,83 bruto ter zake van 90 openstaande vakantie-uren;

- € 300,00 (exclusief BTW) ter zake van buitengerechtelijke incassokosten;

- de wettelijke rente over € 1.169,83 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt Alescon tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van de erven begroot op € 101,81 aan dagvaardingskosten, € 202,00 aan vast recht en € 300,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2012

typ/conc: 186/AW

coll: